Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 17.11.2017
WF 701-15-16/033793
[Favorable à l’administration]
Taxe sur la valeur ajoutée – Opposabilité d’un acte dont la publication au Moniteur belge est prescrite par le Code des sociétés – Relevé de régularisation – Reconnaissance de dette – Livraison de biens
Dispositions légales
Article 69, premier alinéa, article 74 et article 76 du Code des Sociétés
Article 1326 du Code civil
Résumé
1. Les faits de la cause et les antécédents de la procédure
La société a été créée le 25 janvier 2001 par un acte sous seing privé sous la forme d’une société en nom collectif. Monsieur S. et Madame M. agissaient en qualité de fondateurs.
Le 28 mai 2003, l’assemblée générale extraordinaire a décidé la révocation de Madame M. de son poste de gérante. Monsieur S. fut nommé gérant de la société. L’assemblée générale extraordinaire a accepté la démission de Monsieur S. de son poste de gérant en date du 1er octobre 2014 et de sa qualité d’associé en date du 30 septembre 2014. Ces démissions ont été publiées dans les annexes du Moniteur belge du 24 octobre 2014.
Lors d’un contrôle en matière de TVA couvrant la période courant du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2012, l’administration a relevé différentes infractions à la législation réglementant la taxe sur la valeur ajoutée. Le 1er octobre 2014, Monsieur S. a marqué son accord sur un relevé de régularisation reprenant les infractions relevées.
Le 8 juin 2016, l’administration a décerné une contrainte à Monsieur S. en sa qualité d’associé solidairement responsable afin d’obtenir le paiement de la dette TVA non apurée.
2. Le jugement
Le demandeur fait opposition à la demande de paiement du montant de la TVA et des frais réclamés.
Le demandeur prétend qu’au moment du relevé de régularisation, il n’était pas compétent pour représenter la société car son mandat s’était terminé le 30 septembre 2014.
Le tribunal ne partage pas la position du demandeur. La publication de la démission du demandeur en tant qu’associé et gérant a été publiée au Moniteur belge le 24 octobre 2014. La démission ne peut être opposée à l’Etat belge qu’à partir de cette date et ce en vertu des articles 76, 69, premier alinéa, et 74 du Code des Sociétés. L’affirmation du demandeur selon laquelle le fonctionnaire contrôleur était déjà informé avant le 24 octobre 2014 de sa démission en tant que gérant et en tant qu’associé de la société en nom collectif n’est pas démontrée.
Le demandeur conteste également la légalité du relevé de régularisation car le relevé ne reprend pas la mention « lu et approuvé. Bon pour la somme de ».
Cependant, le tribunal en décide autrement. L’article 1326 du Code civil, auquel le demandeur se réfère implicitement, s’applique uniquement lorsque l’acte concerne la constitution d’un nouvel engagement. La dette en matière de TVA n’a pas été créée par la signature du relevé de régularisation. Le relevé de régularisation concernait notamment le chiffre d’affaires des ventes de biens qui n’avaient pas été déclarées. L’article 16 du Code de la TVA détermine que le fait générateur de la taxe intervient et la taxe devient exigible au moment où la livraison de biens est effectuée.
En l’espèce, il s’agit seulement d’une reconnaissance d’une dette qui existait préalablement, de sorte que les mentions exigées reprises à l’article 1326 du Code civil ne sont pas d’application. La demande est déclarée non fondée.
Texte du jugement
Le jugement est publié uniquement dans la langue originale
Corps de la décision
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 17.11.2017
Rol: 2016/2544/A
In zake van:
De heer K.S., wonende te … eiser. Die niet verschijnt, noch iemand voor hem.
tegen :
De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het Team Invordering RP Brussel 6, met kantoren gevestigd te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 3112. Verweerder, vertegenwoordigd door Meester …, advocaat met kantoor te … .
Gelet op:
het verzoekschrift van 20/6/2016 (en ingeschreven op de algemene rol op 27/6/2016); de beschikking op grond van artikel 747 §2 Ger.W. van 4/11/2016;
de conclusie van de Belgische Staat neergelegd ter griffie op 30/1/2017; de stukken van de Belgische Staat.
De advocaat van verwerende partij werd gehoord in zijn pleidooi ter openbare zitting van 29 september 2017, waarna de zaak in beraad werd genomen.
De procedure verliep met in acht name van de toepasselijke bepalingen van de wet van 15 juni 1935 en de wijzigende en aanvullende wetten op het taalgebruik in gerechtszaken.
Overeenkomstig artikel 748bis Ger. W. houdt de rechtbank enkel rekening met de laatst genomen (synthese)conclusies van de partijen.
1. FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN
1.Op 25 januari 2001 werd bij onderhandse akte de VOF K.S.-M. opgericht. De maatschappelijke zetel werd gevestigd aan de Zeedijk 350, GLV, 8670 Koksijde. Deze vennootschap is gekend onder het ondernemingsnummer 0474.103.732.
De heer Mohammed K.S. en mevrouw M. traden hierbij op als oprichters. Het kapitaal van de vennootschap werd vastgesteld op 30.000 BEF 13ls volgt verdeeld:
K.S.: 27 aandelen
M.: 3 aandelen
2.Op 28 mei 2003 besliste de buitengewone algemene vergadering tot het ontslag van mevrouw M. als zaakvoerder. De heer K.S. werd benoemd als zaakvoerder van de vennootschap. Tevens werd de naam gewijzigd in VOF K.S..
Op de buitengewone algemene vergadering van 1 oktober 2014 werd het ontslag aanvaard van de heer K.S. als zaakvoerder en vennoot van de VOF K.S. per 30 september 2014. Het ontslag werd gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 24 oktober 2014.
3.Deze vennootschap is nog de volgende BTW verschuldigd aan het Team Invordering RP Brussel 6:
| Artikel | Bedrag | BTW | Boeten | Intrest BTW | Mor. Intrest |
| 500132927156 | €14.017,27 | €8.943,10 | €890,00 | €3.504,48 | €643,35 |
Deze BTW-schuld vindt zijn oorsprong in een correctieopgave van 1 oktober 2014, opgesteld naar aanleiding van een BTW-controle (stuk 5 bundel verweerder).·
De correctieopgave heeft betrekking op inbreuken op de BTW-wetgeving in de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012.
De correctieopgave werd ondertekend door de heer K.S..
4.Op 8 juni 2016 werd via het ambt van gerechtsdeurwaarder Rogiers een dwangbevel betekend aan eiser, in zijn hoedanigheid van hoofdelijk aansprakelijke vennoot, voor de betaling van bovenstaande BTW-schuld.
5.Op 20 juni 2016 heeft eiser een verzoekschrift ingediend bij deze rechtbank.
2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN
6.Eiser verklaart verzet aan te tekenen "om de aangerekende kosten en BTW bedragen te betalen".
7.Verweerder besluit tot de ongegrondheid van de vordering.
3. BEOORDELING
3.1 Ontvankelijkheid
De ontvankelijkheid van de vordering wordt niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve op te werpen gronden van onontvankelijkheid.
De vordering is ontvankelijk.
3.2 Gegrondheid
- ontslag als vennoot en zaakvoerder
9.Volgens eiser was hij op het ogenblik van de ondertekening van de correctieopgave niet bevoegd om de vennootschap te vertegenwoordigen. Zijn mandaat zou een einde hebben genomen op 30 september 2014.
10.Verweerder stelt terecht dat de publicatle van het ontslag als vennoot en zaakvoerder werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 24 oktober 2014.
Dienvolgens kan het ontslag pas vanaf deze datum aan de Belgische Staat worden · tegengeworpen krachtens artikel 76 W.Venn io. 69, eerste lid en 74 W.Venn.
Eiser stelt dat de controleambtenaar hiervan op de hoogte was, doch levert geen bewijs van deze bewering..
Eiser bewijst niet dat verweerder vóór 24 oktober 2014 kennis had van zijn ontslag als zaakvoerder.
- ondertekening van het minnelijk akkoord
11.Volgens eiser werd het minnelijk akkoord door hem ondertekend, maar ontbreken de woorden "gelezen en goedgekeurd. Goed voor de som van".
12.Eiser verwijst aldus in:ipliciet naar het voorschrift van artikel 1326 B.W.
Terecht stelt verweerder dat artikel 1326 B.W. enkel van toepassing is, indien de akte betrekking heeft op het ontstaan van een nieuwe verbintenis.
De BTW-schuld is in casu n.iet ontstaan door het ondertekenen van de correctieopgave. De correctieopgave had onder meer betrekking op omzet uit çle verkoop van goederen die niet werd aangegeven. Artikel 16 WBTW bepaalt in dat verband dat wat betreft de levering van goederen het belastbare feit plaatsvindt en de belásting opeisbaar wordt op het tijdstip waarop de levering van het goed wordt verricht.
Het betreft in casu dus slechts een erkenning van een schuld die daarvoor reeds was ontstaan.
De verplichte vermeldingen vervat in artikel 1326 B.W. zijn in casu dan ook niet van toepassing.
13.De vordering van eiser is ongegrond.
4.GERECHTSKOSTEN
14.Aangezien de vordering van eiser ongegrond is, worden de kosten van het geding, in overeenstemming met artikel 1017 van het Gerechtelijk Wetboek, ten laste gelegd van eiser.
De waarde van de vordering situeert zich tussen €10.000,01 en €20.000,00. Op grond van de waarde van het geschil kan de rechtsplegingsvergoeding begroot worden op €1.320.
Dispositif
OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals nadien gewijzigd;
Rechtsprekend in eerste aanleg, op tegenspraak,
Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,
Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk, doch ongegrond.
Veroordeelt eiser tot betaling van de kosten van het geding, in hoofde van verweerder begroot op €1.320 rechtsplegingsvergoeding.
Aldus beslist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, op 17/11/2017.
Waar aanwezig waren en zitting hadden: …
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.