Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du tribunal de première instance de Gand du 11.09.2013
Taxe sur la valeur ajoutée – Taux – Travaux immobiliers
Résumé
D’après le plan de construction présenté, les travaux de transformation se rapportent à un espace utilisé à des fins purement administratives.
Cet espace administratif n’est pas directement accessible depuis les résidences-services. Les résidences-services et la partie administrative sont matériellement séparées.
Comme aucune intégration des deux parties n’a été envisagée, il doit en être déduit que ces parties se sont vues attribuer une fonction qui leur est propre.
Le bâtiment concerné est ainsi utilisé pour les besoins administratifs et d’organisation de la personne morale et non pas pour le logement des personnes âgées.
Par conséquent, les conditions reprises dans le tableau A, XXXI, § 1er, 2°, de l’arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, ne sont pas réunies.
La décision est publiée uniquement dans la langue originale
Texte intégral
Corps de la décision
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent dd. 11.09.2013
AR 12/933/A
Vzw P. N. met zetel te … en met ondernemingsnummer …
EISERES, hebbende als raad Mter S. S., advocaat te …
tegen:
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur van de BTW Registratie en Domeinen Sint-Niklaas, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2
VERWEERDER, voor wie optreedt dhr. L. V., e.a. inspecteur en mevr. I. S., inspecteur bij een fiscaal bestuur vonnist de rechtbank als volgt:
I. DE RECHTSPLEGING.
De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 15 mei 2013 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen.
Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift op tegenspraak van 6 maart 2012 . en de conclusies van de partijen en het administratief dossier.
De eiseres hecht aan de conclusie, geviseerd op 28 september 2012 een inventaris der stavingsstukken, doch legt geen stukkenbundel neer.
II. DE VORDERING
De eiseres formuleert haar vordering als volgt:
"De vordering tot teruggaaf van eiseres ontvankelijk en gegrond te verklaren;
De terugbetaling van de teveel betaalde BTW (ad 77.243,83 EUR) en boete (ad. 7.720 EUR) te bevelen;
Verweerder te veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van het bedrag van 92.996,79 EUR, te verhogen met de wettelijke en gerechtelijke interesten vanaf 5 mei 2010 (datum van betaling);
Verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegings-vergoeding (ad 3.300 EUR)."
III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL.
1. De eiseres is een vereniging zonder winstoogmerk die actief is in de gezondheidszorg en de ouderenzorg. Het maatschappelijk doel van de rechtspersoon wordt door de eiseres omschreven als: het beheer van diverse serviceflats, rusthuizen en woningcomplexen met dienstverlening.
De eiseres staat niet geregistreerd als BTW-belastingplichtige .
2. De eiseres is eigenaar van een gebouw gelegen aan de … te….
In de periode 2007-2009 heeft zij verbouwingen laten uitvoeren aan dit gebouw om het te kunnen aanwenden als administratieve ruimte voor het beheer van serviceflats, rusthuizen en woningcomplexen met dienstverlening.
Het gebouw is meer dan 15 jaar oud en is volledig geïntegreerd in de site van de VZW O. P. N., gekend onder het ondernemingsnummer …
De verschillende aannemers die de werken hebben uitgevoerd, hebben hun diensten aan de eiseres gefactureerd tegen het verlaagd BTW-tarief van 6 %.
Het betrokken gebouw wordt volgens de eiseres ter beschikking gesteld aan de VZW O. P. N. krachtens de gebruiksovereenkomst van 1 januari 2009, die het aanwendt voor.administratieve diensten en het beheer van diverse serviceflats en rusthuizen.
De eiseres houdt voor dat deze administratieve diensten zijn noodzakelijk om de huisvesting van bejaarden te kunnen organiseren .
3. Op 24 april 2009 werd door financieel assistent L. J., verbonden aan de btw-controle Sint-Niklaas l, een beheerscontrole ondernomen met betrekking tot de toepassing van de btw-wetgeving door de eiseres met betrekking tot de verbouwing van het gebouw, gelegen aan de...
De verweerder verduidelijkt dat de verbouwingswerken betrekking hebben op een bestaand gebouw met woonfunctie teneinde dit te kunnen aanwenden als ruimte waar het administratieve beheer van diverse serviceflats en rusthuizen zal plaatsvinden.
De partijen blijken aldus de bestemming voor louter administratieve doeleinden niet te betwisten.
Naar aanleiding van deze controle bleek dat voor de uitgevoerde werken het verlaagd tarief van 6 pct. werd toegepast, terwijl de administratie van oordeel is dat het handelingen betreft die onderworpen moeten worden aan het normaal tarief van 21 pct.
In de correctieopgave van 22 maart 2010 werd het verschil van 15 pct. Als verschuldigde btw opgenomen. De eiseres verklaarde op deze correctieopgave te zullen overgaan tot betaling van 77.243,83 EUR onder voorbehoud van alle rechten en zonder enige nadelige erkentenis.
De schuld werd ingeschreven onder RCIV -nummer … en stelt zich als volgt samen:
Btw: 77.243,83 EUR
Boete: 7.720,00 EUR
Interest: p.m.
De eiseres ging over tot betaling van 92.996,79 EUR op 5 mei 2010.
4. De eiseres is het ten gronde niet eens met het administratief standpunt dat inhoudt dat het verlaagd tarief in casu niet van toepassing is omdat de verbouwing geen betrekking heeft op lokalen die bestemd zijn voor privé-bewoning.
De eiseres leqde op 6 maart 2012 een verzoekschrift op tegenspraak ter griffie van deze rechtbank neer.
IV. BESPREKING.
1. In principe bedraagt overeenkomstig artikel 1 K.B.nr 20 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde voor goederen en diensten bedoeld in het BTW-wetboek, 21 %, tenzij het verlaagd tarief van 6% of 12% van toepassing is wanneer het goederen en diensten betreft waarvan uitdrukkelijk melding worden gemaakt in de tabellen van de bijlage van voormeld K.B ..
.2.
De eiseres is van oordeel dat de door haar uitgevoerde verbouwingswerken vallen onder het toepassingsgebied van Tabel A, rubriek XXXI van het voormeld K.B.
Betrokken bepaling luidt als volgt:
"XXXI. Werk in onroerende staat met betrekking tot privé-woningen.
§ 1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabJ1itatie,verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;
2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning wordt gebruikt;
3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, § 1 of artikel 22bis van het Wetboek;
4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker [. ..];
5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende
de vaststelling van het tarief.
§ 2. Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:
1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;
(. ..)
§3. Worden beoogd:
1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;
2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;
3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:
a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;
b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouwen, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor . sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;
d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;
f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;
4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouwongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven;
6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.
§ 4. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:
1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;
2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.”
In concreto blijkt, volgens het voorgelegde bouwplan, dat de verbouwingswerken betrekking hebben op ruimtes die voor louter administratieve doeleinden worden aangewend, namelijk: een secretariaat, twee ontvangstruimtes, bureau voor de directie, vier andere burelen, een vergaderruimte en een kitchenette. Voorts blijkt dat deze administratie ruimte niet rechtstreeks bereikbaar is vanuit de serviceflats. De serviceflats en het administratief deel zijn aldus bouwfysisch van elkaar gescheiden. Vermits tussen beide gehelen geen integratie werd beoogd,
moet afgeleid worden dat de respectievelijke delen elk een eigen functie toegewezen gekregen hebben.
In deze omstandigheden kan moeilijk volgehouden worden dat het vernieuwde administratief gebouw aangewend wordt voor de huisvesting van bejaarden. Het is duidelijk dat betrokken gebouw dienstig is voor de administratieve en organisatorische behoeftes van de rechtspersoon en niet van de bejaarden zelf.
De rechtbank treedt aldus het standpunt van de verweerder bij wanneer deze vaststelt dat niet werd voldaan aan de voorwaarden gesteld onder tabel A XXXI, §1, 2° van het K.B.nr 20 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde.
De vordering is ongegrond.
V. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING.
Gezien de eiseres in het ongelijk gesteld wordt, dient zij overeenkomstig artikel 1017, 1e lid van het Gerechtelijk Wetboek, de kosten van het geding te dragen.
De kosten omvatten in de voorliggende zaak enkel de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek (art. 1018, 6° Gerechtelijk Wetboek).
De verweerder heeft echter geen beroep gedaan op een raadsman, zodat hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding heeft. In deze omstandigheden moet de rechtsplegingsvergoeding dan ook niet begroot worden.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Recht doende op tegenspraak.
Met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk, doch gegrond.
Stelt vast dat geen kosten van het geding te begroten zijn.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag elf september tweeduizend en dertien, waar aanwezig waren:
- de heer C. S., toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer,
- mevrouw G. L., griffier.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.