Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 28.06.2010
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op achtentwintig juni tweeduizend en tien in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., alleenzetelend rechter,
N. D., griffier.
Inzake : AR nr. 08/1407/A
D. C. M., kapper, wonende te …, …, ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen onder het nummer ….
eisende partij,
verschijnende bij meester G. P., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester A. W. loco meester F. D. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 februari 2008,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 25 maart 2009,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 21 juni 2010.
Eiser staat voor de BTW ingeschreven als kapper voor dames en heren.
Hij doet kwartaal aangiftes onder toepassing van het forfait.
Een bevoegd ambtenaar verrichtte in augustus 2007 grondige verificatie over de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2005.
Hij bevond meeromzet en berekende navordering van rechten, een (van 200 %) tot 20 % (aldus 1/10) herleide boete, intrest op de rechten met ingang van 21 januari 2006.
Dit alles werd op 4 december 2007 in proces-verbaal gegoten.
Bij blijvende onenigheid vaardigde Ontvanger op 6 december 2007 dwangschrift uit.
Het werd op 11 december 2007 uitvoerbaar verklaard en middels exploot van 7 februari 2007 betekend aan eiser, met bevel tot betalen.
Zijn raadsman legde op 28 februari 2008 verzoekschrift op tegenspraak neer ter betwisting.
Afschrift van vermelde stukken is aan het geding inleidend verzoekschrift gehecht.
Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.
Eiser stelt dat indertijd niet vooreerst een correctieopgave is opgemaakt en toegezonden.
Een correctieopgave vormt louter een uitnodiging tot minnelijke betaling en wordt door geen wet of rechtsregel opgelegd.
Eiser stelt dat vermelde controleambtenaar niet zomaar het dossier van zijn collega der directe belastingen had mogen consulteren.
Geen wet of rechtsregel stond daartoe in de weg, hier ook niet art. 93quaterdecies, § 1 Wetboek BTW.
Het proces-verbaal is te dezen meer dan voldoende gemotiveerd.
Het heeft hier volop de bewijskracht van art. 59, § 1, tweede lid Wetboek BTW.
De herberekening van de omzet gebeurde volgens de normen van het forfait.
Dit is een wettelijke norm, ter toepassing overigens aangenomen door eiser zelf.
Te dezen werd de echtgenote van eiser, terecht, aangemerkt als meehelpend en gebeurde alzo de berekening door de controleambtenaar op basis van het forfait.
Eiser zelf had bij berekening van de omzet in zijn aangifte alvast geen rekening gehouden met arbeidsongeschiktheid of met een periode daarvan.
Het doktersattest van een (ziekenhuis)dokter van oktober 2007 (!) stelt dat de ondertekenende dokter sedert juli 2006 (!) de echtgenote in behandeling had, waar hij niettemin attesteert over de daaraan voorafgaande periode en hoe dan ook pas vanaf juli (!) 2005.
Het doktersattest van een (huis ?)dokter dateert pas van 4 september 2007 (!).
Het doktersattest van een andere (huis ?)dokter behelst het jaar 2000.
Eiser spreekt zichzelf bij dit alles door zijn eigen vermelde aangiftes alvast tegen.
Waar hij reeds midden jaren negentig gewag maakte van de voetproblemen van de echtgenote heeft desondanks nooit aanpassing van het forfait naar afwijkende omstandigheden gevraagd.
Verder gaat eiser de mist in waar hij plots aanvoert enkel een herenkapsalon te voeren.
Hij spreekt daarmede zijn eigen prijslijst van 2005 en zijn aangiftes tegen.
Een en ander toont aan dat eiser slechts uitvluchten zoekt om de realiteit te ontkennen.
De geschiede herberekening van omzet stoelt op art. 64, § 1 Wetboek BTW waarvan het forfait een toepassing vormt.
De toegepaste geldboete van 1/10 stoelt op de modulering in KB 41, Tabel G, V.
Deze boete is volkomen evenredig met de feiten.
Partijen namen ieder voor zich standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,
Veroordeelt eiser tot de kosten,
Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 650,00 (zeshonderd vijftig) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.
N. D. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.