Prescription, Délai prolongé de cinq ans · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour de cassation F.14.0113.N 26 novembre 2015

Rechercher
Texte en néerlandais

Prescription, Délai prolongé de cinq ans

https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-delai-prolonge-cinq-ans-cassation-bruxelles-2015-11-26-daea

Juridiction
Cour de cassation
Numéro de rôle
F.14.0113.N
Date
26 novembre 2015

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF
Sens lu par le SPF
favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

35 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour de cassation dd. 26.11.2015 (F.14.0113.N)

(Favorable à l’administration)

Prescription - Délai prolongé de cinq ans - Indices de fraude fiscale - Notification préalable - Moment de l'envoi

Législation

CTVA, art. 84ter

Sommaire (par la Cour)

Il ressort du texte de l'article 84ter du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, de la reprise de cette disposition dans le chapitre XIV "Poursuites et instances. - Sûretés données au Trésor" et de l'absence de la notion de "délai d'instruction" dans le droit relatif à la taxe sur la valeur ajoutée, que l'administration ne doit notifier les indices de fraude fiscale que préalablement à la réclamation de la taxe au cours du délai complémentaire de quatre ans; cette notification ne doit pas avoir lieu préalablement aux actes d'instruction posés par l'administration (Voir Cass. 27 mars 2015, RG F.12.0029.N).

Texte de l’arrêt

L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale

Corps de la décision

Arrest van het Hof van Cassatie

dd. 26.11.2015

(F.14.0113.N)

M. V. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger der btw te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie en bijgestaan door mr. … , advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te … , waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 november 2013.

…

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 81bis, § 1, eerste lid, Btw-wetboek, zoals hier toepasselijk, is er verjaring voor de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.

Krachtens artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4°, Btw-wetboek, zoals hier toepasselijk, is er, in afwijking van het eerste lid, evenwel verjaring na het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan, wanneer de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.

Krachtens artikel 84ter Btw-wetboek, zoals hier toepasselijk, moet de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde, indien zij voornemens is de verjaringstermijn bepaald in artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4°, toe te passen, op straffe van nietigheid van de rechtzetting, voorafgaandelijk aan de betrokkene schriftelijk en nauwkeurig kennis geven van de vermoedens van belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode.

Uit de tekst van artikel 84ter Btw-wetboek, de opname van deze bepaling in hoofdstuk XIV "Vervolgingen en gedingen, rechten en voorrechten van de schatkist" en uit de afwezigheid van de notie "onderzoekstermijn" in het btw-recht, volgt dat de administratie de kennisgeving van de vermoedens van belastingontduiking slechts dient te verrichten voorafgaandelijk aan de vordering van de belasting in de aanvullende termijn van vier jaar.

Die kennisgeving dient niet te geschieden voorafgaandelijk aan het stellen van onderzoeksdaden door de administratie.

2. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dispositif

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 173,55 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

Textes cités

2
CTVA art. 84ter3 occurrences
CTVA art. 81bis2 occurrences

Jurisprudence

4

Belgique

4

Tribunal de première instance de Bruxelles23/4989/A03.12.2025

Propriétaire, Rénovations, transformation

Tribunal de première instance de Bruxelles03.12.2025

Travaux immobiliers

Tribunal de première instance de Liège20.02.2023

Délai de prescription de sept ans, Intention frauduleuse

Voir les 4

Doctrine administrative

2

Voir les 6 documents

Décisions similaires

8