Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 20.05.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 33ste Kamer
A.R. 2007/11560/A
In zake van :
De NV A., met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …, woonplaatskiezende bij haar raadsman,
eisende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. J. S., advocaat te …, … (ref : …),
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van de Federale Overheidsdienst Financiën, Sector BTW, in de persoon van de heer ea. Inspecteur van het BTW-ontvangkantoor Brussel IV, met kantoren te 1000 Brussel, Jozef Stevensstraat 7,
verwerende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. J. B. loco Mr. J. H., advocaat te …, … (ref. : …),
In deze zaak. in beraad genomen op 28 april 2008,. spreekt de rechtbank
het navolgend vonnis uit :
Gelet op :
- het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decies van het gerechtelijk wetboek uitgaande van eisende partij en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 27 december 2007,
- de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek van 26 oktober 2007,
- de conclusie en aanvullende conclusie van verweerster, neergelegd ter griffie respectievelijk op 19 december 2007 en op 20 februari 2008,
- de conclusie van eiseres, neergelegd ter griffie op 25 januari 2008,
- het bundel met stavingsstukken van verweerster, neergelegd ter griffie op 19 december 2007,
- het bundel met stavingsstukken van eiseres, neergelegd ter griffie op 21 april 2008.
De raadslieden van partijen werden gehoord in openbare zitting, waarna de zaak, werd in beraad genomen.
1. FEITEN
Eiseres is ingeschreven als belastingplichtige voor de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) voor haar activiteit van makelaar in onroerende goederen en als dusdanig ingeschreven onder het nummer BE ….
De BTW-aangifte voor het eerste kwartaal 2007 resulteerde in een belastingkrediet ten belope van € … waarvan eiseres de teruggave vorderde.
Op 5 juni 2007 werd ter plaatse een controle uitgevoerd voor de periode tussen 1 januari 2005 en 31 maart 2007.
Omdat geen instemming van de belastingplichtige kon bekomen worden in verband met een op 8 juni 2007 verzonden correctieopgave, werden de vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal dd. 20 juni 2007. Dit proces-verbaal werd opgesteld door “M. B.”, fiscaal deskundige en A. G., stagiaire inspecteur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, Controlekantoor BTW Brussel 3, Brussel 5 en Sint-Joost-ten-Noode, waarvan de burelen gevestigd zijn te (…), en bij bijzondere machtiging uitgereikt door de heer K. J., gewestelijke directeur van de tweede BTW-directie, waarvan de kantoren gevestigd zijn (…), gemachtigd om BTW-controles uit te oefenen in het ressort van de controle Brussel 3, 5 en Sint-Joost-ten-Noode.
Blijkens dit proces-verbaal bleef eiseres de som van € … verschuldigd ten titel te van belasting en € … aan proportionele boetes, meer de interesten.
Middels een akte van inhouding van 25 juni 2007 werden, deze bedragen ingehouden op het in het voordeel van eiseres bestaande saldo van de rekening-courant.
2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN
De vordering strekt ertoe de inhouding op te heffen en verweerster te veroordelen tot teruggave van de ingehouden som van € … te verhogen met verwijlinteresten aan 9,6 % per jaar overeenkomstig artikel 91, § 3 van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde vanaf 31 maart 2007 tot de datum van de neerlegging van het inleidend verzoekschrift en vervolgens met de gerechtelijke interesten.
Verweerster concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.
3. BEOORDELING
De bestreden inhouding is gesteund op de vaststellingen opgenomen in het proces-verbaal van 20 juni 2007.
Eiseres houdt staande dat dit proces-verbaal nietig is omdat het niet is ondertekend door een bevoegd ambtenaar.
Overeenkomstig artikel 59, § 1 van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (hierna W.BTW) gelden vaststellingen opgenomen in de processen-verbaal van de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën tot bewijs van het tegendeel.
Zoals gezegd werd het kwestieuze proces-verbaal opgesteld door een fiscaal deskundige en een stagiaire-inspecteur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, houders van een bijzondere machtiging om BTW-controles uit te oefenen in het kwestieuze ressort.
De vermeldingen van de naam, de hoedanigheid en de administratieve standplaats van de verbalisanten zijn voorgeschreven teneinde te kunnen nagaan of zij gehandeld hebben binnen de perken van hun bevoegdheid. Een proces-verbaal opgesteld door een niet bevoegde ambtenaar is immers nietig (Comm. BTW, nummer 59/398 en 59/407, www.fisconet.be. ).
Enkel een ambtenaar van de FOD Financiën die regelmatig benoemd en in functie is; bezit de vereiste bevoegdheid om een proces-verbaal op te stellen in de zin van artikel 59, § 1 W.BTW. Om een proces-verbaal te kunnen opstellen moet de verbalisant derhalve de eed van het rijkspersoneel hebben afgelegd (Comm. BTW, nummer 59/396.)
Aldus beschikt de 'in disponibiliteit gestelde', de ontslagen, de geschorste of de uit het ambt ontheven ambtenaar niet langer over de vereiste bevoegdheid om een proces-verbaal op te maken van de onregelmatigheden die ze hebben ontdekt terwijl ze hun functie uitoefenden (Comm. BTW-nummer 397).
Verweerster erkent dat, nu de eed van het rijkspersoneel wordt afgelegd na het beëindigen van de stage, een stagiaire niet over de bevoegdheid beschikt om een proces-verbaal te stellen.
Echter, zoals verweerster terecht doet opmerken, is helemaal niet vereist dat een proces-verbaal door twee ambtenaren opgesteld wordt. Een proces-verbaal opgesteld en ondertekend door een statutair ambtenaar in functie is derhalve rechtsgeldig, zelfs indien het mede ondertekend is door een niet-ambtenaar.
Derhalve dient de bevoegdheid te worden onderzocht van de heer M. B., die het proces-verbaal heeft ondertekend in zijn hoedanigheid van fiscaal deskundige. Verweerster legt ter zake twee stukken neer :
- enerzijds een niet ondertekende omzendbrief dd. 18 april 2005 uitgaande van de heer K. J., gewestelijke directeur ad interim, waarbij met ingang van 1 mei 2005 machtiging wordt verleend aan alle agenten die belast zijn met controleopdrachten en gehecht zijn aan de directie BTW Brussel 2, om controles uit te oefenen in de ambtsgebieden van alle BTW-kantoren die afhangen van voornoemde BTW-directie,
- een niet ondertekend noch gedagtekend document met als titel 'personeelsbestand directie BTW Brussel 2" met als ondertitel 'voorziene indiensttreding', waarin de heer M. B. vermeld wordt in de kolom fiscaal deskundige verif. 28 B'.
De voormelde omzendbrief wijst de gemachtigde ambtenaren niet nominatim aan. Uit dit stuk kan derhalve niet worden opgemaakt of de heer B. een ambtenaar was van de FOD Financiën.
Hetzelfde geldt voor het tweede document. Niet enkel is het niet voorzien van een eensluidende verklaring, zodat met betrekking tot de authenticiteit van het document geen enkele garantie bestaat, doch bovendien vermeldt het nergens of de personen die erin vermeld staan statutaire ambtenaren zijn, dan wel tewerkgesteld zijn door middel van een arbeidsovereenkomst. Tot slot vermeldt het stuk niet op welke periode deze gegevens betrekking hebben.
Teneinde te kunnen oordelen over de bevoegdheid van de heer B. is het daarom vereist dat verweerster het bewijs neerlegt van diens eedaflegging, alsmede een ondertekende verklaring van een leidinggevend ambtenaar dat de heer B. tijdens de volledige periode tussen de aanvang van de controle en het opstellen van het laatste proces-verbaal in dienst was als statutair ambtenaar zonder geschorst te zijn.
De debatten worden heropend teneinde verweerster in de mogelijkheid te stellen deze stukken neer te leggen.
Teneinde te voldoen aan het voorschrift van artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek worden hierna in het dispositief de termijnen bepaald waarbinnen partijen eventuele nieuwe syntheseconclusies kunnen neerleggen.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,
Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,
Verklaart de vordering ontvankelijk.
Heropent de debatten, alvorens ten gronde uitspraak te doen, om de hoger vermelde redenen, en stelt de zaak uit naar de zitting van deze kamer van 19 juni 2009 om 8.45 uur, die zal doorgaan in het gerechtsgebouw alhier, Poelaertplein 1 te 1000 Brussel, lokaal 01.10.
Voorziet de duur van de pleidooien op 60 minuten,
Verleent aan partijen de mogelijkheid om desgewenst bijkomende syntheseconclusies neer te leggen, uiterlijk op volgende data :
- voor verweerster : 30 september 2008,
- voor eiseres : 31 december 2008,
- voor verweerster : 30 april 2009,
Houdt de kosten aan,
Aldus gevonnist en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 20 mei 2008
Waar aanwezig waren en zitting namen :
De heer P. H., rechter
Mevrouw I. D., griffier
I. D. P. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.