Le texte de ce document est en néerlandais.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Courtrai du 20.02.1995
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN BURGERLIJKE ZAKEN
In de zaak AR 48.301
NV B., verhuurmaatschappij, met zetel te …, … ingeschreven in het HR te … onder nr. …
eiseres in verzet,
vertegenwoordigd door en pleitend meester G. D., advocaat te …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk, wiens kantoren gevestigd zijn te 8500 Kortrijk, Beverlaai 14
verweerder op verzet,
vertegenwoordigd door en pleitend meester F. W., advocaat te …
De raadslieden van partijen hebben de zaak in openbare zitting uiteengezet.
De besluiten en stukken werden ingezien.
Bij dagvaarding d.d. 19.9.1991 betekend door gerechtsdeurwaarder J. v. N. S., met standplaats te …, heeft eiseres verzet aangetekend tegen het haar op 12.9.1991 bij exploot van gerechtsdeurwaarder C. M. betekende dwangbevel, d.d. 22.8.1991 uitgevaardigd door C. M., waarnemend ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk en d.d. 30.8.1991 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door R. D., gedelegeerd inspecteur aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge.
ANTECEDENTEN
De BTW controle waarop huidig verzet betrekking heeft is gestart op 12 april 1989 door een ambtenaar verbonden aan het BTW-controle kantoor te Harelbeke en betrof de periode van 1 juli 1984 tot 31 december 1987.
De vastgestelde overtredingen werden opgenomen in een regularisatieopgave, die op 27 september 1989 aan eiseres werd verstuurd (stuk 1 verweerder).
Op 17 oktober ,1989 ondertekende de heer E. L., bestuurder van de NV B., eiseres, een akte van afstand aan de verlopen tijd der verjaring (stuk 2 verweerder).
Gezien er uiteindelijk geen minnelijke oplossing van het geschil kon worden bereikt (stuk 3 verweerder) heeft de controle-ambtenaar de overtredingen geacteerd in het proces-verbaal van 15 maart 1991 (stuk 4 verweerder), dat met het oog op vervolging samen met het op 22 augustus 1991 uitgevaardigde dwangbevel (stuk 5 verweerder) en de ondertekende akte van afstand aan de verjaring (stuk 2 verweerder), bij exploot van gerechtsdeurwaarder C. M. te … op 12 september 1991 aan eiseres werd betekend (artikel 85, § 3 W.BTW) (stuk 6 verweerder).
Verweerder zet vooreerst een materiële vergissing recht :
Uit het dwangbevel voormeld blijkt dat eiseres verschuldigd zou zijn :
a) als belasting over de toegevoegde waarde : 612.120 frank
b) als boete op grond van de artikelen 70, § 1 en 70, § 1bis van het BTW-Wetboek, verminderd overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 41 van 30.1.1987 en, bij artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, tot vaststelling van de proportionele fiscale geldboeten, verhoogd met 50 percent : 91.500 frank
c) de interesten berekend volgens de bepalingen van artikel 91, § 1 van het BTW-Wetboek.
De verschuldigde rechten, boeten (verminderde boete vóór de verhoging met 50 %) en interesten blijken ook uit de ondertekende akte van afstand aan de verlopen tijd der verjaring (cfr. stuk 2 verweerder).
In het betekeningsexploot (stuk 6 verweerder) werden echter verkeerdelijk 880.038 frank rechten, 132.000 frank boeten en 140.000 frank interesten gevorderd als verschuldigde sommen. Het zijn dan ook deze bedragen die in de verzetsakte van eiseres (stuk 7, tweede bladzijde verweerder) werden opgenomen.
Verweerder stelde in eerste besluiten, neergelegd op 24 maart 1992 uitdrukkelijk zijn vordering te beperken tot de "correcte" sommen, opgenomen in het dwangbevel, dwz.
BTW 612.120 frank
verminderde boete 91.500 frank
+ de rente (artikel 91, § 1 en § 4 BTW Wetboek).
Er zijn geen ambtshalve op te werpen absolute nietigheden verbonden aan het uitgevaardigde, geviseerde en uitvoerbaar verklaarde en betekende dwangbevel.
Het verzet komt tijdig en regelmatig naar de vorm voor.
VOORWERP VAN DE DISCUSSIE TUSSEN PARTIJEN
De NV B. B. werd opgericht bij akte verleden voor notaris L. V. te … op 24 mei 1976 (stuk 8 verweerder).
Eiseres heeft haar maalschappelijke benaming gewijzigd naar NV B., haar maatschappelijk doel uitgebreid en haar statuten gewijzigd volgens akte verleden voor de hogergenoemde notaris L. V. op 29 maart 1983 (stuk 9 verweerder).
Hieruit blijkt dat voortaan ook de verhuur van auto's, hetzij personen- of bedrijfswagens, opgenomen is in het maatschappelijk doel van eiseres (stuk 9, tweede blad verweerder).
Eiseres beriep en beroept zich op de uitzonderingsbepaling van artikel 45, § 2 a) W.BTW om de 100 % aftrekregel BTW toe te passen.
De algemene regel vinden wij terug in artikel 45, § 2 W.BTW dat stelt dat ten aanzien van levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek in geen geval hoger mag zijn dan 50 % van de betaalde belasting.
De uitzondering vinden wij terug in artikel 45, § 2, a) W.BTW dat stelt dat de beperking van de aftrek tot 50 % niet van toepassing is (en derhalve 100 % aftrek mag worden toegepast) ten aanzien van voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingsplichtige die een beroepswerkzaamheid uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen.
Deze uitzondering op de voormelde algemene regel dient als uitzonderingsbepaling uiteraard restrictief te worden geïnterpreteerd.
De discussie spitst zich toe op het probleem of eiseres nu al dan niet een beroepswerkzaamheid uitoefent in de zin van artikel 45, § 2 a) W.BTW (of zij wel een eigenlijke verhuuronderneming stricto sensu is).
Geoordeeld werd reeds dat :
- de uitzonderingsbepaling alleen maar kan ingeroepen worden door eigenlijke verhuurondernemingen stricto sensu, dat wil zeggen door ondernemingen welke naar buiten uit gekend zijn als verhuurders van auto's en die hun diensten aanbieden aan het publiek in het algemeen, derwijze dat al wie een personenauto wenst te huren daarvoor bij de betrokken onderneming terecht kan (cfr. het antwoord op de parlementaire vraag nr. 140 van Senator Lagae d.d. 18 juni 1976 - Bulletin van Vragen en Antwoorden Senaat 1975-1976 nr. 40, blz. 1673-1674);
- dat de verhuur van personenwagens moet gebeuren met regelmaat, specialisatie, organisatie en methode die gewoonlijk door vakmensen wordt aangewend; dat de activiteit van een vennootschap zich beperkend tot de verhuur van twee auto's aan één persoon die daarenboven haar belangrijkste aandeelhouder is, niet voldoet aan de voorwaarden voor onbeperkte aftrek vervat in artikel 45, § 2, a) Hof van Beroep, Brussel, 24 november 1987, F.J.F. 88/106 );
- dat om voor de aftrek van BTW een beroep te doen op de toepassing van artikel 45, § 2, lid 2, a) W.BTW de belastingplichtige moet bewijzen een onderneming te zijn van wie naar buiten toe gekend is dat één van zijn specifieke beroepswerkzaamheden bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen aan het publiek in het algemeen zodat al wie een wagen wenst te huren bij hem terecht kan.
Dit artikel is derhalve niet van toepassing indien de belastingplichtige slechts aantoont af en toe auto's te verhuren aan een zeer beperkte groep, zijnde haar afgevaardigd-bestuurder (L.D.), haar externe accountant (D.B. van PVBA C ), de bestuurder van haar rechtsvoorganger (NV C), haar zustermaatschappijen ( NV ET - NV EH - NV E.E. ) allen gevestigd op hetzelfde adres als de eiseres, de beheerders van een van ~voormelde maatschappijen ( EV en echtgenote D.V.) ( Hof van Beroep Antwerpen, 18 januari 1993, F.J.F. 93/173).
De Rechtbank stelt vast dat :
- eiseres slechts 6 huurovereenkomsten afsloot (stukken 12 tot 17 verweerder) met betrekking tot de voormelde controleperiode (1 juli 1984 tot 31 december 1987), alle met 2 bedrijven waarmede eiseres zelf en de familie L. (= familie van haar bestuurder E. L.) nauw verwant zijn.
Ter illustratie :
Op 31 december 1985, 31 december 1986 en 31 december 1987 bezat eiseres 49 % der aandelen in de PVBA C. E.. Eiseres bezat op 31 december 1987 bovendien 49,5 % der deelnemingen in de NV K.-B.. De familie L. vertegenwoordigde op 31.12.85 31 december 1986, 49 % der aandelen in de NV K. L.-B. en nog 6,5 % op 31 december 1987 (stuk 18 verweerder). Het feit dat men nog net niet van zuster bedrijven in de zin van artikel 126 WIB (met minimum 50 % participatie) kan spreken is niet essentieel nu het toch om uiterst verwante ondernemingen-huurders gaat.
De contracten met betrekking tot de verhuur van personenwagens werden derhalve enkel afgesloten met gelieerde ondernemingen in de ruime zin van het woord;
- op het adres van de maatschappelijke zetel van eiseres was er geen aanduiding van de naam van de vennootschap met vermelding van de aard van haar werkzaamheid (o.a. verhuur van personenwagens).
Nochtans is het meer dan gebruikelijk in de commerciële sector van de autoverhuur dat potentiële klanten de visu kunnen vaststellen dat op een bepaalde plaats effectief auto's worden verhuurd.
Bovendien was eiseres niet opgenomen in de Handels- en beroepengids voor West-Vlaanderen (Gouden Gids) onder de rubrieken “auto's - verhuur op lange termijn", "auto’s - verhuur zonder chauffeur” en auto's leasing");
- de publiciteit die eiseres voorlegt is weinig overtuigend als bewijs dat zij zich voor o.a. de verhuur van personenwagens richt tot alle derden.
Zo legt eiseres o.a. een factuur voor van 10 mei 1988, uitgereikt door de PVBA D. O. met betrekking tot de levering van 500 exemplaren publicitair drukwerk, wit-grijze druk, recto verso (stuk 22 verweerder). Deze factuur betreft de levering van het drukwerk, gevoegd bij de inventaris der stukken onder nr. 21 en dateert van 10 mei 1988, ,zodat beide stukken (stukken nr. 21 en 22 verweerder) in elk geval geen beoordelingselementen kunnen zijn in onderhavig geschil daar de gecontroleerde periode zich uitstrekte van 1 juli 1984 tot 31 december 1987).
Het aantal personenwagens noch het gerealiseerde zakencijfer zijn decisief, evenmin is de verhuur van één tractor aan een derde, die duidelijk niet bedoeld is door artikel 45, § 2 (dat het heeft over voertuigen voor personenvervoer en over voertuigen voor personen - zowel als voor goederenvervoer) in casu van belang.
Enkel de aard van de uitgeoefende werkzaamheid speelt een rol met name of het een georganiseerde beroepswerkzaamheid van verhuur van personenwagens en van personen- en goederenwagens betreft, ook naar buiten uit, zich richtend tot alle derden-kandidaat huurders.
Ook met betrekking tot de gecontroleerde periode 1 januari 1988 tot 31 december 1988, blijkt verweerder eiseres niet te hebben aanzien als dergelijke verhuuronderneming (PV 21 juni 1991 en uitgevaardigd dwangbevel op 28 mei 1993 per aangetekend schrijven ter kennis gebracht van eiseres).
Dat eiseres thans 28 wagens zou verhuren (waarvan zij er slechts 15 in eigendom zou bezitten) is niet van aard de conclusies terecht gemaakt door verweerder met betrekking tot de periode 1 juli 1984 tot 31 december 1987 te ontkrachten.
Verweerder omschrijft correct, gelet op de voorgebrachte stukken, de activiteit van eiseres in de periode 1 juli 1984 tot 31 december 1987 als volgt : eiseres verhuurt bedrijfsgebouwen, zij verhuurt personenwagens en zij factureert administratiekosten door aan verbonden ondernemingen.
Op de verhuur van de tractor na, verricht zij geen handelingen met "derden" waarmee geen band bestaat.
Deze omschrijving toont eveneens aan dat de totale beroepswerkzaamheid van eiseres er niet zozeer op gericht is handelingen te verrichten met "vreemde derden", dan wel activa te verhuren en gemaakte exploitatiekosten te ventileren onder verbonden ondernemingen en aldus een bepaald patrimonium te beheren.
De bestemming alleen van de wagens is niet decisief nu artikel 45, § 2 duidelijk stelt dat het om een beroepswerkzaamheid moet gaan (de meest actuele wetgeving stelt zelfs expliciet dat beroepswerkzaamheid "specifiek” moet zijn.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 2 en volgende van de taalwet van 15 juni 1935;
Wijzende op tegenspraak;
Verklaart het verzet toelaatbaar, ontvankelijk maar wijst het af als ongegrond en bevestigt het bestreden dwangbevel;
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan de zijde van verweerder begroot op 10.800 frank rechtsplegingsvergoeding;
Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement voor wat de veroordeling tot de gedingkosten betreft;
Aldus gevonnist en uitgesproken in het Gerechtsgebouw te Kortrijk, in de openbare terechtzitting van TWINTIG FEBRUARI NEGENTIENHONDERD VIJFENNEGENTIG.
Aanwezig :
M. B., alleenzetelend rechter;
S. P., klerk-griffier;
S. P. M. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.