Remboursement de la taxe · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 25 octobre 2004

Rechercher
Texte en néerlandais

Remboursement de la taxeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-tribunal-anvers-2004-10-25-7307

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
25 octobre 2004

Parcours procédural

2 étapes · 1 an 7 mois
  1. Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers25.10.2004
  2. Décision sur appelCour d'appel d'Anvers13.06.2006

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

38 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 25.10.2004

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijfentwintig oktober tweeduizend en vier in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : AR Nr. 03/1163/A

C.V.A. V. & Co, met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester I. C., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de toegevoegde Waarde, Registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en domeinen, inde persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 19 februari 2003,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 17 maart 2004,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 4 oktober 2004.


Ten name van eiseres is op 18 maart 2002 een BTW-proces-verbaal opgesteld om reden dat zij in Vak 62 van haar BTW-aangifte - over het tweede kwartaal van 1999 - een bedrag als terug vorderbaar heeft opgenomen uit door haar opgegeven oorzaak van oninbare factuur op BVBA R. die in staat van faillissement is verklaard bij vonnis der rechtbank van koophandel te Leuven van 13 augustus 1998 onder AR 2415/98.

Het proces-verbaal behelst hoofdsom, tien percent herleide administratieve boete, intrest, en de vervolgingskosten, en is gevolgd door een dwangbevel van de ontvanger van 27 november 2002.

Het dwangbevel is met aangehecht proces-verbaal aan eiseres betekend middels exploot van gerechtsdeurwaarder van 30 december 2002, en het wordt door eiseres voor deze rechtbank betwist middels op 19 februari 2003 ter griffie van deze rechtbank neergelegd verzoekschrift.

Er loopt geen betwisting ter zake toelaatbaarheid van de vordering, ook niet zo nodig van ambtswege aan te voeren.

Verweerder stelt dat in hoofde van eiseres de wettelijke vereisten tot aanspraak op teruggaaf niet zijn voldaan, citeert daartoe in het bijzonder artikel 77, § 1, 7° Wetboek BTW waarvan hij geen bewijs zegt aan te treffen vanwege eiseres.

Eiseres legt drie stukken neer, zijnde 'faillissementsgegevens door G." het vonnis dat BVBA R. in staat van faillissement verklaarde, en 'briefwisseling' (drie stuks) van einde maart 2004 met de faillissementscurator.

Uit geen der vermelde stukken kan worden opgemaakt dat de vordering van eiseres voldoet aan de wettelijke vereisten van het Wetboek van BTW om teruggaaf te kunnen vorderen.

Het loutere gegeven van het openstaan van het faillissement van haar schuldenaar rechtigde eiseres niet tot het uitoefenen via haar hogerop vermelde aangifte van een recht op teruggaaf nu zulk recht van daaruit niet vaststond en zelfs op heden nog niet vaststaat.

De vordering in betwisting van het dwangbevel is dan ook niet gegrond.

Dispositif

OM DIE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op 174,76 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding.

N. D. L. B.

Textes cités

1
CTVA art. 771 occurrence

Décisions similaires

8