Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 20.02.2001
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, derde bis kamer, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :
Zitting van : 20 februari 2001
Inzake : 1999/AR/1847
1. …, wonende te …, …
appellant,
vertegenwoordigd door Mr. C. K. loco Mr. A. A., advocaat te …, …;
tegen een beschikking van de heer Beslagrechter gewezen op 04 november 1993 in de Rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, AR. 64.4 83;
tegen :
1. DE BELGISCHE STAAT, Administratie van Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, 2de Ontvangkantoor Antwerpen, met bureel te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 4;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. P. J. loco Mr. V. H. M., advocaat te …, …
Gelet op de door de wet vereiste processtukken, in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder een eensluidend verklaard afschrift van de bestreden beschikking van de Beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout de dato 4 november 1993, betekend op 27 december 1993, alsmede het verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 26 januari 1994 waarmee een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld;
Gelet op het Proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de 1ste kamer van dit Hof waarbij voormelde zaak, oorspronkelijk ingeschreven onder het algemeen rolnummer 1994/AR/729, op 2 december 1997 ambtshalve werd weggelaten van de Algemene Rol overeenkomstig artikel 730, § 2, a) 2de lid Ger. W.;
Gelet op het verzoek tot her inschrijving van voormelde taak, neergelegd ter griffie van dit Hof op 23 juni 1999 door appellant en de herinschrijving ervan onder het algemeen rolnummer 1999/AR/1847;
1. Het hoger beroep heeft tot voorwerp
Het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;
Dienvolgens de beschikking van de Beslagrechter te Turnhout de dato 4 november 1993 te wijzigen en te zeggen voor recht dat het verzet van appellant ontvankelijk en gegrond diende verklaard te worden en derhalve dat de geplande verkoop geen doorgang kan vinden; tevens te zeggen voor recht dat bij gebreke aan vrijwillige handlichting van gezegd beslag, binnen de acht dagen van het te vellen arrest, de uitspraak zelf van rechtswege als handlichting zal dienen te worden aanzien;
2. De Feiten
Appellant is aan de administratie van de BTW nog navolgende bedragen verschuldigd op 1 oktober 1998.
RCIV nr. : …
BTW : 38.427 BF;
Boete : 21.450 BF;
Interesten : 60.420 BR;
Moratoire Interesten : 27.723 BF;
Kosten : 18.632 BF;
Totaal : 166.652 BF;
Deze schuld vindt haar oorsprong in een bijzondere rekening, die is bijgehouden voor de periode van 1 november 1982 tot 31 januari 1983;
3. Ten gronde
Overwegende dat appellant stelt dat de vordering van geïntimeerde is verjaard;
Overwegende dat ingevolge artikel 81, eerste lid van het BTW-Wetboek, de vordering tot voldoening van de BTW, van de interesten en de administratieve geldboeten verjaart door verloop van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop zij is ontstaan;
Overwegende dat, artikel 83 van het BTW-Wetboek bepaalt dat de verjaring gestuit wordt op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 cv. van het Burgerlijk Wetboek;
Dat een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, in dat geval wordt verkregen vijf jaar na de laatste stuiting van de vorige verjaring, indien een rechtsgeding hangend is;
Overwegende dat bij gebrek aan betaling vanwege: appellant, het dwangbevel opgemaakt op 16 juni 1983, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de Hoofdcontroleur van de BTW te Beveren, daartoe gemachtigd door de Gewestelijke Directeur van de BTW te Antwerpen op 20 juni 1983, door het ambt van gerechtsdeurwaarder P. D. D. op 13 juli 1983 non appellant werd betekend;
Dat de verjaring dus ten vroegste op 13 juli 1988 kon intreden;
Overwegende dat de ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, teneinde de verjaring te stuiten, overeenkomstig artikel 85, § … van het BTW-Wetboek, het dwangbevel opnieuw aan appellant ter kennis bracht bij ter post aangetekend schrijven op 14 juni 1988;
Dat door deze kennisgeving de verjaring van de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten, van de administratieve geldboete en van het toebehoren tijdig werd gestuit;
Dat de aangetekende brief, overeenkomstig artikel 85 van het BTWWetboek, werd verstuurd naar het laatst gekende adres, met name naar de …, te …;
Overwegende dat niet betwist wordt dat geïntimeerde op geen enkele wijze op de hoogte werd gesteld van de adreswijziging van appellant;
Overwegende dat de kennisgeving bijgevolg geldig is geschied op het door geïntimeerde laatst gekend adres;
Overwegende dat de afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag;
Dat de verjaring dus geldig werd gestuit op 15 juni 1988 en dus ten vroegste verstrijkt op 15 juni 1993;
Overwegende dat geen onderscheid mag gemaakt worden tussen de betekening van het dwangbevel en de kennisgeving ervan bij aangetekend schrijven;
Dat beide middelen voorzien zijn in artikel 85 van het BTW-Wetboek;
Overwegende dat de BTW-Ontvanger, teneinde het uitvoerend beslag op roerende goederen mogelijk te maken, de vordering opnieuw liet betekenen, door het ambt van gerechtsdeurwaarder L. H., plaatsvervanger van gerechtsdeurwaarder W. D. P. op 25 juli 1989;
Dat, gelet op het feit dat er nog steeds geen betaling volgde, op 1 maart 1990, uitvoerend beslag werd gelegd op roerende goederen door het ambt van gerechtsdeurwaarder W. D.;
Dat tegen voormeld uitvoerend beslag op roerende goederen, bij dagvaarding van 30 maart 1990, verzet werd aangetekend door appellant.
Dat bij de bestreden beschikking van de Beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van 4 november 1993, het verzet van appellant ongegrond werd verklaard;
Overwegende dat deze beschikking van de Beslagrechter de dato 4 november 1993 op 27 december 1993 aan appellant werd betekend, waardoor de verjaring rechtsgeldig werd gestuit;
Overwegende dat appellant bij verzoekschrift van 25 januari 1994 beroep heeft aangetekend tegen voormelde beschikking van de Beslagrechter, neergelegd ter griffie op 26 januari 1994;
Overwegende dat inzake beslag de nieuwe verjaring wordt gerekend, te rekenen vanaf de laatste rechtsplegingshandeling die in uitvoering van het beslag wordt verricht, hetzij in dezen het tussen te komen arrest;
Overwegende dat zolang er nog geen definitieve uitspraak door het Hof is gedaan, de verjaring wordt geschorst;
Dat hangende het geding de verjaring dus geenszins loopt;
Overwegende dat appellant in zijn beroepsconclusies verwijst naar een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de dato 15 oktober 1993 dat echter bij arrest van dit Hof op 15 december 1997 werd vernietigd;
Overwegende dat geïntimeerde met toepassing van het in art. 85, § 1, 2de al. W.BTW, vermelde wettelijke vermoeden (" De afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag"), naar de vereisten van recht bewijst dat aan appellant op 14 juni 1988 kennis werd gegeven van het dwangbevel;
Dat deze kennisgeving de verjaring van de vordering van geïntimeerde nuttig heeft gestuit op 14 juni 1988 en derhalve de vordering niet verjaard is;
Overwegende dat appellant geen andere middelen ten grondslag van zijn verzet heeft gelegd;
Dat zijn verzet derhalve terecht ongegrond werd verklaard en het hoger beroep ongegrond voorkomt;
Dispositif
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak;
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik van talen in gerechtszaken;
Ontvangt het hoger beroep en verklaart het ongegrond, dienvolgens,
Bevestigt de bestreden beschikking en veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van geïntimeerde begroot op 8.400 BF (aldus herleid) rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 20-02-2001
waar aanwezig waren :
C. B., Voorzitter,
C. V., Griffier.
C. V. C. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.