Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 18.12.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 36ste KAMER
AR 2002/11583/A
- BTW
- akkoordvonnis
- eindvonnis op tegenspraak
Inzake van :
De feitelijke vereniging BVBA A. H. & Co, met maatschappelijke zetel te …, …;
eiser,
vertegenwoordigd door Mter G. loco Mter V., advocaat te …, …;
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Vilvoorde, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51;
verweerder,
vertegenwoordigd door Mter V. H. loco Mter D., advocaat te …, …;
Na in beraadneming op 04 december 2008, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit :
Gelet op :
- het dossier van verzending van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven;
- De akkoordbesluiten van partijen, neergelegd ter griffie op 23 oktober 2008;
- De toelichtingen verstrekt door de raadslieden van partijen ter terechtzitting van 04 december 2008;
Gehoord de advocaten van partijen ter openbare zitting van 04 december 2008, datum waarop de zaak in beraad werd genomen.
Een akkoordvonnis is een vonnis, waarbij de rechter verzocht wordt een akkoord te acteren dat de partijen tijdens het geding hebben bereikt.
Naar de vorm is het een vonnis zonder meer.
Het geeft dan ook als dusdanig geen aanleiding tot verhaal, tenzij het akkoord niet geldig tot stand kwam, alzo in geval van een wilsgebrek, hetgeen aanleiding kan zijn tot nietigheid te vragen door aanwending van de daartoe geëigende rechtsmiddelen.
De rechter die gevraagd wordt een akkoordvonnis te wijzen dient wel na te gaan of er effectief een geschil bestaat nu het hem niet toekomt akkoorden te acteren en te authentificeren buiten elke vorm van geschil.
In casu kan hierover geen redelijke betwisting bestaan.
Voor de executie van het akkoordvonnis is net zoals in andere gevallen de voorafgaande betekening van de titel vereist en de uitvoerbare kracht vindt haar grondslag in de termen van de overeenkomst die uitvoerbaar wordt door middel van het vonnis.
De tenuitvoerlegging is definitief gezien het vonnis niet meer vatbaar is voor schorende verhaalmiddelen.
Gelet op het bovenstaande en de aan de Rechtbank vertrekt toelichtingen en stukken gaan wij op de in akkoordbesluiten geformuleerde eis in zoals in het beschikkend gedeelte gesteld.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Rechtsprekende op tegenspraak;
Verlenen akte van het tussen partijen afgesloten akkoord zoals verwoord in hun akkoordconclusie van 23 oktober 2008 ter griffie neergelegd;
Bevestigt de verschuldigde BTW en geldboeten, te vermeerderen met de wettelijke nalatigheidintresten overeenkomstig artikel 91 BTW-wetboek, op de punten 2, 3 en 4, van het proces-verbaal van 20 maart 2001, opgemaakt naar aanleiding van een BTW-controle voor de periode van 1 januari 1996 tot 31 december 1998.
Zeggen voor recht dat het dwangbevel Reg. 127/30.479 uitgevaardigd door e.a. Inspecteur P. J. op 22 maart 2001 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 27 maart 2001 door de heer G. V. P., directeur van de BTW-administratie van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Mechelen, van nul en generlei waarde is, in de mate dat meer wordt gevorderd dan 1.878,51 EUR (1.708,51 EUR BTW in hoofdsom en 170 EUR boete) en de op dit bedrag verschuldigde interesten.
Veroordeelt de Belgische Staat tot de teruggave van de door eiseres (BVBA A. H. & Co) gebeurlijk betaalde BTW, boete en interesten, in de mate deze betaling het bedrag van 1.878,51 EUR + interesten op dit bedrag overschreden heeft.
Zeggen voor recht dat de kosten van elke partij te haren laste blijven;
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36e kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 18 december 2008.
Waar aanwezig waren en zitting namen :
De heer J. V. B., alleenrechtsprekend rechter
Mevrouw I. K., afgevaardigd griffier
I. K. V. B.
Décision jointe par le SPF
Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, 33ste kamer
AR nr. 02/14750/A
AKKOORDCONCLUSIES
VOOR : De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Vilvoorde, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1800 Groenstraat 51 te VILVOORDE
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. A. D., advocate, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
De feitelijke vereniging BVBA A. H. & co met maatschappelijke zetel te …, …;
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. F. V., advocaat, kantoorhoudend te …, ….
I. ANTECEDENTEN
Gelet op de inleidende dagvaarding van 6 september 2002.
Onder uitdrukkelijk voorbehoud van alle rechten van verweerder en zonder enige nadelige erkenning.
Eiseres is sinds 1 september 1979 als BTW-belastingplichtige geregistreerd en als dusdanig onderworpen aan het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en de in het kader ervan genomen uitvoeringsbesluiten.
De heer E. V. R., eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd bij de Federale Overheidsdienst Financiën, in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en verbonden aan het controlecentrum Vilvoorde, oefende bij eiseres een controle uit over de periode van 1 januari 1996 tot 31 december 1998.
De vastgestelde overtredingen werden op genomen in een proces-verbaal van 20 maart 2001 (doc. 1) waaruit blijkt dat eiseres aan de Administratie van de Invordering, sector BTW, volgende sommen verschuldigd is :
- BTW : 582.266 BEF of 14.434,00 EUR
- Wettelijke boete : 58.000 BEF of 1.437,78 EUR
- Interest krachtens artikel 91, § 1, van het BTW-wetboek
te berekenen aan 0,8 % per maand vanaf 21 januari 1999
over de verschuldigde BTW afgerond op 582.000 BEF of
14.427,40 EUR. p.m.
Verweerder vaardigde op 22 maart 2002 een dwangbevel uit (doc. 2) dat op 27 maart 2001 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de directeur bij een fiscaal bestuur te Mechelen, en dat op 9 april 2001 aan eiseres werd betekend bij aangetekend schrijven (doc. 3).
Eisers tekende verzet aan tegen bedoeld dwangbevel op 18 april 2001 (doc. 4).
II. TER ZAKE
Vooreerst weze opgemerkt dat eiseres enkel argumenteerde tegen punten 1 en 3 van het proces-verbaal van 20 maart 2001 zodat verweerder ervan uitgaat dat eiseres akkoord gaat met punten 2 en 4 en de corresponderende boeten en interesten.
1. Inbreuken op de bepalingen in verband met het opnemen in de periodieke BTW-aangifte van de verschuldigde en de aftrekbare BTW ter zake van handelingen waarvoor de belasting verschuldigd is door de ontvanger van de dienst bij toepassing van artikel 51, § 2, van het BTW-wetboek
Zoals blijkt uit het proces-verbaal (doc. 1) heeft verweerder de prestaties gefactureerd door de Luxemburgse vennootschap SARL T. belast op grond van artikel 21, § 3, 7° en artikel 51, § 1, 1° van het BTW-wetboek. Eiseres kon niet aantonen dat de gefactureerde prestaties werden gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.
2. Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé-gebruik of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit (Toepassing artikel 45, § 1, van het BTW-wetboek).
Verweerder heeft voor de door eiseres ontvangen facturen voor het onderhoud van haar bedrijfslokalen het door verweerder in aanmerking genomen beroepsgebruik van 100 % beperkt tot 60 %.
III. STANDPUNTEN VAN DE PARTIJEN
Na onderzoek van het dossier inzake directe belastingen werd op 21 mei 2003 beslist het bezwaarschrift van eiseres in te willigen wat betreft de facturen uitgereikt door de SARL T..
Voor de weerhouden voordelen in natura, voor het privé-gebruik van de verwarming en elektriciteit door het leidinggevende personeel en bedrijfsleiders van eiseres, werd het bezwaarschrift afgewezen.
Verweerder heeft na onderzoek van de door eiseres aangevoerde argumenten, besloten de beslissing inzake directe belastingen te respecteren en de BTW verschuldigd, voor de overtredingen opgenomen in punt 1 van het proces-verbaal van 20 maart 2001, niet in te vorderen.
Zowel eiseres als verweerder kunnen ermee instemmen dat de BTW verschuldigd voor de gecontroleerde periode opgenomen in het proces-verbaal van 20 maart 2001 voor punt 1 niet wordt gevorderd. Dat voor de punten 2 tot 4 verschuldigd blijft 1.708,51 EUR aan rechten.
IV. GELDBOETEN
Eiseres en verweerder gaan akkoord dat de corresponderende geldboete met de overtredingen opgenomen onder punt 2 tot 4-van het voormelde proces-verbaal verschuldigd blijven.
Zowel eiseres als verweerder kunnen ermee instemmen dat de boete verschuldigd voor de weerhouden inbreuken bepaald wordt op 170,00 EUR.
OM DEZE REDENEN,
BEHAGE HET DE RECHTBANK,
Het akkoord tussen partijen te acteren en de verschuldigde BTW en geldboeten, te vermeerderen met de wettelijke nalatigheidinteresten overeenkomstig artikel 91 BTW-wetboek, op de punten 2, 3 en 4, van het proces-verbaal van 20 maart 2001, opgemaakt naar aanleiding van een BTW controle voor de periode van 1 januari 1996 tot 31 december 1998 te bevestigen zoals hiervoor uiteengezet;
De kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingvergoeding, voorlopig geraamd op … EUR, om te slaan over beide partijen;
Het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal of hoger beroep en met uitsluiting van het kantonnement;
Het dwangbevel Reg. 127/30.479, uitgevaardigd door e.a. inspecteur P. J. op 22 maart 2001 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 27 maart 2001 door dhr. G. V. P., directeur van de BTW administratie te Mechelen, van nul en generlei waarde te verklaren in de mate dat meer wordt gevorderd dan 1.878,51 EUR (1.708,51 EUR BTW + 170 EUR) en de op dit bedrag verschuldigde intresten.
Verweerder te veroordelen tot de teruggaaf van de door eiseres gebeurlijk betaalde BTW, boete en interesten, in de mate deze betaling het bedrag van 1.878,51 EUR + interesten op dit bedrag overschreden heeft.
Elk van de partijen te verwijzen tot de eigen kosten van het geding.
Antwerpen, 30 mei 2008.
Te Brussel,
Voor verweerder, voor eiseres
Zijn raadsman haar raadsman
A. D. F. V.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.