Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Gand 16 avril 2013

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2013-04-16-36ff

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Gand
Date
16 avril 2013

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

40 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 16.04.2013

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Hof van beroep te Gent, 5e kamer - terechtzitting van 16-04-2013

Nr. 2012/AR/1229

in de zaak van :

V. N., wonende te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

appellante - niet verschijnend - arrest op tegenspraak gewezen in toepassing van art. 747, § 2 Ger.W.

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, invordering - sector BTW, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, wiens kantoor gevestigd is te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

geïntimeerde,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. S. L., advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 30 april 2012 werd door de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis uitgesproken door de vierde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge op 17 januari 2012 waarbij onder meer een niet proportionele geldboete van … EUR werd behouden wegens het niet voorleggen van de boekhouding.

Het hoger beroep strekt er toe het bestreden vonnis teniet doen en opnieuw wijzende de vestiging van de taxatie/aanslag inzake BTW, zoals gevestigd bij dwangbevel van 23 juli 2010 te vernietigen met veroordeling van de geïntimeerde in de kosten.

De Belgische Staat vordert de bevestiging van het bestreden vonnis.

Op de openbare terechtzitting van 19 maart 2013 is de appellante niet verschenen, noch iemand voor haar. Door de Belgische Staat werd toepassing van art. 747 Ger.W. gevraagd, hetgeen kan worden toegestaan.

Feitelijke gegevens

Bij proces-verbaal van 14 juni 2010 werd een boete wegens het niet voorleggen van de boekhouding weerhouden en werd de belasting die ze in haar periodieke BTW-aangiften in aftrek gebracht had, geweigerd. Volgens voormeld proces-verbaal is er een bedrag van … EUR verschuldigd aan rechten, … EUR aan proportionele boete, en … EUR aan niet-proportionele geldboete, vermeerderd met de verwijlinteresten te berekenen vanaf 21 januari 2008.

Op 19 juli 2010 werd een dwangbevel uitgevaardigd, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 22 juli 2010 door mevrouw L. S., e.a. inspecteur, daartoe aangewezen door de gewestelijk directeur van de BTW directie te Brugge, en overeenkomstig artikel 85, § 1, van het BTW-Wetboek per aangetekend schrijven ter kennis gebracht van appellante op 23 juli 2010.

Door middel van een fiscaal verzoekschrift vorderde de appellante de nietigheid van het dwangbevel, de ontvankelijk- en gegrondverklaring van de vordering met de veroordeling van de geïntimeerde tot de kosten. Deze vordering werd afgewezen.

Het is tegen dit vonnis dat hoger beroep werd ingesteld.

Beoordeling

De aanleiding ligt in het feit dat de appellante een boete werd opgelegd van … EUR wegens het niet voorleggen van de boekhouding alhoewel de controle vooraf werd aangekondigd. Volgens de termen van het verzoekschrift hoger beroep zou de appellante gewacht hebben tot 10.45 uur en zou niemand zich hebben aangeboden. De appellante zou de woning hebben verlaten daar zij een afspraak had om 11 uur. Tevens houdt de appellante voor dat de verantwoordingsstukken reeds eerder werden medegedeeld. In een andere versie zou de appellante slechts 5 minuten afwezig zijn geweest.

Deze loutere beweringen komen niet bewezen voor. Feit is dat ondanks het om een aangekondigde controle gaat de controleambtenaren zich hebben aangeboden en voor een gesloten deur stonden. Het hof moet echter vaststellen dat de appellante Ook in graad van beroep niet is verschenen en dat zij ook haar beweringen niet waar maakt. Daaruit leidt de administratie terecht af, mede gelet op voorgaanden op dit vlak, dat de appellante doelbewust een strategie volgt om zich aan haar fiscale verplichtingen te onttrekken.

Bij gebrek aan overlegging van de boekhouding is niet aangetoond dat de als aftrekbare belasting in de aangifte ingeschreven bedragen gestoeld zijn op verantwoordingsstukken die die aftrek staven. Derhalve is de terugvordering terecht.

Het bestreden vonnis moet worden bevestigd.

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

HET HOF, recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de Wet- van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis.

Veroordeelt de appellante in de kosten van het hoger beroep begroot aan de zijde van de geïntimeerde op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op ZESTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN DERTIEN.

Aanwezig de Heren :

A. D. M., Kamervoorzitter, Voorzitter,

G. T. en D. V., Raadsheren,

M. V., griffier.

M. V. D. V. G. T. A. D. M.

Textes cités

1
CTVA art. 851 occurrence

Décisions similaires

8