Moyens de preuve, Procès-verbal, Défaut de valeur probante particulière · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour de cassation F.13.0137.N 12 décembre 2014

Rechercher

Moyens de preuve, Procès-verbal, Défaut de valeur probante particulière

https://juriel.be/fr/jurisprudence/moyens-preuve-proces-verbal-defaut-cassation-bruxelles-2014-12-a0f8

Juridiction
Cour de cassation
Numéro de rôle
F.13.0137.N
Date
12 décembre 2014

Parcours procédural

2 étapes · 2 ans 8 mois
  1. Décision attaquéeCour d'appel d'Anvers10.04.2012
  2. Décision affichéeCour de cassation de Belgique12.12.2014

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
français
Sens lu par le SPF
favorable à l'État belge

Texte

35 paragraphes

Corps de la décision

Arrêt de la Cour de Cassation dd. 12.12.2014 (F.13.0137.N)

Moyens de preuve - Procès-verbal - Défaut de valeur probante particulière - Conséquence - Mission du juge

Dispositions légales

Code de la taxe sur la valeur ajoutée : Art. 59, § 1er, al. 1er et 2

Synthèse (par la Cour)

Il ne résulte pas de la seule circonstance qu’un procès-verbal viséà l’article 59, § 1er, alinéa 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée n’a pas la valeur probante particulière visée à l’article 59, § 1er, alinéa 2 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, dès lors qu’il ne contient pas une reproduction complète et exacte des faits, qu’une contrainte fondée sur ce procès-verbal manque en droit; le juge est tenu d’examiner si les éléments contenus dans le procès-verbal ne peuvent être pris en considération à titre de simples renseignements et servir de fondement à une preuve sur la base de présomptions de fait.

Le texte est uniquement disponible dans la langue originale

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 12.12.2014

(F.13.0137.N)

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de rekenplichtige van het btw-Ontvangkantoor … , eiser, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

C. nv, met zetel te … , verweerster, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 april 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 10 juli 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 59, § 1, eerste lid, Btw-wetboek kunnen iedere overtreding of elk misbruik van de bepalingen van dat wetboek of van ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de opeisbaarheid van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, door de administratie bewezen worden volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën.

2. Krachtens artikel 59, § 1, tweede lid, Btw-wetboek leveren de processen-verbaal bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.

3. De enkele omstandigheid dat een door artikel 59, § 1, eerste lid, Btw-wetboek bedoeld proces-verbaal niet de door artikel 59, § 1, tweede lid, Btw-wetboek bedoelde bijzondere bewijswaarde heeft omdat het geen volledige en juiste weergave van de feiten bevat, heeft niet tot gevolg dat een erop gesteund dwangbevel wettelijke grondslag mist. De rechter is ertoe gehouden te onderzoeken of de in het proces-verbaal vermelde gegevens niet als eenvoudige inlichtingen in aanmerking kunnen worden genomen en als grondslag kunnen dienen van een bewijs op grond van feitelijke vermoedens.

4. Het arrest oordeelt dat het proces-verbaal van 11 december 2008 geen bijzondere bewijswaarde heeft omdat het geen volledige en juiste weergave van de feiten bevat en dat een op grond van een dergelijk proces-verbaal opgesteld dwangbevel wettelijke grondslag mist. Die beslissing is niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is gegrond.

Dispositif

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit … , en in openbare rechtszitting van 12 december 2014 uitgesproken door ...

Ondertekeningen

Textes cités

1
CTVA art. 596 occurrences

Jurisprudence

8

Belgique

8

Voir les 8

Voir les 8 documents

Décisions similaires

8