Disposition pénale, amende administrative · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Gand 13 septembre 2005

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrativeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-cour-appel-gand-2005-09-13-4b22

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Gand
Date
13 septembre 2005

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

55 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 13.09.2005

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Hof van beroep te Gent, 5be kamer, terechtzitting van 13-09-2005

BELASTINGEN

Nr. 20O1/AR/1225

in de zaak van :

DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Administratie van de Ondernemings- en lnkomensfiscaliteit, vertegenwoordigd door en op benaarstiging van de Heer Gewestelijk Directeur a.i. R. D. van het Controlecentrum Gent II, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9000 GENT, Ramen 1,

appellant,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. V. I. loco mr. P. M., advocaat te …, …

tegen :

T. H., koerier, wonende te …, …,

geïntimeerde,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. R. S., advocaat te …, …,

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

1. Ingevolge controle van de AOIF werd vastgesteld, en niet betwist door de geïntimeerde, dat hij over de periode van 1.1.1995 tot 31.12.1996 nog een bedrag aan BTW verschuldigd was aan de appellant van … BEF (… EUR), dit ingevolge (zie de correctieopgave, stuk 1 van de appellant) :

- een te hoge aftrek van BTW voor de personenwagen, die deels voor privé­doeleinden werd gebruikt; regularisatie van deze te hoge aftrek resulteerde in een verschuldigde BTW van … BEF (… EUR.);

- een onjuiste, te lage aangifte van de omzet, wat na regularisatie resulteerde in een verschuldigde BTW van … BEF (… EUR).

Aan de geïntimeerde werd voor deze inbreuken een (overeenkomstig het KB nr. 41 verminderde) geldboete opgelegd van … BEF (… EUR), berekend als volgt (zie de conclusie van de appellant neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 5.9.2002, p. 2); … BEF (… EUR) voor het tekort van … BEF (… EUR) + … BEF (… EUR), hetzij samen … BEF (… EUR), bedrag dat normaal overeenkomstig artikel 4, § 1 van het KB nr. 41 moest verminderd worden tot … BEF (… EUR) maar per vergissing werd afgerond naar … BEF (… EUR).

Bij verzoekschriH neergi:legd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 6. 7. l !J99 vordt:nJe tk� g1Jntimecrdc de k\vijtschclding van deze g1:ldboete.

Bij vonnis van 22.3.2001 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde kamer, werd de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard en werd beslist tot kwijtschelding van de boete, kosten lastens de appelant.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 23.5.2001 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Het blijkt niet dat dit vonnis werd betekend.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

De appellant vordert de vernietiging van het bestreden vonnis en dat de boete van … BEF (… EUR) zou worden behouden, kosten lastens de geïntimeerde.

De geïntimeerde van zijn kant vordert voor het Hof van beroep (zie zijn conclusie neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 18.11.2003).

"

Het vonnis a quo te bevestigen,

Dienvolgens,

Concluant (d.i. de geïntimeerde) kwijtschelding te verlenen van de administratieve boete van … EUR (destijds : … BEF), hem opgelegd bij betalingsbericht van 12 april 1999 (referentie : …) en dienvolgens de terugbetaling te bevelen van alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd, verhoogd met de burgerlijke intresten sedert de datum van betaling”.

Aldus wordt impliciet incidenteel beroep aangetekend met het oog op uitbreiding van de vordering van de geïntimeerde.

De geïntimeerde voert aan dat te weinig omzet werd aangegeven ingevolge overmacht. Hij zet uiteen dat de maandaangiftes inzake BTW werden gedaan op basis van maandtickets afgeleverd door de computerkassa, zijnde de som van de dag tickets. Voor bepaalde maanden werd de som van de dagtickets niet correct gemaakt op de dag tickets, dit ten gevolge van een defect aan de computerkassa (de batterij van het geheugen van de computer diende vervangen te worden), aldus stelt de geïntimeerde. Dit maakt volgens de geïntimeerde de situatie van overmacht uit die geleid heeft tot aangifte van een te lage omzet.

Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de mens niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Terecht wijst de appellant er op dat, aangenomen dat de vergissing wel gevolg is van een defect in de computer zoals de geïntimeerde voorhoudt, de vergissing in de maandaangifte had kunnen voorkomen worden indien de geïntimeerde een dagboek van ontvangsten had bijgehouden zoals voorzien bij artikel 14, § 2, 3° van het KB nr. 1 van 29.12.1992, en de werkelijke ontvangsten (niet die volgens computer) had ingeschreven, in plaats van enkel op de computergegevens te betrouwen.

Overmacht is dan ook niet aangetoond.

Uit het feit dat de controlerende ambtenaar de geïntimeerde heeft geholpen door voor hem een model van verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de boete op te stellen, kan niet afgeleid worden dat deze ambtenaar in een of andere zin standpunt heeft ingenomen met betrekking tot de beweerde overmacht situatie of de goede trouw van de geïntimeerde.

De boete aan de geïntimeerde opgelegd in toepassing van artikel 70, § 1 BTW­wetboek is een fiscale sanctie met strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM (Verdrag van 1.11.1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome, goedgekeurd bij wet van 13.5.1955). Ter eerbiediging van artikel 6 EVRM dient het Hof bevoegd geacht te worden het opleggen van dergelijke boete te controleren met volle rechtsmacht, en de beslissing daaromtrent op alle punten, zo in feite als in rechte, te hervormen (zie EHRM, 4.3.2004, Silvester's Horeca Service t/ België, www.ehr.coe.int. ). Het Hof kan onder meer nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen, wat ook inhoudt dat het Hof mag nagaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk en de administratie naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van de in betwisting zijnde administratieve boete (vergelijk Cass. 24.01 2002, Pas 200, nr. 51 p 226 en met Cass. 21.01.2005, rolnr. C020572N, www.cass.be ).

Rekening houdend met het miniem impact van de te hoge aftrek voor de personenwagen op de boete, is deze boete onevenredig met de door de geïntimeerde begane overige inbreuken. Het is aanneembaar dat de geïntimeerde vertrouwen gehad heeft in de berekeningsresultaten van het computersysteem, berekeningswijze waar de administratie in het verleden “nooit moeilijk over gedaan … heeft” (zie de conclusie voor de appellant neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 16.1.2004, p. 2), en gemeend heeft zich op dit systeem te kunnen betrouwen. In acht genomen deze gegevens gaat het om een lichte inbreuk waarmee de opgelegde boete niet in verhouding staat.

Voor deze inbreuk en de inbreuk wegens te hoge aftrek personenwagen is een boete van … BEF (… EUR) in redelijkheid gerechtvaardigd.

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

HET HOF, recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen.

Ontvangt het hoger beroep en het incidenteel beroep.

Verklaart het hoger beroep deels gegrond.

Doet het bestreden vonnis teniet behoudens waar het de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ontvankelijk verklaart en opnieuw wijzende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde, zoals uitgebreid, deels gegrond.

Zegt voor recht dat de opgelegde boete dient te worden herleid tot … BEF (… EUR), en beveelt de teruggave van het eventueel teveel betaalde meer de gerechtelijke intrest aan de rentevoet in burgerlijke zaken vanaf 7.8.2002, datum van instellen van de vordering tot teruggave.

Veroordeelt de appellant en de geïntimeerde elk tot de helft van de kosten in beide aanleggen, als volgt begroot :

- aan de zijde van de appellant op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR;

- aan de zijde van de geïntimeerde op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent vijfde kamer bis, op DERTIEN SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN VIJF.

Aanwezig de Heren :

G. T., Raadsheer, waarnemend Voorzitter, aleensprekend,

M. V., griffier.

M. V. G. T.

Textes cités

3
AR no 1 art. 141 occurrence
AR no 41 art. 41 occurrence
CTVA art. 701 occurrence

Décisions similaires

8