Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 10.03.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op tien maart tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., griffier.
In zake : A.R. Nr. 06/1696/A
N.V. RCT S.
havenbedrijf, voorheen N.V. RCT V., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester W. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT
Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondememings- en Inkomensfiscaliteit, controlecentrum Mechelen-Lier, gevestigd te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 35.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10 maart 2006,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 27 juni 2007,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 11 februari 2008.
Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar van AOIF Mechelen-Lier verrichtte eind oktober 2003 aangekondigd controle ter maatschappelijke zetel van eiseres.
Het betrof de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2002.
Of er daarop briefwisseling is gevolgd, is bij gebrek aan overtuigingsstukken niet duidelijk.
Precies een jaar na de controle werd naar eiseres naheffingopgave (correctieopgave) verstuurd ter zake herziening van aftrek met betrekking tot bedrijfsmiddelen "die hebben opgehouden te bestaan in de onderneming".
In een ter belastingdienst op 10 januari 2005 ingekomen brief verklaarde eiseres zich niet akkoord met de naheffing.
Dit niet akkoord werd behandeld als informeel bezwaarschrift.
De betrokken ambtenaar wees het bezwaar gemotiveerd af in brief van 10 augustus 2005.
Raadsman voor eiseres legde op 10 maart 2006 verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie.
Afschrift van de beslissing van 10 augustus 2005 is eraan gehecht, zoals wettelijk opgelegd.
Er is geconcludeerd in het kader van een op verzoek van eiseres bepaalde kalender.
De betrokken ambtenaar is pas hangende het geding (20 juni 2006) overgegaan tot opstelling van een proces-verbaal.
Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.
Er ligt een notarisakte voor van 20 december 2001 (stuk 9 verweerder).
Middels deze akte werden onroerende goederen van eiseres verkocht aan NV ECT B..
Deze verkoop gebeurde onder heffing van registratierecht.
Middels dezelfde akte werden roerende goederen van eiseres verkocht aan NV TCT B..
De exploitatie van een containerterminal is tegelijk door deze laatste koper overgenomen.
ECT B. NV blijkt de overgenomen onroerende goederen te verhuren aan TCT B. NV.
Vanuit hoger vermelde controle werd overgegaan tot herziening van BTW die door eiseres in aftrek was gebracht uit oorzaak van handelingen die strekten tot totstandkoming, omvorming en of verbetering van de containerterminal en van de zich erop bevindende gebouwen.
Als oorzaak werd de levering van uit hun aard onroerende goederen aangewezen, vrijgestelde BTW-handeling krachtens art. 44, § 3 1° a) Wetboek BTW, en ter toepassing van de herziening werd verwezen naar art. 10, 4° KB nr.3 BTW (ophouden van bestaan van bedrijfsmiddel in de onderneming, behoudens vernietiging, ontvreemding of levering onder recht op aftrek).
De navordering behelst rechten en een krachtens KB 41 (Tabel G, IV) tot 10 % herleide boete, meer intrest krachtens art.91, § 1 Wetboek BTW met ingang van 21 ? 2003 op de boete.
Eiseres opperde indertijd in haar bezwaarschrift dat de overdracht had kunnen geschieden met toepassing van artikel 11 Wetboek BTW.
Hierover schreef ze toen (stuk 2 eiseres, gelijk aan stuk 3 verweerder) :
" ... waren wij de mening toegedaan dat de overdracht van de roerende goederen aan TCT en de overdracht van de onroerende goederen door RCT aan ECT samen te beschouwen (waren) als een overdracht van een bedrijfsafdeling in de zin van artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW".
Zij herneemt deze stelling in haar conclusie in het geding.
De belastingdienst antwoordde in zijn beslissing dat de gebouwen niet werden behouden noch werden overgedragen aan de overnemer der roerende goederen (hier : NV TCT), maar aan een derde (hier : NV ECT).
In het geding wordt deze verwijzing naar de feiten bevestigd door verweerder.
Eiseres verwijst dan weer naar operaties van splitsing van vennootschappen waarbij een van de verkrijgers een volledige bedrijfsafdeling overneemt, maar dit snijdt te dezen geen hout, nu het in voorliggend geval gaat om een splitsing binnen, en aldus van, een bedrijfsafdeling zelf.
De verdere overwegingen en argumenten van eiseres worden door haar gebouwd op het aldus te dezen onjuiste uitgangspunt van een overdracht van een algemeenheid van goederen, en ze zijn van daaruit hier dan ook niet doeltreffend.
De vordering is dan ook niet gegrond.
Krachtens artikel 1017 Gerechtelijk Wetboek moet eiseres worden verwezen in de kosten.
Partijen hebben ter zitting standpunt ingenomen over de rechtsplegingvergoeding (eiseres in toevoeging op haar vormconclusie van 30 januari 2008 ter zake).
De rechtsvordering streeft onwettig verklaring van de fiscale vordering na, en pas als gevolg daarvan ook terugbetaling van de reeds betaalde hoofdsom aan rechten.
Het gaat aldus om een niet in geld waardeerbare vordering, waarbinnen er geen reden voorligt tot afwijking op het basisbedrag.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op … Euro rechtsplegingvergoeding.
N. D. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.