Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2020.1733 du 01.12.2020
TVA · Contrat DBFM · Travail immobilier · Exigibilité de la taxe · Valeur normale · Partenariat public-privé
Résumé
Dans le cadre du projet X, A et B vont conclure un contrat DBFM avec la SA SPV. La SA SPV va à cet effet effectuer un travail immobilier. La composante de financement est exonérée de TVA. Étant donné que A et B sont des organismes de droit public, la TVA sera exigible lors du paiement. Un élément de correction déterminera les redevances de disponibilité nettes.
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Dit verzoek tot het verkrijgen van een voorafgaande beslissing heeft betrekking op de btw-behandeling van de DBFM-overeenkomst die zal worden gesloten in het kader van een openbare aanbesteding voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud van project X, alsook het verstrekken van aanvullende diensten na oplevering van het bouwproject.
2. De aanvraag heeft betrekking op de volgende fiscale bepalingen:
- Opsplitsing van het DBFM-contract in zijn verschillende onderdelen voor de toepassing van de btw;
- Btw-behandeling van de beschikbaarheidsvergoeding en vergoeding facilitaire diensten die krachtens het DBFM-contract dienen te worden betaald;
II. Beslissing
II.1. Kwalificatie DBFM-overeenkomst
3. Om project X te realiseren zal een DBFM-overeenkomst afgesloten worden tussen enerzijds projectvennootschap X en anderzijds A en B.
4. Projectvennootschap X zal instaan voor de bouw, de financiering en het onderhoud van project X gedurende 25 jaar. Vanaf de beschikbaarheidsdatum zal projectvennootschap X eveneens facilitaire diensten verstrekken.
5. Tot aan de datum waarop het beschikbaarheidscertificaat wordt afgegeven ontvangt projectvennootschap X geen enkele vergoeding.
6. Na het afleveren van het beschikbaarheidscertificaat zal projectvennootschap X enerzijds prestatiegebonden beschikbaarheidsvergoedingen ontvangen die periodiek worden betaald gedurende de beschikbaarheidsperiode en anderzijds een vergoeding voor Facilitaire Diensten.
7. Het voorliggend DBFM-contract is derhalve een dienstverleningscontract dat bestaat uit verschillende hoofddiensten: het ontwerp en de oprichting, de financiering, het onderhoud en het verlenen van Facilitaire Diensten
8. Overeenkomstig artikel 2 van het btw-wetboek vormen deze diensten een economische activiteit.
9. Projectvennootschap X is bijgevolg een btw-belastingplichtige in de zin van artikel 4 btw-wetboek, wiens prestaties in principe aan btw zijn onderworpen.
10. De uitvoering van het hierboven beschreven DBFM-contract kwalificeert voor de toepassing van de btw derhalve in de opsplitsing in meerdere afzonderlijke btw-handelingen:het ontwerpen en de oprichting van de infrastructuur, een dienst bestaande in het onderhoud ervan, een financieringsdienst en een Facilitaire Dienstverlening.
II.2. Ontwerpen en bouwen – opeisbaarheid van btw – maatstaf van heffing
11. Het ontwerpen en het bouwen van de infrastructuur vormen de eerste hoofdcomponenten van het DBFM-contract en worden btw-technisch op dezelfde wijze behandeld.
12. A zal door natrekking eigenaar worden van de infrastructuur naargelang de werken vorderen. Projectvennootschap X wordt op geen enkel ogenblik eigenaar van het nieuwe gebouw daar ze niet over de benodigde eigendoms-, zakelijke of gebruiksrechten beschikt. Projectvennootschap X verricht dus een werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, §2, btw-wetboek.
13. A en B, afnemer van deze dienst, zijn publiekrechtelijke lichamen in de zin van artikel 6 btw-wetboek. Zij verrichten geen uitgaande handelingen welke btw-belast zijn overeenkomstig artikel 6, tweede en derde lid btw-wetboek.
14. Gelet op het bovenstaande is de verlegging van heffing naar de medecontractant overeenkomstig artikel 20 van Koninklijk Besluit nr. 1 van 29 december 1992 niet van toepassing op deze dienst.
15. Derhalve zal projectvennootschap X, overeenkomstig artikel 51, §1,1° btw-wetboek, als dienstverrichter, schuldenaar zijn van de btw over deze dienst van ontwerp en oprichting van de infrastructuur.
16. Aangezien zowel A als B kwalificeren als publiekrechtelijke lichamen in de zin van artikel 6 btw-wetboek en het stelsel btw medecontractant niet van toepassing is, wordt de btw op de D&B-component opeisbaar op het moment van ontvangst van betaling.
17. De btw verschuldigd over de D&B-component begrepen in de beschikbaarheidsvergoedingen zal dan ook, overeenkomstig artikel 22bis, § 4, btw-wetboek, gespreid opeisbaar worden gedurende de gehele exploitatiefase, telkens de betaling ervan wordt ontvangen.
18. Overeenkomstig artikel 26 btw-wetboek wordt de belasting berekend over alles wat de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie de dienst wordt verstrekt.
19. Overeenkomstig artikel 36, §1, btw-wetboek mag de maatstaf van heffing van het werk in onroerende staat dat de projectvennootschap X verricht niet lager zijn dan de normale waarde zoals die bepaald is door artikel 32 btw-wetboek.
20. Ter zake bepaalt artikel 32 btw-wetboek:
“als normale waarde wordt beschouwd het volledige bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van de goederen of de dienst wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen of diensten op dat tijdstip te verkrijgen”.
21. Indien er geen vergelijkbare verrichting voorhanden is, mag de normale waarde van een levering van goederen niet lager zijn dan de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop die levering wordt verricht, en, met betrekking tot een dienst, een waarde die niet lager is dan de door de belastingplichtige voor het verrichten van die dienst gemaakte uitgaven.
22. Of er vergelijkbare verrichtingen voorhanden zijn of niet behoort echter niet tot de bevoegdheid van de DVB. Terzake is het duidelijk dat o.a. de kosten van ontwerp en oprichting en de intercalaire interesten deel uitmaken van de minimale maatstaf van heffing.
23. Tevens wordt bevestigd dat de maatstaf van heffing van de D&B-component van de infrastructuur zal worden vastgesteld door de toekomstige investerings vergoedingen te actualiseren gebruik makende van de WACC-methode (weighted average cost of capital).
II.3. Financiering van het project
24. De investeringsvergoeding bevat tevens een financieringscomponent voor het project.
25. Overeenkomstig artikel 44, §3, 5° btw-wetboek is het financieringscomponent van de investeringsvergoeding vrijgesteld van btw.
II.4. Onderhoudsfase (fase na de beschikbaarheidsdatum)
26. Vanaf de beschikbaarheidsdatum zal projectvennootschap X een onderhoudsvergoeding ontvangen voor de prestaties de betrekking hebben op het onderhoud en de instandhouding van de infrastructuur.
27. Het onderhoud van de infrastructuur wordt voor btw-doeleinden beschouwd als een werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, §2, laatste lid btw-wetboek en is dus aan btw onderworpen.
28. Deze onderhoudswerken vormen bovendien een doorlopende dienstprestatie, die aanleiding zal geven tot periodieke afrekeningen of betalingen. Overeenkomstig artikel 22, §2, btw-wetboek wordt deze dienst als voltooid beschouwd bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling (beschikbaarheidsvergoeding) betrekking heeft.
29. De btw verschuldigd over het onderhoudscomponent begrepen in de beschikbaarheidsvergoedingen zal, overeenkomstig artikel 22bis, § 4, btw-wetboek, gespreid opeisbaar worden gedurende de gehele exploitatiefase, telkens de betaling ervan wordt ontvangen.
II.5. Facilitaire Dienstverlening
30. Projectvennootschap X zal tijdens de beschikbaarheidsfase enkele facilitaire diensten verrichten voor B.
31. Aangezien B een publiekrechtelijk lichaam is in de zin van artikel 6 btw-wetboek, wordt de btw op de vergoeding voor deze facilitaire diensten opeisbaar op het moment van ontvangst van de betaling ervan.
II.6. Correcties
32. A en B zullen vanaf de beschikbaarheidsdatum op periodieke basis brutovergoedingen betalen aan projectvennootschap X.
33. Concreet wordt de betaling aan projectvennootschap in de DBFM-overeenkomst gekoppeld aan de kwaliteit van de geleverde diensten door de omvang van de periodieke vergoeding via kortingen afhankelijk te maken van de staat waarin de te gebruiken infrastructuur zich bevindt.
34. Gelet op de noodzaak om een eenvormige toepassing te bekomen van de btw dienen bovenstaande correcties niet als een “schadevergoeding” te worden gekwalificeerd, maar als een prijsvermindering in de zin van artikel 28, 2° btw-wetboek.
35. Voor de toepassing van de btw dienen de brutovergoedingen evenwel te worden opgedeeld teneinde te bepalen op welk component van de DBFM-overeenkomst de correctie betrekking heeft teneinde de corresponderende maatstaf van heffing te verminderen.
36. Hierbij kan worden aanvaard dat de correcties niet slaan op de financieringscomponent (interest) van de beschikbaarheidsvergoedingen die louter betrekking heeft op de spreiding van de betaling van de prijs.
37. Indien de correctie betrekking heeft op het ontwerp en de bouw van de infrastructuur zal deze correctie in mindering dienen te worden gebracht van de maatstaf van heffing van de D&B-component.
38. In dat verband moet worden opgemerkt dat deze correcties van de D&B-component niet tot gevolg kunnen hebben dat de door artikel 36, §1, b) btw-wetboek bepaalde minimummaatstaf van heffing voor de ontwerp –en bouwfase wordt aangetast.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.