Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 23.05.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 05/380/A Rep. nr. 2006/7128
de BVBA "W. K. V. F. EN A." afgekort "WEFISKA", (Ondernemingsnr. …), met vennootschapszetel te …, …,
eiseres,
voor wie is opgetreden de heer B. E., wonende te …, …, handelend in hoedanigheid van zaakvoerder,
tegen :
De BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, Belasting en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de e.a. inspecteur van het 1e kantoor te 8900 IEPER, Arsenaalstraat 4A,
verweerder,
voor wie is opgetreden Meester I. G. (balie Brugge) loco Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 7 februari 2005.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder overgelegde bundel.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 25 april 2006.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres is geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer BE …. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Een bijzondere rekening werd opgemaakt over het tijdvak lopende van 31 juli 2004 tot 31 oktober 2004 wegens niet-tijdige betaling van het verschuldigd BTW-saldo dat blijkt uit de periodieke aangifte met betrekking tot de handelingen verricht gedurende het derde kwartaal 2004.
Deze bijzondere rekening sloot af met een verschuldigd saldo van 4.320,70 EUR. Over het als BTW verschuldigd saldo werd een geldboete geheven van 420,00 EUR
Enkele weken na de wettelijk voorziene betalingsdatum van 20 oktober 2004, werd het verschuldigd saldo ten bedrage van 4.320,70 EUR door eiseres betaald door middel van 3 stortingen op haar rekening-courant.
Op 13 december 2004 richtte eiseres een verzoekschrift tot het eerste BTW-ontvangkantoor te Kortrijk met het verzoek om het nodige te doen om het derde kwartaal af te sluiten en over te gaan tot de kwijtschelding van de opgelegde boete en de herberekening van de verschuldigde interesten.
Bij beslissing van 20 december 2004 werd dit verzoek als ongegrond afgewezen.
Op 31 januari 2005 heeft eiseres een verzoekschrift neergelegd bij deze rechtbank.
2.2. Eiseres vraagt dat de opgelegde geldboete wordt kwijtgescholden.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 349,53 EUR.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
Een boete van 10 % op het verschuldigd BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof. 24 februari 1999, rolnr. 1279. arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
Concreet is de rechtbank in elk geval van oordeel dat een administratieve boete gepast is. Uit de voorliggende bijzondere rekening blijkt dat eiseres het verschuldigde BTW-saldo over het derde kwartaal 2004 niet tijdig heeft betaald (niet-naleven van de verplichtingen opgelegd krachtens artikel 53 W.BTW en artikel 18 KB nr. 1 van 29 december 1992).
Verder dient ook rekening te worden gehouden met het feit dat de niet tijdige betaling van de verschuldigde BTW een hele reeks administratieve formaliteiten en dito kosten met zich meebrengt. Tenslotte moet een boete ook een ontradend effect hebben.
Rekening houdend met deze elementen en met de relatieve zwaarwichtigheid van de feiten acht de rechtbank de boete van 10 % in gepaste verhouding tot de vastgestelde feiten.
3.3. nopens de kosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. De rechtsplegingsvergoeding van verweerder moet evenwel worden aangepast aan de (geringe) omvang van het voorwerp van de vordering. Met inbegrip van de (ambtshalve inbegrepen) interesten, moet de vordering cijfermatig tussen de 250,00 EUR en de 620,00 EUR geschat worden, zodat een rechtsplegingsvergoeding van 118,99 EUR gepast is.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 118,99 EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag drieëntwintig mei tweeduizend en zes.
Aanwezig·zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N. L. N. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.