Champ d'application, service, lieu de prestation de service, exonération · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 26 octobre 2009

Rechercher
Texte en néerlandais

Champ d'application, service, lieu de prestation de service, exonérationTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-lieu-prestation-tribunal-anvers-2009-10-26-15db

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
26 octobre 2009

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais

Le texte de ce document est en néerlandais.

Texte

65 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 26.10.2009

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op zesentwintig oktober tweeduizend en negen in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., griffier.

Inzake : AR nr. 04/720/A

NV B., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester T. R., advocaat, kantoorhoudende te …, …

tegen :

BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22.

verwerende partij,

verschijnende bij meester F. D. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder mee r:

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 2 februari 2004,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 30 juli 2008,

- de besluiten van verwerende partij.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 28 september 2009.


De rechtsvordering is ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak van 2 februari 2004.

Op verzoek van eisende partij werd medio 2008 fixatie bepaald op grond van art. 747, § 2 Gerechtelijk Wetboek.

Eisende partij had in het geding voorafgaandelijk de zitting noch conclusie noch stukken neergelegd.

Ter zitting verzette verwerende partij zich alsnog tegen zulke neerlegging, verwijzend naar vermeld wetsartikel.

Een bevoegd ambtenaar verrichtte in augustus 2003 aangekondigde BTW-controle bij eiseres, zulks over 1 januari 2000 tot en met 31 december 2002.

In december 2003 werd daarover proces-verbaal opgesteld.

Volgende inbreuken werden daarin uiteengezet :

- facturatie van levering van een personenwagen zonder BTW zonder evenwel bewijs van intracommunautaire levering (naar Luxemburg)

- facturatie van herstelling en onderhoud zonder BTW voor een Luxemburgse klant in strijd met wettelijke lokalisering van de dienst in België (art. 21, § 2 Wetboek BTW)

- facturatie van verhuring zonder BTW voor een Luxemburgse klant, ook in strijd met wettelijke lokalisering van de dienst in België (art. 21, § 2 Wetboek BTW)

- facturatie van levering van banden en brandstof zonder BTW zonder evenwel bewijs van intracommunautaire levering (aan een Luxemburgse klant).

Het proces-verbaal formuleert navordering van rechten, van 10 % boete ter zake de leveringen en van 5 % boete ter zake de diensten, en verder van intrest conform art. 91, § 1 Wetboek BTW vanaf 21 januari 2003.

De Ontvanger der BTW Turnhout vaardigde hierover dwangbevel uit op 15 december 2003.

Het werd uitvoerbaar verklaard op 17 december 2003 en middels aangetekende brief van 18 december 2003 ter kennis van eiseres gegeven.

Raadsman voor eiseres diende informeel bezwaar in bij de Ontvanger dat doorstroomde naar de dienst Geschillen van AOIF Herentals.

Deze oordeelde puntsgewijze dat de fiscale vordering terecht werd gesteld.

Vermelde raadsman legde dan op 2 februari 2004 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neer.

Toelaatbaarheid van de vordering staat niet in betwisting, ook niet zo nodig ambtshalve aan te voeren.

Ten gronde

1. Levering van wagen

Eiseres draagt krachtens de wet de bewijslast van de intracommunautaire levering (art. 39bis Wetboek BTW met als uitvoeringsbesluit KB 52 inzake BTW).

Blijkens de stukken van verweerder bestelde een natuurlijk persoon met domicilie te Brussel de betrokken tweedehands wagen op 19 juni 2001 (bestelbon).

Hij gaf dan op 12 juli 2001 als te factureren bestemmeling een vennootschap in Luxemburg (Wiltz) op onder opgave van een Luxemburgs BTW-nummer (telefaxbericht).

Eiseres factureerde dezelfde dag aan deze vennootschap.

Steeds dezelfde dag ontving eiseres (contante) betaling van de koopprijs.

Steeds dezelfde dag stelde een Italiaans transporteur (met alzo zetel in Italië) een CMR-brief uit ter zake de wagen, met voorziene levering aan de Luxemburgse vennootschap te Wiltz.

Wat na uitschrijving van dit CMR-document met de wagen gebeurde wordt niet verklaard.

Vastgesteld wordt dat uit geen gegeven blijkt dat de wagen op enig ogenblik in Luxemburg is aangekomen laat staan in Luxemburg ter beschikking gesteld van de opgegeven Luxemburgse vennootschap of van een andere aangifteplichtige Luxemburgse BTW-belastingplichtige.

De koper natuurlijk persoon kreeg van de belastingdienst vragen ter inlichting, antwoordde er niet op.

Eiseres beschikt over de ruime bewijslast van KB nr.52 inzake BTW.

Deze open bewijslast wordt te dezen geenszins ingevuld.

Hoe overigens de Luxemburgse vennootschap - ter plaatse bij eiseres - contant betaalde op de dag zelf van de facturatie, blijft onverklaard.

2. Herstellingen, onderhoud, verhuring en levering van banden en brandstof ter zake wagens.

Deze werden gefactureerd aan een vennootschap in Luxemburg (Bertrange).

De rechtbank treft geen bewijs dat het wettelijk vermoeden van diensten en van leveringen in België weerlegt.

De op eiseres rustende bewijslast wordt te dezen dan ook geenszins ingevuld.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, en vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 600,00 (zeshonderd) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Textes cités

3
CTVA art. 212 occurrences
CTVA art. 39bis1 occurrence
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8