Parcours procédural
2 étapes · 1 an 6 mois- Décision attaquéeTribunal de première instance d'Anvers27.03.2009
- Décision affichéeCour d'appel d'Anvers19.10.2010
Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 19.10.2010
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER
Rechtdoende in burgerlijke zaken,
heeft het volgende arrest uitgesproken :
Inzake : 2009/AR/1378
R. G., wonende te …, …;
appellant,
tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 27 maart 2009;
vertegenwoordigd door Meester S. G. loco Meester E. G., advocaat te …, …;
1.de BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, in de persoon van de heer Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12;
2. de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, op benaarstiging van de rekenplichtige Ontvanger van het derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;
geïntimeerden,
vertegenwoordigd door Meester L. A., advocaat te …, …;
Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 27 maart 2009, waarvan geen betekening voorligt.
Gelet op het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 14 mei 2009, waarbij tijdig en naar de vorm geldig hoger beroep wordt ingesteld.
1. Voorafgaande feiten en procedure
Voorwerp van de betwisting.
Huidige betwisting heeft betrekking op de vraag of de werken aan een woning, eigendom van appellant, dienen aangemerkt te worden als omvormingswerken (BTW tarief: 6 % : standpunt van appellant) dan wel als nieuwbouwwerken (BTW tarief : 21 % : standpunt van geïntimeerde)
2. De vordering van appellant strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/7640, uitgevaardigd op 11 juli 2007 en uitvoerbaar verklaard op dezelfde datum, te vernietigen, van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens teruggave te bevelen van de bedragen die door appellant ten onrechte zouden zijn betaald en/of ten onrechte lastens hem zouden zijn ingehouden, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf datum van betaling of inhouding en met de kosten van het geding.
3. Procedure voor de eerste rechter.
De eerste rechter verklaart de vordering van appellant ontvankelijk doch ongegrond.
De eerste rechter overweegt dat door de volledige afbraak van de dakconstructie en door op de bestaande betonplaat een volledig nieuwe eerste verdieping en een volledig nieuwe bewoonbare zolderverdieping te hebben gebouwd, ontegensprekelijk vaststaat dat dit nieuwbouwwerken betreffen, waarvoor het BTW-tarief van 21 % van toepassing is.
4. Procedure voor het hof van beroep.
Het hoger beroep van appellant strekt ertoe het bestreden vonnis te horen hervormen en dienvolgens opnieuw recht sprekende het dwangbevel Reg. 127/7640, uitgevaardigd op 11 juli 2007 en uitvoerbaar verklaard op dezelfde datum, te vernietigen, van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens teruggave te bevelen van de bedragen die door appellant ten onrechte zouden zijn betaald en/of ten onrechte lastens hem zouden zijn ingehouden, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf datum van betaling of inhouding en met de kosten van het geding.
Geïntimeerde concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis.
5. Bespreking
Appellant kocht op 22 februari 1999 een onroerend goed aan, gelegen te …, …. Dit onroerend goed werd in de loop van het jaar 2002 verbouwd. Op 13 november2006 vroeg de BTW-administratie een afschrift van het goedgekeurde verbouwingsplan, alsook alle facturen die betrekking hadden op de aannemingswerken op.
Naar aanleiding van de betekening van een verhoogd kadastraal inkomen en de aanzienlijke kostprijs van de verbouwing aangegeven bij de administratie van het kadaster werd door de administratie van de BTW, dienst Bouwwaarde te Antwerpen, overgegaan tot het nazicht van de facturen en de plannen.
Hierna stelde de administratie, daarin gevolgd door de eerste rechter, dat de verbouwingswerken aan het onroerend goed niet konden aangemerkt worden als een "omvorming, verbetering, rehabilitatie of herstelling" van een woning in de zin van BTW-KB nr. 20, doch dienden aangemerkt te worden als verbouwingswerken, welke de oprichting van een "nieuw gebouw'' beoogden.
6. Er werd aan appellant een correctie-opgave gestuurd op 16 januari 2007, waarin hem werd meegedeeld dat de verbouwingswerkzaamheden aan zijn onroerend goed dienden gefactureerd te worden met 21 % BTW ipv 6 % BTW. Middels aangetekend schrijven vin 16 januari 2007 stelt appellant niet akkoord te gaan met de zienswijze van de administratie.
Op 12 juli 2007 werd aan appellant per aangetekend schrijven een dwangbevel betekend, waarbij gesteld werd dat appellant volgende bedragen verschuldigd is :
BTW … EUR
Geldboete … EUR
Intresten p.m.
7. Art. 1bis, § 1 van het BTW-KB nr. 20 voorziet dat het werk in onroerende staat en andere handelingen bedoeld in § 3, met uitsluiting van de materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de verstrekte dienst, onderworpen wordt aan het tarief van 6 %, voor zover aan vijf voorwaarden is voldaan.
De administratie stelt dat niet voldaan is aan de voorwaarde, zoals gesteld in art. 1bis, § 1,1° dat vereist dat de onroerende handelingen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben.
Volgens de administratie kan er toepassing gemaakt wo den van het verlaagd tarief van 6 % voorzover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol blijft ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Bij de invulling van het begrip "betekenisvol" heeft de administratie bij haar beslissingen steeds de regel gehanteerd dat wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken.
8. Appellant voert aan dat, specifiek voor wat betreft uitbreidingswerken, kan gesteld worden dat deze dienen te worden bekeken in het licht van het bestaande gebouw. Indien zij geen eigen identiteit verwerven doch louter ten dienste zijn van het bestaande gebouw, kan het tarief van 21 % niet van toepassing zijn, ook wanneer uit een toetsing van deze werken aan het oppervlaktecriterium zou blijken dat de uitbreiding meer dan 50 % van de totale gebouwoppervlakte beslaat.
9. Bij de beoordeling van het toepasselijk BTW tarief, zal men dienen uit te gaan van.de feitelijke omstandigheden en de wettelijke bepalingen aangaande de toepassing van het 6 % BTW-tarief voor onroerende werken. De gebruikelijke betekenis houdt in dat de onroerende werken niet zover mogen gaan dat met de werken in feite wordt overgegaan tot de creatie van een nieuwbouw. Of al dan niet wordt overgegaan tot de creatie van een nieuwbouw moet in het licht van de feitelijke omstandigheden worden beoordeeld.
Enerzijds wordt niet betwist door appellant dat de oppervlakte van het bestaande en behouden gedeelte beduidend kleiner is dan 50 % van de totale oppervlakte van de woning na uitbreiding. Er werd 200,80 m2 behouden en 389,05 m2 bijgebouwd, zodat de totale oppervlakte van de woning na verbouwing 589,05 m2 bedraagt.
Er werden in het totaal voor … EUR verbouwingen uitgevoerd. Het kadastraal inkomen werd verhoogd van … EUR naar … EUR.
Anderzijds werden volgens het proces-verbaal d.d. 14 mei 2007 volgende vaststellingen gedaan :
- de dakconstructie werd volledig verwijderd;
- er werden funderingen bijgestoken op de plaats waar de nieuwe buitenmuren voor de garage en de uitbreiding van het gelijkvloers werden opgetrokken. Sommige bestaande funderingen werden verzwaard om de nieuwe constructie te kunnen dragen;
- De voorgevel werd gewijzigd en er werd een nieuwe paramentsteen voorgemetst; linkerzijgevel werd afgebroken en 4,79 m naar rechts verplaatst (volledige gevel in glas);
- op het gelijkvloers werd de bestaande garage mee opgenomen in de woning en omgevormd tot bureel, wasplaats en badkamer; de voorgevel en achtergevel werden gelijkgetrokken wat resulteerde in drie kleine uitbreidingen;
- van de binnenzijde van de buitenmuren bleef in totaal 14,5 m behouden; de rest werd nieuw opgetrokken of vervangen door een glaswand;
- de binnenindeling werd integraal gewijzigd; van de bestaande binnenmuren werd slechts 4,5 m behouden;
- er werd een volledig nieuwe garage aangebouwd;
- een volwaardige eerste verdieping werd opgetrokken; er waren voorheen geen opgaande muren op deze verdieping, zodat alle buitenmuren en ook de volledige binnenindeling nieuw zijn;
- er werd een halfrond dak geplaatst; er ontstond een grote open ruimte, geflankeerd door twee terrassen. De zolderverdieping die volledig bewoonbaar is, is bereikbaar via een vaste trap.
10. Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie ligt de bewijslast bij de administratie. Het is de administratie die de toepassing vordert van het tarief van 21 %, in een geval waarin de belastingplichtige een tarief van 6 % had toegepast, die de bewijslast heeft dat dit laatste tarief toepasselijk·is. (Cass. 13 mei 2005, fisc. Nr. 986, p. 5)
Uit de feitelijke vaststellingen, zoals vermeld in het proces-verbaal van de administratie, kan het Hof afleiden dat het bestaande gebouw volledig werd afgebroken, enkel een aantal funderingen, die dan nog dienden verzwaard te worden om de nieuwe constructie te kunnen dragen en de betonplaat van de zolderverdieping werden behouden.
De quasi-volledige buitenmuren (behalve 14 m) en de binnenmuren (behalve 4,5.m) werden vernieuwd; er werd een volledige verdieping bijgebouwd, en een volledig nieuwe dakconstructie.
De door het K.B. n.r 20 gehanteerde begrippen "omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud, met uitsluiting van reiniging" veronderstellen een ingrijpen dat niet zover gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw werd overgegaan.
Uit de feitelijke vaststellingen concludeert het Hof zeer duidelijk, samen met de eerste rechter, dat de uitgevoerde werken, de bouw van een nieuwe woning tot voorwerp hebben. De uitgevoerde werken zijn geenszins ondergeschikt aan de bestaande woning.
Het bestreden vonnis dient te worden bevestigd;
11. De rechtsplegingsvergoeding
Partijen zijn het erover eens dat de rechtsplegingsvergoeding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep moet worden vastgesteld overeenkomstig de wet van 21 april 2007, uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007.
Partijen vragen beiden het basisbedrag, dat zij bepalen op … EUR. Het Hof ziet geen reden om van dit basisbedrag afte wijken.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak;
Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond.
Bevestigt het bestreden vonnis.
Verwijst appellant in de gedingkosten in hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde begroot op … EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van NEGENTIEN OKTOBER TWEEDUIZENDENTlEN.
waar aanwezig waren :
D. W., Raadsheer wd. Voorzitter,
M. D. en S. B., Raadsheren,
A. V. L., Griffier
A. V. L. S. B.
M. D. D. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.