Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 24.12.2004
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vierentwintig december tweeduizend en vier in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : AR nr. 00/2255/A
BVBA A., met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester B. C. loco meester K. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
- in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, Wetstraat 10-12, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, wiens burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4 (volgens inleidende dagvaarding),
- Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur a.i., rekenplichtige, van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4 (volgens inleidend verzoekschrift).
verwerende partij,
verschijnende bij meester R. V. loco meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te … op 10 april 2000,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 28 april 2004,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partij en in hun middelen en gezegden ter zitting van 3 december 2004.
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/4/2000, uitgevaardigd op 4 februari 2000 en uitvoerbaar verklaard op 8 februari 2000, integraal te vernietigen, dienvolgens te zeggen voor recht dat eiseres de gevorderde bedragen niet verschuldigd is, verweerder te veroordelen alle door hem ten onrechte ingehouden en/of door eiseres betaalde bedragen aan eiseres terug te betalen, meer de intresten en de kosten van het geding.
Relevante feiten
Eiseres is aannemer van bouwwerken.
Met het oog op een grondige verificatie betreffende de periode van 1 januari 1994 tot en met 31 december 1997 werd bij eiseres een controle uitgeoefend op 26 november 1998, 7 januari 1999 en 27 september 1999.
Reeds op 23 februari 1999 werd aan eiseres medegedeeld dat de controle van haar boekhouding heeft geleid tot de vaststelling van inbreuken, die werden vermeld in de bijgevoegde correctieopgave; volgens de administratie werden door de BVBA D., de BVBA E.-T. en de BVBA V. voor de jaren 1994 tot en met 1997 facturen uitgereikt, die geen daadwerkelijke leveringen en/of diensten vertegenwoordigen zodat er voor deze facturen geen recht op aftrek is.
Op 3 februari 2000 heeft de administratie een proces-verbaal opgesteld waarin onder meer werd gesteld dat :
- eiseres in gebreke was gebleven aan te tonen dat goederen en diensten, die aan haar werden gefactureerd door de B.V.B.A. D., de B.V.B.A. E.-T., de BVBA V. en de BVBA G., betrekking hebben op handelingen verricht in de uitoefening van haar economische activiteit,
- op voornoemde facturen gegevens ontbreken en het ontbreken van deze gegevens een ernstige inbreuk is op de verplichte vermeldingen op facturen omdat niet aan alle vormvoorwaarden werd voldaan,
- bijgevolg voorbelasting ten bedrage van 2.853.720 BEF ten onrechte in aftrek werd gebracht,
- bij toepassing van artikel 70, § 1bis W.BTW het dubbel van de verschuldigde belasting als geldboete verschuldigd is, zijnde 2.853.720 BEF x 2 = 5.707.440 BEF.
Bij aangetekende brief van 8 februari 2000 werd een éénsluidend verklaard exemplaar van voornoemd proces-verbaal naar eiseres verzonden.
Beoordeling
Betreffende het recht op aftrek
Krachtens artikel 45, § 1 W.BTW, waarin het beginsel van het recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten bestemt voor zijn economische activiteit.
Opdat een belastingplichtige de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten zou mogen aftrekken, moet de belastingplichtige conform artikel 3, § 1 KB nr. 3 van 10 december 1969 in het bezit zijn van een door zijn leverancier of dienstverrichter uitgereikte regelmatige factuur waarop hem inzonderheid de opeisbare belasting afzonderlijk wordt in rekening gebracht.
Krachtens voornoemd artikel 3, § 1 KB nr. 3 van 10 december 1969 moet eiseres aldus, om haar recht op aftrek te kunnen uitoefenen, in het bezit zijn van een factuur opgemaakt overeenkomstig artikel 5 KB nr. 1 van 29 december 1992.
Bijgevolg moet eiseres in bezit zijn van regelmatige facturen en kunnen facturen waarop de verplichte vermeldingen ontbreken geen aanleiding geven tot recht op aftrek tenzij blijkt dat die vermeldingen geen nut hadden voor de inning van de BTW en voor de controle erop door de administratie (H.v.J. 14 juli 1988, R.W. 1988-89, 309, Cass. 13 oktober 2000, F.J.F. 2000/297 en Cass. 19 september 1996, R.W. 1996-97, 1306).
Krachtens artikel 5, § 1, 5°, a) van voornoemd KB nr. 1 van 29 december 1992 moet de factuur onder meer de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst vermelden.
Op al deze facturen ontbreekt bij de verkoop van goederen de datum van de levering van het goed en bij de verhuring van goederen de datum van de voltooiing van de dienst; uit de loutere vermelding van de duur van de huur kan immers geenszins worden afgeleid wanneer de datum van de voltooiing van de dienst is.
Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen dient eiseres een factuur in haar bezit te hebben waarop inzonderheid de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van dienst is vermeld aangezien deze vermelding de inning van de belasting en de controle daarop door het bestuur moet mogelijk maken (Cass. 7 juni 1996, R.W. 1996-97, 719).
Nu het bewezen is dat op al de facturen voornoemde verplichte vermelding ontbreekt, deze vermelding ongetwijfeld van nut is voor de inning van de BTW en voor de controle erop door de administratie, geven deze facturen dan ook geen recht op aftrek.
Betreffende de schending van de rechten van verdediging
Volgens eiseres werden de rechten van verdediging geschonden omdat :
- geen inzage werd gegeven van de dossiers van de leveranciers waardoor het "fair play" beginsel zou geschonden zijn,
- het proces-verbaal slechts op 3 februari 2000 werd opgesteld terwijl een eerste controle reeds op 26 november 1998 werd uitgevoerd.
Aangezien de facturen geen recht op aftrek geven door het loutere feit dat de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst ontbreekt, staat het ontegensprekelijk vast dat eiseres inzage werd verleend van alle relevante documenten.
Een eerste controle werd bij eiseres uitgevoerd op 26 november 1998 en vervolgens werd het onderzoek voortgezet bij eiseres op 7 januari 1999 en 27 september 1999.
Bijgevolg werd het proces-verbaal opgesteld kort nadat het onderzoek was afgesloten zodat het dan ook vaststaat dat dit proces-verbaal tijdig werd opgesteld.
Bovendien werd reeds op 23 februari 1999 aan eiseres medegedeeld dat de controle van haar boekhouding heeft geleid tot de vaststelling van inbreuken, die werden vermeld in de bijgevoegde correctieopgave; volgens de administratie werden door de BVBA D., de BVBA E.-T. en de BVBA V. voor de jaren 1994 tot en met 1997 facturen uitgereikt, die geen daadwerkelijke leveringen en/of diensten vertegenwoordigen zodat er voor deze facturen geen recht op aftrek is.
Er is dan ook geen sprake van dat de rechten van verdediging werden geschonden.
Betreffende de geldboete van 200 %
Het proces-verbaal van 3 februari 2000 motiveert ongetwijfeld voldoende de geldboete van 200 %.
Verder is het ongetwijfeld bewezen dat de overtredingen werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.
De rechtbank is van oordeel dat deze geldboete van 200 % in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad
Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.
Dispositif
OM DIE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 342,09 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 174,76 EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. D. P. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.