Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 10 novembre 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-bruges-2003-11-10-902c

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
10 novembre 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

55 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 10.11.2003

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 96/899/A

de C.V. B.-V., (HR. Brugge nr. …), met zetel te …, …,

eiseres

voor wie is opgetreden Meester B. G. loco Meester D. V., advocaat te …

TEGEN

de FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, Administratie van de BTW, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, met kantoren gelegen te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder

voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat te …

1. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding voor de vijfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge de dato 8 maart 1996.

Gelet op de verwijzing van deze zaak de dato 13 december 2001, in toepassing van artikel 90 van het gerechtelijk wetboek, naar de vierde kamer van deze rechtbank.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 13 oktober 2003.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge de verhuur van fietsen. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Omdat eiseres in gebreke bleef de aangiftes van het eerste en tweede kwartaal 1994 tijdig in te dienen en de BTW verschuldigd voor het eerste en tweede kwartaal 1994 tijdig te voldoen, werd op 22 september 1994 conform de bepalingen van artikel 8, § 1 van het KB nr. 24 van 29 december 1992 een bijzondere rekening geopend voor het tijdvak van 30 april 1994 tot 31 juli 1994.

De ingevolge voormelde bijzondere rekening verschuldigde bedragen bedroegen … Bf. BTW, … Bf. geldboete wegens niet tijdige betaling van de BTW, … Bf. geldboete wegens niet tijdige indiening van de aangiften en de intresten verschuldigd en berekend volgens de bepalingen van artikel 91, § 1 W.BTW.

Op 30 september 1994 heeft eiseres een som van … Bf. overgeschreven naar haar gewone rekening courant bij de dienst BTW ontvangsten op het nummer ….

Aangezien eiseres de verschuldigde bedragen ingevolge de bijzondere rekening niet betaalde, werd op 14 december 1994 een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 19 december 1994 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door R. J. T., hoofdcontroleur BTW Brugge III, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge.

Op 6 januari 1995 werd het dwangbevel aan eiseres betekend door middel van een deurwaardersexploot.

Op 20 maart 1995 heeft verweerder een nieuwe bijzondere rekening geopend lastens eiseres, ditmaal voor de periode van 31 oktober 1994 tot 31 januari 1995.

2.2. Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel geen enkel rechtsgevolg kan hebben en tot geen enkele uitvoeringsdaad aanleiding kan geven. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, in haar hoofde begroot op … EUR dagvaardingskosten en … geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding. Tenslotte vraagt eiseres nog dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van hel vermogen tot kantonnement.

2.3. Verweerder vordert dal het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

III. BEOORDELING

3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. nopens de grond

3.2.1. Eiseres stelt dat zij de in het dwangbevel vermelde sommen niet verschuldigd is aangezien zij op 30 september 1994 de som van … Bf. heeft overgeschreven op de rekening van gedaagde, met nummer …, dienst BTW-ontvangsten.

Verder houdt zij voor dat zij niet in kennis werd gesteld van de door verweerder geopende bijzondere rekening voor de periode van 30.04.1994 tol 31.07.1994 en van het feit dat de betaling van de bijzondere rekening diende te gebeuren op een andere rekening dan die van de gewone rekening-courant.

3.2.2. Omdat eiseres in gebreke bleef de aangiften van het eerste en tweede kwartaal 1994 tijdig in te dienen en de BTW verschuldigd over het eerste en tweede kwartaal 1994 tijdig te voldoen, werd op het einde van de maand juli de rekening-courant van eiseres op nul gezet en werd op 22 september 1994 conform de bepalingen van artikel 8, § 1 van het KB nr. 24 van 29 december 1992 een bijzondere rekening met nr. … geopend voor het tijdvak van 30 april 1994 tot 31 juli 1994. De ingevolge voormelde bijzondere rekening verschuldigde bedragen bedroegen … Bf. BTW, … Bf. geldboete wegens niet tijdige betaling van de BTW, … Bf. geldboete wegens niet tijdige indiening van de aangiften en de intresten verschuldigd en berekend volgens de bepalingen van artikel 91, § 1 W.BTW.

Op 30 september 1994 werd door eiseres de som van … Bf. niet overgeschreven op de bijzondere rekening met nr. … van BTW­ontvangsten Mechelen, maar op de gewone rekening … (zie stuk 1 van eiseres en stuk 5 van verweerder).

Aangezien eiseres op geen enkele wijze verklaard heeft dat de door haar verrichte betaling bedoeld was om de schuld van de bijzondere rekening 30.09.1994 tot 31.07.1994 te voldoen, werd voormelde betaling, ingevolge artikel 5, § 3 van het KB. nr. 24 van 29 december 1992, terecht op de rekening-courant van eiseres ingeschreven. Ingevolge artikel 8, § 2 van voormeld KB kon de betaling die eiseres deed op 30.09.1994 op haar rekening-courant ook niet meer toegerekend worden op de bedragen verschuldigd ingevolge de bijzondere rekening 30.04.1994 tot 31.07.1994, maar diende zij te worden toegerekend op de bedragen verschuldigd voor het tijdvak erna. Voormelde betaling werd dan ook volkomen terecht aangewend ter aanzuivering van de BTW die verschuldigd was ingevolge de handelingen in het 3de en 4de kwartaal 1994.

Dat eiseres niet op de hoogte werd gebracht van de geopende bijzondere rekening en van het feit dat de betaling diende te gebeuren op de rekening …, is weinig geloofwaardig aangezien in de bijzondere rekening uitdrukkelijk werd vermeld dat zij bij aangetekend schrijven de dato 22 september 1994 werd ter kennis gebracht en aangezien in het computerbestand en in het dwangbevel van 14 december 1994 duidelijk melding wordt gemaakt van de datum van verzending van het eerste betaalbericht, zijnde 26.09.1994.

3.3. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad, vrij van borgstelling en zonder mogelijkheid tot kantonnement

Nu de hoofdvordering ongegrond wordt bevonden, moet de vraag tot voorlopige tenuitvoerlegging eveneens geacht worden zonder voorwerp te zijn.

3.4. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan naar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR. , uit hoofde van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op tien november tweeduizend en drie.

Aanwezig zijn :

H. N., alleenrechtsprekend rechter

LH. N., e.a. adjunct-griffier

N. LH. N. H.

Textes cités

2
AR no 24 art. 82 occurrences
AR no 24 art. 51 occurrence

Décisions similaires

8