Tribunal de première instance de Bruxelles, 11 septembre 2007 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruxelles 11 septembre 2007

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Bruxelles, 11 septembre 2007Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruxelles-2007-09-11-2915

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruxelles
Date
11 septembre 2007

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

45 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 11.09.2007

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 35 ste Kamer

AR 2002/11871/A

In zake van :

De heer J. M. en

Mevrouw M. D., wonende te …, …,

eisende partij,

vertegenwoordigd door Mr. J. D. loco Mr. M. P., advocaat te …, … (ref. : …),

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,

verwerende partij,

vertegenwoordigd door Mr. F. S., advocaat te …, … (ref. : …).


Na beraad op 25 juni 2007 spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :


Gelet op :

• de dagvaarding van 16 januari 2002 betekend door het ambt van Mr. I. N., plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van Mr. J. V., gerechtsdeurwaarder met standplaats te Halle, V. Baetensstraat 3,

• de besluiten van verweerster, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 28 mei 2002,

• het vonnis van 11 oktober 2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven dat de zaak naar deze rechtbank verzendt;

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 750, § 2 van het gerechtelijk wetboek van 19 mei 2006,

• de akkoordconclusies van partijen, neergelegd ter griffie op 1 maart 2006.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 25 juni 2007, waarna de bundels met de stavingstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.


Een akkoordvonnis is een vonnis. waarbij de rechter verzocht wordt een akkoord te acteren dat de partijen tijdens het geding hebben bereikt.

Naar vorm is het een vonnis zonder meer.

Het geeft dan ook als dusdanig geen aanleiding tot verhaal, tenzij het akkoord niet geldig tot stand kwam, alzo in het geval van een wilsgebrek, hetgeen aanleiding kan zijn tot nietigheid te vragen door aanwending van de daartoe geëigende rechtsmiddelen.

De rechter die gevraagd wordt een akkoordvonnis te wijzen dient wel na te gaan of er effectief een geschil bestaat nu het hem niet toekomt akkoorden te acteren en te authentificeren buiten elke vorm van geschil.

In casu kan hierover geen redelijke betwisting bestaan.

Voor de executie van het akkoordvonnis is net zoals in andere gevallen de voorafgaande betekening van de titel vereist en de uitvoerbare kracht vindt haar grondslag in de termen van de overeenkomst die uitvoerbaar wordt door middel van het vonnis.

De tenuitvoerlegging is definitief gezien het vonnis niet meer vatbaar is voor schorsende verhaalmiddel.

Gelet op het bovenstaande en aan de rechtbank verstrekte toelichtingen en stukken gaan wij op de akkoordbesluiten geformuleerde eis in zoals het beschikkend gedeelte gesteld.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak;

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,

Verlenen akte van het tussen partijen afgesloten akkoord zoals verwoord in hun akkoordconclusies d.d. 1 maart 2006 ter griffie neergelegd.

Bevestigen de herberekening van de omzet voor de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 1998 zoals hierna uiteengezet :

De BTW verschuldigd voor de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 1998 wordt bepaald op … EUR (… BEF) te vermeerderen met de verminderde boete die conform artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 198., gewijzigd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1993, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele geldboeten op het stuk van de belasting op de toegevoegde waarde, bij toepassing van tabel G, eerste afdeling; rubriek V van de bijlage van dat besluit bepaald werd op … x 20 pct. = … EUR en overeenkomstig artikel 4, § 1, afgerond op … EUR en te vermeerderen met de wettelijke nalatigheidsinteresten overeenkomstig artikel 91, § 1 van het BTW-wetboek ten bedrage van 0,8 pct. per maand te berekenen over de verschuldigde BTW afgerond op … EUR vanaf 21 januari 1999.

Veroordelen eiser tot betaling van de gedingkosten, begroot aan de zijde van verweerder op € … rechtsplegingsvergoeding.

Verklaren het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal of hoger beroep en met uitsluiting van het kantonnement.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 35ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 11 september 2007.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer P. H., rechter;

Mevrouw I. D., griffier.

I. D. P. H.

Textes cités

2
AR no 41 art. 11 occurrence
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8