Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 07.05.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER D, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
IN ZAKE A.R. nr. 03/1786/A
I. BVBA, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, gekend als BTW-plichtige onder nummer BE ….
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. V. H., advocaat te …, ….
tegen :
ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de heer e.a. inspecteur van het BTW-controlekantoor te Lanaken, wiens kantoren gevestigd zijn te 3620 Lanaken, Pastorijstraat 18-22. DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. R. F., advocaat te …, ….
EN IN ZAKE A.R. nr. 06/981/A
I. BVBA, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, gekend als BTW-plichtige onder nummer BE ….
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. V. H., advocaat te …, ….
tegen :
ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de ontvanger, thans genaamd e.a. inspecteur a.i. van het TWEEDE BTW-Ontvangkantoor te Hasselt, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Thonissenlaan 20. I
DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. R. F., advocaat te …, ….
VOLGT HET VONNIS :
Inzake AR nr. 03/1786/A
Gelet op :
- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 01.09.2003;
- de conclusies, aanvullende conclusies, syntheseconclusies en stukken van eiseres;
- de conclusies, aanvullende & hernemende conclusies, tweede aanvullende conclusies, syntheseconclusies en stukken van verweerder.
Inzake AR nr. 06/981/A
Gelet op :
- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 20.04.2006;
- de conclusie, syntheseconclusies en stukken van eiseres;
- de conclusies, syntheseconclusies en stukken van verweerder.
Namens eiseres is op 1 september 2003 verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie.
Er is aan dit verzoekschrift geen enkel stuk gehecht.
Het betreft een rechtsvordering in teruggave die is ingeschreven onder A.R. 03/1786/A.
Namens eiseres is op 20 april 2006 verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie.
Aan dit verzoekschrift is een dwangbevel van 8 maart 2006 gehecht.
Het betreft alzo een rechtsvordering in betwisting van een fiscale vordering.
Ze is ingeschreven onder A.R.06/981/A.
Inzake A.R. 03/1687/A heeft verweerder in liefst drie conclusies van januari 2004, maart 2005 en .augustus 2005 onontvankelijkheid van de vordering opgeworpen, maar is dan in een vierde conclusie van februari 2006 overgeschakeld op aanvoering dat, binnen de rechtbank, enkel de Beslagrechter bevoegd zou zijn (neerkomend op een verdelingsincident binnen de rechtbank).
Verweerder weet aldus klaarblijkelijk niet goed op welk been te gaan staan.
Hoe dan ook blijkt deze zaak samen te hangen met de zaak onder A.R. 06/981/A, en dienen de zaken uit die oorzaak te worden samengevoegd, zodat er geen reden voorligt om de Voorzitter te vatten over dit alzo zonder voorwerp geworden incident.
Bovendien is de vordering inzake A.R. 03/1687/A geformuleerd als een vordering in teruggaaf waardoor eiseres er van lijkt uit te gegaan dat gedane inhoudingen gelden als betalingen.
Beide vorderingen zijn alvast toelaatbaar.
De feiten staan weergegeven in een proces-verbaal van de 6de Bijzondere Belastinginspectie Antwerpen van 2 maart 2005.
Eiseres is voor de BTW aanvankelijk geregistreerd als groothandel in meubelen en materiaal voor verwarming, later uitgebreid met kleinhandel in motorvoertuigen.
In september 2002 is bij de accountant van eiseres (na aankondiging) controle doorgevoerd.
Eiseres bleek op 29 juni 2000 een 'sport jacht' te hebben aangekocht.
De verkoper bleek deze uitgaande handeling niet te hebben opgenomen in een BTW-aangifte.
Hij bleek overigens louter gedomicilieerd op het adres van een bedrijfsrevisor.
Eiseres bleek op 10 juli 2000 het jacht voor gelijke prijs te hebben doorverkocht aan een BV in Nederland, evenwel onder vrijstelling van BTW middels opgave van intracommunautaire levering.
Eiseres kon van de intracommunautaire levering geen bewijs voorleggen, en de Nederlandse BV heeft ontkend ooit enig jacht te hebben gekocht van eiseres.
Uit diverse in het proces-verbaal vermelde vaststellingen die volgden uit gedane onderzoeken hebben de verbalisanten opgemaakt dat het jacht zich, ten tijde van de transactie tussen hoger vermelde verkoper en eiseres, niet in België maar wel in Nederland bevond.
Daaraan werd geknoopt dat er in België geen belastbare transactie (levering) had plaatsgehad, en dat, vanuit deze vaststelling, onterecht een tegoed aan BTW ras gecreëerd, dit alzo bij dan ook afwezigheid van een opvolgende intracommunautaire levering.
Ter zake uitoefening van het recht op navordering werd in het proces-verbaal de termijn van zeven jaar van art. 81bis, § 1 derde lid BTW-Wetboek aangehaald.
Navordering werd geformuleerd van rechten, een boete gelijk aan 200 % wegens oogmerk de belasting te ontduiken, en ook intrest pro memorie met ingang van 21 oktober 2000.
Nu het resterende gedeelte van de fiscale vordering middels dwangbevel van 8 maart 2006 - uitvoerbaar verklaard op 13 maart 2006 en aan eiseres ter kennis gegeven middels brief van 14 maart 2006 - werd ingevorderd, dienen de zaken te worden gevoegd, zoals reeds hogerop aangestipt.
Ter zitting is op uitdrukkelijk aangeven van eiseres geacteerd dat haar grieven IV, V, VI en VII in haar gemeenschappelijke syntheseconclusie van 30 november 2006 vervallen.
Eiseres werpt, weliswaar niet vooreerst, op dat het recht op invordering is vervallen.
Gelet op de vooropgestelde opeisbaarheid datum 21 juli 2000 verliep de gewone termijn op 31 december 2003.
Partijen blijken geen discussie te voeren of inhoudingen al of niet gelijk staan met betalingen.
Alvast heeft de Ontvanger de fiscale vordering pas geformuleerd, en dit in haar geheel onder evenwel toerekening van diverse tegoeden, in zijn dwangbevel van 8 maart 2006.
Uit een eerste proces-verbaal van 26 mei 2003 (stuk 1 van verweerder inzake A.R. 03/1786/A) komt reeds de volle feitentoedracht tot uiting.
Verweerder stelt dat de zevenjarige vorderingstermijn van art. 81bis, 3de lid, 1° Wetboek BTW van toepassing is.
Uit het tweede proces-verbaal van 2 maart 2005 blijkt enkel dat de vaststellingen van 26 mei 2003, namelijk dat er in België geen belastbare transactie had plaatsgehad, werden bevestigd vanuit Nederland.
Deze inlichtingen hebben deze vaststelling aldus niet aangetoond in de zin van art. 81bis, 3de lid, 1° Wetboek BTW, maar alleen maar bevestigd.
Er lag/ligt te dezen aldus geen reden voor tot toepassing van de vermelde zevenjarige termijn.
De fiscale vordering is daardoor onwettig uit oorzaak van rechtsverval.
Zulks maakt nuttig onderzoek van de verdere grieven van eiseres zonder voorwerp.
De reeds ingehouden bedragen moeten worden vrijgegeven, dan wel teruggeven.
De vraag of daarop door verweerder intrest verschuldigd is, en zo ja vanaf wanneer, vergt een voorafgaande beantwoording van de vraag op welke rechtsgrond de vrijgave stoelt, en ook of het al of niet gaat om een teruggave dan wel vrijgave, met andere woorden of de inhoudingen al of niet gelden als even zovele betalingen.
Door het feit van toerekening heeft verweerder alvast laten uitschijnen dat hij ze van zijn kant beschouwt als betalingen.
De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak en na beraadslaging:
Voegt de zaken onder A.R. 03/1786/A en A.R. 06/981/A samen en beoordeelt ze in een en hetzelfde vonnis
Heropent ambtshalve de debatten, teneinde partijen uitsluitend toe te laten te concluderen en debat te voeren over de hogerop gestelde vraag naar de rechtsaard en naar de rechtsgevolgen van het behoud door verweerder van de BTW van eiseres,
Verzendt de zaak naar de bijzondere rol, en behoudt de beoordeling over de kosten voor.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de elfde kamer D, op het gerechtshof te Hasselt op 07.05.2008, alwaar aanwezig waren :
De Heer L. B., rechter, waarnemend voorzitter,
De Heer T. B., plaatsvervangend rechter,
De Heer S. B., plaatsvervangend rechter,
De Heer L. P., e.a. adjunct-griffier.
L. P. S B. T B. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.