Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Turnhout du 26.04.2001
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
VONNIS uitgesproken in het Gerechtsgebouw te Turnhout, op donderdag, ZESENTWINTIG APRIL TWEEDUIZEND EN EEN
in de openbare zitting van de NEGENDE Kamer van de Rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, alwaar zetelden :
E. V. : Enig Rechter,
J. A. : Griffier.
in zake van :
1. CVBA M. C. S., met zetel te …, …;
2. M. M., …, …;
3. P. L., …, …;
4. M. T., …, …;
- eisers - vertegenwoordigd door Mter. F. M., advocaat te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22;
- verweerder - vertegenwoordigd door Mter. B. Mter. J. V. R., advocaat te …, …;
Gelet op de inleidende dagvaarding betekend op 29,.06.1998 door het ambt van gerechtsdeurwaarder P. E. te Turnhout ten verzoeke van 1. CVBA M. C. S., 2. M. M., 3. P. L., 4. M. T., aan DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te 2300 Turnhout, ertoe strekkende het dwangbevel uitgevaardigd door de Ontvanger van de BTW te Turnhout op 19.05.1998, uitvoerbaar verklaard op 26.05.1998, nietig te horen verklaren, of - in ondergeschikte orde - minstens de toegepaste belastingverhoging van 200 % te horen kwijtschelden;
Overwegende dat de vordering als ontvankelijk voorkomt, wat overigens niet betwist wordt;
Gehoord partijen in hun middelen en conclusies bij monde van hun raadslieden ter openbare zitting van 29.03.2001 van deze rechtbank, en gelet op de neergelegde stukken;
I. In feite :
Overwegende dat huidig geding betrekking heeft op een transactie in de loop van 1993, waarbij een Luikse vennootschap S.C. ISA een partij computergeheugens zou verkocht hebben aan BVBA I. P. S. (I.P.S.) die ze op haar beurt zou doorverkocht hebben voor de helft aan een Franse firma F.J.C. I.-E. te Nice en voor de andere helft aan huidig eiseres CVBA M. C. S., die ze dan weer doorverkocht aan dezelfde F.J.C. I.-E. voor … fr.;
Overwegende dat aanvankelijk werd uitgegaan van het standpunt dat laatst bedoelde doorverkoop een intracommunautaire levering betrof waarop geen BTW verschuldigd was, standpunt dat herzien werd naar aanleiding van een stafrechtelijk onderzoek te Luik, dat het fictieve karakter van de transacties zou aangetoond hebben, en waarna eerst eiseres aangeslagen werd voor een BTW bedrag van … fr., vermeerderd met een boete van … fr. in hoofdsom, bedragen die het voorwerp uitmaakten van een dwangbevel uitgevaardigd door de BTW-administratie te Turnhout dd. 19.05.1998, uitvoerbaar verklaard op 26.05.1998 en waarvan de vernietiging in huidig geding wordt nagestreefd;
II. De ontvankelijkheid van de vordering van de administratie :
Overwegende dat eisers voorhouden dat de vordering van de administratie opzichtens eisers M. M., P. L. en M. T. niet ontvankelijk is, nu immers de gewraakte transactie uitgevoerd werd door CVBA M. C. S. (eerste eiseres) en niet door de drie voorgenoemde natuurlijke personen, die immers enkel haar oprichters en aandeelhouders zijn en niet ten persoonlijke titel kunnen aangesproken worden;
Overwegende dat terzake verwezen wordt naar art. 7 van de statuten van CVBA M. C. S., die de vorm heeft aangenomen van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, en welk artikel ondubbelzinnig luidt : "De vennoten zijn slechts aansprakelijk ten belope van het door hen onderschreven kapitaal. Er bestaat tussen hen geen hoofdelijke aansprakelijkheid";
Overwegende dat de wet van 20.07.1991 een statuutwijziging oplegde aan dergelijke vennootschappen, die evenwel slechts diende doorgevoerd te worden uiterlijk tegen 01.11.1993 (conform art. 2 van het K.B. van 11.10.1991), terwijl anderzijds niet betwist wordt dat eerste eiseres deze opgelegde wijzigingen slechts doorvoerde op 05.08.1996;
Overwegende dat de in de overgangsbepalingen van de Wet van 20.07.1991 en in het K.B. van 11.10.1991 sancties voorzien worden in geval de statuten niet per 01.11.1993 conform gemaakt zijn aan de bepalingen van de Wet van 20.07.1991;
Overwegende dat evenwel deze sancties er niet in bestaan dat een hoofdelijke gehoudenheid van de vennoten zou ontstaan, doch enkel dat de bepalingen uit de statuten die niet conform zijn aan de wijzigende wet als niet geschreven beschouwd worden (art. 168 van de Wet van 20.07.1991) en/of dat alle belanghebbenden de ontbinding van de vennootschap kunnen vorderen;
Overwegende dat laatst bedoelde sanctie niet aan de orde is, terwijl anderzijds dient vastgesteld dat de wijzigende wet van 20.07.1991 hoegenaamd niet verbiedt dat de vennoten hun hoofdelijke gehoudenheid uitsluiten zoals in casu in art. 7 van de statuten gebeurd is;
Overwegende dat aldus art. 7 conform blijft aan de nieuwe wet en er geen reden toe is dit artikel als onbestaande te beschouwen;
Overwegende dat hoogstens, waar art. 7 de aansprakelijkheid van de vennoten beperkt tot het door hen onderschreven kapitaal - dat in casu op … fr. bepaald was - terwijl de wetswijziging een minimum kapitaal voorziet van … fr., het precies de clausule is, die het kapitaal beperkt tot … fr., die als niet bestaande moet beschouwd worden, maar niet art. 7 dat de beperkte aansprakelijkheid van de vennoten voorziet, en wat volkomen conform is aan de voorschriften van de Wet van 20.07.1991 (cfr. Koophandel Brugge 10.10.1996 met noot : R.W. 1996-97,923 e.v.);
Overwegende dat - ten overvloede - art. 147 bis van de Wet van 20.07.1991 inderdaad voorziet dat voor het oprichten van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid het maatschappelijk kapitaal niet lager mag zijn dan … fr., maar in casu dient vastgesteld dat er van geen oprichting spraak is (de vennootschap werd reeds opgericht geruime tijd voor het invoege treden van de Wet van 20.07.1991), maar enkel van een conform maken van de bestaande statuten aan de nieuwe wet, die enerzijds hoegenaamd geen beperkte aansprakelijkheid verbiedt, maar anderzijds enkel een minimum kapitaal oplegt van … fr.;
Overwegende dat aldus die bepaling als niet bestaande dient beschouwd die manifest in strijd is met de nieuwe wet (met name de beperking van het maatschappelijk kapitaal tot … fr.) maar niet diegene die perfect kan kaderen in de nieuwe wet (met name de beperkte aansprakelijklheid van de vennoten);
Overwegende dat aldus dient besloten dat de administratie de tweede, derde en vierde eisers niet kan aanspreken, en op dit punt het dwangbevel in elk geval vernietigd dient te worden;
III. Ten gronde :
A. Overwegende dat het proces-verbaal waarin de door eiseres beweerdelijk begane overtredingen beschreven worden, bestaat uit twee rubrieken, waarin Rubriek I een transactie met Nederland beschrijft - die thans niet in geding is - en waarvoor een ten onrechte in aftrok gebrachte BTW wordt aangerekend ten belope van … fr., vermeerderd met een boete van 200 % of … fr., ten belope van welke bedragen de aanslag blijkbaar niet betwist wordt;
Overwegende dat aldus de vordering van eisers kennelijk zonder voorwerp is in zoverre ze de vernietiging van het dwangbevel nastreeft betreffende deze Rubriek I;
B. Overwegende dat met betrekking tot de Rubriek II van het dwangbevel, eisers voorhouden dat de verkoop aan de Franse firma F.J.C. I.-E. volkomen regelmatig verlopen is, zodat geen BTW diende afgedragen te worden conform art. 39 bis, eerste lid, 10, BTW-Wetboek, en uiteraard thans eerste eiseres ook niet kan aangesproken worden tot betaling van de BTW, a fortiori niet van de boetes;
Overwegende dat evenwel uit het reeds aangehaalde P.V. dd. 08.04.1998, inzonderheid Rubriek II, blijkt
- dat de betaling van de factuur uitgereikt door IPS aan eerste eiseres voor de aankoop van de helft van de door IPS bij LS.A. aangekochte computergeheugens, niet kan worden bewezen;
- dat de betaling van de factuur uitgeschreven door eerste eiseres aan de Frans firma F.J.C. voor de doorverkoop van dezelfde helft van de computergeheugens, niet weer te vinden was;
- dat laatst bedoelde factuur evenmin weer te vinden was in de boekhouding van F.J.C.;
Overwegende dat uit dit alles de administratie besluit dat de voorgehouden transacties van I.P.S. naar eiseres, en van eiseres naar F.J.C. fictief zijn;
Overwegende dat anderzijds de ganse door eisers ontwikkelde argumentaties de onregelmatigheden die door de administratie ontdekt werden geenszins verklaren, nog minder verschonen, en terzake het onderzoek gevoerd tegen F. G. en zijn vennootschap F.J.C. I.-E. volstrekt irrelevant is met betrekking tot de vastgestelde onregelmatigheden in hoofde van eerste eiseres, zodat dit onderzoek geen verdere verheldering kan brengen in huidig geding;
Overwegende dat staande blijft dat geen betaling weer te vinden is door eerste eiseres aan I.P.S. en evenmin de betaling door F.J.C. aan eerste eiseres, welke laatste betaling nochtans diende te gebeuren in contanten bij levering, aldus de bijgebrachte bestelbon uitgaande van F.J.C. (stuk 15 eisers);
Overwegende dat verder niet bewezen wordt dat de beweerdelijk aan F.J.C. I.-E. verkochte goederen ooit effectief geleverd werden aan deze in Frankrijk gevestigde firma, en alleszins niet als zodanig bewijs kan gelden de voorgebrachte verklaring van zekere G. B. (stuk 7 eisers), werknemer van eerste eiseres, die immers enkel verklaart dat "twee heren, welke zich uitdrukten in de Franse taal en ieder rijdend in een stationwagen,.... overhandigden aan de zaakvoerder een pakket met elektronische componenten…", maar niets vermeldt van goederen die aan de genoemde heren zouden overhandigd zijn;
Overwegende dat aldus niet blijkt dat de levering door I.P.S. aan eerste eiseres effectief gebeurde, nog minder dat ze betaald werd, zodat dient aangenomen dat deze transactie fictief was, en aldus geen recht kan geven op aftrok van de erop verschuldigde BTW, die eerste eiseres nochtans wel doorgevoerd heeft ten nadele van verweerder;
Overwegende dat één en ander nog geïllustreerd wordt door het eveneens fictieve karakter van de beweerde doorverkoop aan F.J.C. I.-E.;
Overwegende dat aan dit alles geen afbreuk doet de controle doorgevoerd bij eerste eiseres omtrent de transacties vanaf 01.12.1990 tot 30.02.1993 (stuk 12 eisers) die immers niet betekent dat de beweerde aankoop van I.P.S. reëel was en op regelmatige wijze kan in aanmerking komen voor aftrok van de erop verschuldigde BTW;
Overwegende dat immers niet alleen de verkrijging door eerste eiseres van deze goederen vanwege I.P.S. niet naar genoegen van recht bewezen is, maar evenmin de bestemming die de goederen zouden gekregen hebben, hetzij verkocht aan F.J.C. I.-E., nu niet alleen deze verkoop maar ook de ermee overeenstemmende betaling niet blijken;
Overwegende dat voorts de gegevens verstrekt omtrent het BTW-nummer, opgegeven door de Franse koper, volgens dewelke dit nummer geldig zou zijn (stuk 13 eisers), niets zegt omtrent de mogelijke vrijstelling van BTW op welkdanige transactie ook;
Overwegende dat - ten overvloede - de zaakvoerder van het Franse F.J.C. I.-E. zelfs beweert eisers M. en/of I.P.S. niet te kennen, waaraan nochtans beweerderlijk de helft van het lot computergeheugens rechtstreeks gekocht werd (stuk 1 verweerder : P.V. van 08.04.1998);
Overwegende dat in deze omstandigheden niet anders kan besloten worden dan dat de verkoop door I.P.S. aan eerste eiseres, waarop de BTW afgetrokken werd, fictief was;
Overwegende dat - ten overvloede en louter volledigheidshalve - het P. V. dd. 08.04.1998, opgemaakt door de heer B. W., bewijs oplevert van het fictieve karakter van gezegde verkoop tot bewijs van het tegendeel, aldus art. 59, § 1 W.BTW, bewijs dat niet geleverd wordt door eisers;
Overwegende dat aldus eerste eiseres gehouden is tot teruggave van de ten onrechte op voorliggende transactie gerecupereerde BTW ten belope van … fr.;
Overwegende dat er anderzijds geen reden toe is de opgelegde belastingverhoging van 200 % van het verschuldigde bedrag te milderen, nu uit het bovenstaande afdoende blijkt dat het in hoofde van eiseres van in den beginnen de bedoeling geweest is op onrechtmatige wijze de op een fictieve transactie verschuldigde BTW te recupereren, en terzake alle nuttige handelingen gesteld werden, respectievelijk documenten opgesteld;
Overwegende dat alsdan, conform art. 70, § 1 Wetboek BTW en art. 1 van het K.B. nummer 41 BTW, de fiscale boete behouden dient te blijven op 200 % van het ontdoken BTW-bedrag;
Overwegende dat één en ander niet in strijd is met art. 6 E.V.R.M. nu immers in casu - zoals hoger uitvoerig uiteengezet - geoordeeld werd over de aanwezigheid van kwade trouw in hoofde van eerste eiseres en anderzijds er geen enkel bezwaar kan bestaan tegen het opleggen van een ( strenge) sanctie bij wijze van preventieve en afschrikkende maatregel.
Overwegende dat overigens de opgelegde boete verantwoord wordt door de zorg de fiscale fraude tegen te gaan.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
Gezien de artikelen 2, 34, 36, 37 en 42 van de wet van 15 juni 1935
DE RECHTBANK, vonnissende op tegenspraak en in eerste gebied :
Verklaart het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk en deels gegrond in de mate zoals hierna bepaald;
Verklaart het dwangbevel uitgevaardigd door het BTW-Ontvangkantoor van Turnhout op 19.05.1998, uitvoerbaar verklaard op 29.05.1998 nietig in zoverre als daarin als schuldenaar vermeld werden tweede tot en met vierde eisers, met name M. M., P. L., M. T.;
Voor het overige verklaart het verzet van eisers ongegrond en wijst hen ervan af en verklaar het dwangbevel van waarde.
Legt de kosten van het geding lastens eerste eiseres, begroot op :
a/ in hoofde van eisers :
- dagvaarding … fr.;
- rechtsplegingsvergoeding : … fr.;
b/ in hoofde van verweerder :
- rechtsplegingsvergoeding : …fr..
J. A. E. V.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.