Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, exonération, importation · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Hasselt 4 décembre 2002

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, exonération, importationTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-hasselt-2002-12-04-d116

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Hasselt
Date
4 décembre 2002

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

101 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 04.12.2002

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AA.NLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

IN ZAKE A.R. nr. 00/1983/A

Q. S. NV, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

eiseres,

vertegenwoordigd door Mr. J. D., advocaat te …, …;

tegen :

ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, inzonderheid de afdeling NCCC, met burelen gevestigd te 2800 Mechelen, Sint-Romboutkerkhof 4,

DE BELGISCHE STAAT, MINISTERIE VAN FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

verweerder,

vertegenwoordigd door Mr. S. loco Mr. F. R., advocaat te …, …;

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op het exploot van E. M., gerechtsdeurwaarder te Mechelen van 10.10.2000, waarbij eiseres vordert dat :

- de bijkomende heffing inzake BTW, gekend onder referte …, ten belope van … fr. (thans … euro) in hoofdsom, … fr. (thans … euro) aan intresten en … fr. (thans … euro) als boete, hetzij in het totaal een bedrag van … fr. (thans … euro), zoals meegedeeld bij bericht van 18.09.2000 en ontvangen door eiseres op 27.09.2000, wordt nietig verklaard;

- verweerder wordt veroordeeld tot het betalen aan eiseres van een schadevergoeding van … fr. (thans … euro), te verhogen met de gerechtelijke intresten vanaf de datum van dagvaarding tot de datum van uiteindelijke betaling;

- de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding;

Gelet op de conclusies en de stukken van partijen;

Feiten en voorgaanden

Eiseres is ingevolge haar economische activiteit, nl. handelsbemiddeling in machines en uitrusting voor handel en nijverheid en in schepen en luchtvaartuigen, geregistreerd als BTW-belastingplichtige met BTW-nummer … en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.

Op 25.08.1999 hebben twee inspecteurs bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, verbonden aan het Nationaal Controlecentrum ter bestrijding van de BTW-carrousels, zonder voorafgaandelijke verwittiging, een BTW-controle doorgevoerd over de periode van 01.01.1999 tot en met 25.08.1999.

De controle behelsde de uitgaande handelingen van eiseres en meer bepaald de intracommunautaire leveringen van goederen aan de Duitse firma B. H. Gmbh, … te …, … met Duits BTW-nummer DE ….

De controleambtenaren stelden vast dat er zich in de boekhouding van eiseres twee facturen bevonden uitgereikt aan de Duitse firma B. H. Gmbh betreffende de verkoop van telkens 1000 CPU'S type Pentium II 350 Mhz, te weten :

- factuur nr. 991601 van 08.06.1999 voor een bedrag van … DM (… fr., thans … euro);

- factuur nr. 991602 van 10.06.1999 voor een bedrag van … DM (… fr, thans … euro).

Eiseres paste op deze verkopen de vrijstelling van Belgische BTW wegens intracommunautaire levering toe (art. 39bis Wetboek BTW).

Uit inlichtingen verkregen vanwege de Duitse Administratie in toepassing van de Richtlijn van de Raad van 19.12.1977 (77/799/EEG), gewijzigd door de Richtlijn van de Raad van 06.12.1979 (79/1070/EEG) betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lidstaten op het gebied van directe belastingen en van de BTW aangevuld door de verordening nr. 218/92 van de Raad van 27.01.1992 betreffende de samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen blijkt dat :

- tegen de verantwoordelijken van de Duitse firma B. in 1998 een gerechtelijk onderzoek werd opgestart op verdenking van BTW-ontduiking;

- op 05.01.2000 tot strafvervolging werd overgegaan;

- vermoed wordt dat de firma B. enkel werd opgericht als dekmantel om te fungeren als "eerste firma's" die "volgende firma's" de mogelijkheid biedt de BTW in aftrek te brengen;

- B. geen aan- noch verkopen heeft aangegeven voor de BTW;

- de verhuurder van de kantoorruimte van B. zich niet kon herinneren dat er ooit goederen werden opgeslagen;

- het kantoor van B. een lege indruk maakte;

- er tot dusver door de onderzoekers geen informatie werd teruggevonden met betrekking tot de verkopen van Q. S. aan B.;

- de Duitse autoriteiten er van overtuigd zijn dat B. nooit de macht heeft gehad om als eigenaar over de goederen te beschikken.

Deze vaststellingen werden opgenomen in een proces-verbaal van 13.09.2000 in toepassing van art. 59, § 1 van het Wetboek BTW waarin gesteld werd dat eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd is :

- … fr. (thans … euro) BTW;

- … fr. (thans … euro) geldboete in toepassing van art. 70, § 1 van het Wetboek BTW;

- wettelijke intresten aan 0,8 % per maand vanaf 21.09.1999 over de som van … fr. (thans … euro) in toepassing van art. 91, § 1 van het Wetboek BTW.

Bij exploot van E. M., gerechtsdeurwaarder te Mechelen van 10.10.2000, vordert eiseres dat :

- de bijkomende heffing inzake BTW, gekend onder referte …, ten belope van … fr. (thans …·euro) in hoofdsom … fr. (thans …euro) aan intresten en … fr. (thans … euro) als boete, hetzij in het totaal een bedrag van … fr. (thans … euro), zoals meegedeeld bij bericht van 18.09.2000 en ontvangen door eiseres op 27.09.2000, wordt nietig verklaard;

- verweerder wordt veroordeeld tot het betalen aan eiseres van een schadevergoeding van … fr. (thans … euro), te verhogen met de gerechtelijke intresten vanaf de datum van dagvaarding tot de datum van uiteindelijke betaling;

- de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

BEOORDELING

1. Ontvankelijkheid

Bij het exploot van E. M., gerechtsdeurwaarder te … van 10.10.2000, heeft eiseres verweerder o.m. laten dagvaarden teneinde de bijkomende heffing inzake BTW, gekend onder referte …, ten belope van … fr. (thans … euro) in hoofdsom … fr. (thans … euro) aan intresten en … fr. (thans … euro) als boete, hetzij in het totaal een bedrag van … fr. (thans … euro), zoals meegedeeld bij bericht van 18.09.2000 en ontvangen door eiseres op 27.09.2000, nietig te horen verklaren.

Eiseres vordert derhalve de nietigverklaring van een "betalingsbericht" inzake BTW. Er werd ter zake geen dwangbevel betekend.

Verweerder heeft echter geen ontoelaatbaarheid van de vordering opgeworpen.

De rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

2. Ten gronde

2.1. Art 39bis Wetboek BTW en KB nr. 52 van 29.12.1992

In toepassing van artikel 39bis, 1° Wetboek BTW draagt eiseres de bewijslast dat hij de voorwaarden vervulde om de geleverde goederen aan de firma B. H. Gmbh gevestigd in …, te factureren met vrijstelling van Belgische BTW in het kader van intracommunautaire leveringen.

Artikel 39bis, 1° Wetboek BTW stelt immers dat van de belasting zijn vrijgesteld :

"de leveringen van goederen door de verkoper andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige. (...)”

Eiseres dient derhalve een dubbel bewijs te leveren, enerzijds dat de goederen die het voorwerp vormen van de beweerde intracommunautaire levering (ingevolge verkoop), het Belgische grondgebied hebben verlaten en aangekomen zijn op het grondgebied van een andere lidstaat en, anderzijds, dat de levering is geschied voor een belastingplichtige die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere lidstaat (zie artikel 1 en 2 van het KB nr. 52 van 29.12.1992).

Verweerder werpt in besluiten niets op aangaande het tweede deel van het bewijs met name dat de levering is geschied voor een belastingplichtige die voor de BTW is geïdentificeerd in een andere lidstaat.

Verweerder betwist dat de afnemer B. de macht heeft gehad om als eigenaar over de goederen te beschikken.

Krachtens artikel 3 van het KB nr. 52 van 29.12.1992 is de bewijsvoering vrij, in die zin dat alle nuttige documenten "waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer blijkt" voor de invulling van de bewijslast in aanmerking komen.

De BTW-administratie moet zich door middel van een sluitend geheel van bewijselementen kunnen vergewissen van het feit dat de goederen werkelijk het grondgebied hebben verlaten en zijn aangekomen in een andere lidstaat.

De rechtbank stelt vast dat eiseres verscheidene documenten voorlegt waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen zou blijken, te weten :

A. M.b.t. factuur nr. … d.d. 08.06.1999 t.b.v. … DEM :

- leveringsnota d.d. 08.06.1999 voor order nr. … voor 1000 Intel Pentium II 350 mHz processor ondertekend en afgestempeld door B. H. Gmbh;

- verzendingsnota van D&L Express d.d. 08.06.1999 voor 20 dozen afgetekend en afgestempeld door B. H. Gmbh;

- pro forma factuur voor de order nr. … voor Intel Pentium II 350 mHz processor en vervoer ondertekend en afgestempeld door B. H. Gmbh;

- cheque van de LANDESZENTRALBANK IN BADEN WURTTEMBERG voor een bedrag van … DEM aan order van H. geëndosseerd aan B., geëndosseerd aan Q. S..

B. M.b.t. factuur nr. … d.d. 10.06.1999 voor … DEM :

- leveringsnota d.d. 10.06.1999 voor order nr. … voor 1000 Intel Pentium II 350 mHz processor ondertekend en afgestempeld door B. H. Gmbh;

- verzendingsnota van D&L Express d.d. 10.06.1999 afgetekend en afgestempeld door B. H. Gmbh;

- pro forma factuur voor de order nr. … voor Intel Pentium II 350 mHz processor en vervoer ondertekend en afgestempeld door B. H. Gmbh;

- cheque van de LANDESZENTRALBANK IN BADEN WURTTEMBERG voor een bedrag van … DEM aan order van B., geëndosseerd aan Q. S..

De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres haar bewijsplicht zoals vereist door het Wetboek BTW en het hoger genoemd uitvoeringsbesluit levert.

Het is naar aanleiding van de inlichtingen die de administratie uit Duitsland heeft bekomen i.v.m. de afnemer van de intracommunautaire leveringen, B. H. Gmbh, dat de administratie is overgegaan tot de vrijstelling voorzien onder art. 39bis, 1° lid 1 van het Wetboek BTW. In het proces-verbaal van 13.09.2000 vindt men in het geheel geen vaststellingen terug dat de door eiseres aangewende documenten tot het bekomen van de vrijstelling niet zouden voldoen ten bewijze van intracommunautaire leveringen. De bewijsstukken van eiseres werden alzo in het proces-verbaal op zich niet in twijfel getrokken, zodat het verweerder niet is toegelaten thans, in de huidige stand van het geding, de bewijskracht van die stukken te betwisten en dit in aanvulling op het proces-verbaal.

De loutere vaststellingen in het proces-verbaal dat uit inlichtingen blijkt dat de firma B. verdacht wordt van BTW-ontduiking, houdt niet in dat de bewijsstukken in het bezit van eiseres hun bewijskracht van intracommunautaire leveringen zouden verliezen.

Nu de BTW-wetgeving enkel vereist dat eiseres aantoont dat de Duitse afnemer B., op het ogenblik van de leveringen in Duitsland geïdentificeerd is en dat de goederen die het voorwerp vormen van de leveringen, verzonden of vervoerd worden buiten België maar binnen de Gemeenschap voor een geldig geïdentificeerd BTW-belastingplichtige in de Lidstaat van aankomst, heeft eiseres haar wettelijke bewijslast ingevuld.

Dit onderdeel van de vordering van eiseres is derhalve gegrond.

2.1. Vordering tot schadevergoeding

Eiseres vordert de veroordeling van verweerder tot betaling van een schadevergoeding t.b.v. … euro om redenen dat de KBC-bank, zijnde de kredietverstrekker van eiseres, bij aangetekende brief van 07.10.1999 alle kredieten heeft teruggetrokken. Eiseres houdt voor dat de administratie haar discretieplicht zou hebben overtreden door de KBC-bank in te lichten over het BTW-geschil.

Op grond van art. 1382 B.W. dient eiseres het bewijs te leveren van een fout die in oorzakelijk verband staat met de beweerde schade.

De argumenten van eiseres overstijgen het niveau van de loutere bewering niet, zodat zij dient te worden afgewezen nu zij niet slaagt in de haar opgelegde bewijslast.

Het door eiseres in ondergeschikte orde geformuleerde bewijsaanbod is niet voldoende gepreciseerd en acht de rechtbank in die omstandigheden niet ter zake dienend.

De vordering tot schadevergoeding is derhalve ongegrond.


De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak:

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en deels gegrond.

Verklaart de bijkomende heffing inzake BTW, gekend onder referte …, ten belope van … fr. (thans … euro) in hoofdsom … fr. (thans … euro) aan intresten en … fr. (thans … euro) als boete, hetzij in het totaal een bedrag van … fr. (thans … euro), zoals meegedeeld bij bericht van 18.09.2000 en ontvangen door eiseres op 27.09.2000, nietig.

Wijst eiseres af van het meergevorderde.

Veroordeelt verweerder tot de kosten en begroot deze als volgt :

ln hoofde van eiseres op :

- … zijnde dagvaardingskosten;

- … zijnde rechtsplegingsvergoeding.

In hoofde van verweerder op :

- … zijnde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer op het gerechtshof te Hasselt op 4 december 2002 alwaar aanwezig waren :

De Heer E. S., rechter, waarnemend voorzitter;

Mevrouw A. C. en Mevrouw M. C., rechters;

De Heer R. J., adjunct-griffier.

R. J. M. C. A. C. E. S.

Textes cités

7
CTVA art. 39bis5 occurrences
AR no 52 art. 11 occurrence
AR no 52 art. 21 occurrence
AR no 52 art. 31 occurrence
CTVA art. 591 occurrence
CTVA art. 701 occurrence
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8