Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 24.04.2002
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vierentwintig april tweeduizend en twee in openbare zitting van de 9 B kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :
Mw. G. B., enig rechter,
Dhr. Y. B., griffier.
In zake : AR 97/1702/A
[…] ..., wonende te …, …
EISER OP VERZET
voor wie Meester E. S. optreedt, advocaat loco Meester B. C. advocaat, kantoorhoudend te …, ….
tegen :
de BELGlSCHE STAAT, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 73.
VERWEERSTER OP VERZET
voor wie Meester J. P. optreedt, advocaat loco Meester M. V. H., advocaat, kantoorhoudend te …, ….
Gelet op de proceduredocumenten, inzonderheid de inleidende dagvaarding van 14 maart 1997;
Gelet op het tussenvonnis van de 9 B Kamer van 18 met 1999;
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nr. 974/98 d.d. 3/5/1998 en nr. 1103/97 d.d. 17/06/1997 en de wetten van 26/6/2000 en 30/6/2000 ter invoering van de euro;
Gehoord partijen in hun middelen en besluiten, ontwikkeld ter zitting van 27 februari 2002;
Voor wat de uiteenzetting van de aan deze zaak ten grondslag liggende feiten betreft, verwijst de rechtbank naar het tussenvonnis dat eerder werd gewezen.
In de in zijn conclusie opgenomen argumentatie houdt eiser op verzet in eerste instantie voor dat de motivering zoals die werd gegeven in het dwangbevel van 19 februari 1997 met daaraan gehecht het proces-verbaal van 4 november 1996 niet zou voldoen aan de vereisten van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.
Meer bepaald zou de Administratie bij de motivering geen rekening hebben gehouden met het feit dat eiser op verzet in de loop van het fiscaal onderzoek zijn verklaringen wijzigde. Waar eiser op verzet aanvankelijk voorhield dat de aan hem gefactureerde goederen bestemd waren voor privégebruik, wijzigde hij nadien deze verklaring en stelde hij dat de leveringen in werkelijkheid uitgingen van BVBA A.-V. aan haar afnemers.
De rechtbank volgt eiser op verzet niet in deze argumentatie.
Uit het proces-verbaal dat voorligt blijkt dat de Administratie in haar motivering is uitgegaan van een aantal feitelijke vaststellingen - met name documenten die door haar werden aangetroffen op de zetel van BVBA A.-V. - die zeer gedetailleerd worden vermeld en die als basis dienen voor de toepassing van de fiscale wetsbepalingen die ook worden vermeld en die eiser op verzet als belastingplichtige aanduiden.
Deze motivering laat eiser op verzet in ieder opzicht toe zijn verweer met kennis van zaken te voeren.
Voor de geldigheid van demotivering is het geenszins vereist dat de Administratie - naast de vermelding van de feitelijke en juridische bestanddelen van haar beslissing - bovendien ook nog zou ingaan op de diverse verklaringen die de als belastingplichtige aangeduide persoon in de loop van het onderzoek aflegde.
Bijkomend stelt eiser op verzet dat hij niet als belastingplichtige kan worden aangemerkt, nu hij slechts als handelsvertegenwoordiger in ondergeschikt verband zijn diensten ter beschikking van zijn werkgever zou hebben gesteld.
Uit de gegevens die voorliggen blijkt dat eiser op verzet met kennis van zaken de facturen op zijn naam liet opstellen. Terloops wijst de rechtbank er op dat eiser op verzet dit ook erkende in het kader van de strafprocedure die tegen hem werd gevoerd en waarbij hem als sanctie het voordeel van de opschoning werd verleend.
In die omstandigheden wordt eiser op verzet in toepassing van artikel 13, § 2 BTW-wetboek terecht als commissionair aanzien en is hij op die basis belastingplichtig. De Administratie kan zich wel degelijk beroepen op het vermoeden van artikel 65, § 1 van het BTW-wetboek zodat het aan eiser op verzet is om aan te tonen dat de bestemming van de op de leveringsnota's vermelde goederen de BTW niet eisbaar maakt.
Eiser op verzet houdt verder voor aanspraak te kunnen maken op de aftrek van de BTW over de inkomende handeling.
Het is aan eiser op verzet om aan te tonen dat werd voldaan aan de voorwaarden opdat de BTW-aftrek mogelijk zou zijn, hetgeen eiser op verzet tot op heden niet heeft gedaan.
De rechtbank is ten slotte van oordeel dat er geen grond is tot het verminderen van de opgelegde boete.
Eiser op verzet erkende in het kader van de strafprocedure met kennis van zaken de facturen en nota's op zijn naam te hebben laten opstellen, hetgeen zijn goede trouw reeds uitsluit.
Verder staat vast dat overtredingen als deze op de BTW-wet aan de gemeenschap een zeer ernstige schade toebrengen en dat - met het oog op het herstel van deze evidente schade - de opgelegde boete niet als overdreven voorkomt.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Verklaart het verzet ontvankelijk doch ongegrond,
Veroordeelt eiser op verzet tot de kosten van het geding, aan de zijde van verweerster op verzet begroot op … euro rechtsplegingsvergoeding.
Y. B. G. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.