Tribunal de première instance d'Anvers, 2 novembre 2009 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 2 novembre 2009

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 2 novembre 2009Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2009-11-02-80d4

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
2 novembre 2009

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

42 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 02.11.2009

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee november tweeduizend en negen in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., alleenzetelend rechter,

N. D., griffier.

Inzake : AR nr. 99/7588/A

BVBA D. N. S., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, ingeschreven in het handelsregister te Mechelen onder nummer …, voorheen met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, thans met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester L. D. C. loco meester S. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kantoren te Brussel, op vervolging en benaarstiging van :

A. eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen met kantoren te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 32,

B. Gewestelijk directeur van de Federale Overheidsdienst Financiën, AOIF, controlecentrum Mechelen-Lier, met kantoor gevestigd te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 35.

verwerende partij,

verschijnende bij meester Ch. L. loco Mr. P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder B. M. te … op 23 december 1999,

- de besluiten van partijen,

- de akkoordconclusie van partijen neergelegd ter griffie op 24 augustus 2009.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 12 oktober 2009.


Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Partijen zijn via een (erg slordig geformuleerde) akkoordconclusie tot de bevinding gekomen dat de fiscale vordering onterecht is.

Verweerder formuleert afstand van de fiscale vordering die gesteld wordt in het dwangbevel.

Eiseres spreekt zichzelf voorts tegen waar ze tegelijk stelt zelf afstand van "procedure" (lees : geding) te doen maar in het kader van de procedure toch een vordering blijft stellen.

Ook gaat het dan niet om vernietiging van het dwangbevel, maar wet om onwettigheid van"'';.} de in het dwangbevel verwoorde fiscale vordering.

Teneinde evenwel alsnog de verzuchtingen van partijen tegemoet te komen past het hier recht te doen als volgt.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de rechtsvordering toelaatbaar, en als volgt gegrond,

Verklaart de in het bestreden dwangbevel geformuleerde fiscale vordering onwettig en zegt bijgevolg voor recht dat de daarbij gevorderde BTW, boete en intrest niet verschuldigd zijn,

Verbiedt louter voor zoveel nog nodig de invordering ervan,

Veroordeelt verweerder Belgische Staat tot terugbetaling aan eiseres van elke uit hoofde van de onwettige fiscale vordering betaalde som, meer intrest krachtens art. 91, § 4 Wetboek BTW "vanaf de dag van betaling maar ten vroegste vanaf (...) 23 december 1999",

Veroordeelt, conform akkoord van partijen, verweerder tot de kosten zonder de door eiseres met gevorderde kosten van het exploot van 23 december 1999,

Vereffent de kosten aldus in hoofde van eiseres op 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding, conform eveneens het vermelde akkoord van partijen,

Wijst voor zoveel nodig eiseres af van het meer dan wel anders gevorderde.

N. D. L. B.

Textes cités

1
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8