Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 27.11.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zevenentwintig november tweeduizend en zes in openbare. zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., griffier.
Inzake : A.R. Nr. 04/1727/A
BVBA S., ingeschreven in het rechtspersonenregister onder het nummer …, ingeschreven in het handelsregister te Mechelen onder het nummer …, voorheen met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, thans met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester A. K. loco meester J. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
- Federale Overheidsdienst Financiën, Invordering, Sector Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Federale Minister van Financiën, met burelen gevestigd te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Mechelen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, met burelen gevestigd te Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23,
- Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondememings- en lnkomensfiscaliteit, in de persoon van de gewestelijke directeur van het controlecentrum Mechelen-Lier, met kantoren gevestigd te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 35.
verwerende partij,
verschijnende bij meester S. D. loco meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 12 maart 2004,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 30 oktober 2006.
Twee ambtenaren AOIF verrichtten ten aanzien van eiseres samen controle met betrekking tot BTW en Directe Belastingen in juni 2002.
De periode betrof periode 1 januari 1999 tot 31 december 2000 wat de BTW aangaat.
Daarover werd op 3 december 2003 proces-verbaal opgesteld, blijkbaar na eerdere contacten.
Aftrek werd geweigerd op twee inkomende facturen van 21 december 2000, allebei uitgaande van NV F., en inkomend genummerd als 343 en 344.
Bij beide facturen werd afwezigheid van datum van belastbaar feit vastgesteld (KB nr. 1, art. 5, § 1 5° inzake BTW).
Ter zake factuur 343 werd gesteld :
"De taakomschrijving is in zeer algemene termen uitgedrukt en verduidelijkt weinig over de werkelijke aard van de gepresteerde diensten. Noch de data van de werkzaamheden, de gebruikte materialen en gepresteerde manuren werden vermeld. Bijgevolg is evenmin voldaan aan de voorschriften van artikel 5, § 1, 6° van ditzelfde KB nr. 1".
De factuur behelst (… BEF + BTW =) … BEF, dit nu te lezen als … EUR, en stelt :
"VOOR HET UITVOEREN VAN VOLGENDE WERKEN IN WINKEL
aanpassen en verplaatsen aq.installatie herinrichting van winkel met bestaande voorraad en rekken opkuisen van winkelrekken en goederen voorraad telling tbv overname controle van vervaldagen op verpakking +vernietigen oude voorraad, verplaatsen knaag- dierkooien + insectenbehandeling behandelen van de totale winkelruimte tegen ongedierte
nota : aangezien deze winkel in een slechte staat van onderhoud verkeerde, is er extra veel arbeid geleverd".
Ter zake factuur 344 werd gesteld :
"De enige omschrijving zijnde (…) voldoet evenmin aan voorschriften van artikel 5, § 1, 6° van ditzelfde KB nr. 1.
Er kan niet worden aangetoond dat de levering heeft plaatsgevonden voor de overdracht van de handelszaak op 2 oktober 2000, noch om welke producten het gaat, hoewel NV F. bij elke andere levering een gedetailleerde leveringbon uitreikt".
De factuur behelst (… + BTW =) … BEF, dit nu te lezen als … EUR, en stelt :
"VOOR DE LEVERING VAN EEN LOT EINDE REEKS PRODUCTEN".
De in aftrek gezette BTW van (… resp. … BEF, samen … BEF, lees nu) … EUR werd nagevorderd, meer een krachtens KB nr. 41 inzake BTW tot 10 % herleide boete, meer intrest krachtens art. 91, § 1 Wetboek BTW vanaf 21 januari 2001 over de rechten.
Ontvanger BTW Mechelen vaardigde op 9 december 2003 dwangbevel uit dat op 11 december 2003 uitvoerbaar werd verklaard en dat eerst met aangetekende brief van 12 december 2003 ter kennis werd gebracht, nog later met exploot van 18 februari 2004 werd betekend met bevel tot betalen.
Raadsman voor eiseres legde op 12 maart 2004 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer, met aangehecht afschrift van het dwangbevel en van zijn betekeningakte.
Verweerder verzoekt om samenvoeging met een vordering die hangt onder AR 04/1581/A, zulks om reden van samenhang.
Eiseres verzet zich hiertegen, stelt dat er geen samenhang is.
Vermeld AR nummer blijkt niet te zijn gefixeerd voor dezelfde zitting, en bijgevolg ook niet gepleit op dezelfde zitting, zodat de rechtbank in onmogelijkheid verkeert om hier al dan niet samenhang te beoordelen, en bijgevolg in onmogelijkheid om tot samenvoeging over te gaan.
Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.
Factuurvermeldingen worden in de BTW-wetgeving vereist met het oog op de controlefunctie ervan.
Met betrekking tot de hogerop vermelde factuur 344 blijkt deze controle door haar summiere vermeldingen niet mogelijk te zijn geweest, zulks ter zake noch wat er werd overeengekomen noch wat er werd uitgevoerd.
De belastingdienst heeft de moeite genomen om in september 2002 inlichtingen te vragen bij de leverancier.
Deze antwoordde (stuk 6 verweerder) dat het verkoop betrof "van goederen die op een beurs tentoongesteld werden", en hij verwees daartoe naar een bijlage.
Verweerder wijst erop dat er geen verband kan worden gelegd tussen die bijlage (bestelbon) en de factuur : op de bon staat geen BTW-nummer, klantnummer op bestelbon kan niet met eiseres worden gekoppeld, de bestelbon loopt over een veel hoger bedrag dan de factuur, de bon dateert reeds van begin mei waar de factuur dateert van 21 december.
Met betrekking tot de hogerop vermelde factuur 343 blijkt controle evenmin mogelijk te zijn geweest, nu het boekhoudkantoor voor eiseres op vraag geen stukken ter rechtvaardiging der factuur blijkt te hebben kunnen voorleggen (vermelding verklaring in het proces-verbaal), én nu de leverancier-dienstverrichter (stuk 6 verweerder) op vraag heeft geantwoord "niet meer in het bezit (te zijn) van een detail van" de geleverde werkzaamheden / materialen / manuren.
Rechtspraak inzake loutere vormgebreken die eiseres aanvoert, is te dezen aldus niet dienstig.
Verweerder stelt nog dat beide facturen zijn opgemaakt na meer dan twee maand nadat de bedrijfstak door eiseres is overgedragen aan een derde, dat de facturen een andere uitwerking ('lay-out' in de termen van verweerder) hebben dan de andere facturen der dienstverrichter-leverancier en dat bij de andere facturen van deze laatste telkens gedetailleerde leveringsbon was gevoegd; vaststellingen die alle in het proces-verbaal zijn opgenomen.
Uit het voorgaande dient te worden besloten dat eiseres de bij haar berustende bewijslast ter zake het voldaan zijn van de voorwaarden tot aftrek en uitoefening ervan, te dezen niet heeft ingevuld.
Dat is ook niet het geval middels voorgetypte verklaringen van personeel van de leverancier die zij voor hun broodheer hebben ondertekend, overigens nietszeggend zijn.
De tot 10 % herleide boete werd gekoppeld aan de weergegeven feiten, en de wettelijke basis ervan werd ook opgegeven in het proces-verbaal.
Deze boete is evenredig met de feiten.
Dispositif
0M DIE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,
Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op … EUR geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding.
N. D. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.