Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 8 novembre 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-gand-2010-11-08-aef5

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
8 novembre 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

111 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 08.11.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 13 OKTOBER 2010

Rolnummer : AR 07/2591/A

In de zaak van :

Bvba L. – V. I. & C. A.. met maatschappelijke zetel thans te …, … en met ondernemingsnummer …;

EISERES, voor· wie als raadsman optreedt mter Y. V.. advocaat met kantoor te …, …;

tegen :

De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, Controlecentrum Dendermonde, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9200 Dendermonde, St. Rochusstraat 63, en de Administratie van Belastingen en Invordering , sector BTW, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor Aalst, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9300 Aalst , Graanmarkt 1;

VERWEERDER. voor wie als raadsman optreedt mter. E. V. A., advocaat te …, …;

Vonnist de rechtbank als volgt :

I. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 15 september 2010 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift op tegenspraak van 1 augustus 2007 en de conclusies· van de partijen en hun stukkenbundels.

ll. DE VORDERING

De eiseres vordert de navolgende akten nietig en ongegrond te verklaren :

1.het proces-verbaal van 10 november 2006;

2.het betalingsbericht van 10 november 2006 met kenmerk BR 2006/7970;

3.het betalingsbericht van 13 november 2006 met refertenummer …;

4.het betalingsbericht van 3 januari 2007 met refertenummer …;

5.het betalingsbericht van 2 februari 2007 met refertenummer …;

6.De betekening-bevel van gerechtsdeurwaarder H. V. D. van 7 juni 2007 met het dwangbevel van eerstaanwezend inspecteur a.i., ontvanger van het BTW-ontvangkantoor van Aalst van 22 mei 2007 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 24 mei 2007 door de eerstaanwezend inspecteur a.i. van Dendermonde, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, en het voornoemd dwangbevel zelf;

7.Het uitvoerend beslag op roerend goed, betekend op 26 juni 2007 door gerechtsdeurwaarder H. V. D..

III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

1. Op 24 juli 2006 vond bij de eiseres een BTW-controle over de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2005 plaats, waarbij de controleur volgende overtredingen op het W.BTW vaststelde :

- inbreuken betreffende de toepassing van artikel 3 van het KB genomen in uitvoering van het BTW-wetboek en van artikel 45, § 1 W.BTW, ten bedrage van … EUR.

Deze vaststellingen werd opgenomen in het proces-verbaal van 1O november 2006.

Deze inbreuk wordt door de eiseres betwist.

2. In het voormeld proces-verbaal werd weerhouden :

- inbreuken betreffende de toepassing van artikel 3 van het KB genomen in uitvoering van het BTW-wetboek, en van artikel 45, § 1 W.BTW :

hoofdsom btw

(in EUR)

1. interne nota 284 d.d. 31-03-2004 : … …

2. interne nota 113 d.d. 30-09-2004 : … …

3. interne nota 369 d.d. 30-06-2004 : … …

4. interne nota 224 d.d. 30-06-2005 : … …

5. interne nota 415 d.d. 31-12-2004 : … …

totaal : …

Volgens de controle-ambtenaar is de som van … EUR ten onrechte ingebracht als terugvorderbare BTW, gezien :

- er niet is voldaan aan artikel 5, § 1, 1° en 2° van het KB nr. 1;

- de nota's geen volgnummer vermelden waaronder deze zijn ingeschreven in het boek van de uitgaande facturen van de leverancier, met name NV L. M. E. C. S..

- geen vermelding i's opgenomen in de nota's van de belastingplichtige, noch het adres en inschrijving in het handelsregister.

3. De kwestieuze interne nota's vinden hun oorsprong in de overeenkomst van 15 september 2003 tussen de eiseres (opdrachtgever) en de NV L. M. E. C. S. (consultant) aangegaan voor een duur van vijf jaar waarin de laatstgenoemde er zich toe verbindt om aan de eiseres "bedrijfskundig advies te verlenen", als volgt gespecifieerd :

- prospectie van cliënteel in het algemeen;

- prospectie voor alle sectoren met uitzondering van de transportsectoren en de ondernemingen die een rendement halen dat negatief of lager dan 5 % per jaar is;

- bemiddeling bij de overdracht van bedrijven met een omzet van minimum … EUR en minstens 20 werknemers;

- voorbereiding van contracten met kandidaat-overnemers;

- begeleiding van fusies en splitsingen;

- crisismanagement in het kader van "speciale opdrachten".

In deze overeenkomst is volgende vergoeding voor de consultant bedongen :

- per 30/09/2003 : … EUR

- per 31/12/2003 : … EUR

- per 31/03/2004: … EUR

- per 30/06/2004 : … EUR

- per 30/09/2004 : … EUR

De betaling van deze vergoeding wordt onderworpen aan een betalingsmodaliteit. In artikel 4 voorziet de overeenkomst een ontbindende voorwaarde, meer bepaald :

- realiseren van een minimumomzet van … EUR/jaar voor wat betreft de prospectie van cliënteel in het algemeen en alle andere sectoren met uitzondering van de transportsector en de ondernemingen die een rendement halen dat negatief of lager dan 5 % per jaar is;

- het afronden van zes bemiddelingsopdrachten met een omzet van minstens … EUR en zes met een omzet tussen … en … EUR:

- een minimumomzet van … EUR/jaar voor opdrachten als crisismanager.

Deze minima dienen cumulatief vervuld te zijn.

4. Tussen voornoemde contractpartijen wordt op 1 december 2004 een annex aan de bovenvermelde overeenkomst afgesloten waarin de vergoeding worden uitgebreid :

- per 31/12/2004 : … EUR

- per 30/06/2005 : … EUR

5. Eiseres heeft de interne nota's hierboven opgesomd in punt 111.2 (hoofdsom en BTW-bedrag) boekhoudkundig geregistreerd in de journaalpost 'Aankoopboek'.

IV. BEOORDELING

1. Gebrekkige motivering van het dwangbevel en proces-verbaal

1.1.

Artikel 3 van de Wet van 29 juli 1991 bepaalt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden, die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat de motivering afdoende moet zijn.

Het proces-verbaal van 10 november 2006 vermeldt zowel de toepasselijke artikelen van het BTW-Wetboek als de feitelijke gegevens die nodig zijn om een beslissing op afdoende wijze te onderbouwen en de belastingplichtige in staat te stellen om een tegenbewijs op te bouwen.

De rechtbank stelt vast dat in het bestreden proces verbaal alle nodige feitelijke gegevens zijn opgenomen. Daarnaast ook de wettelijke bepalingen omtrent de kwestieuze inbreuken en de motivering op grond van dewelke de controleur de inbreuken meent te moeten weerhouden.

1.2.

Een dwangbevel is eveneens een bestuurshandeling zoals omschreven de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Meer bepaald artikel 1 van voornoemde wet viseert onder meer een eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking, die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur. Aldus moet een dwangbevel krachtens artikel 2 van de Wet van 29 juli 1991 uitdrukkelijk te worden gemotiveerd.

Het betekening-bevel van 7 juni 2007 met het daaraan gehechte dwangbevel van het BTW-Ontvangkantoor te Aalst en het eensluidend verklaard proces-verbaal waarnaar het dwangbevel verwijst en er aan gehecht is, bevatten alle essentiële informatie, die het de belastingplichtige moet toelaten om met kennis van zaken te beoordelen of hij het dwangbevel moet aanvechten.

De grief van de eiseres is ongegrond.

2. De inbreuken op de artikelen 3 KB nr. 3 en 45, § 1 W.BTW

2.1.

De overeenkomst tussen eiseres en haar consultant van 15 september 2003 heeft betrekking op de levering van diensten ("verlenen van bedrijfskundige adviezen").

De eiseres stelde ter uitvoering artikel 3 van deze overeenkomst per contractueel vastgelegd kwartaal interne nota's inhoudende de overeengekomen vergoeding, op en boekte deze in haar aankoopboek.

Overeenkomstig artikel 45, § 1 W.BTW mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is de belasting geheven van de aan hem verleende diensten in aftrek brengen, in de mate dat hij de diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

2.2.

Deze interne nota's zijn documenten die zijn opgesteld op het briefhoofd van de eiseres, zodat mag aangenomen worden dat het om een door eiseres opgesteld intern document gaat. Dit document bevat geen identificatie (naam, vennootschapsnaam) van de begunstigde van de in de nota vermelde vergoeding, geen handelsregister, geen BTW-nummer van de begunstigde, geen volgnummer. Dit intern document verwijst slechts naar het contract van 15/09/2003 en in de laatste twee documenten naar het contract en annex van 01/12/2004/NV LMCS.

Anderzijds werden de in de interne nota's opgenomen bedragen (hoofdsom en BTW-bedrag) boekhoudkundig. in de journaalpost 'Aankoopboek' verwerkt als Factuur - stuknummer xxx - datum factuur - vervaldag - leverancier (0022 - LMCS NV). De hoofdsom werd geboekt in de rekening 613.350 "DIVERSE DIENSTPRESTATIES" of in rekening 613.200 "ERELONEN". De BTW-bedragen werden geboekt in rekening 411.000 "TE ONTVANGEN BTW".

2.3.

De eiseres heeft duidelijk haar eigen document "interne nota" aangewend als een subrogaat-factuur doch geboekt zoals een regelmatige factuur uitgaande van haar leverancier, de NV LMCS.

Door deze handeling heeft de eiseres beoogd om beroepskosten in te brengen en BTW-bedragen in aftrek te brengen.

2.4.

Deze boeking van de vergoeding voor haar leverancier moet aanzien worden als een expliciete erkenning van het verschuldigd karakter van deze vergoeding in hoofde van eiseres en dat door haar leverancier/consultant in de loop van het afgelopen kwartaal te vergoeden prestaties waren geleverd.

Het feit dat deze vergoeding contractueel was gekoppeld aan een betalingsmodaliteit, i.e. een ontbindende voorwaarde, doet geen afbreuk aan het verschuldigd karakter ervan tegenover de leverancier.

Mocht de in de overeenkomst gestelde voorwaarden niet vervuld zijn, dan zou dit tot de ontbinding van de betalingsverbintenis hebben geleid. Dit neemt niet weg dat in de tussenliggende periode de overeenkomst tussen partijen van kracht was, diende uitgevoerd te worden en aldus een schuld in hoofde van eiseres jegens haar leverancier ontstond.

Dat de eiseres zich daarvan terdege bewust blijkt uit het feit dat zij interne nota's boekhoudkundig verwerkte als ware het regelmatige facturen.

2.5.

De kwestieuze documenten voldoen echter niet aan de in artikel 3 K.B. nr. 3 van 10 december 1969, gezien om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen de belastingplichtige in het bezit moet zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2 en 53octies W.BTW waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in artikel 5, § 1 K.B. nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van belasting over de toegevoegde waarde.

Gezien de vermeldingen niet zijn opgenomen, zijnde een volgnummer uitgaande van de leverancier, naam en maatschappelijke zetel van de leverancier, BTW­nummer leverancier, voldoen de betrokken documenten niet aan bovenvermelde voorwaarde.

De eiseres was derhalve niet gerechtigd op aftrek van de BTW-bedragen. De vordering van de eiseres is derhalve ongegrond.

V. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

Beide partijen begroten de rechtsplegingsvergoeding op … EUR.

De waarde van het geschil situeert zich in de schijf 100.000,01 EUR tot 250.000,00 EUR zodat overeenkomstig het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtsplegingsvergoeding kan vastgesteld worden op het basisbedrag van … EUR.

De rechtsplegingsvergoeding kan aldus vastgesteld worden op … EUR

Gezien eiseres in het ongelijk gesteld wordt, dient zij overeenkomstig artikel 1017, 1e lid van het Gerechtelijk Wetboek de gerechtskosten te dragen.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Recht doende op tegenspraak.

Met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt de eiseres tolde kosten van het geding, langs de zijde van de eiseres begroot op … euro rechtsplegingsvergoeding en langs de zijde van de verweerder op … euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag dertien oktober tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :

- de heer C. S., toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer,

- mevrouw G. L., griffier.

G. L. C. S.

Textes cités

2
AR no 1 art. 52 occurrences
AR no 3 art. 32 occurrences

Décisions similaires

8