Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 30.04.2003
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
INZAKE A.R. nr. 00/1621/A
M. M., handelaar, ingeschreven in het handelsregister te Hasselt onder het nummer …, met uitbating te …, …, wonende te …, …,
eiseres, vertegenwoordigd door Mr. H. V., advocaat te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de B.T.W., registratie en domeinen, in de persoon van de e.a. inspecteur a.i. van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Hasselt, wiens burelen gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan 4,
verweerder, vertegenwoordigd door Mr. F. R., advocaat te …, …;
VOLGT HET VONNIS :
Gegevens en voorgaanden
Een ambtenaar van de Administratie van Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit heeft op 22 januari 1999 ter plaatse bij huidig eiseres een controle doorgevoerd inzake zowel BTW als Inkomstenbelastingen.
Hij heeft over zijn bevindingen ter zake de BTW op 21 december 1999 een proces-verbaal inzake BTW opgemaakt (stuk 1 verweerder).
In essentie behelst het proces-verbaal enerzijds een omzetberekening onder toepassing van het BTW-forfait voor het jaar 1996 inzake 'Kleinhandelaars in diverse textiel- en lederwaren', zulks na voorafgaande verwerping van de boekhouding van huidig eiseres (dagontvangsten niet verantwoord door enig verantwoordingsstuk), naast vaststelling van een kleine onterecht verrichte aftrek van voorbelasting, en anderzijds vaststelling van enkele kleine overtredingen inzake de regeling van verlegging van de heffing onder art. 20 KB nr. 1 inzake BTW.
Het proces-verbaal werd door de ontvanger van de BTW gehecht aan een door hem op 22 mei 2000 opgemaakt dwangbevel, uitvoerbaar verklaard op 26 mei 2000 (stuk 2 verweerder), het geheel aan huidig eiseres betekend met gerechtsdeurwaardersexploot van 13 juni 2000 (stuk 3 verweerder), met daarin ook bevel tot betalen.
Eiser heeft op 23 juni 2000 laten dagvaarden in betwisting van de in het dwangbevel uitgedrukte fiscale vordering, met inleiding op 12 september 2000.
Onderzoek en beoordeling
Verweerder betwist de toelaatbaarheid van de aldus gestelde rechtsvordering niet en de rechtbank onderkent geen ambtshalve aan te voeren oorzaak van ontoelaatbaarheid.
Het is niet in betwisting dat het dwangbevel er pas is gekomen om reden dat de standpunten van partijen onverzoenbaar waren gebleken.
Verweerder herneemt dat de verbalisant bij zijn controle ter plaatse had geacteerd dat eiseres had gesteld dat ze de ontvangsten slechts noteerde op losse bladen en dat ze een en ander dan totaliseerde onder inschrijving van slechts de optelsom bij wijze van dagontvangsten, zonder dat ze evenwel de vermelde ondersteunende bladen bewaarde, waardoor enige controle op de correctheid van haar inschrijvingen onmogelijk werd gemaakt.
Aan de hand van verwijzing naar artikel 60, § 1 Wetboek BTW (bewaringsplicht) en naar de voorschriften van artikel 14, §2, 3 ° en van artikel 15, §2, 1ste lid van KB nr. 1 inzake BTW, stelt verweerder terecht dat deze regels door eiseres niet bleken te zijn nageleefd, met tot gevolg dat daardoor de controleerbaarheid van de boekhouding van eiseres werd verhinderd.
Eiseres kan bij dit alles niet verwijzen naar de boekhoudwetgeving die haar geen verplichting oplegt tot bewaring van het detail van de dagontvangsten, niet alleen gelet op deze wettelijke verplichtingen inzake BTW, maar a fortiori ook gelet op het gegeven dat zij hoe dan ook de controleerbaarheid van haar boekhouding wezenlijk blijkt te hebben belet (vgl. Cass. 19.04.1990, R. W 1990-91, 341: "zelfs wanneer de door eiseres gehouden boeken die waren welke in de wetten inzake boekhouding en BTW zijn voorgeschreven", en zeer genuanceerd Huysman, S., De bewijskracht van de boekhouding in het belastingrecht, A.F.T, 2000, 75 e.v.).
Het gegeven dat eiseres naderhand via haar raadsman (stuk 5 verweerder) een - echter door haar geselecteerde - verantwoording van haar (dag)ontvangsten naar voren heeft geschoven, illustreert dat zij, onder slechts voorlegging van wat zij eenzijdig meent te moeten prijsgeven, enkel het kader van de controleerbaarheid van haar omzet en van haar boekhouding naar eigen goeddunken maar aldus ten onrechte tracht te verengen.
Gelet op de op basis van de concrete oncontroleerbaarheid terecht gedane verwerping van de boekhouding van eiseres, heeft de belastingdienst van daaruit even terecht beslist om dan de belastbare toestand van eiseres te bepalen met behulp van het bewijsmiddel van het op haar werkzaamheid toepasselijke forfait (dit forfait als bijkomend ongenummerd stuk dat door verweerder op correcte wijze werd neergelegd en aangewend in bijlage van de brief van zijn raadsman van 11 maart 2003, onder volgnummer 13 gevoegd in het gerechtsdossier).
In tegenstelling met wat eiseres daarover voorhoudt, dekt de forfaitaire regeling bij nalezing elk afzonderlijk compartiment van de werkzaamheid van eiseres (kinderboetiek), buiten de hier niet ter sprake staande crèche-activiteit.
Voorts slaan de bevindingen van het proces-verbaal op de onderzoeksperiode 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997, daar waar eiseres zelf aangeeft dat er pas op 17 maart 1997 weliswaar omvangrijke wegeniswerken zijn gestart in de straat waar haar zaak gevestigd is.
Waar zij dan verder stelt dat het als gegeven 'evident' is dat een bemoeilijkte toegang tot een handelspand een negatieve invloed uitoefent op de handelsactiviteit, blijkt alvast uit haar stuk nr. 2 dat de fase van de werken in haar straat reeds was beëindigd op 26 september 1997, en dat er verder geen positief en controleerbaar bewijs voorligt van de mate van de invloed van de werken op de omvang van haar omzet, ongeacht de vraag of de moeilijke toegang tot haar zaak slechts heeft geduurd tot 26 september 1997 dan wel zelfs gedurende ook de rest van dat jaar 1997.
De rechtbank kan zich dan ook niet aansluiten bij wat eiseres daarover uiteenzet op bladzijde 8 van haar conclusie, met name dat 'het voldoende (is) dat er minder verkocht wordt dan in geval de wegeniswerken niet hadden plaatsgevonden', nu eiseres immers het loutere gegeven van het gevolg van de werken over dezelfde kam scheert als de omvang van het gevolg van de werken, zulks overigens zonder positief en controleerbaar bewijshouvast voor die omvang.
Eiseres schuift met name geen uitwerking naar voren van de verklaring van de burgervader van haar gemeente die met het oog op bepaaldelijk het organiseren van een uitverkoop in de zin van de wet op de handelspraktijken van 14 juli 1991 een schriftelijke verklaring opstelde (deel van haar stuk 2), en het daarop dan al dan niet effectief gevolgd zijn van een uitverkoop met concrete uitzonderlijke exploitatievoorwaarden tot gevolg, laat staan van, in voorkomend geval, zelfs maar bij enige benadering de concrete omvang van dat gevolg.
De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Dispositif
OM DEZE REDENEN :
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak :
Verklaart de vordering toelaatbaar maar ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op € … bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding met betrekking tot vorderingen voor een onbepaalde bedrag.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer op het gerechtshof te Hasselt op 30 APRIL 2003 alwaar aanwezig waren :
De Heer L. B., rechter, waarnemend voorzitter;
Mevrouw M. C. en Mevrouw C. V., rechters;
De Heer R. J., adjunct-griffier.
R. J. C. V. M. C. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.