Parcours procédural
2 étapes · 1 an 11 mois- Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers14.11.2005
- Décision sur appelCour d'appel d'Anvers16.10.2007
Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 14.11.2005
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op veertien november tweeduizend en vijf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : A.R. Nr. 00/4917/A
1. T. P., politieagent,
2. H. S., zelfstandige, voorheen handeldrijvende onder de benaming H. M. K. S., ingeschreven in het handelsregister te … …,
- beiden wonende te …, ….
eisende partijen,
verschijnende bij meester L. V. loco meester H. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige-ontvanger van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder J. R. te Antwerpen op 25 augustus 2000,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 17 oktober 2005.
Een bevoegd BTW-ambtenaar heeft - na aankondiging - op 10 augustus 1995 ter plaatse bij tweede eiseres, kleinhandelaarster in kleding en daartoe kwartaalaangeefster voor de BTW, controle verricht voor de jaren 1991 tot en met 1993.
Tweede eiseres werd er vertegenwoordigd door eerste eiser.
Op 13 februari 1996 verstuurde de hoofdcontroleur Antwerpen 5 een correctieopgave naar de accountant van tweede eiseres, met vordering vanuit onvoldoend bevonden omzetaangifte en ook met vordering uit niet aangegeven privé-opnemingen 'volgens de exploitatierekeningen'.
Het volgende stuk waarop de rechtbank acht kan slaan, is een proces-verbaal van 8 september 1998 waarin verslag wordt gedaan van vaststellingen ter zake de door tweede eiseres in hoger vermelde periode gevoerde wijze van boekhouding, met stelling dat de boekhouding daardoor oncontroleerbaar was, en met winstberekening op basis van het BTW-forfait voor de sector.
Eerste eiseres is met het proces-verbaal naar een raadsman getogen die dan informeel bezwaar heeft ingediend en kort daarop ook aanvullend bezwaar (beide oktober 1998).
Na een eerste antwoord van de directeur (einde april 1999) en daarop gevolgd onderhoud ter directie (20 mei 1999), volgde een tweede antwoord onder afwijzing van het bezwaar (begin juli 1999).
Verdere briefwisseling met de directie (juli en september 1999) bleef wederzijds steriel.
Op 28 juni 2000 vaardigde de ontvanger Antwerpen 2 dwangbevel uit, waarin eerste eiseres is opgenomen als BTW-schuldenares en waarin tweede eiser staat vermeld als de met haar onder het wettelijk stelsel gehuwde echtgenoot.
Het dwangbevel werd op 10 augustus 2000 uitvoerbaar verklaard en dan per 16 augustus 2000 aangetekend ter kennis gebracht van beide eisers.
Dezen hebben met exploot van 25 augustus 2000 laten dagvaarden in betwisting.
Verweerder heeft in al zijn conclusies voorgehouden dat de vordering ontoelaatbaar zou zijn in zoverre ze is gesteld door eerste eiser, nu hij geen BTW-belastingplichtige is.
Uit de inhoud van het dwangbevel blijkt evenwel dat laatstgenoemde niet wordt aangesproken als BTW-belastingplichtige, maar dat hij als onder het wettelijk stelsel gehuwde echtgenoot in rechte kan worden aangesproken ter invordering der in het dwangbevel geformuleerde fiscale vordering.
In die zin beschikt hij over de door art. 7 Gerechtelijk Wetboek hoedanigheid en belang, en is zijn vordering evenzeer toelaatbaar.
Ter zitting werd overigens de verklaring van verweerder geacteerd dat hij zich desbetreffend richt naar de wijsheid der rechtbank.
Eerste eiseres voert aan dat haar rechten als BTW-belastingplichtige geschonden zijn, nu het proces-verbaal van 8 september 1998 pas meer dan drie jaar na de controle ter plaatse van 10 augustus 1995 blijkt te zijn opgesteld, controle die sloeg op 1991 tot en met 1993, en waaruit enkel fiscale vordering met betrekking tot 1991 en 1992 overblijft.
Verweerder antwoordt terecht dat reeds in februari 1996 correctieopgave is overgemaakt aan de gevolmachtigde accountant van eerste eiseres (stukken 9 en 10 verweerder), zodat zij niet kan stellen dat zij niet op de hoogte was van de fiscale vordering.
Evenwel ontbreekt in gezegde correctieopgave enige onderbouwing van de fiscale vordering, onderbouwing die pas wordt aangetroffen in het proces-verbaal van september 1998, waarin aldus pas dan - weliswaar omstandig - oncontroleerbaarheid der boekhouding tot en met eind 1992 wordt gemotiveerd.
Zelfs onder uitgangspunt dat eerste eiseres door de controle van 10 augustus 1995, en door de in februari 1996 (aan haar gevolmachtigde via correctieopgave) kenbaar gemaakte berekening van fiscale vordering, kennis had van het bestaan van een BTW-probleem voor 1991 en 1992, dan werd haar pas door de kennisgeving van 15 september 1998 (stuk 1 eiseres) voor het eerst medegedeeld op welke voorgehouden motieven van oncontroleerbare boekhouding de BTW-vordering over 1991 en 1992 was gebouwd.
Ongeacht de vraag naar correctheid der gronden tot verwerping, vormt het gegeven dat er na ontvangst van het proces-verbaal namens eerste eiseres hoe dan ook bezwaar is ingediend bij de directeur, geen argument tegen de vaststelling dat eerste eiseres zich bijna zes jaar na 1992 en bijna zeven jaar na 1991 nog moeilijk onderbouwd en aldus gedegen kon verweren op voor die jaren aan haar wijze van boekhouden gestelde verwijten.
Deze vaststelling te dezen van concrete schending van de rechten van verweer is niet in strijd met de verplichting van artikel 60 Wetboek BTW om boeken en stukken tien jaar te bewaren, primeert met name te dezen die loutere bewaringsplicht.
Door de schending van de rechten van verdediging vervalt de wettigheid der fiscale vordering en moet de invordering ervan middels het bestreden dwangbevel onwettig worden verklaard.
Noodzaak tot onderzoek van andere grieven van eisers en of andere argumenten van partijen wordt door het voorgaande zonder nuttig voorwerp.
Dispositif
OM DIE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar in hoofde van beide eisers, en als volgt gegrond,
Verklaart het dwangbevel (referte RCIV …, Reg.127/volgnummer ten dele onleesbaar) dat op 28 juni 2000 ten laste van zowel eerste eiser als tweede eiseres is uitgevaardigd door de Ontvanger van het Tweede BTW-Ontvangkantoor Antwerpen, uitvoerbaar verklaard op 10 augustus 2000 en aan eisers met aangetekende brief van 16 augustus 2000 ter kennis gebracht, onwettig en verbiedt er de uitvoering van,
Veroordeelt verweerder tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in respectieve conclusies, door de rechtbank in hoofde van eisers vereffend op … EUR explootkosten dag vaarding en … EUR bij wijze van ambtshalve geactualiseerde rechtsplegingvergoeding,
Wijst eisers af van bet meer gevorderde en van het anders gevorderde.
N. D. L B
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.