Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2015.566 dd.17.05.2016
TVA · Association de frais · Personnel Commun · Unité TVA
Résumé
Les services de l’association de frais X peuvent bénéficier de l’exonération fixée à l’article 44, §2, 1° bis du Code de la TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te verkrijgen waarin wordt bevestigd dat:
1.1. de diensten van de kostendelende vereniging X kunnen genieten van de vrijstelling bepaald in artikel 44, §2, 1°bis W.BTW voor zover zij in België plaatsvinden en dat zij niet het voorwerp moeten uitmaken van een facturatie conform artikel 53, §2 W.BTW;
1.2. niettegenstaande punt 29, 2de alinea Administratieve Aanschrijving nr. 3/1996, de periodieke afrekening van de kostendelende vereniging aan haar leden geenszins als basis kan dienen voor de leden om ook maar enige aftrek van btw te genieten / claimen;
1.3. alle handelingen verstrekt ten bezwarende titel aan de kostendelende vereniging, door derden dan wel door de leden van de vereniging, in de regel onderworpen moeten worden aan hun eigen btw-regime en dat zij, tenzij zij zijn vrijgesteld van btw, het voorwerp moeten uitmaken van een facturatie conform artikel 53, §2 W.BTW;
1.4. in de mate dat de kostendelende vereniging op zichzelf beschouwd een eigen btw-belastingplichtige uitmaakt, de facturen zullen worden opgemaakt op naam van X zonder aanduiding van het aandeel van elk lid in de kosten;
1.5. mits eerbiediging van de voorwaarden en modaliteiten uiteengezet in de aanvraag, de ten laste neming door de kostendelende vereniging van de door de leden gedane kosten m.b.t. het gemeenschappelijk gemaakt personeel, d.i. de directe personeelskosten, buiten toepassing van de btw zal vallen;
1.6. in tegenstelling tot de directe personeelskosten van het gemeenschappelijk personeel, de indirecte aan de kostendelende vereniging in rekening gestelde kosten van het gemeenschappelijk personeel, tenzij zij zijn vrijgesteld van btw, het voorwerp moeten uitmaken van een facturatie conform artikel 53, §2 W.BTW;
1.7. in de mate het gemeenschappelijk personeel van een lid ook diensten zou verstrekken aan derden, d.i. niet-leden van de kostendelende vereniging, de aanpak uiteengezet de aanvraag mag worden gehanteerd en dit de KDV-vrijstelling niet in het gedrang brengt;
1.8. als btw-belastingplichtige, de kostendelende vereniging een eigen boekhouding moet voeren, onderscheiden van deze van de leden en aangepast aan de omvang van haar activiteiten ten einde de toepassing en de controle van de btw mogelijk te maken.
II. Beslissing
II.1. Algemeen
2. Onderhavige rulingaanvraag heeft betrekking op de grensoverschrijdende kostendelende vereniging X die zal worden opgericht teneinde de gemeenschappelijke kosten van beleidsbepalende en uitvoerende aard te drukken en zo de intra-groep samenwerking niet onnodig te belasten.
3. Het artikel 44, §, 2, 1° bis van het btw-wetboek stelt vrij van de belasting de diensten verleend aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen die een werkzaamheid uitoefenen welke krachtens dit artikel is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplicht zijn, wanneer die diensten direct nodig zijn voor de uitoefening van die werkzaamheid, deze groeperingen van hun leden enkel terugbetaling vorderen van hun aandeel in de gezamenlijke uitgaven, en mits deze vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden; de Koning regelt de toepassingsvoorwaarden van deze vrijstelling.
4. Overeenkomstig artikel 2 van het Koninklijk Besluit nr. 43, van 5 juli 1991, met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de door zelfstandige groeperingen van personen aan hun leden verleende diensten zijn de diensten verleend aan hun leden door de in artikel 1 bedoelde zelfstandige groeperingen van personen van de belasting vrijgesteld op voorwaarde dat:
1° de werkzaamheden van de groepering uitsluitend bestaan in het verrichten van diensten rechtstreeks in het belang van de leden zelf en alle leden een werkzaamheid uitoefenen welke krachtens artikel 44 van het Wetboek is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn;
2° de leden van de groepering ofwel een zelfde soort van werkzaamheid uitoefenen, ofwel behoren tot eenzelfde financiële, economische, professionele of sociale groep;
3° de door de groepering verleende diensten rechtstreeks en uitsluitend betrekking hebben op de werkzaamheid welke krachtens artikel 44 van het Wetboek is vrijgesteld of waarvoor het lid niet belastingplichtig is;
4° de individueel aan ieder lid aangerekende vergoeding of retributie de terugbetaling vertegenwoordigt van zijn aandeel in de door de groepering gedane gezamenlijke uitgaven.
5. Artikel 3 van voornoemd KB nr. 43 bepaalt dat een lid dat in het kader van zijn werkzaamheid welke krachtens artikel 44 van het Wetboek is vrijgesteld of waarvoor het niet belastingplichtig is, ook belastbare handelingen stelt die evenwel niet als een afzonderlijke werkzaamheid worden aangemerkt, wordt geacht de door de zelfstandige groepering verleende diensten uitsluitend te gebruiken voor de eerstgenoemde werkzaamheid wanneer de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de in dit artikel bedoelde belastbare handelingen die niet meer bedraagt dan 10 pct. van de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot alle in dit artikel bedoelde handelingen.
II.2. Btw-eenheid Y
6. Vooreerst wordt vastgesteld dat een lid van de btw-eenheid Y toe zal treden tot de kostendelende vereniging. De btw-eenheid Y zou niet toetreden tot de kostendelende vereniging.
7. Krachtens artikel 4, §2, van het btw-wetboek kan de Koning, in de gevallen en volgens de regels die Hij bepaalt, de in België gevestigde personen die juridisch gezien wel zelfstandig zijn, maar financieel, economisch en organisatorisch nauw met mekaar verbonden zijn, voor de toepassing van het Btw-wetboek als één belastingplichtige beschouwen.
8. Vanaf haar oprichting en gedurende haar bestaan treedt een btw-eenheid in de plaats van haar leden voor al hun rechten en verplichtingen zoals voorzien in het Btw-wetboek en de bijhorende uitvoeringsbesluiten.
9. Een btw-eenheid kan lid worden van een zelfstandige groepering. De voorwaarden met betrekking tot het lidmaatschap van een zelfstandige groepering dienen in dat geval te zijn voldaan in hoofde van de btw-eenheid als geheel. Indien die voorwaarden niet voldaan zijn, kan de btw-eenheid geen lid zijn van een zelfstandige groepering. Het is niet mogelijk dat een lid van een btw-eenheid individueel lid wordt van een zelfstandige groepering.
10. Het lid van de btw-eenheid Y kan aldus niet toetreden tot de kostendelende vereniging. Het is de btw-eenheid Y zelf die, indien de toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling van artikel 44, §2, 1°bis, van het btw-wetboek voldaan zijn, lid kan worden van de kostendelende vereniging.
III.3. Toepassing vrijstellingsvoorwaarden van art. 44, §2, 1bis btw-wetboek
11. Deze voorwaarden zullen vervuld zijn bij de oprichting van de grensoverschrijdende kostendelende vereniging X.
12. De kostendelende vereniging X zal de vorm aannemen van een feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die onder een eigen benaming als afzonderlijke vereniging of groepering tegenover haar leden en tegenover derden zal optreden.
13. De toekomstige leden van deze kostendelende vereniging X oefenen eenzelfde soort van werkzaamheid uit en hebben een zeer beperkt recht op aftrek van de voorbelasting. Geen enkel lid realiseert een belastbare omzet die meer dan 10 pct. bedraagt van de gerealiseerde jaaromzet.
14. Ook in hoofde van de btw-eenheid Y stelt dit geen probleem. Deze btw-eenheid is immers ook actief in deze sector en de belaste omzet bedraagt niet meer dan 10 % van de gerealiseerde jaaromzet.
15. De verstrekte diensten betreffen de ontwikkeling, het bepalen, uitrollen en controleren (en uitvoeren) van een éénvormig beleid/strategie. Deze gemeenschappelijk gemaakte diensten zijn rechtstreeks noodzakelijk voor de activiteiten van de toekomstige leden zonder dewelke deze leden niet in staat zullen zijn het normale verloop van hun eigenlijke beroepswerkzaamheid te garanderen conform de bepaalde gedragslijnen.
16. Gelet op de specifieke aard zullen deze diensten enerzijds door de leden niet kunnen ingekocht worden bij derden en anderzijds door de kostendelende vereniging uitsluitend verstrekt worden aan de leden, met uitstuiting van derden. De btw-vrijstelling van artikel 44, §2, 1 bis btw-wetboek zal hierdoor geen aanleiding geven tot concurrentieverstoring.
17. De kostendelende vereniging X zal aan haar leden een vergoeding aanrekenen die enkel de terugbetaling vertegenwoordigt van de werkelijk gedane gezamenlijke uitgaven, inclusief eventuele btw geheven van de aan de kostendelende vereniging X geleverde goederen en diensten. De toewijzing aan ieder lid zal gebeuren op basis van de Activity-Based-Costing methode.
18. In de mate dat de kostendelende vereniging X op zichzelf beschouwd een eigen btw-belastingplichtige uitmaakt, zullen de facturen moeten worden opgemaakt op naam van X zonder aanduiding van het aandeel van elk lid in de kosten.
19. Tevens dient de kostendelende vereniging X een eigen boekhouding te voeren, onderscheiden van deze van haar leden en aangepast aan de omvang van haar activiteiten ten einde de toepassing en de controle van de btw mogelijk te maken.
20. Niettegenstaande randnummer 29, 2de alinea Administratieve Aanschrijving nr. 3 / 1996 kunnen de periodieke afrekeningen van de kostendelende vereniging X aan haar leden geenszins als basis dienen voor deze leden om ook maar enige aftrek van btw te genieten / claimen.
21. De handelingen verstrekt onder bezwarende titel aan de kostendelende vereniging, ongeacht of deze handelingen worden verstrekt door een derde dan wel een lid – dienen hun eigen btw-regime te volgen en, tenzij ze zijn vrijgesteld, dienen deze handelingen het voorwerp uit te maken van een facturatie conform artikel 53, §2 btw-wetboek.
II.4. Gemeenschappelijk personeel
22. Voorlopig zal in het kader van de kostendelende vereniging X enkel het lid A de nodige middelen en personeel verstrekken aan de kostendelende vereniging X.
23. De terbeschikkingstelling van personeel door een lid aan de kostendelende vereniging zodanig dat dit personeel de gemeenschappelijke diensten aan de leden kan verstrekken, maakt in principe een btw-belaste handeling uit in de zin van artikel 18, §2, 2° btw-wetboek.
24. Overeenkomstig de randnummers 30 en 31 van Aanschrijving nr. 3 /1996 kan dit personeel echter beschouwd worden als gemeenschappelijk personeel belast met het verrichten van gemeenschappelijke diensten ten bate van de kostendelende vereniging:
30. Voor de toepassing van hetgeen voorafgaat dient als gemeenschappelijk personeel belast met het verrichten van gemeenschappelijke diensten ten bate van de onverdeeldheid te worden aangemerkt:
1° personeel dat gemeenschappelijk door alle deelnemers is aangeworven;
2° personeel dat is aangeworven door een of meer deelnemers maar voor rekening van alle deelnemers. Die omstandigheid dient te worden aangetoond aan de hand van een geschrift, dat door alle deelnemers is ondertekend.
31. Hetgeen voorafgaat laat niet toe dat personeel bestemd voor de handelingen verricht ten behoeve van de deelnemers en dat reeds aangeworven werd door één deelgenoot van een bestaande kostendelende vereniging achteraf gemeenschappelijk wordt gemaakt door ondertekening van een verbintenis. De gemeenschappelijkheid van dit personeel moet vaststaan vanaf de aanwerving in een door de deelnemers ondertekend geschrift.
Indien derhalve een kostendelende vereniging wordt opgericht en de deelnemers wensen bestaand eigen personeel als gemeenschappelijk in de vereniging in te schakelen, dan moet reeds bij de oprichting van de kostendelende vereniging de verbintenis bedoeld in onderhavig punt 30, 2° ondertekend worden.
25. In casu zal bij de oprichting van de kostendelende vereniging X de gemeenschappelijkmaking van het personeel van A worden vastgesteld in een document dat door alle leden van de kostendelende vereniging wordt ondertekend.
26. Mits eerbiediging van deze voorwaarden zal de ten laste neming door de kostendelende vereniging van de gemeenschappelijk gemaakt directe personeelskosten buiten toepassing van de btw blijven.
27. In tegenstelling tot deze directe personeelskosten, zullen de indirecte personeelskosten van het gemeenschappelijk personeel het voorwerp moeten uitmaken van een facturatie conform artikel 53, § 2, btw-wetboek.
28. De omstandigheid dat het toekomstige lid A, deel uitmaakt van een btw-eenheid in België is geen beletsel voor de toepassing van deze btw-vrijstelling van artikel 44, §2, 1 bis van het btw-wetboek. Overeenkomstig artikel 4, §, 2 btw-wetboek dienen de voorwaarden evenwel te zijn vervuld in hoofde van de btw-eenheid.
II.5. Besluit
29. Gelet op het bovenstaande dient te worden besloten dat de diensten van de kostendelende vereniging kunnen genieten van de btw-vrijstelling van artikel 44, §2, 1° bis van het btw-wetboek voor zover deze diensten in België plaatsvinden en zij niet het voorwerp moeten uitmaken van een facturatie conform artikel 53, §2, btw-wetboek.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.