Impôt des sociétés, Transfert, Avantage anormal ou bénévole, Indemnité · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2010.042 4 mai 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Transfert, Avantage anormal ou bénévole, IndemnitéImpôt des sociétés - TVA - Transfert - Avantage anormal ou bénévole - Indemnité - Prestations de services - Frais propres à la société - Taxe d'assurances belge - Primes couvrant la partie du risque réputé se situer en Belgique (art. 173 C.DTD)

https://juriel.be/fr/rulings/2010-042-impot-societes-transfert-avantage-anormal-5e2b

Numéro
2010.042
Date
4 mai 2010

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

100 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Impôts des sociétés

TVA · Taxe sur les assurances

Résumé

Il a été décidé que (i) lors du transfert de tous les actifs et passifs à X, à la valeur du marché, aucun avantage anormal ou bénévole au sens de l'article 26 CIR 92 n'est octroyé; (ii) aucun avantage anormal ou bénévole au sens des articles 26, 79 et 207 CIR 92 n'est octroyé ou obtenu par X pour l'indemnité pour prestations de service (iii) lors du transfert de tous les actifs et passifs significatifs à X, les conditions des articles 11 et 18 § 3, C.TVA sont remplies et que par conséquence, le transfert ne sera pas soumis à de la TVA belge; (iv) la répartition des coûts (cost contribution), pourra être facturée sans application de la TVA belge sur base de l'article 21, § 2 du Code de la TVA, avec report de la perception; (v) si X procède à la refacturation de frais propres ou de frais facturés à X par des membres du groupe ou par des tiers et qui se rapportent directement ou indirectement à une activité de formation/événement spécifique, ces prestations ont lieu, en application de l'article 21, § 3, 3°b du Code de la TVA, à l'endroit où l'événement ou l'activité a effectivement lieu; (vi) pour des assurances conclues par X, la taxe d'assurances belge ne sera due que sur des primes couvrant la partie du risque qui est réputé se situer en Belgique, sur la base de l'article 173 C.DTD.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat :

1.1. bij de overdracht van alle activa en passiva van het Belgisch bijhuis van Y aan X tegen marktwaarde geen abnormaal of goedgunstig voordeel wordt verstrekt in de zin van artikel 26 WIB92;

1.2. geen abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van art 26, 79 en 207 WIB92 wordt verstrekt of verkregen door X wanneer de vergoeding van X bepaald wordt zoals hierna uiteengezet wordt;

1.3. de overdracht van alle relevante activa en passiva (die in elk geval geacht worden een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid te vormen) van het Belgische bijhuis van Y aan X, een gewone Belgische btw-plichtige, voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 11 en 18, § 3 WBTW en de overdracht bijgevolg niet onderworpen zal zijn aan Belgische btw;

1.4. de cost contribution in toepassing van 21, § 2 van het btw-wetboek zal kunnen gefactureerd worden zonder toepassing van de Belgische btw, met verlegging van heffing zowel aan EU als aan niet EU leden van het de groep (btw belastingplichtigen);

1.5. indien X overgaat tot de doorfacturering van eigen kosten of van aan X door een lid van de groep of derden gefactureerde kosten, als onderdeel van de cost contribution of als individuele dienstprestatie, en welke rechtstreeks of onrechtstreeks gerelateerd zijn aan een specifieke opleidingsactiviteit/evenement, deze prestaties in toepassing van artikel 21, § 3, 3°b van het btw-wetboek plaatsvinden waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt;

1.6. door X afgesloten verzekeringen, enkel Belgische verzekeringstaks verschuldigd zal zijn over premies ter dekking van het gedeelte van het risico dat wordt geacht in België gelegen te zijn op basis van artikel 173 W.DRT.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. Met ingang van 1 januari 2010 werden de 'coördinatie / interne ondersteunende' diensten van Y overgenomen door een nieuw opgerichte Belgische vennootschap, X.

3. X maakt deel uit van een wereldwijde groep van firma's. Ieder lid van de groep is in zijn land een onafhankelijke juridische entiteit.

4. Per 31 december 2009 werden door Y (de overlater) alle relevante activa en passiva (inclusief deze van het Belgische bijhuis) aan marktwaarde verkocht aan X (de overnemer). De (arbeids-, huur-, …) contracten, afgesloten op naam van Y, werden overgedragen aan X.

Voor de bepaling van de marktwaarde van de overdragen activa, passiva en contracten is een onafhankelijke derde als deskundige aangesteld.

6. X zal service agreements aangaan, die de te verlenen diensten zullen omschrijven. X zal alle kosten voor deze ondersteunende diensten groeperen en doorrekenen onder de vorm van een cost contribution, bepaald volgens een vastgelegde verdeelsleutel.

De service agreement voorziet dat X van tijd tot tijd ook individuele dienstprestaties zal leveren, waarbij de in het kader daarvan door X opgelopen kosten zullen worden doorgefactureerd voor hun werkelijk gebruik.

III. Beslissing

III.1 Vennootschapsbelasting

Abnormaal of goedgunstig voordeel

1. Aangezien alle activa en passiva van het Belgische bijhuis van Y werden overgedragen aan marktwaarde, zal artikel 26 WIB92 niet van toepassing zijn.

2. Gezien de louter ondersteunende en coördinerende functie van het Belgische bijhuis werden geen immateriële vaste activa (o.a. goodwill) overgedragen, als zijnde een onderdeel van de activa van het Belgische bijhuis. Bovendien maken geen immateriële eigendomsrechten deel uit van de activa van het Belgische bijhuis.

3. Voor de bepaling van de marktwaarde van de overgedragen activa, passiva en contracten werd een waarderingsrapport opgemaakt door een onafhankelijke deskundige.

Marktconforme vergoeding

4. X neemt in de nieuwe structuur de dienstverleningsfunctie over. Aan de DVB werd een ontwerp overeenkomst van service agreement voorgelegd.

5. Gelet op de hiernavermelde overwegingen kan de gebruikte verrekenprijsmethode (TNMM) en de voorgelegde profit level indicator (net cost plus marge) aanvaard worden:

5.1. X kan vanuit transfer pricing perspectief worden aangemerkt als een dienstverlener, die beperkte risico's loopt en geen waardevolle activa bezit;

5.2. de uitgeoefende diensten zijn van een ondersteunende aard;

5.3. X doet zelf geen risicovolle investeringen;

5.4. X bezit geen intellectuele eigendomsrechten;

5.5. een routinematige beloning is onder deze omstandigheden vanuit transfer pricing oogpunt passend.

6. Er werden twee benchmarkstudies uitgevoerd (voor algemene ondersteunende diensten en voor juridische diensten).

7. Gelet op de hiernavermelde overwegingen kunnen de voorgelegde benchmarkstudies aanvaard worden :

7.1. de selectie van een zogenaamde tested party (hier X);

7.2. de selectie van een betrouwbare winstindicator (hier net cost plus marge);

7.3. voor het onderzoek naar vergelijkbare ondernemingen werd beroep gedaan op de Orbisdatabank (versie 12 van oktober 2009);

7.4. er werden geen aanpassingen gedaan aan de financiële gegevens die uit de Orbisdatabank werden geëxporteerd.

8. Gelet op de hiernavolgende overwegingen kan het winstopslagpercentage van 5,31 % aanvaard worden.

8.1. de opslagpercentages voor algemene ondersteuning 4,97 % (mediaan) en voor juridische ondersteuning van 8,34 % (tussen het laagste kwartiel en de mediaan) werden bepaald;

8.2. X heeft vervolgens een inschatting gemaakt van de verhouding tussen beide activiteiten. Hierbij werd rekening gehouden met de verwachte kosten die aan beide type activiteiten toerekenbaar zijn, het aantal personeelsleden en hun bezigheden in relatie tot de verschillende werkzaamheden. Het % toerekenbaar aan algemene ondersteuning werd bepaald op 90 % van de totale activiteiten;

8.3. rekening houdend met deze wegingsfactor is een mixpercentage berekend om beide type activiteiten te belonen.

9. De cost-plus vergoeding is te berekenen als een percentage op de door X gemaakte bedrijfskosten (zijnde het saldo van de rekeningen 61-64 van het Minimum Algemeen Rekeningstelstel).

10. De netto financiële kosten, uitzonderlijke kosten en kosten die louter worden 'doorgerekend' of 'geherfactureerd' (voorschotkosten in de meest strikte betekenis), zullen niet aan de winstopslag worden onderworpen met dien verstande dat onder voorschotkosten wordt verstaan diensten die rechtstreeks ten goede komen aan de groepsvennootschappen waaraan de aanvrager geen toegevoegde waarde bijbrengt en door de dienstverlener met een normale winstmarge aan de aanvrager worden gefactureerd.

III.2 BTW

III.2.1. De technische vrijstelling van artikel 11 en 18, § 3 W.BTW

11. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

12. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

13. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

14. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

15. Naar aanleiding van de hierboven beschreven verrichting worden alle relevante activa en passiva van Y met betrekking tot de activiteit coördinatie en ondersteuning overgedragen aan een nieuw opgerichte Belgische vennootschap, X.

16. In het transfer agreement wordt verwezen naar de relevante activa en passiva (inclusief deze van het Belgische bijhuis) die worden verkocht aan X (de overnemer). Het betreffen ondermeer meubilair, handelsvorderingen, arbeids-, huur-, … contracten, afgesloten op naam van Y, die worden overgedragen aan X.

17. Deze overdracht heeft betrekking op alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen (operationele activa) die X Services in staat stelt om de dienstverleningsfunctie zelfstandig verder te exploiteren.

18. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op de activiteit die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.

19. Vermits X belaste handelingen, zoals omschreven in het service agreement zal stellen, zal ze een btw-belastingplichtige met recht op aftrek zijn.

20. De overdracht voldoet bijgevolg aan de voorwaarden van de artikelen 11 en 18 § 3 WBTW en zal bijgevolg niet onderworpen zijn aan Belgische btw.

III.2.2. Kwalificatie van de door X verleende prestaties

21. In het kader van haar ondersteunende en coördinerende functie, zullen door X algemene (standaard) diensten worden verstrekt (voorzien in de service agreement - zogenaamde 'Standard Services').

De gefactureerde bedragen (de cost contribution) vormen een vergoeding voor de door X verstrekte hoofdprestaties, zodat er in elk geval geen toepassing kan worden gemaakt van de principes voorzien in de artikelen 13 § 2 en 20 WBTW en de door X gemaakte kosten derhalve geacht worden integraal deel uit te maken van de maatstaf van heffing voor de door haar geleverde hoofdprestaties

23. Dit heeft dan ook tot gevolg dat de door X uitgereikte facturen ter aanrekening aan de diverse leden en gelieerde vennootschappen van de cost contribution, steeds eenzelfde btw-behandeling dienen te ondergaan.

24. Zoals kan worden afgeleid uit de service agreement, zal X, naast haar globale dienstverlening (waarvoor de cost contribution wordt aangerekend), van tijd tot tijd ook individuele dienstprestaties leveren. De facturen uitgereikt door X voor dergelijke individuele dienstprestaties zullen bijgevolg elk hun eigen btw-regime ondergaan afhankelijk van de aard van de geleverde prestaties. De aan X gefactureerde prestaties (vb. diverse leveringen van diensten, leveringen van goederen, …) ondergaan eveneens hun eigen btw-regime.

III.2.3. Btw-behandeling door X gefactureerde cost contribution

25. Sinds 1 januari 2010 zijn de nieuwe plaatsbepalingsregels voor diensten van toepassing.

26. Artikel 44 van (de aangepaste) Richtlijn 2006/112/EG, die de zogenaamde hoofdregel inzake de plaats van de dienst vaststelt, luidt : "De plaats van de dienst voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitvoering heeft gevestigd. (…)".

27. De plaats van de dienst verstrekt tussen twee belastingplichtigen, wordt in principe gelokaliseerd daar waar de belastingplichtige ontvanger is gevestigd.

28. De enige prestaties waarvoor nog in een afwijkende regel wordt voorzien tussen belastingplichtigen betreft volgende prestaties:

28.1. diensten met betrekking tot onroerende goederen (artikel 47 van (de aangepaste) Richtlijn 2006/112/EG);

28.2. personenvervoerdiensten (artikel 48 van (de aangepaste) Richtlijn 2006/112/EG);

28.3. diensten in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten (artikel 53 van (de aangepaste) Richtlijn 2006/112/EG);

28.4. restaurant- en cateringdiensten al dan niet aan boord van een schip, vliegtuig of trein (artikelen 55 en 57 van (de aangepaste) Richtlijn 2006/112/EG);

28.5. kortdurende verhuur van vervoermiddelen (artikel 56 van de Richtlijn 2006/112/EG).

29. Aangezien alle leden van de internationale groep steeds actief zijn als dienstverlenende organisatie, zijn al deze leden ook effectief belastingplichtige voor btw-doeleinden.

30. Alle door X verleende prestaties (behoudens de in punt III.2.4 vermelde uitzondering) vallen dan ook onder de toepassing van artikel 44 van Richtlijn 2006/112/EG en dit ongeacht de plaats van vestiging van de leden van de groep (binnen of buiten de EU). Bijgevolg zullen de door X aan de leden uitgereikte facturen ter aanrekening van de cost contribution geen btw dienen te vermelden, daar haar prestaties voor btw-doeleinden steeds zullen geacht worden plaats te vinden daar waar de leden gevestigd zijn. Enkel op de facturen die worden uitgereikt aan X - als enige in België gevestigde afnemer - zal Belgische btw moeten aangerekend worden.

31. Op basis van artikel 196 van de Richtlijn 2006/112/EG, zal daarbij steeds het lid in dienen te staan voor de voldoening van de in zijn land (eventueel) verschuldigde btw, middels een verlegging van heffing.

III.2.4. Btw-behandeling door X gefactureerde opleidingsactiviteiten

32. Diensten in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten vallen buiten het toepassingsgebied van de nieuwe hoofdregel voor de plaatsbepaling van diensten tussen belastingplichtigen. Dergelijke activiteiten zijn met ingang van 1 januari 2010 voor btw-doeleinden nog steeds gelokaliseerd daar waar het evenement plaatsvindt.

33. Vanaf 1 januari 2011 zou de afwijkende regeling echter nog enkel beperkt worden tot het verlenen van toegangsrechten tot evenementen zodat alle verrichtingen van X waarschijnlijk onder de hoofdregel vallen.

34. Indien X overgaat tot de doorfacturering van eigen kosten of van aan X door leden van de groep of derden gefactureerde kosten, als onderdeel van de cost contribution of als individuele dienstprestatie, en welke rechtstreeks of onrechtstreeks gerelateerd zijn aan een specifieke opleidingsactiviteit/evenement, zal X met betrekking tot deze doorgefactureerde kosten de specifieke (afwijkende) plaatsbepalingsregel toepassen en btw aanrekenen van toepassing voor zulke diensten in het land waar het evenement plaatsvindt.

35. Wanneer de doorfacturering echter betrekking heeft op kosten van algemeen ondersteunende opleidingsdiensten verstrekt door X en niet gerelateerd aan een specifiek trainingsevenement, zal de hoofdregel voor de plaatsbepaling van diensten tussen belastingplichtigen (gelokaliseerd daar waar de belastingplichtige ontvanger is gevestigd) van toepassing zijn.

III.3 Verzekeringstaks

36. Op basis van artikel 173 W.DRT zijn verzekeringverrichtingen onderworpen zijn aan een jaarlijkse taks wanneer het risico in België gelegen is. Overeenkomstig artikel 175/1 WDRT bedraagt de jaarlijkse verzekeringstaks 9,25% en is verschuldigd op de betaalde premies.

37. Wanneer de verzekeringnemer een rechtspersoon is, wordt in principe het risico van een verzekeringsverrichting geacht in België gelegen te zijn, indien de vestiging van deze rechtspersoon waarop de overeenkomst betrekking heeft, zich in België bevindt.

38. In casu zal X echter deze verzekering(en) afsluiten en premies storten aan één of meer verzekeringsfondsen ten behoeve van de eigenlijke verzekerden (benoemd in het verzekeringscontract).

39. Overeenkomstig het arrest van het Europees Hof van Justitie in de zaak Kvaerner van 14 juni 2001 (Zaak C-191/99 - randnummers 52 e.v.) is, in geval één lid van de groep een verzekeringscontract afsluit ter verzekering van een bepaald risico ten behoeve van alle leden van de groep, de verzekeringstaks verschuldigd in de lidstaat waar het risico gelegen is.

40. Dit principe werd eveneens bevestigd in het arrest van het hof van beroep te Brussel van 21 april 2005 in de zaak Pioneer Europe NV.

41. Bijgevolg zal er, met betrekking tot door X afgesloten verzekeringen, enkel Belgische verzekeringstaks verschuldigd zijn over premies ter dekking van het gedeelte van het risico dat wordt geacht in België gelegen te zijn. Dit dient te worden bepaald op basis van een uitsplitsing te bezorgen door de verzekeraar.

*

* *

Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB in zitting van 4 mei 2010 dat:

42. bij de overdracht van alle activa en passiva van het Belgisch bijhuis van Y aan X tegen marktwaarde geen abnormaal of goedgunstig voordeel wordt verstrekt in de zin van artikel 26 WIB92;

43. geen abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van art. 26, 79 en 207 WIB92 wordt verstrekt of verkregen door X wanneer de vergoeding van X bepaald wordt als de som van haar bedrijfskosten (61-64 MAR) verhoogd met een winstopslag van 5,31 % op haar eigen kosten en met de netto financiële kosten (saldo rekeningen 65/75 MAR) en met de uitzonderlijke kosten (rekeningen 66 MAR). Onder eigen kosten wordt verstaan alle kosten als bedoeld in de rekeningen 61 tot 64 MAR die niet als "voorschotkosten" kunnen worden aangemerkt;

44. de overdracht van alle relevante activa en passiva (die in elk geval geacht worden een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid te vormen) van het Belgische bijhuis van Y zullen worden overgedragen aan X, een gewone Belgische btw-plichtige, zijn de voorwaarden van de artikelen 11 en 18 § 3 WBTW vervuld en zal de overdracht bijgevolg niet onderworpen zijn aan Belgische btw;

45. de cost contribution in toepassing van 21, § 2 van het btw-wetboek zal kunnen gefactureerd worden zonder toepassing van de Belgische btw, met verlegging van heffing zowel aan in andere EU lidstaten gevestigde als aan niet EU leden van de groep (btw belastingplichtigen);

46. indien X overgaat tot de doorfacturering van eigen kosten of van aan X door leden van de groep of derden gefactureerde kosten, als onderdeel van de cost contribution of als individuele dienstprestatie, en welke rechtstreeks of onrechtstreeks gerelateerd zijn aan een specifieke opleidingsactiviteit/evenement, deze prestaties in toepassing van artikel 21, § 3, 3°b van het btw-wetboek plaatsvinden waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt;

47. door X afgesloten verzekeringen, enkel Belgische verzekeringstaks verschuldigd zal zijn over premies ter dekking van het gedeelte van het risico dat wordt geacht in België gelegen te zijn op basis van artikel 173 W.DRT. Dit dient te worden bepaald op basis van een uitsplitsing te bezorgen door de verzekeraar;

48. de onderhavige beslissing wordt getroffen voor een periode van 5 opeenvolgende boekjaren met ingang vanaf 1 januari 2010. Deze beslissing kan desgewenst worden verlengd of gewijzigd voor zover daartoe - bij voorkeur 3 maanden voor het verstrijken van bovenvermelde periode - een nieuwe aanvraag bij de DVB wordt ingediend;

49. deze beslissing is slechts geldig voor zover noch de activiteiten van de aanvrager, noch de omstandigheden waarin zij worden uitgeoefend betekenisvol wijzigen gedurende de periode tijdens dewelke deze beslissing van toepassing is.

Textes cités

13