Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour de Cassation du 23.11.2012 (F.11.0173.N)
WF 709-15-09/041258
TVA - Demande de restitution - Délai de prescription - Point de départ
Résumé
Le délai de prescription de trois ans de la demande de restitution de la taxe sur la valeur ajoutée, des intérêts et des amendes prend cours soit à la date de la notification de la décision rejetant la demande en restitution, soit à la date du paiement des taxes, des intérêts et des amendes acquittés sur réquisition de l'administration; la date de la retenue éventuelle des avances de T.V.A. ne peut être considérée comme étant le point de départ de ce délai de prescription dès lors que cette retenue n'équivaut pas au paiement de la dette fiscale mais ne constitue qu'une mesure conservatoire permettant à l'administration de procéder à la compensation dès que la dette fiscale est établie.
Base légal
Article 82; article 82bis et article 77, § 1, 1° du Code de la TVA et article 14 en article 8/1, § 3, quatrième paragraphe, AR n° 4 du 29 decembre 1969.
Texte intégral
Corps de la décision
Arrêt de la Cour de Cassation
dd. 23.11.2012
Arrest
Nr. F.11.0173. N
D. T. bvba, met zetel te …,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. H. G., advocaat bij het Hof van Cassatie,
met kantoor te .., waar de eiseres woonplaats
kiest,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met
kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, in de persoon van de e.a. inspecteur van het
Btw-controlekantoor te …,
verweerster,
vertegenwoordigd door mr. A. D. B., advocaat bij het Hof van Cassatie,
met kantoor te …, waar de verweerster woonplaats
kiest.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van
14 juni 2011.
Advocaat-generaal D. T. heeft op 18 mei 2012 een schriftelijke conclusie
neergelegd.
Afdelingsvoorzitter E. S. heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal D. T. heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel
aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
1. Luidens artikel 82 Btw-wetboek begint de verjaring van de vordering tot teruggave
van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten
te lopen vanaf de dag dat deze vordering ontstaat.
Artikel 82bis van dat wetboek bepaalt dat er verjaring is voor de vordering tot teruggave,
na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de
oorzaak van teruggave zich heeft voorgedaan.
Krachtens artikel 77, § 1, 1°, van hetzelfde wetboek kan deze oorzaak bestaan in
een onverschuldigde betaling, wat onder meer het geval zal zijn wanneer de belastingplichtige
een onjuist tarief zou hebben aangerekend of de belasting zou hebben
berekend op een onjuiste maatstaf van heffing.
Krachtens artikel 14 KB nr. 4 van 29 december 1969 moet de vordering in rechte
met betrekking tot de teruggave van de belasting, van de interesten en van de administratieve
geldboeten, worden ingesteld vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar
volgend op, naargelang het geval, dit van de kennisgeving bij ter post
aangetekende brief van de beslissing waarbij de bij de administratie ingediende
aanvraag om teruggave wordt verworpen ofwel dit van de betaling van de belasting,
van de interesten en van de administratieve geldboeten, die werden voldaan
op verzoek van de administratie.
2. Uit deze bepalingen volgt dat de verjaring van de vordering tot teruggave
een aanvang neemt, hetzij op het ogenblik van kennisgeving van de beslissing
waarbij de aanvraag tot teruggave werd verworpen, hetzij vanaf het ogenblik
waarop de betaling van de btw, boeten en interesten plaatsvond op verzoek van
het bestuur.
3. Krachtens artikel 8/1, § 3, vierde lid, KB nr. 4 van 29 december 1969, kan
de administratie wanneer de belastingschuld wordt betwist, overgaan tot de inhouding
van het belastingkrediet tot beloop van haar schuldvordering.
4. De inhouding geldt als bewarend beslag onder derden totdat het geschil over
de belastingschuld definitief wordt beëindigd.
Deze inhouding geldt niet als een betaling van de belastingschuld, maar is slechts
een bewarende maatregel die het bestuur moet toelaten om tot verrekening over te
gaan eens de belastingschuld vaststaat.
5. De appelrechters die oordelen dat de vordering van de eiseres tot teruggave
verjaard is omdat zij werd ingesteld op 12 december 2008 terwijl de data van de
inhoudingen zich situeerden in de loop van het jaar 2003 en deze als vertrekpunt
dienen beschouwd voor de driejarige verjaringstermijn, verantwoorden hun beslissing
niet naar recht.
Het middel is gegrond.
Dispositif
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde
arrest.
Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter.
23 NOVEMBER 2012 F.11.0173.N/4
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.