Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2019.1138 du 21.01.2020
Impôts sur les revenus · Impôt des personnes morales · Tva · Prestations de services · Droit à déduction
Résumé
Il a été décidé que :
- Z peut continuer à être soumise à l'impôt des personnes morales sur la base de l’article 220, 3° CIR92 combiné à l’article 182 CIR92;
- Z est toujours un assujetti à la TVA au sens de l’article 4 C. TVA;
- Z fournit toujours des prestations de services au bénéfice de X qui doivent être localisées en Belgique conformément à l'article 21bis, § 1er C. TVA, mais peuvent bénéficier de l’exonération de la TVA visée à l’article 42, § 3, 3° C. TVA;
- Z fournit des services au bénéfice des Membres, tiers associés KIC et Partenaires externes (nouvelle activité) devant être localisés conformément à l'article 21, § 2 C. TVA;
- La question relative à l’acquisition et la détention de participations (minoritaires) dans des start-ups innovantes est irrecevable;
- Z a partiellement droit à la déduction de la TVA conformément à la méthode de l’utilisation réelle.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:
- Z nog steeds onderworpen blijft aan de rechtspersonenbelasting op basis van artikel 220, 3° WIB92 juncto artikel 182 WIB92;
- Z nog steeds een btw-belastingplichtige is in de zin van artikel 4 W. Btw;
- Z nog steeds dienstprestaties verstrekt ten voordele van X die in België gelokaliseerd dienen te worden overeenkomstig artikel 21bis, §1 W. Btw, doch kunnen genieten van de vrijstelling van btw beoogd in artikel 42, §3, 3° W.BTW;
- Z diensten verstrekt ten voordele van de Leden, KIC verbonden derden en Externe Partners (nieuwe activiteit) die gelokaliseerd dienen te worden overeenkomstig artikel 21, §2 W. Btw;
- Z voor de verwerving en het aanhouden van (minderheids-)participaties in innovatieve digitale startups (nieuwe activiteit) aangemerkt wordt als een niet-belastingplichtige;
- Z overeenkomstig de methode van het werkelijk gebruik gedeeltelijk recht op aftrek van btw heeft.
II. Beslissing
2. De Aanvraag voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 21 en 22 van de Wet van 24 december 2002 tot instelling van een systeem voor voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
3. Z is momenteel onderworpen aan de rechtspersonenbelasting (zie voorafgaande beslissing 2011.XXX).
4. Z fungeert als het verlengstuk van X.
5. X zelf is een onafhankelijk orgaan van de Europese Unie die instaat voor het stimuleren van de integratie van een aantal kennisdeelgebieden met name hogere opleiding, onderzoek en innovatie.
6. Naast het X en Z bestaat deze KIC ook nog uit KIC Partners, de KIC verbonden derden en de Z verbonden derden.
7. De taak van Z bestaat er, volgens de aanvrager, in om de door X aan haar toegewezen activiteiten en opdrachten te vervullen, hierover te rapporteren en verantwoording af te leggen. Z heeft als hoofdtaak het uitwerken, organiseren, coördineren en sturen van de KIC.
8. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager financiert X momenteel de werking van Z. Z functioneert als het ware als een facilitator of doorgeefluik van deze subsidies. Z gebruikt zelf slechts in beperkte mate tegemoetkomingen van X.
9. Volgens de aanvrager zal de betoelaging door X tegen XX/XX/XXXX afnemen tot N EUR. Op lange termijn dient de KIC bijgevolg dus meer en meer zelfbedruipend te zijn.
10. Zoals hierboven reeds vermeld, is het hoofddoel van Z het uitwerken, organiseren, coördineren en sturen van de KIC. Aangezien het, ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager, de bedoeling is dat Z naar de toekomst zelfbedruipend dient te zijn, dient Z op zoek te gaan naar andere alternatieve vormen van financiering zodat Z haar werking kan blijven voortzetten.
11. Z doet dit enerzijds door lidmaatschapsgelden te vragen aan haar Leden en door Partnersbijdragen te vragen van de Externe Partners en de KIC verbonden derden.
12. Daarnaast is het volgens de aanvrager de bedoeling dat Z in de toekomst minderheidsparticipaties zal aanhouden in startups.
II.A Wat betreft de inkomstenbelastingen
13. Artikel 179 WIB92 stelt dat binnenlandse vennootschappen onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting. Artikel 2, §1, 5°, b) WIB92 definieert de binnenlandse vennootschap als enigerlei vennootschap die in België haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur heeft en niet van het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting is uitgesloten.
14. Artikel 2, §1, 5°, a) WIB92 definieert het begrip vennootschap als “enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting of instelling die een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard en die:
- ofwel rechtspersoonlijkheid bezit naar het recht, Belgisch of buitenlands, dat haar beheerst;
- ofwel wordt beheerst door een buitenlands recht die haar geen rechtspersoonlijkheid toekent maar een rechtsvorm heeft die vergelijkbaar is met die van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid naar Belgisch recht en voldoet aan de definitie van binnenlandse vennootschap als bedoeld onder b) hieronder.”
15. Artikel 220, 3° WIB92 bepaalt dat “de rechtspersonen die in België hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, of ingevolge artikel 181 en 182, niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen”, onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting.
16. De in de statuten van Z vermelde maatschappelijke zetel bevindt zich in België. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager huurt ze kantoorruimte in Brussel van waaruit ze haar activiteiten uitoefent, gelet op het feit dat de Europese overheden en diverse stakeholders er gecentraliseerd zijn. De zetel van bestuur en de voornaamste inrichting van de aanvrager bevindt zich dus in België.
17. Artikel 182 WIB92 stelt dat “voor verenigingen zonder winstoogmerk en andere rechtspersonen die geen winstoogmerk nastreven worden niet als verrichtingen van winstgevende aard aangemerkt:
1° alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen;
2° verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht;
3° verrichtingen die bestaan in een bedrijvigheid die slechts bijkomstig op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen betrekking heeft of niet volgens nijverheids- of handelsmethoden wordt uitgevoerd.”
18. Comm.IB92 nr. 179/10 stelt dat “onder de uitdrukking "een onderneming exploiteren" moet worden verstaan een "nijverheids-, handels- of landbouwonderneming exploiteren" waarvan de winst een als dusdanig aan de PB onderworpen beroepsinkomen zou vormen indien die onderneming werd gevoerd door een natuurlijke persoon of door een vennootschap, vereniging, enz., zonder rechtspersoonlijkheid (art. 23, § 1, 1° en 24, WIB 92).”
19. Comm.IB92 nr. 179/11 stelt dat “de uitdrukking "zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard" tegelijk dekt:
1° de "winstgevende bezigheden" (art. 23, §1, 2° en 27, WIB 92), die de rechtspraak uitlegt als betekenend "bezigheden met winstoogmerken";
2° de "bezigheden van winstgevende aard, maar zonder winstoogmerken", gekenmerkt door een voortdurende beroepswerkzaamheid, bestaande uit:
a) verrichtingen van nijverheids-, handels- of landbouwkundige aard die zo vaak worden herhaald dat ze een "bezigheid" vormen;
b) de aanwending van nijverheids- of handelsmethoden.”
20. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager is Z een verlengstuk van X.
21. Haar belangrijkste taak is volgens de aanvrager het uitwerken, organiseren, coördineren en sturen van de KIC.
22. Zoals reeds vermeld wordt Z momenteel gefinancierd via subsidies van het X. Z gebruikt zelf slechts in beperkte mate tegemoetkomingen van X.
23. De aanwending van deze subsidies gebeurt volgens de aanvrager in overeenstemming met overeenkomsten afgesloten tussen Z en X.
24. Z sluit volgens de aanvrager op haar beurt overeenkomsten af met andere entiteiten met betrekking tot de aanwending van de subsidies.
25. Z kan met andere woorden niet vrij beschikken over deze subsidies maar dient deze te besteden conform de gemaakte afspraken met het X, dewelke streng worden gecontroleerd. Z gebruikt zelf slechts een beperkt deel van deze subsidie voor haar interne werking (werkingstoelagen voor de globale coördinatie en management), maar het overgrote deel van de subsidies worden aldus doorgestort naar de andere entiteiten.
26. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager blijkt dat Z voor XXXX N EUR aan subsidies verkreeg van het X, waarvan N EUR gebruikt werd voor haar eigen werkmiddelen, N EUR werd volgens de aanvrager doorgestort aan de andere entiteiten.
27. Uit deze cijfers blijkt dus duidelijk dat Z in essentie dus een faciliterende en coördinerende heeft om de doelstellingen van de KIC op het vlak van innovatie en communicatie te helpen realiseren. Z dient de subsidies die ze van het X ontvangt dan ook enkel aan te wenden met het oog op de realisatie van haar statutair doel en stellen haar in staat om de kosten te dekken.
28. Ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager is het de bedoeling dat Z tegen XXXX meer en meer zelfbedruipend is. In de toekomst zullen de werkingsmiddelen vanwege het X dan ook afnemen en dient de aanvrager op zoek te gaan naar andere alternatieve vormen van financiering zodat Z haar werking kan blijven voortzetten.
29. Z doet dit enerzijds door lidmaatschapsgelden te vragen aan haar Leden en door Partnersbijdragen te vragen van de Externe Partners en de KIC verbonden derden. Ingevolge de verstrekte cijfergegevens in bijlage bij de aanvraag bedroegen de totale Lidmaatschaps- en Partnersbijdragen voor XXXX ongeveer N EUR en voor XXXX ongeveer N EUR.
30. Daarnaast is het volgens de aanvrager de bedoeling dat Z in de toekomst minderheidsparticipaties zal aanhouden in startups.
31. De aanvrager heeft bevestigd dat de participaties die Z zal aanhouden uitsluitend passief zullen worden aangehouden en dat Z niet actief betrokken zal zijn in het management van de start-ups, noch zal ze zetelen in de raad van bestuur. De aanvrager wil, door het nemen van minderheidsparticipaties in start-ups, jonge innovatieve ondernemers en KMO’s binnen de Europese Unie daadwerkelijk de mogelijkheid bieden duurzaam en internationaal te groeien en zo de tewerkstelling, het economisch klimaat en de kansen voor toekomstige generaties verbeteren en vergroten, hetgeen ook kadert in haar statutair doel.
32. Deze bijkomstige activiteit die Z zal uitoefenen, zal mogelijks dividenden en/of eventuele meerwaarden (bij een eventuele verkoop van de participaties in start-ups) opbrengsten opleveren voor Z. De aanvrager heeft bevestigd dat deze mogelijke inkomsten uitsluitend zullen worden aangewend als werkingsmiddelen om haar belangeloos hoofddoel te verwezenlijken.
33. Hierbij valt ook op te merken dat Z participaties zal nemen in de opstartfase van deze start-ups. Op het ogenblik dat Z deze partcipaties zal verkrijgen, is de waarde ervan quasi waardeloos (men zit immers nog in de opstart) en is de opbrengst ervan onzeker (er is op voorhand immers geen zekerheid dat de start-up al dan niet zal slagen). Integendeel, ingevolge de verstrekte gegevens van de aanvrager, zal Z vaak ook potentiële verliezen dragen ingevolge het faillissement van start-ups.
34. Ingevolge de verstrekte cijfergegevens van de aanvrager blijkt dat er voor XXXX nog geen inkomsten werden verkregen uit de aangehouden participaties. Ook voor XXXX worden er geen inkomsten uit de participaties verwacht. De aanvrager verwacht vanaf XXXX (volgens de budgettering) dat er ongeveer N EUR aan inkomsten uit de aangehouden participaties zullen vloeien. Zoals reeds eerder blijkt, is deze verwachte opbrengst uiterst onvoorspelbaar en onzeker en beperkt, gegeven het totale budget van Z.
35. In het kader van de innovatieve projecten, meer bepaald de product-creërende projecten, werd er in XXXX volgens de aanvrager voor de eerste keer een bedrijfsafhankelijk rendement uitgekeerd door de KIC Partners voor een bedrag van N EUR.
36. Z voert volgens de aanvrager geen reclame met het oog op het aantrekken van klanten om hieruit winsten te genereren. Eventuele publiciteit die zou worden gemaakt heeft niet tot doel klanten te verwerven met het oog op realisatie van winsten, doch enkel de werking van Z en haar partners onder de aandacht te brengen en de werking van de KIC te verbeteren.
37. Zoals hierboven reeds blijkt worden de werkzaamheden van Z niet gefinancierd zoals een vennootschap haar werkzaamheden financiert. Z verkrijgt momenteel haar werkingsmiddelen voor het grootste deel via subsidies van de Europese Unie en via werkingstoelagen afkomstig van X op basis van de daartoe afgesloten overeenkomsten. Daarnaast ontvangt Z ook Lidgelden en Partnergelden.
38. De bijkomstige activiteit met betrekking tot het aanhouden van participaties in start-ups kadert in de realisatie van haar hoofdactiviteit, te weten het coördineren, organiseren en beheren van de KIC. Z zal start-ups ondersteunen en zo het ondernemerschap stimuleren, waardoor ze tracht voldoende werkingsmiddelen te verzamelen (hetgeen uiterst onzeker is) zodat Z haar hoofdactiviteiten naar behoren kan uitvoeren en zo haar onbaatzuchtige statutaire doel kan vervullen ook wanneer de steun van Europa afneemt.
39. Z verkrijgt de participaties ook geenszins volgens “handels- of nijverheidsmethodes”. Z zal geen stortingen doen in het eigen vermogen van de betreffende vennootschappen en betaalt niet voor het verwerven van de participaties. De participaties worden immers verworven als een bijzaak (intentieverbintenis van de KIC Partner) bij het geval van een innovatief project waarbij de hoofdzaak steeds het ondersteunen en subsidiëren van het project van de KIC Partner blijft of als een mogelijke bijzaak bij de organisatie van X-projecten waarbij de focus ligt op het ondersteunen van startende ondernemers en van hun innovatieve producten. Hetzelfde geldt voor wat betreft de inkomsten die de aanvrager zou verkrijgen van een KIC Partner als gevolg van een product creërend innovatief project. Ook hier gaat het om een bijzaak bij de hoofdzaak namelijk het ondersteunen en subsidiëren van het project van de KIC Partner.
40. De aanvrager heeft bevestigd dat eventuele overschotten worden toegerekend aan de volgende werkingsjaren en enkel kunnen worden bestemd voor het doel waarvoor Z werd opgericht.
41. Bij ontbinding van Z kunnen eventuele overschotten, mochten die er al zijn, krachtens artikel X van haar statuten enkel worden overgedragen aan een organisatie zonder winstoogmerk met een vergelijkbaar doel.
42. Gelet op het bovenstaande is Z bijgevolg nog steeds onderworpen aan de rechtspersonenbelasting ingevolge de toepassing van artikel 220, 3° WIB92 juncto artikel 182 WIB92.
II.B Wat betreft de BTW
II.B.1 Z kwalificeert als een btw-belastingplichtige
43. Overeenkomstig artikel 4, §1, van het btw-wetboek wordt als btw-belastingplichtige aangemerkt éénieder die in de uitoefening van een economische activiteit, geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in het btw-wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
44. De door Z verrichte handelingen bestaan uit diensten bedoeld door artikel 18 van het btw-wetboek.
45. De bedragen die door Z worden ontvangen als “werkingssubsidies” zijn in werkelijkheid de vergoedingen die aan Z door X worden toegekend om de ondersteunende administratieve taken en intellectuele diensten (controle, coördinatie, verslag, enz…) ten voordele van X te verrichten en die voorzien zijn in de overeenkomsten die ze samen gesloten hebben.
46. Z verricht derhalve deze diensten tegen bezwarende titel en heeft de hoedanigheid van btw-belastingplichtige.
II.B.2 Met betrekking tot de plaats van de door Z verrichte diensten en de toepassing van de vrijstelling van artikel 42, §3, 3°wbtw
47. Z zal zijn dienstprestatie uitsluitend verrichten voor X, een Europese openbare instelling gevestigd in land B.
48. De plaatsbepaling van deze dienst dient derhalve te gebeuren overeenkomstig artikel 21 bis van het btw-wetboek waardoor de dienstprestatie van Z gelokaliseerd wordt in België, waar ze gevestigd is.
49. Sinds 1 januari 2011 zijn overeenkomstig artikel 42, §3, 3° (als omzetting van artikel 151, lid 1, a bis, van de Richtlijn 2006/112/EU van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde) van het btw-wetboek van de belasting vrijgesteld de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goederen en de diensten verricht voor de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank of voor de door de Europese Gemeenschappen opgerichte organen waarop het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van toepassing is, zulks binnen de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij dat protocol, bij de overeenkomsten tot toepassing van dat protocol of bij de vestigingsovereenkomsten, en voor zover zulks niet leidt tot verstoring van de mededinging.
50. De dienstprestaties van Z kunnen derhalve de vrijstelling van artikel 42, §3, 3° van het btw-wetboek genieten voorzover de modaliteiten en formaliteiten voorzien door de aanschrijving nr.2/1978 vervuld zijn, waaronder dat de btw-administratie in land B bevestigt dat X kwalificeert als internationale instelling zoals bedoeld in artikel 151, lid 1, abis, van de Richtlijn 2006/112/EU van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.
II.B.3 Met betrekking tot de plaats van de dienst ten voordele van de leden
51. Daar zowel Z als de Leden, Externe Partners en KIC verbonden derden kwalificeren als btw-belastingplichtigen (B to B), dient de plaats van de dienst normaal te worden bepaald op basis van artikel 21, §2 W. Btw. Dit artikel stelt dat:
“De plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijk verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.”
52. Bijgevolg dienen de door Z ten voordele van Leden, Externe Partners en KIC verbonden derden verstrekte diensten te worden gelokaliseerd daar waar deze laatste, de afnemers, gevestigd zijn.
II.B.4 Voor de verwerving en het aanhouden van (minderheids-)participaties in innovatieve startups wordt Z als een niet-belastingplichtige aangemerkt
53. De DVB heeft vastgesteld dat deze participaties reeds aangehouden worden waardoor het voorafgaandelijk karakter geschonden is en de DVB over deze vraag geen uitspraak meer kan doen.
II.B.5 Met betrekking tot het recht van aftrek van de btw
54. Aangezien Z naast de handelingen met recht op aftrek (dit is de diensten ten voordele van X, de Leden, Externe Partners en KIC verbonden derden) en eveneens handelingen verricht die buiten het toepassingsgebied van de btw vallen (dit is het verwerven en aanhouden van (minderheids-participaties), heeft zij slechts gedeeltelijk recht op aftrek van btw.
55. Z zal haar gedeeltelijk recht op aftrek van btw uitoefenen met inachtneming van de methode van het werkelijk gebruik.
56. Concreet zal zij de btw geheven op goederen en diensten die uitsluitend gebruikt worden voor de diensten ten voordele van X, de Leden, Externe Partners en KIC verbonden derden volledig in aftrek brengen. De btw geheven op goederen en diensten die uitsluitend gebruikt worden voor het verwerven en aanhouden van (minderheids-) participaties in innovatieve startups zal Z niet in aftrek brengen.
57. Indien Z btw zou oplopen over kosten die niet rechtstreeks toewijsbaar zijn aan hetzij de handelingen met recht op aftrek, hetzij de handelingen zonder recht op aftrek (zogenaamde ‘gemengde kosten’) en de btw hierover in aftrek wenst te nemen, zal zij voor de bepaling van het recht op aftrek een bijzonder verhoudingsgetal bepalen en dit ter goedkeuring voorleggen aan het bevoegde btw-controlekantoor.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.