Livraison de biens, champ d'application, opération imposable, exonération, exportation · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 21 décembre 2005

Rechercher
Texte en néerlandais

Livraison de biens, champ d'application, opération imposable, exonération, exportationTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-biens-champ-application-operation-tribunal-anvers-2005-12-21-cf9a

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
21 décembre 2005

Parcours procédural

2 étapes · 2 ans 11 mois
  1. Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers21.12.2005
  2. Décision sur appelCour d'appel d'Anvers16.12.2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

47 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 21.12.2005

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op éénentwintig december tweeduizend en vijf in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., rechter, voorzitter van de kamer, rechter,

P. W., rechter,

M. G., rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : AR nr. 04/2432/A

C. NV, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met ondernemingsnummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester F. Vandewalle en meester G. Siffert, advocaten, kantoorhou­ dende te 2000 Antwerpen, Amerikalei 122 bus 3c.

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

A. vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

B. Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het eerste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

- het tussenvonnis van de 2F kamer van deze rechtbank van 2 februari 2005,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer … van 3 mei 1998 en nummer … van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 16 nowmber 2005.


Toelaatbaarheid van de vordering in betwisting van het dwangbevel staat niet in betwisting, ook niet desnoods van ambtswege aan te voeren.

In het tussenvonnis van 2 februari 2005 werd aan partijen verzocht zich nader uit te spreken over hun standpunt dat de verkoop van de telefoonkaarten, zij het als dragers van belkrediet zij het eventueel op andere wijze, geen levering van goederen behelst in de zin van artikel 10 Wetboek BTW.

Verweerder stelt in zijn conclusie na tussenvonnis dat 'het uitgereikte document' belkrediet vertegenwoordigt, en 'voor de gecontroleerde periode gebruikt wordt voor verrichtingen op het gebied van telecommunicatie'.

Eiseres stelt in haar conclusie na tussenvonnis dat artikel 9 Wetboek BTW 'onlichamelijke goederen principieel uitsluit', nu deze 'per definitie geen fysieke werkelijkheid hebben', maar dat daaraan 'meestal vorm wordt gegeven door een roerend voorwerp, namelijk een effect of geschreven stuk, zoals bijvoorbeeld effecten aan toonder, handelspapier, loterij­biljetten'.

Het laatste lid van artikel 9 Wetboek BTW blijkt uitdrukkelijk en daarom met zoveel woorden effecten aan toonder niet als lichamelijke goederen te beschouwen.

Het eerste lid van artikel 18 Wetboek BTW beschouwt als een dienst, elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit Wetboek.

Geen der bovenstaande overwegingen antwoordt, positief of negatief, op de vraag of de alhier betrokken telefoonkaarten al of niet lichamelijke goederen vorm(d)en.

Verweerder stelt verder nog wel terecht dat de verkoop ervan 'dus betrekking (heeft) op de telecommunicatiedienst', en het document 'om die reden geen andere waarde (kan hebben) dan die van de dienst die het vertegenwoordigt'.

Zulks belet geenszins dat de hier betrokken telefoonkaarten werkelijke lichamelijke roerende goederen vormden, weliswaar slechts waardevol als dragers van wat gemeenlijk "belwaarde" wordt genoemd, aldus dragers van een recht 'op' een dienst van telecommunicatie die slechts wordt geleverd aan de (eind)gebruiker ervan, en zulks pas op het ogen­ blik waarop deze erom verzoekt en aldus aan diegene die erom verzoekt door activering.

Deze telefoonkaarten vormden aldus goederen in de zin van artikel 9 Wetboek BTW, daarvan niet uitgesloten door een uitdrukkelijke tekst, en ze werden door eiseres geleverd in de zin van artikel 10 Wetboek BTW, in het bijzonder te dezen in de zin van artikel 39bis Wetboek BTW bij wijze van intracommunautaire leveringen.

De vordering in betwisting van de in het dwangbevel verwoorde fiscale vordering is bijgevolg gegrond.

Dispositif

0M DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Na erover beraadslaagd te hebben.

Verklaart de vordering toelaatbaar, en als volgt gegrond,

Verklaart het dwangbevel, uitgevaardigd door de 'rekenplichtige' (ontvanger, eerstaanwezend inspecteur) van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen op 15 december 2003 ten laste van eiseres (referte RCIV …, Reg. …), dan uitvoerbaar verklaard op 16 december 2003 en aan eiseres ter kennis gegeven op ongekende datum en wijze, onwettig en verbiedt er de uitvoering van,

Veroordeelt verweerder tot teruggave van elke op dit dwangbevel ingehouden of rechtstreeks betaalde som, meer moratoriumintrest in toepassing van en conform art. 91, § 4 Wetboek BTW, te dezen niet verder gespecificeerd door eiseres,

Veroordeelt verweerder tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in respectieve conclusies, en door de rechtbank in hoofde van eiseres vereffend op (250,17 + 189,28 =) 439,45 EUR explootkosten verzet plus 178,48 EUR rechtsplegingvergoeding, opgeteld 617,93 EUR,

Wijst eiseres af van het meer gevorderde en van het anders gevorderde.

N. D. M. G. P. W. L. B.

Textes cités

5
CTVA art. 93 occurrences
CTVA art. 102 occurrences
CTVA art. 181 occurrence
CTVA art. 39bis1 occurrence
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8