Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement de la tribunal de première instance de Gand du 09.09.2025
[ Jugement Favorable ]
TVA – Visite à domicile – Procès-Verbal – Non-paiement
Samenvatting
Niet beschikbaar
Texte intégral
Corps de la décision
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent d.d. 09.09.2025
24/105/A
IN DE ZAAK VAN:
X. Ltd., met zetel te … Bulgarije, BTW BG …, woonplaatskeuze doende bij haar raadslieden,
eiseres, vertegenwoordigd door mr. S.L. en mr. L.V., advocates met kantoor gelegen te …
TEGEN:
De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, ON …, in de persoon van de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de adviseur-generaal van de Bijzondere Belastinginspectie te Gent, met kantoren gevestigd te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6 bus 801,
verweerder, vertegenwoordigd door M.B., attaché,
BESLIST DE RECHTBANK ALS VOLGT:
1.Rechtspleging.
De rechtbank hoorde op de openbare terechtzitting van 24 juni 2025 partijen in hun argumenten. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam zij de zaak in beraad.
De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in.
De rechtbank heeft de Nederlandse taal gebruikt in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
2.Relevante feiten van het geschil en voorafgaande procedure.
2.1.
Eiseres werd op 1 september 2016 opgericht. De vennootschap heeft als activiteiten:
Ingenieursactiviteiten en technische consultancy;
Constructie van residentiele en niet residentiele gebouwen.
De maatschappelijke zetel van eiseres is gevestigd in Bulgarije.
B.V. en M.V. zijn elk voor de helft aandeelhouder. Ze zijn ook de enige bestuurders.
B.V. en M.V. zijn tevens elk voor de helft aandeelhouder van X. (hierna afgekort als X.), met maatschappelijke zetel te ... B.V. is de enige bestuurder van X..
2.2.
Op 17 maart 2022 voerde de administratie overeenkomstig artikel 63 WBTW een huisvisitatie uit op het adres …, het privéadres van B.V. en M.V. en tevens het adres van de maatschappelijke zetel van X.
Tijdens de huisvisitatie nam de administratie bij toepassing van artikel 61, § 2 WBTW boeken en stukken voor nazicht mee naar het kantoor. Hiervan werden ter plaatse twee processen-verbaal van retentie d.d. 17.03.2022 opgemaakt. Daarnaast werden digitale gegevens ingezien en gekopieerd. Hiervan werden twee processen-verbaal van informaticahandelingen d.d. 17.03.2022 opgemaakt. Tevens werden verklaringen van B.V. en M.V. afgenomen. Van deze verklaringen werd een proces-verbaal d.d. 21.03.2022 opgesteld.
Op 24 maart 2022 verzond de administratie aan X. een afschrift van (i) het pv van verklaringen, (ii) het pv van visitatie en (iii) het pv van vaststellingen.
Op 4 mei 2022 maakte de administratie een verzoek tot het bekomen van inlichtingen aan de Bulgaarse Belastingadministratie (NRA) over. Op dit verzoek werd op 6 juli 2022 een antwoord van de Bulgaarse Belastingadministratie ontvangen.
Eveneens op 4 mei 2022 verzond de administratie een vraag om inlichtingen aan X.. Deze vraag werd op 12 mei 2022 gedeeltelijk beantwoord. Op 20 mei 2022 maakte de boekhouder van X. de digitaal bewaarde facturen aan de administratie over. Op 20 mei 2022 ging de administratie naar de maatschappelijke zetel van X. en nam er de originele aan- en verkoop-facturen voor de periode van 1 januari 2015 t.e.m. 30 juni 2019 in retentie. Van deze retentie werd een proces-verbaal d.d. 20.05.2022 opgemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal werd op 24 mei 2022 aan X. verzonden.
Op 8 juni 2023 stelde de administratie een schriftelijke vraag aan het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken. Op 13 juni 2023 ontving de administratie het antwoord op deze vraag.
Op 13 oktober 2023 bracht de administratie de in retentie genomen stukken terug naar het adres ... B.V. nam de stukken in ontvangst.
Bij aangetekend schrijven d.d. 19 oktober 2023 verzond de administratie aan eiseres een "kennisgeving van toepassing van de 7-jarige verjaringstermijn inzake BTW".
Op 31 oktober 2023 maakte de administratie een proces-verbaal van taxatie op waarin inbreuken op de BTW-wetgeving voor de periode van 1 september 2016 t.e.m. 31 december 2021 werden opgenomen. Dit pv werd op zelfde datum aan eiseres verzonden. In de begeleidende brief meldde de administratie dat de belastingschuld bij niet-betaling zou worden opgenomen in het innings- en invorderingsregister (artikel 85, § 1 WBTW).
Op 12 november 2023 verzond de administratie aan eiseres een "Betaalbericht" waarbij betaling werd gevraagd van 414.549,00 € BTW, 904.090,00 € boete en 67.431,84 € intresten op BTW.
Aangezien eiseres niet tot betaling overging, werd de BTW-schuld op 18 december 2023 ingeschreven in het innings-en invorderingsregister onder het nummer 202312NL015. Dit register werd op 19 december 2023 uitvoerbaar verklaard. Het innings-en invorderingsbericht werd op 19 december 2023 aan eiseres toegezonden.
Op 22 december 2023 Iegde eiseres op de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift op tegenspraak neer, waarmee ze huidige procedure opstartte.
3. Vorderingen van partijen.
Eiseres vraagt in haar Iaatste besluiten aan de rechtbank om:
De ingestelde vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren
dienvolgens in hoofdorde te zeggen voor recht:
de onwettelijk of ongegrondverklaring van het Proces-Verbaal inzake de Belasting over Toegevoegde Waarde van 31 oktober 2023 op naam van Concluante en de ongegrondheid van de erin opgenomen navordering aan BTW, zoals opgesteld door de heer N.C., Attaché bij Algemene Administratie van de Bijzondere Belasting Inspectie, Directie Gent, Inspectie BB/ Gent 1, wiens kantoren gevestigd zijn te Gaston Crommenlaan 6, bus 803, 9050 Ledeberg (Gent) en waarin van Concluante het volgende wordt gevorderd:
•BTW: 414.549,00 EUR
•BTW-geldboete: 904.090,00 EUR
•Interesten (vanaf 21/01/2022) 0,8 %/maand over 414.549,00 EUR
de onwettelijk of ongegrondverklaring van het betaalbericht dd. 12 november 2023 (kohier en schuldnummer 500281057068) waarbij navolgende bedragen worden geïnd (bijlage 2):
•BTW: 414.549,00 EUR
•BTW-geldboete: 904.090,00 EUR
•Interesten op BTW: 67.431,84
In ondergeschikte orde te zeggen voor recht dat de betaling van de BTW verricht door de hoofdelijk gehouden i.c. X. VOF bevrijdend werkt t.a.v. Concluante.
In de mate dat uw Rechtbank zou oordelen dat er geen sprake is van een onwettelijkheid/ongegrondheid van het Proces-Verbaal inzake de Belasting over Toegevoegde Waarde en het betaalbericht dd. 12 november 2023 en de door X. VOF gedane betaling t. a. v. Concluante niet bevrijdend zou zijn, strekt de vordering in meer ondergeschikte orde tot:
de kwijtschelding of vermindering van de opgelegde proportionele geldboete a rato van 200% ten belope van:
o 904.090,00 EUR
In ieder geval, de teruggaaf te bevelen van alle op grond van de in het Innings-en Invorderingsregister vermelde betaalde of ingehouden of na uitvoering van een beslag verkregen bedragen, te verhogen met de moratoriuminteresten vanaf datum van betaling of inhouding, zoals voorzien in artikel 91, §4 WBTW.
dienvolgens Verweerder te verwijzen in de kosten van het geding, met inbegrip van de vaste bijdrage t.b.v. 24,00 EUR voor de juridische tweedelijnsbijstand (inwerkingtreding op 1 mei 2017 van de wet van 19 maart 2017) evenals de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de ver-haalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat (B.S. 9 november 2007) (basisbedrag: 22.500,00 EUR);
Verweerder vraagt in zijn laatste besluiten aan de rechtbank om:
Het verzoekschrift van eiseres ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en in al zijn eisen of te wijzen.
De aanspraken van verweerder te bevestigen.
Eiseres te veroordelen tot alle kosten van het geding.
4. Beoordeling door de rechtbank.
De vordering van eiseres is gericht tegen het proces-verbaal van taxatie dd. 31 oktober 2023 en tegen het betaalbericht d.d. 12 november 2023.
In het kader van het ambtshalve onderzoek van de vordering van eiseres dient de rechtbank op te merken dat een rechtsvordering krachtens artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) niet kan worden toegelaten, indien de eiser er geen belang bij heeft om ze in te dienen.
Het belang waarvan sprake in artikel 17 Ger.W. kan worden omschreven als elk materieel of moreel voordeel dat wie een eis instelt of verweer voert, op het ogenblik van de rechtsgang mag verwachten en waardoor zijn huidige rechtstoestand gewijzigd of verbeterd kan worden.
Eiseres motiveert niet waarom ze bij een nietigverklaring van het proces-verbaal van taxatie d.d. 31 oktober 2023 en/of het betaalbericht d.d. 12 november 2023 belang zou hebben.
De rechtbank merkt op dat krachtens de invorderingsprocedure zoals die sinds 1 april 2019 inzake BTW van toepassing is, een onbetaalde BTW-schuld wordt opgenomen in een 'innings-en invorderingsregister', die de uitvoerbare titel vormt voor de invordering van de belastingschuld en deze concretiseert, wat ook wordt bevestigd in de parlementaire voorbereiding van de wet van 26 november 2018 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de automatisering van de uitvoerbare titel inzake de belasting over de toegevoegde waarde betreft (Part. St. Kamer, 2017-2018, DOC 54-3277/001, pp. 7-9).
In casu heeft de administratie middels een betaalbericht d.d. 12 november 2023 betaling ge-vraagd van 414.549,00 € BTW, 904.090,00 € boete en 67.431,84 € intresten op BTW. Aange-zien eiseres niet tot betaling overging, werd de BTW-schuld op 18 december 2023 ingeschreven in het innings-en invorderingsregister onder het nummer 202312NL015. Dit register werd op 19 december 2023 uitvoerbaar verklaard. Het innings-en invorderingsbericht werd op zelfde datum aan eiseres toegezonden.
Een eventuele nietigverklaring van het proces-verbaal van taxatie dd. 31 oktober 2023 en/of het betaalbericht d.d. 12 november 2023 beïnvloedt de uitvoerbare titel met het oog op de invordering van de belastingschuld ingeschreven in het innings-en invorderingsregister onder het nummer 202312NL015 niet.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering van eiseres krachtens artikel 17 Ger.W. onontvankelijk is.
De onontvankelijkheid van de vordering van eiseres belet de rechtbank om de middelen over de grond van de zaak te beoordelen.
5. Gerechtskosten.
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de gerechtskosten van het geschil in deze aanleg dragen.
Eiseres moet naast haar eigen kosten, de gedingkosten van verweerder dragen. Vermits verweerder niet vertegenwoordigd wordt door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding. Aangezien verweerder ook geen ander gerechtskosten verschuldigd is, is het overbodig om de gedingkosten vast te stellen.
Dispositif
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK, recht doende OP TEGENSPRAAK,
Verwerpt alle meeromvattende en strijdige conclusies als niet ter zake dienend.
Verklaart de vordering van eiseres onontvankelijk.
Stelt vast dat er geen kosten van het geding te begroten zijn.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op dinsdag 9 september 2025, waar aanwezig waren:
De heer F.J., rechter, voorzitter van deze kamer, bijgestaan door mevrouw A.C., griffier.
A.C. F.J.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.