Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 27.10.2000
Résume non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zevenentwintig oktober tweeduizend in openbare zitting van de één F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter.
G. G., griffier.
In zake : A.R. Nr. 00/2841/A
G. S. NV
ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met zetel gevestigd te …, …,
EISENDE PARTIJ,
- Verschijnende bij Meester W. H., loco Meester B. S., advocaat, kantoorhoudende te …, …,
tegen :
De BELGISCHE STAAT,
Vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Eerst-aangewezen inspecteur van het BTW-Controlekantoor te Mol, met kantoren te 2400 Mol, Molderdijk 126,
VERWERENDE PARTIJ,
- verschijnende bij Meester D. V. O. loco Meester P. V. d. S., advocaat, kantoorhoudende te …., …,
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging o.m. :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. V. H. te … op 20 april 1999;
- het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout (A.R. 99/649 A) op 24 maart 2000;
- het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen door de arrondissementsrechtbank te Turnhout op 3 mei 2000 (A.R. 001 E);
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 29 september 2000.
De vordering strekt ertoe :
- in hoofdorde te horen zeggen voor recht dat de activiteit van eiseres, namelijk het maken en afleveren van een “master tape”, een levering van een goed is in de zin van het BTW-wetboek;
- in ondergeschikte orde, in afwachting van een éénvormige Europese afspraak tussen de diverse Lidstaten van de Europese Unie met betrekking tot de kwalificatie van kwestieuze verrichting, minstens te horen zeggen voor recht dat de activiteit van eiseres, namelijk het maken en afleveren van een “master tape”, een levering van een goed is in de zin van het BTW-wetboek en de dwangmatige opeising van de BTW te schorsen en het blokkeren van de BTW-tegoeden te verbieden;
- verweerder zich bovendien te horen veroordelen tot de kosten van het geding.
Relevante feiten
Eiseres is uitbaatster van een geluidsopnamestudio.
In opdracht van binnen- en buitenlandse platenmaatschappijen nodigt eiseres zangers en muzikanten uit in haar geluidsopnamestudio en neemt zij de muzikale werken op die zij vervolgens onder meer mengt, zuivert en voorziet van geluidseffecten om uiteindelijk tot een “master tape” te komen.
Haar opdrachtgeefsters gebruiken later deze “master tapes” om kopieën, met name CD’s en andere geluidsdragers, te produceren : zonder deze “master tapes” kunnen geen kopieën geproduceerd worden.
Volgens verweerder werd eiseres op 18 november 1993, tijdens een BTW-controle over de periode 1991 en 1992, ervan op de hoogte gebracht dat de door haar verrichte activiteit een dienstverrichting is, zodat de dienst dan ook in België plaatsvindt en zij bijgevolg dan ook BTW dient aan te rekenen ongeacht de hoedanigheid van de ontvanger van de dienst of de plaats waar de ontvanger van de dienst gevestigd is.
Hierbij werd aan eiseres medegedeeld dat er niet werd teruggekomen op eventuele misvattingen wat betreft het verleden, doch dat eiseres zich aan de wettelijke bepalingen diende aan te passen wat betreft de toekomst.
Voornoemde beweringen van verweerder worden niet betwist door eiseres.
Naar aanleiding van een BTW-controle op 3 februari 1998 over de periode 1993 tot 1997 werd vastgesteld dat eiseres – ondanks de verwittiging – op haar uitgaande facturen, waarbij de ontvanger van de dienst als belastingplichtige in een andere lidstaat of in een derde land geregistreerd is, nog steeds geen BTW heeft aangerekend.
Op 5 oktober 1998 werd hiervan proces-verbaal opgesteld door de BTW-administratie en werd vastgesteld dat de totaal verschuldigde BTW … BEF bedraagt, hetgeen aan eiseres werd medegedeeld op 23 november 1998.
Bij gebreke aan betaling werd op 14 juni 1999 een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 16 juni 1999 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard en op 22 juni 1999 ter kennis werd gebracht aan eiseres bij aangetekende brief.
Eiseres had reeds voor de uitvaardiging van het dwangbevel deze dagvaarding betekend en had ook in kort geding gedagvaard.
Bij beschikking van 12 juli 1999 schorste de heer Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, zetelend in kort geding, in afwachting van een definitieve uitspraak ten gronde, de dwangmatige opeising van de BTW en verbood, eveneens in afwachting van een definitieve uitspraak ten gronde, het blokkeren van de BTW-tegoeden.
Beoordeling
Betreffende de activiteit van eiseres : levering van een goed of verrichting van een dienst ?
Conform artikel 10 § 1, eerste lid van het Wetboek van BTW wordt als levering van een goed beschouwd de overdracht of de overgang van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken.
Uit de in artikel 10 § 1, eerste lid van het Wetboek van BTW gebruikte bewoordingen blijkt dat het begrip “levering van een goed” niet verwijst naar de eigendomsoverdracht in de vormen voorzien door het nationale recht, maar elke overdrachtshandeling van een lichamelijke zaak door een partij insluit, die de andere partij in staat stelt daadwerkelijk daarover te beschikken als ware zij eigenaar van die zaak.
Het gaat hierbij niet noodzakelijk om civielrechtelijke eigendomsoverdracht, ook indien geen juridische eigendom van een zaak wordt overgedragen kan sprake zijn van levering waar het op aankomt is niet dat juridisch civielrechtelijke eigendom wordt overgedragen maar wel dat er een overdracht is van het recht om juridisch over het goed te beschikken (juridische beschikkingsbevoegdheid).
Bijgevolg is voor de levering van een goed essentieel dat er een overdracht of een overgang is van de macht om juridisch over een lichamelijke zaak te beschikken.
Er dient dan ook te worden nagegaan of eiseres de macht had om juridisch over de “master tapes” te beschikken en zij aldus de bevoegdheid had om deze “master tapes” over te dragen.
Het is duidelijk en het wordt ook niet betwist door eiseres dat zij niet beschikte over de auteursrechten op het muziekwerk, hetgeen zij op de “master tape” opnam, zodat zij dan ook niet de macht had om juridisch over deze “master tapes” te beschikken.
Enkel diegene die de auteursrechten heeft op het muziekwerk heeft de macht om juridisch over de “master tapes” te beschikken en heeft de bevoegdheid om deze macht over te dragen.
Aangezien eiseres bijgevolg niet de macht had om juridisch over deze “master tapes” te beschikken, had zij evenmin de bevoegdheid om deze macht over te dragen, zodat er dan ook, conform artikel 10 § 1, eerste lid van het Wetboek van BTW, geen sprake kan zijn van een levering van een goed.
Nu het bewezen is dat de opname door eiseres van een “master tapes”, die vervolgens werd bezorgd aan haar opdrachtgeefsters, geen levering van een goed is, is het evenzeer bewezen dat deze activiteit een dienstverrichting is.
Conform artikel 18 § 1 van het Wetboek van BTW wordt immers, elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit wetboek, als een dienst beschouwd waarbij dient opgemerkt te worden dat de opsomming van diensten, vermeld onder artikel 18 § 1, tweede lid van het Wetboek van BTW louter exemplatief is en geenszins limitatief, hetgeen uitdrukkelijk blijkt uit de zinsnede “als een dienst wordt onder meer beschouwd …”.
Het is dan ook totaal niet relevant dat :
- eiseres geen personeel zou ter beschikking gesteld hebben daar dit steeds onder haar eigen gezag zou gebleven hebben;
- eiseres geen geluidsinstallatie zou ter beschikking gesteld hebben daar zij deze zelf zou gebruikt hebben;
- de activiteit van eiseres niet als maakloonwerk zou kunnen beschouwd worden.
Aangezien het bewezen is dat eiseres voor de opname van de “master tapes” niet louter haar geluidsopnamestudio ter beschikking heeft gesteld van de platenmaatschappijen, hetgeen immers dient beschouwd te worden als een verhuur van goederen, die vrijgesteld is van de BTW in de mate waarin hij betrekking heeft op onroerende goederen uit hun aard, dienen haar activiteiten, conform artikel 18 § 1 van het wetboek van BTW, als dienstverrichtingen te worden beschouwd, het is immers bewezen dat haar activiteiten niet als een levering van goederen kunnen beschouwd worden.
Betreffende de neutraliteit
De beroepsmatige afnemers van eiseres kunnen de BTW volledig recupereren zodat de neutraliteit dan ook gegarandeerd is en het feit dat zij enige tijd dienen te wachten op de teruggave van de BTW doet hieraan geen afbreuk.
Betreffende de schending van het gelijkheidsbeginsel
Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden doordat in de verschillende landen de desbetreffende BTW-wetgeving niet in overeenstemming zou zijn en in sommige landen de activiteiten van eiseres als levering van goederen zouden beschouwd worden.
Betreffende de schending van behoorlijk bestuur
Zoals hoger vermeld werd eiseres reeds op 18 november 1993, tijdens een BTW-controle over de periode 1991 en 1992, ervan op de hoogte gebracht dat de door haar verrichte activiteit een dienstverrichting is, waarbij aan eiseres werd medegedeeld dat er niet werd teruggekomen op eventuele misvattingen wat betreft het verleden, doch dat eiseres zich aan de wettelijke bepalingen diende aan te passen wat betreft de toekomst.
Ondanks deze verwittiging van de BTW-administratie werd echter vastgesteld dat eiseres over de periode 1993 tot 1997 op haar uitgaande facturen, waarbij de ontvanger van de dienst als belastingplichtige in een andere lidstaat of in een derde land geregistreerd is, nog steeds geen BTW aanrekende, zodat de beginselen van behoorlijk bestuur dan ook werden nageleefd.
Ook uit het loutere feit dat een hoofdcontroleur van BTW, op vraag van een andere BTW belastingplichtige, antwoordt dat, een ogenschijnlijk op het eerste zich gelijkaardige activiteit van deze andere belastingplichtige, zijns inziens als een levering van een goed dient beschouwd te worden, betekent geenszins dat door deze verkeerde kennisgeving aan een derde de beginselen van behoorlijk bestuur werd geschonden ten opzichte van eiseres.
Betreffende de uitvoerbaarverklaring bij voorraad
Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeeld eiseres tot de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van verweerder begroot op :
- … BEF, rechtsplegingsvergoeding kort geding,
- … BEF, rechtsplegingsvergoeding ten gronde,
En door de rechtbank ambtshalve vereffend op ;
- … BEF, rechtsplegingsvergoeding kort geding,
- … BEF, rechtsplegingsvergoeding ten gronde.
G. G. P. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.