Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 01.03.2007
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT -·ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 01.03.2007
Algemene rolnummer : 03/4064/A
In de zaak van :
NV D., met zetel …, …, met ondernemingsnummer ….
eiseres,
voor wie optreedt meester S. D. S., advocaat te …, …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensficaliteit, sector BTW, Ontvanger BTW-kantoor te Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4/2, 9100 Sint-Niklaas,
verweerder,
voor wie optreedt meester E. V. A., advocaat te …, …,
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 1.2.2007, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder de gedinginleidende dagvaarding d.d. 1.10.2003, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de respectievelijke dossiers.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres strekt ertoe te horen zeggen voor recht dat de BTW, evenals de boeten en intresten uitgevaardigd op 1.10.2002, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 4.10.2022 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 10.10.2002 niet verschuldigd zijn;
Verweerder te horen veroordelen tot de kosten.
3. FEITEN EN GESCHIL
Eiseres is geregistreerd als BTW-belastingplichtige voor haar activiteit als groot- en kleinhandelaar voedingswaren.
Op 22.8.2001 wordt een controle uitgeoefend inzake de toepassing van de BTW-wetgeving met betrekking tot de periode van 1.10.1998 tot 30.9.2000. Op 4.7.2002 wordt een proces-verbaal opgesteld m.b.t. de overtreding inzake de factureringsplicht, waarvan op 5.7.2002 een kopie wordt toegestuurd aan eiseres.
De controleambtenaar stelt in het proces-verbaal :
“…
Uit het nazicht van de facturen, zowel in de aankoop als de verkoop, blijkt dat de goederen, die, gelet op de aard ervan en de wijze waarop zij worden aangeboden kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik. Het betreft producten waarvan de aard en de wijze van aanbieding doen blijken dat het gaat om hoeveelheden die de normale behoeften overschrijden.
Bij een bezoek aan de exploitatiezetel op vrijdag 30 november 2001 werd vastgesteld dat op het desbetreffende pand, … geen uithangbord aanwezig was. Op het pand is geen enkele verwijzing aangebracht naar een uitbating van een kleinhandel in voedingsmiddelen. Om de verkoopruimte te bereiken dient men een overdekte gang van ongeveer 50 meter te doorlopen. Nadien dient men de overdekte parkeerplaats te doorlopen waar een aantal oldtimers geparkeerd staan vooraleer men de magazijnruimte bereikt met koelcel. De producten zijn uitgestald op rekken in grote verpakkingen zonder enige prijsvermelding.
In de boekhouding voor de periode van 1.10.1999 tot 30.9.2000 werd vastgesteld dat bij de verkoop van de onderstaande producten niet steeds een factuur werd opgemaakt. De niet op factuur vermelde goederen werden geboekt als verkopen aan particulieren waarvoor de belastingplichtige periodiek een factuur opstelt met als betiteling van de klant weekfactuur. Deze factuur globaliseert de kasverkopen zonder dat de goederen worden gespecificeerd. Het betreft in feite een intern stuk waarbij de kasverkopen in het verkoopjournaal worden geboekt.
(…)
Vermits de belastingplichtige een groothandel uitbaat en de verkochte producten worden aangeboden op een wijze die een economisch gebruik van deze goederen inhoudt in hoofde van de klanten, diende de belastingplichtige overeenkomstig artikel 53, 2° W.BTW en artikel 1 van het KB nr. 1 van 29.12.1992 een factuur uit te reiken aan de klant met de vermeldingen als bedoeld in artikel 5 van hetzelfde KB.
(...)
Er is verschuldigd aan de Belgische Staat
(...)
als geldboete, op grond van art. 70, § 2 W.BTW wegens het niet uitreiken van facturen : het dubbel van de op de handeling verschuldigde belasting, zonder dat ze minder mag bedragen dan 50 EUR, vastgesteld overeenkomstig artikel 1, 3° van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 en tabel C van de bijlage aan dit besluit op 60 % van de op de handelingen verschuldigde belasting en afgerond volgens artikel 4 van hetzelfde KB tot 10.580 EUR.
(...)"
Bij gebrek aan betaling wordt op 1.10.2022 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 4.10.2002 geviseerd en uitvoerbaar wordt verklaard en bij aangetekend schrijven d.d. 10.10.2002 ter kennis wordt gebracht van de belastingplichtige.
Op 25.8.2003 wordt voornoemd dwangbevel bij deurwaardersexploot betekend aan op 10.9.2003 overgegaan werd tot uitvoerend beslag op roerend goed.
Op 1.10.2003 tekent eiseres verzet aan tegen het dwangbevel.
Eiseres laat gelden :
dat zij geenszins ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht (art. 53, 2° W.BTW en art. 1 KB nr. 1 van 29.12.1992);
dat verweerder niet bewijst dat de goederen bestemd zijn voor een economisch gebruik;
dat de geldboete niet verschuldigd is wanneer de leverancier ernstige redenen had om te twijfelen aan de niet-belastingplichtigheid van de medecontractant en eiseres haar klanten waarschuwt om een factuur te vragen, bij gebreke waarvan ze terecht mag veronderstellen dat de afnemers, die om geen factuur verzoeken, deze goederen bestemmen voor privaat gebruik.
4. BESPREKING
1. De facturering maakt het voorwerp uit van art. 53, 2° W.BTW en de art. 1 tot 13 van het KB nr. 1 van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
Het voormeld KB stelt :
"Art. 1, § 1. De belastingplichtige (…) is gehouden aan zijn medecontractant een factuur uit te reiken :
1° wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht;
2° …
3° ...
§ 2. De in § 1 bedoelde belastingplichtige is ervan ontheven een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik.
Deze ontheffing is niet van toepassing op de hierna vermelde handelingen :
1° …
…
6° de leveringen die trekking hebben op goederen die, gelet op de aard ervan, de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden of de toegepaste prijzen, kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik, alsook de leveringen van goederen van de soort waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor de uitoefening van zijn economische activiteit;
7° …
8° de leveringen verricht door voortbrengers - of grossierbedrijven;
9° …
…"
2. Overeenkomstig art. 59, § 1 W.BTW kunnen overtredingen van de bepalingen van het wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen door de administratie worden bewezen volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën. De processen-verbaal leveren bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.
Uit de vaststellingen in het proces-verbaal blijkt dat er in de boekhouding geen opsplitsing is tussen groot- en kleinhandel; dat eisers zich geenszins profileert als een kleinhandelaar; dat de zaakvoerder van eiseres beschikt over een aantal bestelwagens waarop de firmanaam van eiseres staat vermeld en waarmee klanten horecazaken worden beleverd. Tevens blijkt uit de aard, de hoeveelheid en de wijze van aanbieding van de producten dat het gaat om leveringen in hoeveelheden die de normale behoeften van particulieren overstijgen, vb. arachideolie 25 liter, spaghetti 5 kg.
Eisers deze weerlegt deze vaststellingen niet en levert evenmin een tegenbewijs.
Overeenkomstig art. 1, § 2, tweede lid, 8° van het KB nr. 1 moet een grossiersbedrijf altijd een factuur uitreiken, zelfs wanneer zijn medecontractant een natuurlijk persoon is die handelt voor privé-doeleinden.
Bovendien blijkt dat in casu de verkochte goederen, omwille van hun aard en de wijze waarop zij worden aangeboden (grote verpakkingen en hoeveelheid) kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik zodat ook om die reden overeenkomstig art. 1, § 2, tweede lid, 6° van het KB nr. 1 eiseres gehouden was een factuur uit te reiken.
Verweerder stelde dan ook terecht een inbreuk op de factureringsplicht vast.
3. Art. 70, § 2 lid 1 W.BTW bestraft de overtredingen die erin bestaan geen factuur uit te reiken of zich te doen uitreiken. Krachtens art. 70, § 2, lid 2 is de boete niet verschuldigd door degene die aantoont dat :
- de onregelmatigheid te zijnen opzichte als "louter toevallig" kan worden aangemerkt of
- wanneer de leverancier of de dienstverrichter geen ernstige reden had om te twijfelen aan de niet-belastingplichtigheid van de medecontractant.
Zoals hierboven blijkt is eiseres voor al haar verrichtingen gehouden tot facturatie. Twijfel omtrent de niet belastingplicht van haar medecontractant kan niet ingeroepen worden.
Eiseres meent dan ook ten onrechte dat het afficheren van de tekst "Goederen bestemd voor privaat gebruik. Indien handelsgoederen, gelieve factuur te vragen" haar ontslaat van haar verplichting om te factureren.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;
Alle meeromvattende of conclusies verwerpend als niet terzake dienend;
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en ongegrond;
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
aan de zijde van eiseres :
rechtsplegingsvergoeding : 364,40 EUR
aan de zijde van verweerder :
rechtsplegingsvergoeding : 364,40 EUR.
Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 01 maart 2007, waar aanwezig waren :
J.D. B., alleen zetelend rechter,
M. V., griffier.
M. V. J. D. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.