Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Courtrai du 21.09.1998
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van Eerste aanleg van het Arrondissement Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, Tweede Kamer met een rechter, Rechtsprekende in Burgerlijke Zaken :
D. P., aannemer,
- geboren te … op 24 augustus 1966;
- wonende te …, …;
- vertegenwoordigd door en pleitend Meester P. C., advocaat te …, …;
Tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
- Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen;
- In de persoon van de BTW-ontvanger te Roeselare, Rondekomstraat 30;
- VERWEERDER;
- vertegenwoordigd door en pleitend Meester F. W., advocaat te …, …;
De respectieve raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet in openbare terechtzitting.
De besluiten en stukken werden ingezien.
Bij dagvaarding betekend op 30 juli 1997 door gerechtsdeurwaarder D. H. met standplaats te … heeft eiser verzet aangetekend tegen het dwangbevel op 30 juni 1997 uitgevaardigd door de Ontvanger van het BTW-kantoor te Roeselare, Jozef Vancalbergh en op 2 juli 1997 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door W. L., hoofdcontroleur van de 1ste BTW-controle te Torhout, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de belastingen over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen te Brugge en op 3 juli 1997 bij aangetekende zending aan hem, verzetdoende eiser, ter kennis gegeven (art. 88 § 2 BTW-Wetboek).
Het dwangbevel in kwestie vordert :
als belasting over de toegevoegde waarde:
- als belasting over de toegevoegde waarde : … fr.
- als geldboete krachtens art. 70, § 1 en
70, § 1bis van het BTW-Wetboek : … fr.
totaal : … fr.,
vermeerderd met :
1° de intrest van 0,8 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21 januari 1994;
2° de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de kennisgeving of de betekening van het dwangbevel ingevolge art. 91, § 4 van het BTW-Wetboek;
3° de vervolgingskosten.
De verzetdoende eiser vordert te zeggen voor recht dat het dwangbevel voormeld niet, onwettig en ongegrond was en derhalve geen enkel gevolg kon en kan hebben.
Dienvolgens verweerder te veroordelen tot terugbetaling van de bedragen die hij, verzetdoende eiser, heeft betaald aan verweerder, te weten :
- in hoofdorde :
De som van … fr., te vermeerderen met de wettelijke rente van 9,6 % vanaf de betalingen of de inhoudingen (data in de loop van het geding mede te delen) tot de algehele terugbetaling aan hem, eiser;
- in ondergeschikte orde :
tot het bedrag van provisioneel … fr., te vermeerderen met de evenredige boeten en rentes, meer de wettelijke rente van 9,6 % vanaf de betaling tot de algehele terugbetaling aan hem, eiser.
Verweerder tevens te veroordelen tot de gedingkosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
Het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, spijts enig rechtsmiddel en zonder borgstelling noch kantonnement.
De argumentatie van eiser is van tweeërlei aard :
1° Hij zet uiteen dat aan het hem ter kennis gegeven dwangbevel een d.d. 30 juni 1997 door de ontvanger te Roeselare voor eensluidend verklaard afschrift van een correctie-opgave was gevoegd, opgesteld door W. V., opsteller 1ste Klasse van het Controlekantoor Torhout I.
Dat de correctie-opgave weliswaar op 21 december 1995 ondertekend werd door een door hem gemandateerd boekhouder van de bvba F., administratiekantoor, doch dat de correctie-opgave nietig is met als gevolg dat ook het er op steunend dwangbevel nietig is.
De nietigheid van de correctie-opgave motiveert eiser door te stellen dat zij met onjuistheden was behept zodat het dwangbevel niet minder dan twee pagina’s “correcties” aan de “correctie-opgave” moest toepassen, hetgeen de nietigheid, minstens de rechtsongeldigheid van de correctie-opgave meebrengt (en mede ook van het dwangbevel dat uitsluitend op de correctie-opgave is gesteund).
2° Dat zijn gevolmachtigde een dwaling heeft begaan door zijn activiteit als meeromvattend te aanzien dan zij daadwerkelijk is.
Dat de fiscale controleur een omzetverhoging toepaste voor 1991 en 1992 wegens de eigen werkzaamheden die hij, eiser, had verricht aan zijn eigen woonhuis (art. 19, § 2 BTW-Wetboek). Dat de werkzaamheid die hem BTW-plichtig maakt slechts bestaat in de aanneming van "metsel- en betonwerken" en de dak- en tegelzettingswerken die hij eveneens aan zijn eigen huis heeft uitgevoerd geenszins tot zijn geregelde werkzaamheid behoren zodat deze onmogelijk mochten opgenomen worden in de omzetverhoging van de professionele BTW-plichtige activiteit van hem, eiser.
Beoordeling
De BTW-controle die resulteerde in de op 21 december 1995 door de gemandateerde boekhouder van de bvba F.-administratiekantoor ondertekende correctie-opgave vond plaats op 26 juni 1995 over de boekjaren 1991 tot en met 1993 door W. V., opsteller 1ste Klasse, verbonden aan de 1ste BTW-controle van Torhout.
De uit de correctie-opgave blijkende schuld werd gedeeltelijk aangezuiverd met verscheidene betalingen.
Eiser bij monde van zijn raadsman vroeg zelf om een dwangbevel teneinde verzet te kunnen doen ertegen.
Een door de belastingplichtige zelf of door zijn gemandateerde ondertekende regularisatie-opgave houdt meestal een eenvoudige bekentenis in van begane feitelijkheden en overtredingen en vormt doorgaans ook een fiscaal compromis omtrent feitelijkheden waarbij partijen ter beëindiging van het geschil de vaststelling daarvan aanvaarden.
De door eiser op 1 februari 1991 aan de bvba F. gegeven volmacht is zeer omvattend en strekt ertoe ter gelegenheid van controles uitgevoerd door het Ministerie van Financiën eiser als lastgever :
- te vertegenwoordigen, te verdedigen en in zijn naam en voor zijn rekening voorlegging te doen van alle door gemelde dienst gevraagde stukken en bindend te antwoorden op alle mondelinge en schriftelijke vragen van de controlerende ambtenaren;
- de naheffingsopgaven of andere stukken geldig en bindend te ondertekenen.
Deze volmacht geldt zowel voor de reeds uitgevoerde handelingen en toezichten, als voor deze nog in de toekomst te doen.
Deze volmacht is geldig tot bij de schriftelijke herroeping door de lastgever en vervangt en vernietigt alle voorgaande die met dezelfde doeleinden mochten gegeven zijn.
De bvba F. is bij de controle en bij het ondertekenen van de correctie-opgave opgetreden binnen het kader van de haar verleende, niet herroepen, voormelde volmacht (eigenlijk mandaat).
De ondertekening van de correctie-opgave door de bevoegde mandataris maakt haar tot een wederkerige overeenkomst.
Aangezien een fiscaal compromis in essentie enkel mogelijk is omtrent een feitenkwestie kunnen vergissingen omtrent deze feiten in se door partijen niet meer ingeroepen worden als reden om op dit fiscaal compromis terug te komen.
Een materiële vergissing, te verstaan zijnde als een vergissing die voortvloeit uit een gebrek aan aandacht, een verstrooidheid, een rekenfout, kan wel aanvaard worden als reden om op een fiscaal compromis terug te komen.
In de correctie-opgave blijken er inderdaad nogal wat vergissingen te zijn geslopen die echter allen nog als materiële vergissingen kunnen worden beschouwd en derhalve door verweerder konden worden rechtgezet en verduidelijkt in het dwangbevel.
Het gaat hier om het volgende :
- er werden enkele verkeerde berekeningen verricht in de correctie-opgave bij het vaststellen van de omzet, louter te wijten aan een rekenfout (zie dwangbevel p. 3 - stuk 5 verweerder);
Trouwens de nieuwe omzetverhoging komt voordeliger uit voor eiser;
- voor 1992 is dat …fr. in plaats van … fr.;
- de controle-ambtenaar heeft een juiste interpretatie gegeven aan de wet;
er is een omzetverhoging gebeurd doordat eiser zelf diensten heeft verricht aan zijn eigen woning;
dit moet in de boekhouding voorkomen als een maatstaf van heffing voor de BTW volgens art. 19, § 2 BTW-Wetboek;
echter werd de verkeerde formulering gebruikt in de correctieopgave;
de inbreuken leiden inderdaad tot een verhoging van de omzet volgens art. 50 van het BTW-Wetboek (dit is het gevolg) maar art. 19, § 2 is de oorzaak waardoor de omzet verhoogt (trouwens uit het verzet blijkt maar al te goed dat eiser begrepen heeft dat het om een toepassing van art. 19, § 2 BTW-Wetboek gaat);
- om het BTW-tarief te bepalen volgens art. 37, BTW-Wetboek en het K.B. 20 van 20 juli 1970 is het noodzakelijk het tijdstip van het belastbaar feit te kennen;
voor een dienst is dit bij voltooiïng van de dienst, dit was in casu eind 1992 (zie art. 22 BTW-Wetboek);
het BTW-tarief was oen 19,5 % (tot 31 maart 1992 was it 17 %); zodoende is de omzetverhoging volledig te belasten aan dit tarief (zie K.B. 20
- wat de berekening van de boeten betreft heeft de Administratie ingestemd met het verzoek van eiser in zijn schrijven van 19 maart 1996 om de boeten te verminderen
De Administratie heeft de boeten verminderd tot 10 % zoals in het dwangbevel werd aangegeven (p. 4, stuk 5, rubriek D XXV - verweerder);
De boeten zijn verminderd van … fr. tot … fr. (echter opnieuw verhoogd met 50 % wegens de noodzaak van het betekenen van een dwangbevel);
- de correcties in het dwangbevel komen voordeliger uit voor eiser, uitgezonderd dat bij het bepalen van het fiscaal compromis de verkeerde tarieven gebruikt werden;
gezien deze BTW-tarieven van openbare orde zijn moeten zij dus correct worden toegepast, een vermindering van tarief is niet mogelijk (zelfs niet bij een dading);
- bij de herberekening van het BTW-bedrag vatbaar voor terugbetaling werd ook een rekenfout begaan zodat niet … fr. vatbaar is voor terugbetaling maar wel na herberekening … fr. kan teruggevorderd worden.
De voormelde verduidelijkingen en rechtzettingen van materiële vergissingen, ook al zijn zij eerder talrijk, tasten de geldigheid van de correctie-opgave en van het er op steunende dwangbevel niet aan.
Wat art. 19, § 2 BTW-Wetboek betreft en zijn toepassing
Art. 19, § 2 BTW-Wetboek zoals toentertijde van toepassing luidde als volgt :
"Met het verrichten van een dienst wordt eveneens gelijkgesteld, de uitvoering door een belastingplichtige van een werk in onroerende staat :
1° voor eigen behoeften, met uitzondering van werk dat bestaat in de oprichting van een gebouw door een in artikel 8, § 1 bedoelde belastingplichtige;
2° voor privédoeleinden van zijn personeel en, meer algemeen, om niet of voor andere dan beroepsdoeleinden.”.
Eiser heeft zich in het handelsregister ingeschreven voor de volgende activiteit : "Algemene bouwonderneming/aanneming beton en metselwerken" (zie p. 2 stuk 6 verweerder).
Verweerder is van mening dat vloer- en dakwerken onder de gewone werkzaamheden van een (algemene) bouwonderneming vallen.
In de lijst voor de geregistreerde aannemers van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en het Ministerie van Tewerkstelling werd eiser geregistreerd onder het nummer … (zie stuk 7 verweerder).
De eerste negen cijfers geven het BTW-nummer weer, de volgende twee de provincie, de volgende twee de tewerkstellingscode.
Deze code is terug te vinden in de lijst in de bijlage van het K.B. van 5 oktober 1978.
De betekenis van code 11 is, algemene bouwwerkzaamheden, dit is de gehele of gedeeltelijke uitvoering van voltooiïngswerken etc… (zie stuk 8 verweerder).
Uit het voorgaande kan verweerder enkel concluderen dat eiser al van bij het begin van zijn activiteit ervoor gezorgd heeft dat hij alle bouwwerken zou kunnen aanvaarden.
Eiser legt zijn facturen voor.
De rechtbank merkt hierbij op dat zeer veel facturen vaag zijn opgesteld in de zin van "uitgevoerd werk" ofwel aan verbouwing ofwel aan nieuwbouw.
De term "werken" sluit uiteraard niet uit dat dit ook andere werken inhield dan beton- en metselwerken.
Op de facturen 38/91 en 39/91 (aan derden gericht) worden dan weer hoeveelheden Oregon vermeld, wat toch kan wijzen op timmer of schrijnwerk.
De factuur 37/91 (aan derden gericht) vermeldt dan weer uitdrukkelijk "leggen van dakplaten".
Ook de factuur 63/92(aan derden gericht) heeft het over hoeveelheden Oregon, baddens ...
Eiser legt eveneens een opmeting van werken voor die tevens vloer-, muur- en terrasfundering omvatten en ook alvast meer omvatten dan louter beton- en metselwerk ...
Er is derhalve alvast zeker niet bewezen dat eiser louter beton en metselwerken zou uitvoeren...
Art. 19, § 2 BTW-Wetboek heeft het verder nergens over "geregelde" activiteiten en werkzaamheden en trouwens, zelfs indien nog zou kunnen bewezen worden dat eiser nog geen vloer- of dakwerken had uitgevoerd, quad non, een vergissing omtrent de uitgevoerde werkzaamheid van de mandant in hoofde van de mandataris begaan is moeilijk denkbaar en is bovendien een vergissing over feiten die niet voor verbetering vatbaar is en de geldigheid van de correctie-opgave niet aantast.
Het verzet tegen het dwangbevel van eiser komt tijdig, regelmatig naar de vorm, toelaatbaar, ontvankelijk maar ongegrond voor.
De vordering van eiser in terugbetaling komt toelaatbaar, ontvankelijk doch ongegrond voor.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de art. 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935.
Wijzende op tegenspraak.
Verklaart het verzet tijdig, regelmatig naar de vorm, toelaatbaar en ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.
Verklaart de vordering van eiser in terugbetaling toelaatbaar en ontvankelijk maar ongegrond.
Legt alle geding- en gerechtskosten ten laste van eiser, zowel deze aan zijn zijde gevallen als aan de zijde van verweerder en door deze laatste begroot is op 8 september 1997 neergelegde besluiten op … fr. rechtsplegingsvergoeding.
Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts enig rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement voor wat de veroordeling tot de geding- en gerechtskosten betreft.
Aldus gevonnist en uitgesproken in het Gerechtsgebouw te Kortrijk in openbare terechtzitting op EENENTWINTIG SEPTEMBER NEGENTIENHOND ACHTENNEGENTIG.
Aanwezig :
M. B., alleenzetelend rechter,
G. H., griffier.
G. H. M. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.