Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour de cassation du 14.05.2020 (F.17.0042.N/1)
WF 713-15-14/033264
[Favorable à l’Etat belge]
Taxe sur la valeur ajoutée – Amende fiscale – Principe de légalité – Compétence liée de l’administration de la TVA – Motivation des actes administratifs – Motivation d’un compte spécial
Dispositions légales
Article 109 de la loi du 4 août 1986 portant des dispositions fiscale (Charte du contribuable)
Articles 53, §1er, 3°, 70, 72 et 84 du Code de la TVA
Arrêté royal n° 41, du 30 janvier 1987, fixant le montant des amendes fiscales proportionnelles en matière de taxe sur la valeur ajoutée.
Synthèse
1) Les faits et les antécédents de procédure
L’assujettie est une unité-TVA. En raison du non-paiement de la TVA, elle a reçu la notification de l’ouverture d’un compte spécial dans lequel la situation était affichée au 30 juin 2013 et une amende de 61.000€ était infligée.
L’assujettie a contesté cette amende devant le tribunal de première instance. Dans son jugement rendu le 23 mars 2015, le juge en première instance a déclaré la demande de l’assujettie non fondée. La procédure s’est poursuivie devant la cour d’appel d’Anvers.
La cour d’appel a jugé que l’assujettie invoquait à juste titre une violation de l’article 109 de la loi du 4 août 1986 et a dès lors annulé l’amende.
Lorsque l’administration fiscale inflige une amende à l'occasion de l'établissement d'un compte spécial, elle n'est pas seulement tenue d'en aviser l'assujetti. Elle doit également communiquer les faits constitutifs de l'infraction, se référer aux textes légaux ou réglementaires dont il a été fait application et indiquer les motifs ayant servi à fixer le montant de l'amende.
L’Etat belge a introduit un pourvoi en cassation.
2) L’arrêt de la Cour de cassation
La compétence liée oblige l'administration fiscale à infliger une amende dès que les conditions prévues par les articles 53, § 1er, 3, 70, 72 et 84 du Code de la T.V.A. sont remplies.
Lorsque l’administration fiscale inflige une amende à l'occasion de l'établissement d'un compte spécial, elle n'est pas seulement tenue d'en aviser l'assujetti. Elle doit également communiquer les faits constitutifs de l'infraction, se référer aux textes légaux ou réglementaires dont il a été fait application et indiquer les motifs ayant servi à fixer le montant de l'amende.
L'administration fiscale n'est toutefois pas tenue de mentionner l'absence de mauvaise foi dans le chef de l’assujettie comme motivation pour infliger une amende administrative réduite.
Les juges en degré d’appel constatent que l’amende légale a été réduite à 15% par référence à l’article 1er, 1°, de l'arrêté royal n° 41 du 30 janvier 1987 fixant le montant des amendes fiscales proportionnelles en matière de taxe sur la valeur ajoutée et au point I, 2, A, de la première section du tableau G, annexé à l'arrêté royal précité.
Ils jugent également qu’il ressort de la notice explicative jointe au compte spécial qu’un compte spécial a été ouvert et que l’amende proportionnelle a été infligée en raison du non-paiement dans les délais du montant de la TVA due qui résulte des déclarations déposées.
Les juges en degré d’appel qui pour ces motifs jugent que le requérant n’a pas satisfait au devoir de motivation de l’article 109 de la loi du 4 août 1986, viole cette disposition légale.
La Cour de cassation annule l’arrêt contesté et renvoie l’affaire devant la cour d’appel de Bruxelles.
Texte de l’arrêt
L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale
Corps de la décision
Hof van Cassatie, arrest nr. F.17.0042.N van 14 mei 2020
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal, Centrumdirecteur van het KMO Centrum Mechelen, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 17, eiser, vertegenwoordigd door mr. ..., advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. ..., advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te ...,
tegen
1. PM U.B. nv, met zetel te ..., 2. P.M. B. nv, met zetel te ..., 3. O. B-S. nv, met zetel te ..., verweersters, die samen de Btw-eenheid BTWE U.B.G., met zetel te ... vormen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 oktober 2016.
Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Tweede onderdeel
1. Artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen bepaalt: "Telkens wanneer een belastingadministratie aan een belastingplichtige een bericht zendt, waarbij hem een administratieve geldboete wordt opgelegd, vermeldt dit bericht de feiten die de overtreding opleveren en de verwijzing naar de toegepaste wet- of verordeningsteksten, en geeft de motieven die gediend hebben om het bedrag van de boete vast te stellen".
2. Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde is de schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde bepaald voor overtredingen begaan voor 1 november 1993 in tabel A, en voor overtredingen begaan na 31 oktober 1993 in tabel G van de bijlage bij dit besluit ten aanzien van de overtredingen beoogd in artikel 70, § 1, van het Btw-wetboek.
Krachtens punt I, 2, A van Afdeling 1 met als opschrift "Binnenlandse en intracommunautaire verrichtingen" van tabel G van de bijlage bij het voornoemde koninklijk besluit nr. 41 bedraagt de geldboete 15 pct. van de verschuldigde belasting in geval van een overtreding waarvoor de btw-hoofdcontroleur een bericht stuurt betreffende de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, Btw-wetboek, of uit het opstellen van de bijzondere rekening.
3. De gebonden bevoegdheid verplicht de belastingadministratie op grond van het fiscale legaliteitsbeginsel een geldboete op te leggen zodra de voorwaarden van de artikelen 53, § 1, 3°, 70, 72 en 84 Btw-wetboek zijn vervuld.
Wanneer zij een geldboete oplegt naar aanleiding van het opmaken van een bijzondere rekening, moet zij niet alleen de belastingplichtige daarvan kennis geven. Zij moet ook de feiten meedelen, die de overtreding opleveren, verwijzen naar de toegepaste wet- of verordeningsteksten, en de motieven geven, die gediend hebben om het bedrag van de geldboete vast te stellen.
De belastingadministratie is evenwel niet verplicht om de afwezigheid van kwade trouw in hoofde van de belastingplichtige te vermelden als motief voor het opleggen van een verminderde administratieve geldboete.
4. De appelrechters stellen vast dat de wettelijke geldboete werd verminderd tot 15 procent onder verwijzing naar artikel 1, eerste lid, sub 1, van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde en naar punt I, 2, A, van Afdeling 1 van tabel G van de bijlage bij dit besluit.
Zij oordelen tevens dat uit de verklarende nota bij de bijzondere rekening blijkt dat er een bijzondere rekening werd opgesteld en dat de proportionele geldboete werd opgelegd wegens niet-tijdige betaling van de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde zoals die blijkt uit de ingediende aangiften.
5. De appelrechters die op die gronden oordelen dat door de eiser niet werd voldaan aan de motiveringsplicht van artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986, schenden die wetsbepaling.
Het onderdeel is gegrond.
Overige grieven
6. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.
Dispositif
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 14 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende.
Ondertekeningen
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.
Textes cités
5Jurisprudence
1Belgique
1Cour d'appel d'Anvers21.11.2023