Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Bruxelles 28 mai 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instanceTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-cour-appel-bruxelles-2003-05-28-aa94

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Bruxelles
Date
28 mai 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

66 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 28.05.2003

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

HOF VAN BEROEP BRUSSEL - Toegevoegde kamer “6S” (wet van 9 juli 1997)

Nr. van de zaak : 2000/AR/142

IN ZAKE VAN :

NV B. C. & T. met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …; ingeschreven in het handelsregister van Brussel onder het nr. …,

appellante,

vertegenwoordigd door Meester J. D., advocaat (…, …)

TEGEN :

DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van de Administratie van de ondernemings-en inkomensfiscaliteit, met kantoren gevestigd te 1800 Vilvoorde. Groenstraat, 51,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Meester H. loco J. H., advocaat, (…, …)

Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

De Processtukken

Een verzoekschrift strekkend tot hoger beroep werd neergelegd ter griffie op 17 januari 2000

Het hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de18de kamer van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel tegensprekelijk geveld op 27 mei 1999 en betekend door geïntimeerde aan appellante op 17 december 1999.

Het hoger beroep is ontvankelijk.

Het voorwerp van het geschil voor de eerste rechter en diens beslissing

De eerste rechter heeft de vordering van appellante afgewezen. Deze strekte ertoe in hoofdorde het dwangbevel van 3 oktober 1995 nietig te horen verklaren en geïntimeerde te horen veroordelen tot het terugbetalen van een bedrag van … Fr. meer de GI evenals het betalen van een schadevergoeding van … Fr, in ondergeschikte orde de aanslag en in nog meer ondergeschikte orde de boetes ongegrond te horen verklaren.

Partijen betwisten de regelmatigheid van de neergelegde conclusies niet.

Het hoger beroep

In hoger beroep heromschrijft appellante haar oorspronkelijke vordering opnieuw als volgt en vraagt zij aan het hof van beroep :

- te zeggen voor recht dat de uitvoeringsprocedure nietig is wegens de niet naleving van artikel 85 van het Wetboek van de BTW.

- geïntimeerde te veroordelen tot vrijgave en/of terugbetaling van alle bedragen die op grond van de nietige uitvoering werden ingehouden en in beslag werden genomen, onder voorbehoud van vermindering of vermeerdering ten bedrage van … Fr, te vermeerderen met de wettelijke en vergoedende intresten a rato van 0,8% per maand op deze bedragen tot op de dag der integrale betaling;

- in ondergeschikte order te zeggen voor recht dat de administratieve boete ten belope van … Fr. in casu niet toepasselijk is en geïntimeerde te veroordelen tot de teruggave van de onterecht geïnde bedragen. vermeerderd met de wettelijke en vergoedende" intresten a rato van 0,8% per maand;

- in ondergeschikte orde subsidiair voor zover het hof van oordeel zou zijn dat de desbetreffende kan worden opgelegd ze te herlijden in billijkheid tot 10% van de verschuldigde BTW of … Fr. en geïntimeerde te veroordelen tot de teruggave van het teveel geïnde.

De feiten

Voor de feiten, waarvan de materialiteit, trouwens niet wordt betwist verwijst het Hof naar de bestreden beslissing onder "III Aanleiding tot huidig geding"

Belangrijk voor de oplossing van het geschil is dat appellante niet betwist dat één van haar organen welbewust een valsheid in geschrifte heeft gepleegd tegen betaling van een bedrag binnen het kader van een belangrijke Btw-fraude, waaraan appellante medeplichtig is, door middel van de fictieve verkoop en uitvoer van voertuigen Mercedes 600, door een georganiseerde bende.

De discussie

Nopens de middelen van tenuitvoerlegging

In de mate dat appellante de middelen van tenuitvoerlegging, die werden betekend voor de betekening van het dwangbevel, aanvecht, stelt appellante voor het eerst een nieuwe vordering in graad van hoger beroep die niet terug te vinden is in haar dagvaarding.

Hoe dan ook en ongeacht de ontvankelijkheid van een dergelijke vordering, die voor de eerste maal in graad van beroep wordt gesteld, merkt geïntimeerde zeer terecht op dat niet de bodemrechter maar de beslagrechter bevoegd is om de rechtsgeldigheid van de middelen van tenuitvoerlegging, waartegen overigens niet tijdig werd opgekomen, te beoordelen.

Nopens de geldigheid van het dwangbevel

Het dwangbevel werd op 03 oktober 1995 tijdig betekend door een geldig deurwaardersexploot waarop alle essentiële vermeldingen op straffe van nietigheid voorzien door artikel 862 van het Gerechtelijk Wetboek juist werden opgenomen.

Zeer ten onrechte houdt appellante voor dat de verwijzing in dit exploot naar stukken van de procedure van tenuitvoerlegging de nietigheid van het exploot voor gevolg zou hebben.

Het dwangbevel wordt voor het overige noch naar de termijn, noch naar de motivering betwist. Het is dan ook regelmatig.

De eventuele onregelmatigheid van de procedure van tenuitvoerlegging, die aan de betekening van het dwangbevel voorafgaat, blijft zonder invloed op de regelmatigheid van het dwangbevel en het eventueel verschuldigd zijn van de BTW ingevolge de vastgestelde fraude.

Noch de regelmatigheid van de vaststellingen, noch de regelmatigheid van het proces-verbaal noch de werkelijkheid van de fraude worden betwist.

Nopens de boete

In de hypothese dat het dwangbevel regelmatig is, wat hierboven werd aangetoond, betwist appellante niet dat zij de BTW verschuldigd is.

Wel betwist zij de boete.

In zoverre Artikel 70 van het Btw-wetboek zo wordt uitgelegd dat de rechter bij wie het verzet tegen het dwangbevel aanhangig is, op de beslissing een fiscale geldboete op te leggen, een controle met volle rechtsmacht dient uit te oefenen schendt het de artikels 10 en 11 van de Grondwet niet.

Het hof van beroep oefent een controle met volle rechtsmacht uit op de beslissing dergelijke fiscale geldboete op te leggen. De controle met volledige rechtsmacht houdt alleen in dat de rechter de controle uitvoert over het feit of de administratie de wet heeft toegepast binnen de krijtlijnen die door de wetgever werden getrokken. Dit houdt niet in dat de rechter bij zijn beoordeling deze krijtlijnen zou mogen miskennen.

De fiscale geldboete is volledig verantwoord. Appellante heeft wetens en willens deelgenomen aan schijntransacties die er uitsluitend op gericht waren om de gemeenschap op te lichten. Er is geen sprake van leveringen maar alleen van de wil om door middel van valsheden in geschriften en het gebruik daarvan, de controle te verschalken en geld te ontvreemden aan de schatkist.

Appellante kan. als autohandelaar die reeds jaren in de sector werkzaam is, onmogelijk voorhouden dat zij niet zeer goed wist wat zij deed. Er bestaat desbetreffend geen enkele rechtvaardiging om de geldboete, die bepaald werd overeenkomstig de door de wetgever opgelegde grens voor een overtreding gepleegd te kwader trouw, te herleiden.

Niet zonder enige overmoed vraagt appellante de boete te verminderen tot … €, terwijl zij toch dient te weten dat dit bedrag slechts een fractie vertegenwoordigt van de kosten die door de fraude, het onderzoek, het administratief opvolgen van het proces werden veroorzaakt zonder te gewagen van de sanctie, die een dergelijk misdrijf verdient.

Nopens de geldboete voor tergend en roekeloos hoofdberoep

De Belgische staat vraagt geen vergoeding voor tergend en roekeloos beroep.

Indien een geldboete wegens tergend of roekeloos beroep verantwoord kan zijn bepaalt de rechter, overeenkomstig artikel 1072 bis van het Gerechtelijk Wetboek een rechts dag op een nabije datum waarop alleen dit punt zal worden behandeld. De griffier roept de partijen op om te verschijnen op de rechtsdag.

Op deze zitting zal appellante zich verantwoorden over het eventueel tergend en roekeloos karakter van de betwisting nopens de middelen van tenuitvoerlegging en over het verweer gestoeld op de afwezigheid van kwade trouw, de twee pijlers van haar hoger beroep.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Beveelt de heropening der debatten op de openbare terechtzitting van 24 september 2003 om 16.30 uur (40') om de partijen daarvoor opgeroepen door de griffier bij gerechtsbrief, die de volledige tekst van artikel 1072bis van het Gerechtelijk Wetboek bevat. te horen over het eventueel verantwoord zijn van een geldboete wegens tergend en roekeloos hoofdberoep en over dit punt alleen.

Veroordeelt appellante tot de kosten, begroot in graad van hoger beroep op € … voor appellante en op € … voor geïntimeerde.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de toegevoegde kamer "6S" van het hof van beroep te Brussel, op 28.05.2003.

Alwaar aanwezig waren en zitting namen :

- K. V. H. voorzitter

- Cl. V. plaatsvervangend raadsheer,

- S. V. d. J. plaatsvervangend raadsheer,

- C. D. N. griffier

C. D. N. S. V. d. J. Cl. V. K. V. H.

Textes cités

2
CTVA art. 701 occurrence
CTVA art. 851 occurrence

Décisions similaires

8