Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, disposition pénale · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Gand 12 avril 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, disposition pénaleTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2011-04-12-6c4c

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Gand
Date
12 avril 2011

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

58 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 12.04.2011

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Hof van beroep te Gent – 5e kamer

Nr. 2006/AR/580

in de zaak van :

H. V. BVBA (voorheen G.-H. BVBA), met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

appellante,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. M. L., advocaat te …, … én loco mr. D. S. M., advocaat te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Belastingen en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, vertegenwoordigd door de e.a Inspecteur van het BTW­Ontvangkantoor te Aalst, wiens kantoren gevestigd zijn te 9300 AALST, Graanmarkt 1,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. V. G. loco mr. V. P., advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit:

1. Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 30.5.1991 dagvaardde de appellante de geïntimeerde voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde, teneinde uitspraak te horen doen over het verzet van de appellante tegen het dwangbevel (RCIV …), uitgevaardigd door G. V., ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Aalst op 16.10.1990, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Gent op 3.12.1990, en tegen de beslissing tot ambtelijke aanslag d.d. 4.4.1989 vanwege de gewestelijke directeur van de BBI, directie A te Brussel, en tegen de beslissing nr. 30 d.d. 17.4.1989 van de Inspecteur der 8e BBI-Brussel.

In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de appellante : een bedrag van … BEF (… EUR) aan BTW, … BEF (… EUR) als intresten, … BEF (… EUR) als geldboete wegens niet­tijdige betaling van de BTW, … BEF (… EUR) als geldboeten wegens de overtredingen opgenomen in het bijliggend proces-verbaal, hetzij samen … BEF (… EUR), te vermeerderen met de intrest van 0,8 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.8.1989 (op … BEF (… EUR)), de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de betekening van het dwangbevel ingevolge artikel 91, § 4 BTW-wetboek, de vervolgingskosten.

Voor de eerste rechter vorderde de appellante dat zou gezegd worden voor recht dat de ambtelijke aanslag en de beslissing nr. 30 door nietigheid zijn aangetast, en het voormelde dwangbevel en iedere verdere vorderingsakte zonder voorwerp noch grond zijn, noch in rechte noch in feite, en de appellante derhalve de gevorderde sommen aan BTW, boetes, intresten en kosten niet verschuldigd is, en de appellante te horen ontslaan van alle vervolgingen.

Bij vonnis d.d. 7.10.2005 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde, 9e kamer, werd de vordering van de appellante ontvankelijk doch ongegrond verklaard en werd zij veroordeeld tot de kosten.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 8.3.2006 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Het blijkt niet dat dit vonnis werd betekend of dat de appellante er in zou hebben berust.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis te horen vernietigen en :

"

In hoofdorde : het dwangbevel dd. 26 december 1990, evenals de daarmee betekende ambtshalve aanslag te vernietigen en tevens de Federale overheidsdienst financiën, BTW-administratie te veroordelen tot terugbetaling van de eventueel betaalde sommen, meer de wettelijke verschuldigde intresten vanaf de datum van betaling.

In subsidiaire orde : Minstens de administratieve geldboete, opgelegd overeenkomstig artikel 70, § 1 W.BTW, geheel dan wel gedeeltelijk kwijt te schelden en voor wat betreft de administratieve geldboetes opgelegd overeenkomstig artikel 70, § 4 W.BTW, akte te nemen van het akkoord van de geïntimeerde om deze boete te annuleren voor een bedrag gelijk aan … BEF of … EUR ... ".

De geïntimeerde van zijn kant streeft de bevestiging van het bestreden vonnis na, behoudens wat betreft de geldboete vastgesteld op grond van artikel 70, § 4 BTW-wetboek.

2. De BTW waarvan sprake is deze volgens de geïntimeerde verschuldigd voor de periode 5.9.1984 tot 31.12.1987. Volgens de geïntimeerde zou de appellante, bakker, bloem hebben afgenomen van de NV N. M. van Gent en Brugge (hierna afgekort NMGB) zonder factuur, "in het zwart", meer bepaald 20.000 kg in de periode 5.9.1984 tot 31.12.1985, 24.000 kg in het jaar 1986, en 20.000 kg in het jaar 1987. De gevorderde BTW is deze berekend op de met de niet officieel aangekochte bloem verwezenlijkte omzet.

De appellante heeft: steeds ontkend dat zij bloem in het zwart zou hebben afgenomen (zie onder meer het proces-verbaal d.d. 3.4.1989 van de BBI, stuk 1 van de geïntimeerde), en betwist dit thans ook nog steeds.

In de regel is het aan de geïntimeerde om het bewijs te leveren van de bijkomende omzet die deze wil belasten, en kan dit bewijs geleverd worden door alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

Het staat buiten kijf dat de NV N. M. van Gent en Brugge bloem leverde in het zwart, gelet onder meer op het arrest van 22.11.1993 van het Hof van Beroep te Brussel inzake van d'A. e.a. (bewijsstuk 11 van de geïntimeerde), en de uittreksels uit het strafonderzoek voorgelegd door de geïntimeerde.

Te dezen dient echter door de geïntimeerde, om de door hem belaste meeromzet aan te tonen, in de eerste plaats bewezen te worden dat de appellante zoals andere bakkers bloem in het zwart heeft afgenomen en voor welke hoeveelheden, dit in de belaste periode (5.9.1984 tot 31.12.1987).

Volgens de verklaring afgelegd door zekere V. D. B.-C. (zie het proces-verbaal dd. 18.11.1987, bewijsstuk 7 van de geïntimeerde) tijdens het gerechtelijk onderzoek ten laste van P. d' A. e.a., gebeurden de leveringen in het zwart op basis van een listing van alle klanten. door hem vertoond aan de onderzoekers. Volgens die verklaring staat naast de meeste klanten op de listing een code in potlood, en die codes betekenen dat een bepaalde hoeveelheid bloem in het zwart moet geleverd worden aan die klant. Volgens de door dezelfde persoon opgegeven betekenis van die codes dienden aldus bijvoorbeeld de klanten met de code "1" naast hun naam behoudens tegenbericht een hoeveelheid van 2.000 kg bloem in het zwart in meer geleverd te krijgen. Steeds volgens dezelfde persoon bracht hij dan, in functie van de te leveren hoeveelheid bloem in meer, bepaalde tekens op het vervoerdocument aan, zoals een papierklem voor 1 ton, een omgekeerde papierklem voor 500 kg, een geplakt klein papiertje voor een kleinere hoeveelheid.

Volgens fotokopie van een uittreksel uit de "alfabetische cataloog klanten" zich bevindend in het strafdossier (bewijsstuk 8 van de geïntimeerde, volledig onderaan) staat naast de naam van de appellante de code " 1 " geschreven, wat volgens de hoger aangehaalde verklaring zou inhouden dat bij leveringen van bloem aan de appellante telkens 2.000 kg bloem in meer, in het zwart, zou moeten geleverd worden, behoudens tegenbericht.

De geïntimeerde heeft op basis van deze gegevens de meeromzet uit de in het zwart gekochte bloem berekend, telkens a rato van 2.000 kg per officiële levering. Uit niets is af te leiden dat de verantwoordelijken van de NV N. M. van Gent en Brugge dit, wat de appellante betreft, zouden hebben nagezien en op een of andere wijze zouden gecorrigeerd hebben.

Zo uit de vermelding " 1 " op de klantenlisting wel moet afgeleid worden dat de appellante ooit leveringen van 2.000 kg bloem in het zwart heeft afgenomen van de NV N. M. van Gent en Brugge, staat te dezen evenwel nog niet vast dat dergelijke hoeveelheid effectief werd geleverd bij elke officiële levering in de hoger aangehaalde gecontroleerde periode.

Uit de reeds aangehaalde verklaring V. D. B.-C. volgt dat de vooropgestelde hoeveelheid van 2.000 kg per levering slechts een theoretische principiële leveringshoeveelheid is : uit deze verklaring volgt dat dit kan gewijzigd worden, onder meer via mededeling door de reiziger of via de telefoon (zie de bedoelde verklaring in bewijsstuk 7 van de geïntimeerde, 2e blad onderaan en 3e blad bovenaan), en dat de vermelding van de code "l" bij de naam van de appellante geen zekerheid geeft omtrent de levering in het zwart. In dezelfde zin gaat de verklaring van V. D. B.-C. dat de zwarte leveringen met ups en downs zijn (dezelfde verklaring, bovenste helft 2e blad).

In acht genomen hetgeen voorafgaat is te dezen de enkele vermelding op de voorgelegde listing bij de naam van de appellante van de code "1 ", in potlood, zonder dat dit bevestigd wordt door andere gegevens specifiek met betrekking tot de appellante. ontoereikend om tot het besluit te komen dat de appellante bloem in het zwart heeft afgenomen telkens voor de hoeveelheid van 2.000 kg bij elke officiële levering.

Uit hetgeen voorafgaat moet worden afgeleid dat niet vaststaat hoeveel bloem de appellante in de periode 5.9.1984 tot 31.12.1987 in het zwart heeft afgenomen van de NV N. M. van Gent en Brugge, zodat zij ten onrechte werd belast op de door de administratie aangenomen omzet.

3. In het bestreden dwangbevel is eveneens een administratieve boete opgenomen ten bedrage van … BEF (… EUR), aan de appellante in toepassing van artikel 70, § 4 BTW-wetboek opgelegd wegens het niet-bewaren van 29 vervoerdocumenten. Thans heeft de appellante voor het eerst in de procedure voor het Hof van Beroep deze documenten (duplicata ervan) kunnen voorleggen. De geïntimeerde bevestigt dat ingevolge deze voorlegging de administratieve boete van … BEF (… EUR) dient te worden geannuleerd.

4. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de door de geïntimeerde in de bestreden beslissingen en dwangbevelen opgenomen bedragen niet verschuldigd zijn.

Aldus is minstens aangetoond dat de ambtshalve aanslag overdreven is (artikel 67 BTW-wetboek).

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

HET HOF, rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen;

Ontvangt het hoger beroep en verklaart het gegrond;

Doet het bestreden vonnis teniet, behoudens waar het de oorspronkelijke vordering van de appellante ontvankelijk verklaart, en opnieuw wijzende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering van de appellante gegrond;

Vernietigt de bestreden administratieve beslissingen en het bestreden dwangbevel, en beveelt de terugbetaling van de eventueel ingehouden sommen, meer de wettelijk voorziene moratoire rente;

Veroordeelt de geïntimeerde tot de kosten van de beide aanleggen, in hun geheel begroot als volgt:

• aan de zijde van de appellante : op … EUR dagvaarding en rolstelling + … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op TWAALF APRIL TWEEDUIZEND EN ELF.

Aanwezig de Heren :

A. D. M., Kamervoorzitter, voorzitter,

G. T. en D. V., Raadsheren,

M. V., griffier.

M. V. D. V. G. T. A. D. M.

Textes cités

3
CTVA art. 702 occurrences
CTVA art. 671 occurrence
CTVA art. 911 occurrence

Décisions similaires

8