Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 31.12.2003
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 31 DECEMBER 2003
01/1853/1
In de zaak :
BVBA B., met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het HR te Aalst onder nr. …, met als BTW-nr. …,
eiseres,
hebbende als raadsman Mter S. S., advocaat te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, op vervolging en benaarstiging van dhr. E.a. Inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Aalst, met kantoren te 9300 Aalst, Graanmarkt 1,
verweerder,
hebbende als raadsman Mter E. V. A., advocaat te …, …, vonnist de rechtbank als volgt :
l. PROCEDURE
1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 3 december 2003; De debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen;
1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de gedinginleidende dagvaarding, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;
2. DE VORDERING
De vordering strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel, uitgevaardigd door de E.a. Inspecteur, Ontvanger van het BTW-kantoor te Aalst op 12 maart 2001 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard namens de heer Gewestelijke Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Gent op 13 maart 2001;
De vordering van eiseres strekt er meer bepaald toe het voormelde dwangbevel te vernietigen en te zeggen voor recht dat de erin gevorderde sommen ten titel van BTW, boeten en intresten niet verschuldigd zijn, met veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten, en bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3. FEITEN EN GESCHIL
3.1. Eiseres is begrafenisondernemer en is uit dien hoofde BTW-belastingplichtige;
Op 9 november 1999 wordt een controle uitgevoerd door de administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit verbonden aan het controlecentrum Aalst;
Deze controle heeft betrekking op de periode van 1 januari 1995 tot 31 december 1998;
Naar aanleiding van deze controle stelt de fiscus de administratie een correctieopgave inzake BTW op;
3.2. Bij aangetekend schrijven van 14 juni 2000 formuleert eiseres, middels tussenkomst van haar raadsman, haar opmerkingen bij deze correctieopgave;
In dit schrijven verklaart eiseres zich slechts gedeeltelijk akkoord met de in de correctieopgave opgenomen onregelmatigheden en overtredingen; eiseres gaat meer bepaald niet akkoord met volgende punten :
- de verwerping van de aftrek van de BTW geheven op een aantal publiciteitskosten die door de administratie als kosten van onthaal worden beschouwd;
- de vordering van de BTW voor het privé-gebruik van een wagen;
- de vordering van de BTW, wegens het gratis verstrekken van elektriciteit en verwarming aan een werknemer;
- de opname van voorgeschoten kosten in de maatstaf van heffing;
Bij schrijven van 22 november 2000 verzendt de raadsman van eiseres verschillende stavingsstukken aan de controlerende ambtenaar;
Op 19 december 2000 verzendt de verbaliserende ambtenaar aan eiseres een akkoordverklaring die enkel betrekking heeft op de niet betwiste elementen van de correctieopgave;
Eiseres zendt deze akkoordverklaring ondertekend terug en betaalt de nagevorderde bedragen;
3.3. Op 21 februari 2001 zendt de verbaliserende ambtenaar aan eiseres een proces-verbaal;
Met uitzondering van de vordering wegens het gratis verstrekken van elektriciteit en verwarming, herneemt dit proces-verbaal alle door eiseres betwiste onregelmatigheden en overtredingen;
Bij gebrek aan voldoening van de rechten voortvloeiend uit de betwiste onregelmatigheden en overtredingen, betekent de fiscale administratie op 22 maart 2001 een dwangbevel;
In de onderhavige procedure komt eiseres hiertegen op;
4. BESPREKING
4.1. De kosten van spijzen en dranken en van kosten van onthaal
Uit het PV d.d. 13 februari 2001 blijkt dat de BTW-administratie van oordeel is dat de BVBA B. ten onrechte de voorbelasting in aftrek heeft gebracht betreffende een aantal facturen uitgereikt door de K.S.C. E. A. (factuur nr. … van 15 april 1996; factuur nr. … van 1 juni·1996; factuur nr. … van 10 april 1997 en factuur nr. … van 23 september 1998);
De administratie van verweerder stelt dat deze facturen betrekking hebben op kosten voor verbruik van drank en maaltijden in restaurants en kosten van onthaal waarvan de voorbelasting niet aftrekbaar is (artikel 45 par. 3, 3° en 4° Wb. BTW);
Eiseres van haar kant stelt dat de voormelde uitgaven als publiciteitskosten moeten beschouwd worden waarvan de voorbelasting wel aftrekbaar is;
Ter terechtzitting werden de activiteiten, die betrekking hadden op de litigieuze facturen, toegelicht;
De Rechtbank kan aannemen dat deze activiteiten tot doel hadden de naambekendheid van eiseres te promoten, zonder specifiek individuele personen aan haar bedrijf te willen binden;
In die zin is de kwalificatie van publiciteit eerder op zijn plaats dan deze van kosten van onthaal;
4.2. Het voordeel in natura wegens het gebruik van een firmawagen
Uit het PV van 13 februari 2001 blijkt dat de administratie van verweerder tevens van oordeel is dat er BTW verschuldigd is op een beweerd voordeel van alle aard wegens de terbeschikkingstelling van een personenwagen (Renault Laguna) voor privé-doeleinden van een personeelslid (…);
Verweerder leidt dit naar eigen zeggen af uit de volgende vaststellingen van de verbaliserende ambtenaar :
- de betrokken werkneemster en haar echtgenoot beschikken niet over een eigen wagen;
- de afstand van het persoonlijk adres van de werkneemster tot de maatschappelijke zetel van vennootschap bedraagt circa 6 km;
- tijdens diverse bezoeken aan de maatschappelijke zetel werd opgemerkt dat de werkneemster verplaatsingen deed met het bewuste voertuig (ter terechtzitting preciseert eiseres uitdrukkelijk dat dit steeds was tijdens de kantooruren, wat door verweerder niet wordt ontkend);
Het komt de Rechtbank voor dat voormelde vaststellingen onvoldoende zijn om hieruit te besluiten dat de betrokken werkneemster tevens de wagen gebruikt voor privé-doeleinden;
4.3. De geboekte voorschotten
Uit het PV d.d. 13 februari 2001 blijkt dat de adminisitratie van verweerder van oordeel is dat een aantal van de door eiseres voorgeschoten kosten, die later aan de klanten werden doorgefactureerd, overeenkomstig artikel 26 BTW-Wetboek in de maatstaf van heffing zouden moeten zijn opgenomen;
De voormelde kosten hebben betrekking op specifieke prestaties van derde-leveranciers die door eiseres worden gedragen en later door de klanten worden terugbetaald; Zo levert eiseres bijvoorbeeld zelf geen bloemen of rouwberichten zodat ze hiervoor een beroep doet op andere leveranciers; Deze prestaties worden rechtstreeks aan eiseres gefactureerd die ze vervolgens doorrekent aan de klant;
In het PV d.d. 13 februari 2001 wordt gesteld dat eiseres deze leveringen en/of prestaties van derden zou door factureren met winst, wat ter terechtzitting met klem wordt ontkend door eiseres en wat evenmin blijkt uit de stukken van verweerder;
Het voormelde PV d.d. 13 februari 2001 heeft betrekking op een controle over de periode 1/1/95 tot 31/12/98;
Aldus kan eiseres terecht stellen dat door verweerder, in casu met terugwerkende kracht wordt teruggekomen op wat in hoofde van eiseres inmiddels een vaste gedragslijn was geworden, ten bewijze waarvan eiseres de stukken voorbrengt van vorige controles waaruit blijkt dat eiseres in het verleden (voorafgaand aan de onderhavige controle) steeds op gelijke wijze heeft gehandeld zonder dat dit ooit op controles tot enige opmerking had geleid;
Terecht beroept eiseres zich in casu dan ook op het vertrouwensbeginsel, wat uiteraard aan .eiseres naar de toekomst toe geen vrijbrief geeft;
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende OP TEGENSPRAAK,
Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;
Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond;
Maakt het bestreden dwangbevel, uitgevaardigd door de e.a. Inspecteur, Ontvanger van het BTWkantoor te Aalst op 12 maart 2001 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard namens de heer Gewestelijke Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Gent op 13 maart 2001, ongedaan;
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde, meer de wettelijke intresten;
Veroordeelt verweerder tot de kosten;
Begroot de kosten :
- in hoofde van eiseres op 342,09 euro (13.800 BEF) rechtsplegingsvergoeding + 214,25 euro (8.643 BEF) dagvaardingskosten;
- in hoofde van verweerder op 342,09 euro (13.800 BEF) rechtsplegingsvergoeding;
Aldus gewezen en uitgesproken door de zesde fiscale kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van 31 december 2003, waar aanwezig waren :
- alleenzetelend rechter M. V. d. B.,
- griffier R. D..
R. D. M. V. d. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.