Remboursement de la taxe · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Bruxelles 28 février 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Remboursement de la taxeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-cour-appel-bruxelles-2003-02-28-5117

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Bruxelles
Date
28 février 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

47 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 28.02.2003

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde fiscale kamer

Nr. van de zaak : 1999/AR/1353

IN ZAKE VAN :

1. DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Adminisrratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer e.a. Inspecteur van het Ontvangkantoor BTW Vilvoorde, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1800 Vilvoorde, Groenstraat, 51,

2. DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer e.a. Inspecteur van het Controlekantoor BTW te Zaventem, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1930 Zaventem, Hoogstraat 19,

appellanten,

vertegenwoordigd door Meester V. B. loco V. A., advocaat te …, ….

tegen :

NV M. C. I., met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Meester G. loco P. G., advocaat, te …, ….


Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

De Processtukken

Een verzoekschrift strekkend tot hoger beroep werd neergelegd ter griffie op 21 mei 1999.

R. 2003/1355 - EINDARREST, Hervormd

Het hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de beslagrechter van rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 22 januari 1999 waarvan geen akte van betekening wordt neergelegd.

Het hoger beroep is ontvankelijk.

Het voorwerp van het geschil voor de eerste rechter en diens beslissing

De beslagrechter heeft opheffing bevolen van de akte van inhouding van 2 december houdend bewarend beslag in handen van het hoofd van het BTW-controlekantoor te Zaventem op een teruggave van … Fr betekend aan geïntimeerde; gezegd, dat bij gebreke aan vrijwillige handlichting de beslissing als opheffing zal gelden, en appellante veroordeeld tot de kosten.

Volgens de eerste rechter is artikel 8 /1, § 3 van het KB n° 4 in toepassing waarvan terzake de inhouding werd gedaan onwettig omdat de administratie het spoedeisend karakter van de vordering niet dient aan te tonen. Hieruit volgt dat de inhouding eveneens onwettig is.

Het hoger beroep

In hoger beroep houdt geïntimeerde voor dat de zaak zonder voorwerp geworden is omdat het arrest ten gronde werd uitgesproken op 16 januari 2003 en het verzet van geïntimeerde tegen het dwangbevel ontvankelijk doch ongegrond werd verklaard.

Geïntimeerde, die zich laat vertegenwoordigen door een welwillende advocaat, laat verder aan de balie geen middelen meer gelden.

In de interpretatie waarin de procedure van de inhouding overeenkomstig artikel 8/1, § 3 van het KB n° 4 er niet tot leidt de personen die er het voorwerp van uitmaken iedere daadwerkelijke rechterlijke toetsing te ontzeggen zijn, volgens het Arbitragehof, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet geschonden. door artikel 76 van het W.BTW in uitvoering waarvan het KB werd genomen.

De rechter dient bijgevolg de regelmatigheid en de geldigheid van de inhouding zoals in het gemeen recht te kunnen toetsen.

De schuldvordering van de appellante staat vast, ze is zeker en eisbaar. De schuldvordering is daarenboven steeds hoogdringend geweest vermits zij haar oorsprong vindt in een georganiseerde fraude. Ook daarom kon nooit ernstig betwist worden dat het geval spoedeisend was.

De schuldvordering voldeed bijgevolg aan de artikels 1413 en 1415 van het Gerechtelijk Wetboek.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Gehoord in openbare terechtzitting de heer K. V. H., voorzitter, in zijn verslag;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Doet de bestreden beslissing teniet.

Opnieuw rechtsprekend

Verklaren de oorspronkelijke vordering ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordelen geïntimeerde tot alle kosten, begroot in graad van hoger beroep op€ 446,2 \ voor appel [anten en op€ 446,21 voor geïntimeerde..

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel, op·28.02.2003

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

K. V. H., voorzitter,

Y. D. R., raadsheer,

M. R., raadsheer,

C. D. N., griffier.

C. D. N. M. R. Y. D. R. K. V. H.

Textes cités

1
AR no 4 art. 8/11 occurrence

Décisions similaires

8