Impôt sur les revenus, taxe sur la valeur ajouté · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2012.125 8 mai 2012

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt sur les revenus, taxe sur la valeur ajoutéimpôt sur les revenus - taxe sur la valeur ajouté - soumis à la TVA - travaux immobiliers - déduction pour investissement - déduction pour investissement majorée - déduction pour capital à risque

https://juriel.be/fr/rulings/2012-125-impot-revenus-taxe-valeur-ajoute-cfeb

Numéro
2012.125
Date
8 mai 2012

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

101 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2012.125 du 08.05.2012

Soumis à la TVA · Travaux immobiliers · Déduction pour investissement · Déduction pour investissement majorée · Déduction pour capital à risque

Résumé

La demande vise à obtenir une décision anticipée qui confirme (i) que l'investissement a pour objet des travaux immobiliers au sens de l'article 19, §2, C.TVA de sorte que les contrats qui prévoient la livraison avec installation des éléments de l'investissement entrent dans le champ d'application de l'article 20 AR n°1; (ii) qu'en vertu des faits décrits, l'investissement n'est pas exclu de la déduction pour investissement conformément à l'article 68 combiné avec l'article 75 CIR 1992; (iii) qu'en vertu de l'article 69, § 1er, 2°, c, CIR 1992 combiné avec l'article 77 CIR 1992 et de l'article 49 A.R. CIR 1992, l'investissement n'est pas exclu de la déduction pour investissement majorée dans la mesure où une instance compétente délivre une attestation telle que prévue à l'article 49 A.R. CIR 1992; (iv) que la société SA X peut prétendre à la déduction pour capital à risque telle que prévue aux articles 205bis - 205novies, CIR 1992.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd:

1.1. dat de investering betrekking heeft op werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, §2 W.btw zodat contracten die voorzien in de levering met installatie van onderdelen van de investering binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 20 KB n°1;

1.2. dat op grond van de geschetste feiten, de investering niet uitgesloten is van de investeringsaftrek ingevolge artikel 68 jo 75 WIB 92;

1.3. dat op grond van artikel 69, § 1, 2° c WIB 92 jo. 77 WIB 92 en artikel 49 K.B. WIB 92 de investering niet uitgesloten is van de verhoogde investeringsaftrek voor zover een bevoegde instantie een attest zoals voorzien bij artikel 49 K.B. WIB 92 aflevert;

1.4. dat de vennootschap NV X aanspraak kan maken op de aftrek voor risicokapitaal zoals bepaald door de artikelen 205bis - 205novies WIB 92.

II. Identificatie van de aanvrager en voorstelling van de feiten

2. NV X is de exploitatievennootschap die zal instaan voor de ontwikkeling van de investering. NV X heeft hiervoor de nodige vergunningen ontvangen.

3. Voor de installatie en de levering van de componenten wordt beroep gedaan op Belgische en internationale leveranciers en aannemers met een ruime ervaring.

4. NV X dient extra financiering aan te trekken om de investering te financieren.

5. Deze financiering zal komen van de aandeelhouders en van externe partijen onder de vorm van kapitaalsverhogingen en schuldfinancieringen.

6. De eerste drie vermelde componenten betreffen precompletion equity. Het kapitaal aangebracht door de aandeelhouders wordt reeds ingebracht voor de oplevering van het totale project. Bovendien zal er reeds winst behaald en gereserveerd worden, aangezien de investering reeds gedeeltelijk operationeel is voor de totale oplevering.

7. De financiering wordt aangewend voor de betaling van de ontwikkeling- en constructiekosten, kosten van de noodzakelijke bank adviseurs, bank fees, intercalaire interesten en verplichte reserve rekeningen.

8. Het betreft een zogenaamde 'non-recourse' financiering, waarbij de activa en de opbrengsten van de investering voor de nodige zekerheden zorgen ten voordele van de financiering verstrekkers.

9. De verwachte looptijd van de schuldfinanciering is x jaar met halfjaarlijkse rente- en kapitaalaflossingen.

10. Aangezien er momenteel nog geen volledige duidelijkheid bestaat omtrent de exacte wijze van financiering, vormt dit dan ook geen onderdeel van de huidige aanvraag.

III. Motivering van de aanvraag

III.A. Onderworpenheid aan de BTW

III.A.1. Kwalificatie als onroerend uit zijn aard

11. Gelet enerzijds op de omvang en het gewicht van de investering en gelet anderzijds op het feit dat ze ingelijfd is in de grond moet de investering worden beschouwd als een onroerend goed uit haar aard en als gebouw in de zin van artikel 1, §9 W.btw.

12. Dit onroerend karakter breidt zich bovendien uit tot de toebehoren en uitrustingen, die voor het gebruik van de investering noodzakelijk zijn en zonder de welke de investering niet volledig zou zijn.

III.A.2. Werk in onroerende staat

13. Overeenkomstig artikel 19, §2 W.btw wordt verstaan onder werk in onroerende staat het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het inrichten en het afbreken, geheel of ten dele van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

14. De aanvrager geeft aan dat op grond van hun kwalificatie als onroerend goed uit hun aard de contracten als werk in onroerende staat zoals bedoeld in artikel 19, §2 W.btw en artikel 21, §3, 1° W.btw kwalificeren.

15. Bovenstaande handelingen vallen dus in de werkingssfeer van artikel 20 KB n° 1 indien zij door een in België gevestigde belastingplichtige worden gesteld.

16. Aangezien NV X een in België gevestigde belastingplichtige is die periodieke btw-aangiften indient, zijn de door buitenlandse onderaannemers gestelde installatiewerkzaamheden op grond van artikel 51, §2, 5° W.btw in elk geval onderworpen aan de verlegging van heffing. Dit geldt eveneens voor eventuele binnenlandse leveringen van goederen verricht door buitenlandse leveranciers ten behoeve van NV X.

III.A.3. Plaats van de dienst inzake de werken in onroerende staat

17. Artikel 21, §3, 1° W.btw bepaalt dat werk in onroerende staat belastbaar is waar het onroerend goed is gelegen.

18. De werken in onroerende staat met betrekking tot de investering worden zodoende overeenkomstig artikel 21, §3, 1° W.btw geacht in België plaats te vinden en zijn dus aan de Belgische btw onderworpen.

III.B. Verhoogde investeringsaftrek op energiebesparende investeringen

19. Artikel 68 WIB 92 stelt de winsten en baten vrij tot een deel van de aanschaffings- of beleggingswaarde van in nieuwe staat verkregen of tot stand gebrachte materiële vaste activa en de nieuwe immateriële vaste activa indien die vaste activa in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt. Op basis van artikel 69 WIB 92 komt de investeringsaftrek in mindering van de winst of baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa verkregen of tot stand gebracht zijn. De investeringsaftrek wordt bepaald als een percentage van de aanschaf- of beleggingswaarde van de nieuwe vaste activa en bedraagt minstens 3,5% en maximaal 10,5%. Dit basispercentage wordt in overeenstemming met artikel 69, § 1, 2°, c WIB 92 verhoogd met 10 percentpunten voor vaste activa die dienen voor een rationeel energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en voor de terugwinning van energie in de industrie.

III.B.1. Geen uitsluiting van de investeringsaftrek

20. Artikel 68 WIB 92 stelt de eerste twee voorwaarden om voor de investeringsaftrek in aanmerking te komen: het dient te gaan om nieuwe activa die voor hun beroepswerkzaamheid in België gebruikt worden. Artikel 75 WIB 92 bepaalt daarnaast bepaalde gevallen waarop de investeringsaftrek evenmin van toepassing is, met name:

20.1. als de vaste activa niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt;

20.2. als de activa zijn verkregen of tot stand gebracht met als doel het recht van gebruik aan derden over te dragen;

20.3. als het recht van gebruik aan derden is afgestaan;

20.4. als de vaste activa niet afschrijfbaar zijn of waarvan de afschrijving over minder dan 3 belastbare tijdperken is gespreid;

20.5. in het geval van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik.

21. In casu zal de investering nieuw gebouwd worden en zal zij bijgevolg als "nieuw" kwalificeren voor wat betreft de toepassing van de investeringsaftrek. Daarnaast voldoet NV X aan de vereiste dat de investering zal gebruikt worden voor haar beroepswerkzaamheid in België. De investering sluit volledig aan bij het maatschappelijk doel van NV X. NV X zal deze investering doen met als doel om winst te behalen die tot haar belastbare basis zal behoren.

22. Ten tweede meent de aanvrager dat de investering in België gebruikt zal worden. De investering zal opgenomen worden in de Belgische boekhouding van NV X en de afschrijvingen zullen in kost genomen worden bij de Belgische vennootschap. De investering zal tevens geen deel uitmaken van een buitenlandse vaste inrichting en wordt uitsluitend gebruikt in de Belgische inrichting. Als dusdanig zal de winst die gegenereerd wordt uit de activiteit van de investering tot de belastbare basis van de Belgische vennootschap behoren en valt deze niet onder de heffingsbevoegdheid van een ander land. Op basis van ComIB nr. 68/18 en de Parlementaire Vraag van senator Declerck (V&A, Senaat, 31 juli 1990, nr 42, p 1957) dient dan ook geconcludeerd te worden dat de investering in België gebruikt wordt en de investeringsaftrek toegepast kan worden voor zover het gebruik van de in aanmerking komende vaste activa niet aan een derde is afgestaan.

23. Ten slotte zal NV X de investering bouwen voor haar eigen beroepswerkzaamheid en de bouw heeft niet tot doel om het gebruik ervan aan derden af te staan. Er zijn geen overeenkomsten afgesloten waaruit zou kunnen blijken dat NV X het gebruik reeds heeft afgestaan of de intentie heeft om dit in de toekomst te doen.

24. Gezien de investering nieuw is en ze door NV X zal gebruikt worden voor haar beroepswerkzaamheid in België, het gebruik ervan niet aan derden is afgestaan en de afschrijvingsduur meer dan 3 jaar bedraagt, vraagt de aanvrager de bevestiging dat de investering niet is uitgesloten van de investeringsaftrek.

III.B.2. Geen uitsluiting van de verhoogde investeringsaftrek

25. Artikel 69, § 1, 2°, c WIB 92 kent een verhoogde investeringsaftrek toe aan investeringen voor rationeel energieverbruik. Voor aanslagjaar 2012 bedraagt dit percentage 13,5%. In overeenstemming met artikel 77 WIB 92 worden bij Koninklijk Besluit de kenmerken geregeld, waaraan de vaste activa moeten voldoen om recht te geven op de verhoogde aftrek.

26. Artikel 49 K.B. WIB 92 bepaalt dat enkel die activa in aanmerking komen voor de verhoogde investeringsaftrek die "blijkens een attest van de Executieve van het Gewest waar de investering plaatsvindt, behoren tot de vaste activa waarvan de lijst voorkomt in Bijlage II".

27. De investering die NV X zal uitvoeren wordt vermeld in bijlage II bij het KB/WIB 92. De aanvrager is van oordeel dat de investering kwalificeert voor de verhoogde investeringsaftrek.

28. De aanvrager is dan ook van oordeel dat, indien de nodige attesten bekomen worden, de geplande investering in aanmerking komt voor de verhoogde éénmalige investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen.

III.C. Aftrek voor risicokapitaal

29. De aftrek voor risicokapitaal is van toepassing op alle binnenlandse vennootschappen die aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn. Het genot van de aftrek is echter uitgesloten voor vennootschappen die een fiscale regeling genieten welke van het gemeen recht afwijkt (art. 205octies WIB 92).

30. De berekeningsgrondslag voor de berekening van de aftrek voor risicokapitaal stemt overeen met het bedrag van het eigen vermogen, zoals dat uit de balans van het vorige belastbare tijdperk blijkt. Het eigen vermogen dient in een aantal situaties gecorrigeerd te worden (zoals financieel vaste activa), in andere gevallen zullen de specifieke anti-misbruikbepalingen van toepassing zijn (activa die onredelijke kosten teweegbrengen, activa die geen periodieke inkomsten genereren, villavennootschappen).

31. De aanvrager is van mening dat NV X (een Belgische vennootschap die onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting) kan genieten van de aftrek voor risicokapitaal.

IV. Beslissing

IV.A. De onderworpenheid van de bouw van de investering aan de BTW

Kwalificatie als onroerend uit zijn aard

32. Gelet enerzijds op de omvang en het gewicht van de investering en gelet anderzijds op het feit dat ze ingelijfd is in de grond moet de investering worden beschouwd als een onroerend goed uit haar aard. Voor de toepassing van de btw is de investering bovendien te beschouwen als een gebouw in de zin van artikel 1, § 9 van het btw wetboek.

33. Dat onroerende karakter breidt zich uit tot hun toebehoren en uitrustingen, die voor hun gebruik noodzakelijk zijn en zonder de welke ze niet volledig zouden zijn.

Werk in onroerende staat

34. Overeenkomstig artikel 19, § 2 van het btw wetboek wordt verstaan onder werk in onroerende staat het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

35. De handelingen die door de aanvrager vermeld worden zijn ingevolge toepassing van bovenvermeld artikel 19, §2 van het btw wetboek te kwalificeren als werk in onroerende staat.

Plaats van de dienst

36. Overeenkomstig artikel 2 van het btw wetboek zijn de diensten aan de Belgische btw onderworpen indien ze in België plaatsvinden.

37. Artikel 21, § 3, 1° van het btw wetboek voorziet wat werken in onroerende staat betreft dat de plaats waar het onroerend goed is gelegen, als plaats van de dienst wordt aangemerkt.

38. De werken in onroerende staat met betrekking tot de investering worden bijgevolg geacht in België plaats te vinden overeenkomstig artikel 21, § 3, 1° van het btw-wetboek en zijn dus aan de Belgische btw onderworpen.

Verlegging van heffing

39. Voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 2 voorziet artikel 20 van KB n° 1, met betrekking tot de regeling tot voldoening van de belasting dat in afwijking van artikel 51, § 1, 1° van het Wetboek dat de medecontractant van de in België gevestigde belastingplichtige die een van de in § 2 aangeduide handelingen verricht de belasting die over die handeling verschuldigd is moet voldoen, wanneer hij zelf een in België gevestigde belastingplichtige is en gehouden tot het indienen van een in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° van het Wetboek bedoelde aangifte of een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2 van het Wetboek (de zogenoemde "verlegging van heffing").

40. Aangezien NV X een in België gevestigde belastingplichtige is die periodieke btw-aangiften indient, is de verlegging van heffing voorzien in artikel 20 van KB 1 van toepassing indien de dienstverrichter in België gevestigd is.

41. Anderzijds voorziet artikel 51, §2, 5° van het btw wetboek in afwijking van artikel 51, § 1, 1° van het Wetboek dat de belasting verschuldigd is door de in België gevestigde medecontractant die gehouden is tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° of door de niet in België gevestigde medecontractant die een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2 wanneer het gaat om een levering van goederen of een dienst verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige en de hier te lande belastbare handeling niet onder 1°, 2° en 6° van deze paragraaf is bedoeld, noch vrijgesteld is of verricht met vrijstelling van de belasting ingevolge de artikelen 39 tot 44bis.

42. Aangezien NV X een in België gevestigde belastingplichtige is die periodieke btw-aangiften indient, is de verlegging van heffing voorzien in artikel 51, §2, 5° van het btw wetboek van toepassing, indien de dienstverrichter niet in België is gevestigd.

IV.B. De toepassing van de verhoogde investeringsaftrek op energiebesparende investeringen

43. Op basis van artikel 68, WIB 92 worden winsten vrijgesteld tot een deel van de aanschaffingswaarde van :

43.1. in nieuwe staat verkregen of tot stand gebrachte ;

43.2. materiële vaste activa ;

43.3. die in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt.

44. Voormelde vrijstelling, investeringsaftrek genaamd, wordt overeenkomstig artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92 bepaald als een percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de nieuwe vaste activa. Dit basispercentage kan op basis van artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, c), WIB 92 worden verhoogd met 10 percentpunten voor vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie uit de industrie.

45. Wat betreft de voorwaarden vermeld in artikel 68, WIB 92 :

45.1. de investering zal nieuw gebouwd worden en zal bijgevolg als "nieuw" kwalificeren voor wat betreft de toepassing van de investeringsaftrek ;

45.2. de investering zal opgenomen worden in de boekhouding van NV X en de afschrijvingen zullen in kosten genomen worden. De uitdrukkingen "immateriële, materiële of financiële vaste activa" hebben overeenkomstig artikel 2, § 1, 9°, WIB 92 de betekenis die daaraan wordt toegekend door de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen ;

45.3. de investering wordt door NV X gebruikt voor haar beroepswerkzaamheid in België. De investering sluit volledig aan bij het maatschappelijk doel van NV X. NV X zal deze investering doen met als doel om winst te behalen die tot haar belastbare basis zal behoren. De investering zal geen deel uitmaken van een buitenlandse vaste inrichting en wordt uitsluitend gebruikt in de Belgische inrichting. Als dusdanig zal de winst die gegenereerd wordt uit de activiteit van de investering tot de belastbare basis van NV X behoren.

46. Voor de geplande investering zijn de uitsluitingen vermeld in artikel 75, WIB 92 niet van toepassing. NV X bouwt de investering voor haar eigen beroepswerkzaamheid en de bouw heeft niet tot doel om het gebruik ervan aan derden af te staan. De aanvrager heeft meegedeeld dat geen overeenkomsten afgesloten zijn waaruit zou kunnen blijken dat NV X het gebruik reeds heeft afgestaan of de intentie heeft om dit in de toekomst te doen. De investering betreft een nieuwe investering die een afschrijvingsduur heeft van meer dan 3 belastbare tijdperken.

47. Artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, c), WIB 92 kent een verhoogde investeringsaftrek toe aan investeringen voor rationeler energieverbruik. In overeenstemming met artikel 77, WIB 92 worden bij koninklijk besluit de kenmerken geregeld, waaraan de vaste activa moeten voldoen om recht te geven op de verhoogde aftrek. Artikel 49, KB/WIB 92 bepaalt dat enkel die activa in aanmerking komen voor de verhoogde investeringsaftrek die "blijkens een attest van de Executieve van het Gewest waar de investering plaatsvindt, behoren tot de vaste activa waarvan de lijst voorkomt in Bijlage II".

48. Bijlage II KB/WIB 92 omvat een lijst van activa die bedoeld zijn in artikel 69, eerste lid, 2°, c), WIB 92 en die dienen voor een rationeler energieverbruik, de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en de terugwinning van energie in de industrie.

IV.C. De toepassing van de aftrek voor risicokapitaal

49. Aangezien NV X een vennootschap met fiscale residentie in België is die aan de Belgische vennootschapsbelasting onderworpen is overeenkomstig artikel 2, § 1, 5°, b) WIB 92 en artikel 179 WIB 92, komt zij in aanmerking voor de toepassing van de aftrek voor risicokapitaal.

50. Overeenkomstig artikel 205bis WIB 92 wordt, bij de bepaling van het belastbaar inkomen, de belastbare basis verminderd met het overeenkomstig artikel 205quater WIB 92 vastgesteld bedrag. Deze vermindering wordt "aftrek voor risicokapitaal" genoemd.

51. Volgens artikel 205ter, § 1 WIB 92 stemt het in aanmerking te nemen risicokapitaal, onder voorbehoud van de §§ 2 tot 7, overeen met het bedrag van het eigen vermogen van de vennootschap, aan het eind van het voorgaande belastbare tijdperk, en dat overeenkomstig de wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening van vennootschappen werd bepaald en voor het bedrag waarvoor die bestanddelen op de balans voorkomen.

*

* *

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in de randnummers 32 tot en met 51 beslist het College van de DVB in zitting van 8 mei 2012 dat:

52. de bouw van de investering betrekking heeft op werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, §2 W.btw zodat contracten die voorzien in de levering met installatie van de investering binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 20 KB n°1 indien de dienstverrichter in België gevestigd is en onder het toepassingsgebied van artikel 51, §2, 5° W.btw vallen indien de dienstverrichter niet in België gevestigd is.

53. de investering op basis van artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, c), WIB 92 juncto artikel 77, WIB 92 en artikel 49, KB/WIB 92 niet uitgesloten is van de verhoogde investeringsaftrek indien een bevoegde instantie een attest zoals bedoeld in artikel 49, KB/WIB 92 aflevert.

54. NV X de aftrek voor risicokapitaal kan toepassen overeenkomstig de artikelen 205bis - 205novies WIB 92.

55. Deze beslissing houdt geen uitspraak in over de financieringsstructuur.

Textes cités

7
AR no 1 art. 205 occurrences
CTVA art. 514 occurrences
CTVA art. 193 occurrences
CTVA art. 212 occurrences
CTVA art. 11 occurrence
CTVA art. 21 occurrence
CTVA art. 531 occurrence