Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'appel d'Anvers dd
Arrêt de la Cour d'appel d'Anvers dd. 31.05.1999, Cause 1997/AR/3383
Taxe sur la valeur ajoutée.
Renseignements provenant de tiers obtenus de façon irrégulière.
Fichiers informatiques.
Moyens de preuve.
Résumé
L'Administration a, en application des art. 61 et 62 C.TVA, le pouvoir de demander des copies des données relatives à des clients qui sont enregistrées dans des fichiers informatiques. Dans le cas présent, les données qui ont servi de base au calcul du chiffre d'affaires ont été obtenues de façon irrégulière. Selon la Cour, les fonctionnaires de l'Administration de la TVA n'avaient pas le droit, après avoir consulté les fichiers comptables du fournisseur de crème, de demander à l'employé du fournisseur du logiciel d'imprimer des données complémentaires relatives aux clients. L'Administration ne peut établir que l'employé avait été mandaté à cet effet par le boulanger lui-même ou par son fournisseur. Il en découle que les droits de la défense de l'assujetti ont été violés.
Texte intégral
Corps de la décision
Vijfde bis kamer
Inzake: 1997/AR/3383
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het eerste BTW-kantoor te Hasselt, wiens burelen gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Koning Bouwdewijnlaan 4;
appellant tegen het vonnis uitgesproken op 8 september 1997 door de 5de kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt;
vertegenwoordigd door mr. A. van Lidth de Jeude, advocaat te 2018 Antwerpen, Van Bréestraat 21;
tegen:
S. A. , bakker, wonende te 3770 Riemst;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door mr. Fr. Smeets, advocaat te 3550 Heusden-Zolder, Pater Beckersstraat 10;
Het voorwerp van de vordering (een verzet tegen een door de ontvanger a.i. van het eerste ontvangkantoor van de BTW te Hasselt op 16.4.1996 uitgevaardigd dwangbevel, dat de in de proces-verbaal d.d. 12.4.1996 vastgestelde BTW op omzetverhoging (na controle) voor de jaren 1991 en 1992 in de bakkerij van geïntimeerde vorderde) en de daaraan ten grondslag liggende feiten blijken uit het P.V. d.d. 12.4.1996 van de hoofdcontroleur van het eerste controlekantoor van de BTW te Tongeren, de verzetsakte d.d. 3.6.1996 van geïntimeerde en het bestreden vonnis d.d. 8.9.1997.
Dit vonnis verklaarde het door geïntimeerde ingesteld verzet gegrond.
Appellant besluit tot de ongegrondheid van dit verzet, terwijl geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.
Appellant heeft ter zitting van 3.5.1999 ook nog een "nota " neergelegd, waartegen de advocaat van geïntimeerde geen bezwaar had. Deze nota blijft in het dossier van rechtspleging.
Het litigieuze dwangbevel betreft enkel de omzetverhoging voor de jaren 1991 en 1992.
Hiervoor steunde de hoofdcontroleur van het eerste controlekantoor van de BTW te Tongeren zich op de vaststellingen van de hoofdcontroleur en een controleur van het controlekantoor van de opsportings en documentatiediensten van de BTW te Hasselt in hun proces-verbaal d.d. 29.6.1995.
Uit dit p.v. blijkt:
1. dat deze ambtenaren zich op 16.6.1993 voor een controle betreffende de toepassing van de BTW-reglementering aanboden bij n.v. Roomboerke II en er ontvangen en te woord gestaan werden door haar afgevaardigde bestuur D•••• M••••••. "Aan de hand van de voorgelegde individuele klantenrekeningen werd vastgesteld dat er een deel klantenrekeningen voorkwamen met als benaming "Kontante verkoop 106", "Kontante verkoop 102", "Kontante verkoop 103", enz. Het betrof de klantennummers 25002 tot 25042 ... De heer D•••• heeft verklaard dat de verkopen geboekt op de klantenrekening 25002 t.e.m. 25042 in feite verkopen betreffen aan klanten belastingplichtigen welke niet werden gefactureerd aan die klanten belastingplichtigen.";
2. Dat deze ambtenaren zich op 17.6.1993 terug aanboden en weer ontvangen werden door de heer D••••. "... Wij hebben hem verzocht ons uit te leggen en te tonen hoe dagelijks de bestellingen in de computer van het bedrijf worden geregistreerd. Door enkele personeelsleden van het bedrijf en in het bijzijn van de heer LATHOUWERS Jean, gedelegeerd bestuurder van de firma LSA DELTA n.v., die bij de n.v. Roomboerke II en n.v. Kriska de hardware en software leverde, werd voorgedaan hoe de bestellingen in de computer werden ingegeven. ... De heer D•••• verklaarde ons nog dat:
a. het gedeelte van de bestelling dat op de leveringsbon wordt afgedrukt achteraf ook wordt gefactureerd aan de klant die de bestelling heeft gedaan. Het gedeelte dat op de bestelbon wordt afgedrukt wordt daarentegen niet aan de klant gefactureerd maar wordt geboekt op de klantenrekeningen 25002 tot en met 25042, dit zijn de klantenrekeningen "Kontante Verkopen".
b. dat de toegepaste percentages schommelen tussen 0 en 40 percent.
c. dat dit systeem reeds werd gebruikt vanaf de installatie van de nieuwe computer, dit is half 1990.
... Vervolgens heeft de heer D•••• een listing "Overzicht klanten met %" laten uitprinten en ons overhandigd met daarop al de klanten van n.v. Kriska waarvoor in het klantenbestand een percentage is opgenomen dat bepaalt hoeveel van de geleverde goederen moeten opgenomen worden op de bestelbon en achteraf worden geboekt op de klantenrekening "Kontante verkopen";
3. dat deze ambtenaren zich op 21.6.1993 naar de n.v. LSA DELTA begeven hebben en er ontvangen en te woord gestaan werden door Hubert BOCKEN (een werknemer)
"... Op grond van art. 62 § 1 BTW-wetboek hebben we hem gevraagd ons inlichtingen te verschaffen omtrent de werking van het bestel en facturatieprogramma toegepast bij n.v. Roomboerke en n.v. Kriska. Op grond van art. 61 § 1 en 62 BTW-wetboek hebben we hem tevens verzocht de analysedossiers en de bestandsbeschrijvingen betreffende de bij n.v. Roomboerke en n.v. Kriska geleverde software voor te leggen.
De heer BOCKEN heeft ons verklaard dat ... de gegevens i.v.m. de bestellingen worden opgenomen in twee bestanden namelijk RXXX.HBS voor de hoofdgegevens bestellingen en RXXX.DBS voor de detailgegevens bestellingen. ... De heer BOCKEN heeft ons op het scherm gegevens getoond uit deze bestanden. Hieruit is gebleken dat in het bestand RXXX.HBS zich nog al de gegevens bevonden van de bestellingen vanaf 1.7.1992" (dit laatste bestand wordt door appellant onder stuk 10, bijlage 2 neergelegd);
4. dat deze ambtenaren zich op 27.7.1993 opnieuw aanboden bij de firma LSA DELTA en zij middels de tussenkomst van de heer BOCKEN de bestanden op de computer van n.v. Roomboerke en n.v. Kriska hebben nagekeken en mede aan de hand van de verklaringen van de heer BOCKEN werd vastgesteld "dat in het statistiekbestand RXXX.STV al de leveringen van de voorbije jaren werden bijgehouden en dit per levering en per artikel ...
We hebben de heer BOCKEN verzocht ons aan de hand van de gegevens uit dit statistiekbestand lijsten af te drukken met per klant van Roomboerke en Kriska voor de jaren 1991, 1992 en 1993 t.e.m. mei het bedrag van de goederen die werden geleverd aan die klant maar geboekt op de rekeningen "Kontante verkopen"
Deze lijsten werden ons bezorgd op 30.7.1993 en op deze lijsten staan volgens de heer BOCKEN volgende gegevens:
1. op de lijsten met de vermelding "stat01" per klant de identificatiegegevens alsmede de omzet excl. BTW die aan die bepaalde klant werd gefactureerd;
2. op de lijsten met de vermelding "stat02" per klant de identificatiegegevens en de omzet geleverd aan die klant maar geboekt op de rekeningen "Kontante verkopen" met nummer 25002 tot en met 25042.
De omzet vermeld op deze lijsten stat01 en stat02 werd aangegeven in de BTW aangiften door n.v. Roomboerke en n.v. Kriska.
Op de lijst "Overzicht klanten met %" ons overhandigd door de heer D•••• voornoemd op 17.6.1993 en op de lijsten stat01 en stat02 ons op 30.7.1993 overhandigd door de heer BOCKEN voornoemd staan voor S•••• A. volgende gegevens
....
- klantnr.: 19042.
....
- percentage niet te factureren: geen %
- omzet 1991:
gefactureerd: 346.497 fr.
niet gefactureerd: 1.471.695 fr.
- omzet 1992:
gefactureerd: 468.119 fr.
niet gefactureerd: 2.018.833 fr.
- omzet 1993 (t/m 31.05.93):
gefactureerd: 217.958 fr.
niet gefactureerd: 560.601 fr.".
Laatst vermelde lijsten "stat01" en "stat02" werden door appellant onder stukken 14 t.e.m. 16 neergelegd.
Bij middel van deze lijsten zijn de leveringen in het zwart voor 1991 en 1992 en de daarop gebaseerde omzetverhogingen vastgesteld in voormeld P.V. d.d. 12.4.1996.
Weliswaar heeft appellant in de bezwaarprocedure (en dus zelfs niet in het P.V. d.d. 12.4.1996) in deze geïnformatiseerde boekhouding gevonden gegevens voor het jaar 1993 m.b.t. een lijst "verkoopsstatistiek per klanttype" nader geanalyseerd en toegelicht (zie haar syntheseconclusie in hoger beroep, p. 16 t.e.m. 45) om te besluiten dat deze gegevens volledig betrouwbaar zijn (hoewel voor het jaar 1993 een afzonderlijk rechtsgeding "hangende is") en er dus "geen enkele reden is eraan te twijfelen dat de gegevens van deze leverancier eveneens betrouwbaar zijn voor de jaren 1991 en 1992 (waarvoor geen zo gedetailleerde - leveringen per artikel - lijsten voorhanden zijn), nu zij voortkomen uit dezelfde computerbestanden", doch dit belet niet dat de door appellant ingeroepen "zwarte" leveringen voor de jaren 1991 en 1992 enkel door voormelde lijsten "stat01" en "stat02" zouden kunnen bewezen worden.
Uit de tekst van art. 61 en art. 62 BTW-wetboek vloeit voort dat de BTW-controleambtenaren het recht hadden om van degene die in opdracht van geïntimeerde het informaticastelsel bediende waarop de boeken van Roomboerke gehouden werden de uitvoering van de gewenste informaticabewerkingen te vorderen en van deze gegevens kopiëren te bekomen.
Doch uit geen enkel gegeven blijkt dat de heer BOCKEN (een werknemer van LSA Delta, die niet de boekhouder van geïntimeerde was doch wel de hardware en software voor het geïnformatiseerd boekhoudsysteem leverde) op 21.6.1993, 27.7.1993 of 30.7.1993 ingevolge een stilzwijgend mandaat van geïntimeerde handelde: dit kan met name niet afgeleid worden uit het enkele feit dat de heer LATHOUWERS van LSA Delta op 17.6.1993 ook in de kantoren van geïntimeerde aanwezig was en geïntimeerde blijkt zelfs niet op de hoogte geweest te zijn van de op deze data door de heer BOCKEN in de kantoren van LSA DELTA gedane verrichtingen en van de op verzoek van de controleambtenaren samengestelde lijsten.
Deze controleambtenaren hadden dan ook niet het recht om na nazicht van de bestanden op de computer van n.v. Roomboerke (ten kantore van LSA DELTA) de heer BOCKEN te verzoeken "aan de hand van de gegevens uit dit statistiekbestand lijsten af te drukken met per klant van n.v. Roomboerke en n.v. Kriska voor de jaren 1991, 1992 en 1993 tot en met mei het bedrag dat werd gefactureerd aan die klant en het bedrag van de goederen die werden geleverd aan die klant maar geboekt op de rekeningen "Kontante verkopen"" en door dit ongeldig verzamelen van bewijs werd het recht op tegenspraak van geïntimeerde (die bij al deze verrichtingen niet betrokken was) geschonden.
Bovendien is geen enkele controle mogelijk op de wijze waarop (meer bepaal op basis van welke leveringen) de heer BOCKEN tot de op deze lijsten "stat01" en "stat02" vermelde eindcijfers (voor de jaren 1991 en 1992) aan omzet kwam.
In de door de heer D•••• rechtsgeldig ter beschikking van de controleambtenaren gestelde lijst genaamd "Overzicht klanten met %" - waarin per cliënt van Roomboerke het percentage aan zwarte omzet werd aangeduid - werd geïntimeerde bovendien niet opgenomen en heeft dezelfde heer D•••• nooit verklaard dat geïntimeerde leveringen "in het zwart" ontving.
De door appellante voor de jaren 1991 en 1992 ingeroepen leveringen "in het zwart" zijn dan ook niet ten genoegen van recht bewezen, zodat de daarop (in het bestreden dwangbevel) gebaseerde omzetverhoging en BTW navordering (Vermeerderd met boete) eveneens ongegrond is.
Om deze redenen blijft het verzet gegrond bevonden en is het hoger beroep dan ook ongegrond.
Dispositif
OM DIE REDENEN
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak;
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep ongegrond;
Bevestigt, zij het om andere redenen, het bestreden vonnis;
Veroordeelt appellant tot betaling van de kosten van hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde volgens opgave in conclusie begroot op 16.400 fr. rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van de vijfde bis kamer van het Hof van beroep te Antwerpen op EENENDERTIG MEI NEGENTIENHONDERD NEGENENNEGENTIG.
Aanwezig:
E. Lemmens: Raadsheer;
L. Possemiers: Griffier.
Les noms de personnes physiques que la version diffusée par le SPF Finances laissait en clair ne sont pas republiés ici : ils sont réduits à leur initiale. Le texte n'est modifié nulle part ailleurs.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.