Démolition et reconstruction conjointe de bâtiments dans certaines zones urbaines · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2023.0676 5 décembre 2023

Rechercher
Texte en néerlandais

Démolition et reconstruction conjointe de bâtiments dans certaines zones urbainesTVA - Taux - Démolition et reconstruction conjointe de bâtiments dans certaines zones urbaines - Articles 37 et 38 du C.TVA - Rubrique XXXVII du tableau A de l’annexe de l’AR no 20

https://juriel.be/fr/rulings/2023-0676-taux-demolition-reconstruction-conjointe-batiments-dfec

Numéro
2023.0676
Date
5 décembre 2023

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

112 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2023.0676 du 05.12.2023

TVA · Taux · Démolition et reconstruction conjointe de bâtiments dans certaines zones urbaines · Articles 37 et 38 du C.TVA · Rubrique XXXVII du tableau A de l’annexe de l’AR n° 20

Résumé

Cette demande de décision anticipée concerne la réalisation d’un développement urbain sur un ancien site industriel et a été déposée au nom des sociétés X et Y qui agissent en qualité de demandeurs du ruling au nom des sociétés de projet SPV A et SPV B qui doivent encore être constituées.

Dans les circonstances de fait données, le taux réduit de TVA à 6 % s'applique, conformément à la rubrique XXXVII du tableau A de l'annexe de l'AR TVA n° 20, en exécution de l’article 37 du CTVA, aux travaux immobiliers et aux autres opérations énumérées dans la rubrique XXXI, § 3, 3° à 6°, qui seront réalisés pour les sociétés de projet qui doivent encore être constituées et qui concernent des unités d’habitation (β nombre d’unités d’habitation, en particulier ɣ nombre de studios et δ nombre d’appartements) des projets A et B (dans les conditions prévues dans la rubrique XXXVII et à l'exclusion, bien entendu, des opérations énumérées dans la rubrique XXXVII, alinéa 3, points 1°, 2° et 3°) pour la réalisation du projet « P » situé à J.

Ce régime permanent pour la démolition de bâtiments et la reconstruction d’habitations applicable dans les 32 villes centrales et leur communes fusionnées conformément à la rubrique XXXVII précitée pourrait être remplacé par le législateur par un nouveau régime permanent pour lesdites démolition et reconstruction visées sous d’autres conditions d’application, auquel cas le législateur pourrait éventuellement prévoir une mesure transitoire permettant à certains projets en cours, le cas échéant, de rester éligible à ce régime permanent pendant une période déterminée et sous certaines conditions (temporelles) conformément à la rubrique XXXVII précitée.

Conformément à la rubrique XXVIII précitée, le taux réduit de TVA à 6 % n’est pas applicable et le taux normal de 21 % est donc d’application pour la construction de l’espace commercial du projet A et la construction de l’espace pour des équipements collectifs du projet B.

Dans le cadre des travaux des parties communes des bâtiments en question, une subdivision sera faite sur la base d’une clé de répartition sur la base de la superficie pour appliquer uniquement le taux réduit de TVA à 6 % visé sur la quotité qui appartient aux unités d'habitation résidentielles visées.

La présente décision anticipée est exclusivement valable pour les travaux, tels que visés ci-dessus, pour lesquels la TVA n’est pas encore exigible conformément à l’article 22, § 1er et 22bis du CTVA en date de la présente décision.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing heeft betrekking op het realiseren van een stedelijke ontwikkeling op een voormalige bedrijfssite en wordt ingediend in naam van vennootschappen X en Y die optreden als aanvragers van de ruling namens de nog op te richten projectvennootschappen SPV A en SPV B.

2. De heer P O en diens onderneming Y zijn eigenaar van vier kadastrale percelen gelegen te J.

• Op het perceel v (nummer r) bevindt zich op heden een industrieel afbraakpand. Dit perceel is in eigendom van Y.

• Op het perceel w (nummer s) bevindt zich op heden een industrieel pand, bestaande uit meerdere gebouwen. Dit perceel is in eigendom van de heer P O in persoonlijke naam.

• Op het perceel x (nummer t) bevindt zich op heden een industrieel pand. Dit perceel is in eigendom van Y.

• Op het perceel y (nummer u) bevindt zich op heden een gebouw met een ruimte en alfa aantal appartementen. Dit perceel wordt in mede-eigendom aangehouden door Y en de heer P O.

3. Op deze site zal een vastgoedproject (project ‘P’) worden ontwikkeld. Dit betreft een gezamenlijke ontwikkeling tussen Y respectievelijk de heer P O als grondeigenaar, en X als professionele partij die instaat voor met name het ontwikkelingstraject (i.e. vergunning, aanbesteding en opvolging van de bouwwerkzaamheden).

In concreto bestaat deze ontwikkeling uit drie deelprojecten:

– project A (met betrekking tot kadastraal perceel nummer r en deels kadastraal perceel nummer t);

– project B (met betrekking tot kadastraal perceel nummer t en deels kadastraal perceel nummer r), en;

– project C (met betrekking tot kadastrale percelen nummer u en nummer v).

4. Per deelproject zal een afzonderlijke vennootschap (‘SPV’) worden opgericht die zal instaan voor de realisatie van het vastgoedproject, met name SPV A voor project A, SPV B voor project B en SPV C voor project C. Deze drie SPV’s zullen worden opgericht door X (voor 50%) en Y (voor 50%).

In het kader van deze rulingaanvraag wordt uitgegaan van afzonderlijke SPV’s voor de bedoelde deelprojecten.

5. Met het oog op de realisatie van projecten A en B zal de heer P O het perceel x (nummer t) inbrengen in Y, dat dit perceel alsook het perceel v (nummer r) op haar beurt zal inbrengen in de nieuw op te richten vennootschappen, SPV A respectievelijk SPV B.

X heeft in dit kader de kosten voor ontwerp en vergunningaanvraag ten laste genomen. Deze kosten zullen aan de respectieve projectvennootschappen worden doorgerekend. De eigenlijke afbraak- en heropbouwwerken zullen door de aannemers rechtstreeks aan de projectvennootschappen worden gefactureerd.

6. Onderhavige rulingaanvraag beperkt zich tot de residentiële wooneenheden in de projecten A en B. Deze projecten zullen bestaan uit bèta aantal wooneenheden (i.e. gamma aantal studio’s en delta appartementen), een handelsruimte en een ruimte voor collectieve voorzieningen.

Het betreft enerzijds de afbraak van het pand (gelegen op het perceel v) en de heropbouw tot een appartementsblok en anderzijds de quasi volledige afbraak van het industrieel pand (gelegen op het perceel w) en de heropbouw tot een appartementsblok. Het industrieel pand zal namelijk quasi volledig worden afgebroken, met uitzondering van de voorgevel die zal blijven staan (‘façadisme’).

Na de afbraak c.q. ingrijpende verbouwing van deze gebouwen, zullen twee nieuwe appartementsblokken worden opgericht op de twee relevante kadastrale percelen (met name een appartementsblok in project A en een appartementsblok in project B).

In project A zal op de gelijkvloerse verdieping ook a m² commerciële ruimte worden voorzien. In project B zal op de gelijkvloerse verdieping b m² worden voorzien voor collectieve voorzieningen. De concrete bestemming hiervan moet nog worden ingevuld.

7. De aanvraag om de omgevingsvergunning met betrekking tot de bedoelde handelingen is bij de bevoegde overheid ingediend vóór 01.01.2024.

II. Vraagstelling

8. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, wenst de aanvrager van de DVB bevestiging te verkrijgen dat de hierna bedoelde afbraak- en heropbouwwerken die in het kader van het project ‘P’ te J verricht zullen worden ten behoeve van de nog op te richten projectvennootschappen en die betrekking hebben op eenheden en delen van het gebouw die bestemd zijn voor bewoning, onderworpen zijn aan het verlaagde btw-tarief van 6% voor de afbraak en heropbouw van gebouwen in bepaalde stadsgebieden zoals voorzien door rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20.

III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

9. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Afbraak van gebouwen en daarmee gepaard gaande heropbouw van woningen in bepaalde stadsgebieden (rubriek XXXVII, tabel A, Btw-KB nr. 20): algemeen

10. Onder de in deze rubriek XXXVII omschreven voorwaarden is de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% mogelijk op het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, die tot voorwerp hebben de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van gebouwen, in de vorm van huizen of appartementen, in 32 stedelijke centra en hun fusiegemeenten.

In het kader van deze regeling wordt geen enkele voorwaarde van sociale aard opgelegd.

III.A.1. Toepassingsvoorwaarden van voornoemde rubriek XXXVII

11. Het voordeel van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% is onderworpen aan het gezamenlijk vervullen van de volgende voorwaarden:

• de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt. In dit kader werd geoordeeld dat het verlaagde btw-tarief ook van toepassing is als het afgebroken gebouw geen woning is (een garagegebouw of een gebouw dat gebruikt werd voor industriële, artisanale, handels- of landbouwdoeleinden of als kantoorruimte) zolang er maar een woning (bijvoorbeeld een appartementsgebouw) wordt heropgebouwd en de andere voorwaarden uiteraard vervuld zijn;

• de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de grote steden opgesomd in de Koninklijke Besluiten van 12.08.2000, 26.09.2001 en 28.04.2005 ter uitvoering van artikel 3 van de Wet van 17.07.2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid.

Het volstaat dat de woning gelegen is op het grondgebied van één van de limitatief opgesomde steden of gemeenten (1).


[(1) Parl. Vr. nr. 1647 MUYLLE 23.04.2007, Vr. en Antw. Kamer 2006-2007, nr. 164, 32168.]


• de bouwheer moet de volgende formaliteiten vervullen:

i. vooraleer de btw opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22, § 1 en 22bis W.BTW, bij het btw-controlekantoor van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring moet vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning te worden gebruikt en moet vergezeld zijn van een afschrift van de bouwvergunning en het (de) aannemingscontract(en);

ii. aan de dienstverrichter een afschrift van deze verklaring overhandigen;

• het tijdstip waarop de btw opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22, § 1 en 22bis W.BTW, moet zich voordoen uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw.

De toepassingsperiode voor het verlaagde btw-tarief wordt dus beperkt tot 31 december van het jaar waarin het afgebroken en heropgerichte gebouw voor het eerst in gebruik wordt genomen. De afwerking die in die periode wordt verricht, valt in principe onder het verlaagde btw-tarief, voor latere werken geldt het standaard btw-tarief;

• de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift van de hiervoor bedoelde verklaring, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagde btw-tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

III.A.2. Uitsluitingen van de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief

12. Het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII is in geen geval van toepassing op:

• werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna’s, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties;

• de gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.

III.B. Toepassing in casu

13. SPV A en SPV B zullen optreden als bouwheer van de afbraak- en oprichtingswerken. De werken inzake afbraak en heropbouw zullen dus door de verschillende aannemers gefactureerd worden aan SPV A en SPV B.

14. In project A zal naast residentiële wooneenheden (die met vrijstelling van btw zullen worden verhuurd) ook een commerciële ruimte worden opgericht, die in principe btw-belast zal worden verhuurd overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW.

Bijgevolg zal SPV A de hoedanigheid van een gemengde belastingplichtige bezitten, zodat de werken met verlegging van heffing aan SPV A moeten worden gefactureerd. SPV A zal ook haar recht op btw-aftrek kunnen uitoefenen, maar enkel in de mate dat de werken betrekking hebben op de commerciële ruimte, gelet op de (naar objectieve maatstaven aantoonbare) intentie van SPV A om de commerciële ruimte btw-belast te verhuren. In de mate dat de werken betrekking hebben op de residentiële wooneenheden, zal SPV A de btw niet in aftrek kunnen brengen.

15. In project B zal naast residentiële wooneenheden ook een ruimte voor collectieve voorzieningen worden voorzien. Momenteel worden alle ruimtes bestemd voor van btw vrijgestelde onroerende verhuur, waardoor SPV B in eerste instantie niet zal beschikken over een btw-identificatienummer.

De afbraak- en heropbouwwerken zullen dus zonder verlegging van heffing aan SPV B worden gefactureerd en SPV B zal de btw geheven van de werken niet in aftrek kunnen brengen. Afhankelijk van de bestemming van de ruimte voor collectieve voorzieningen kan de btw-hoedanigheid van SPV B, en de overeenkomstige mate van uitoefening van btw-aftrek, nog wijzigingen ondergaan in de toekomst.

16. In de relatie tussen SPV A en SPV B en de aannemers kan toepassing worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% voor afbraak en heropbouw van gebouwen in stadsgebieden als bedoeld in rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage van het Btw-KB nr. 20 voor de delen van de nieuwe gebouwen die voor bewoning worden bestemd.

Het oprichten van een woongebouw komt slechts voor de toepassing van het 6%-tarief overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII in aanmerking als het de heropbouw betreft van een gebouw dat als privéwoning wordt gebruikt en als de bouwheer, met het oog op die heropbouw, het gebouw van het perceel waarvan hij eigenaar was zelf afbreekt of dit voor zijn rekening laat doen en op voorwaarde dat het herop te bouwen gebouw wordt opgericht op hetzelfde kadastrale perceel zonder dat het gebouw echter op dezelfde plaats als het gesloopte pand moet worden heropgebouwd (2).


[(2) Mond. Vr. nr. 13883 ARENS 23.06.2009, Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën en Begroting, Com. 601, 10.]


III.B.1. Ligging van de projectsite

17. Het project in kwestie wordt gerealiseerd te J. Omdat J één van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is die is opgenomen in de Koninklijke Besluiten van 12.08.2000, 26.09.2001 en 28.04.2005 ter uitvoering van artikel 3 van de Wet van 17.07.2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid (3), is voldaan aan deze voorwaarde.


[(3) J wordt ook opgelijst in de administratieve toelichtingen omtrent de toepassing van rubriek XXXVII, tabel A, Btw-KB nr. 20, zie Circulaire nr. AFZ 3/2007 (AFZ/2006-0362 - AFZ/2006-0718) van 15.02.2007, randnr. 79.]


III.B.2. Afbraak van gebouwen en daarmee gepaard gaande heropbouw van woningen – volledige of wezenlijke afbraak: gelijkstelling van ingrijpende verbouwing (die niet in hoofdzaak steunt op de oude dragende structuur) met afbraak en heropbouw

18. De bouwheer-opdrachtgever moet het gebouw in principe volledig (laten) slopen in die zin dat het betrekking moet hebben op een volledig gebouw. Hiermee wordt niet bedoeld dat het gebouw volledig wordt gesloopt, maar wel dat de afbraak het volledige gebouw moet affecteren.

De btw-administratie doet niettemin een toegeving. Een ingrijpende verbouwing van een oud gebouw waarbij de werken ingevolge afbraak niet meer op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het oude gebouw, en daardoor niet in aanmerking komen voor de toepassing van het 6%-tarief voor de renovatie van woningen overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 ingevolge de aard en de omvang van de afbraakwerken (4) wordt voor de toepassing van de regeling van voornoemd rubrieken XXXVII gelijkgesteld met de afbraak en heropbouw van een gebouw (5). Een wezenlijke afbraak wordt dus aanvaard door de btw-administratie. Het gaat om een feitenkwestie die geval per geval moet worden beoordeeld.


[(4) Het criterium in de bedoelde rubriek XXXI heeft immers betrekking op de aard en de omvang van de uitgevoerde werken (eenvoudige verbouwing, renovatie, rehabilitatie maar geen afbraak en heropbouw) en niet op het uiteindelijk uitzicht of het behoud van de bestemming van het goed.]

[(5) Zie per analogiam Cass. 25.06.2020, rolnr. F.19.0069.N of Cass. 21.10.2022, rolnr. F.21.0053.N.]


Er kan worden beschouwd dat aan de voorwaarde van die tolerantie is voldaan als meer dan de helft van de oude dragende muren na de uitvoering van de werken werd afgebroken (niet overgebleven of behouden is).

Bijgevolg kan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig deze rubriek XXXVII ook worden toegepast bij een dergelijke ingrijpende verbouwing (6).


[(6) Informaties en Mededelingen 22.06.07/1 (E.T. 112.400), nr. 2.2., tweede lid, eerste bullet point jo. derde lid; zie ook Informaties en Mededelingen 20.02.2009, punt 11.]


19. Het pand gelegen op het perceel te v zal volledig worden afgebroken. Het volstaat dat deze wooneenheden op hetzelfde kadastrale perceel gelegen zullen zijn als degene waarop het oorspronkelijke gebouw zich bevindt.

Het gebouw gelegen op het perceel te w zal quasi volledig worden afgebroken, met uitzondering van de voorgevel die blijft staan (‘façadisme’). Deze voorgevel heeft geen dragende functie meer. Er wordt namelijk achter de bestaande muur een nieuwe muur in kalkzandsteen opgericht en het is op deze nieuwe muur dat de betonnen vloerplaat rust. De bestaande voorgevel die behouden wordt, dient verankerd te worden in de nieuwe muur om te vermijden dat hij zou omvallen. Het gegeven dat dit gebouw niet volledig zal worden afgebroken, vormt in casu echter geen beletsel voor de toepassing van dit 6%-heropbouwtarief. Dit wordt in de administratieve richtlijnen uitdrukkelijk bevestigd (7).


[(7) Ibidem.]


In casu is er duidelijk sprake van een ingrijpende verbouwing, zoals hiervoor bedoeld, van een oud gebouw. Door de afbraak van het overgrote gedeelte van het handelspand en de gezinswoning, is het immers duidelijk dat de werken niet meer op een relevante wijze zullen steunen op de oude dragende muren en de wezenlijke elementen van de structuur (zoals de betonnen fundering en het dak) van het pand. De gelijkstelling met afbraak en heropbouw van een gebouw vindt in de omstandigheden eigen aan de zaak dan ook toepassing.

20. De aanvrager bevestigt dat de heropgebouwde wooneenheden uitsluitend of hoofdzakelijk als privéverblijf zullen worden gebruikt.

Er is geen enkele beperking qua oppervlakte van de nieuw opgerichte wooneenheden. Het is ook niet vereist dat het gaat om de enige en hoofdzakelijk eigen woning, of nog, dat de bouwheer er zijn domicilie moet vestigen.

Op de gelijkvloerse verdieping in project A zal ook een commerciële ruimte worden voorzien en in project B zullen collectieve voorzieningen worden voorzien. Het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII is in geen geval van toepassing op de werken in onroerende staat (aannemingswerken) die betrekking hebben op de bouw van de commerciële ruimte en de collectieve voorzieningen. In de mate dat de aannemingswerken hierop betrekking hebben, zal het standaardtarief van 21% worden toegepast.

III.B.3. Hoedanigheid van bouwheer

21. De regeling voor de 32 centrumsteden en hun fusiegemeenten slaat op werk in onroerende staat (aannemingswerken) voor de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning, in opdracht van een bouwheer die een natuurlijke persoon of een rechtspersoon kan zijn. Alleen de bouwheer (met name degene die het gebouw laat afbreken en heroprichten) kan, indien alle voorwaarden zijn vervuld, zich beroepen op het voordeel van het 6% heropbouwtarief overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII.

22. De bouwheer, die moet instaan voor afbraak en heropbouw, moet niet per se een privépersoon zijn die de woning zelf betrekt voor de toepassing van het bedoelde 6%-tarief.

Zo wordt in de administratieve Informaties en Mededelingen van 22.06.2007 (E.T. 112.400) gesteld dat er geen enkel onderscheid moet worden gemaakt naargelang de bouwheer een beroepsoprichter, een toevallige oprichter of een onderneming is waarvan de economische activiteit bestaat in het verhuren van privéwoningen.

23. De bouwheer kan een (in casu de facto economisch) projectontwikkelaar zijn die het herop te richten gebouw bestemt voor particuliere, reguliere verhuur (8), zoals in het onderhavige geval.


[(8) Parl. Vr. nr. 507 VAN DER MAELEN 04.06.2009, Vr. en Antw. Kamer, 2007-2008, nr. 52-017.]


III.B.4. Voorgaand gebruik en significante omvang van de afbraakpanden – evenredigheidsverhouding

24. Het voorgaande gebruik van het te slopen gebouw vóór de sloop alsook de ouderdom ervan zijn van geen belang.

25. Het gesloopte gebouw moet een gebouw zijn in de zin van artikel 1, § 9, 1° W.BTW dat is opgetrokken in duurzame materialen en dat een significante omvang (9) heeft, desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en) (10).


[(9) Mond. Vr. nr. 13.833 ARENS 23.06.2009, Beknopt Verslag, COM 601, 10; Mond. Vr. nr. 27.388 VAN BIESEN 24.10.2018, Beknopt Verslag, COM 986, 12]

[(10) Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/1 e.v.; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.]


Dit is en blijft een feitenkwestie en de beoordeling gebeurt dan ook geval per geval.

Het afgebroken gebouw en de heropgebouwde woning(en) mogen onderling in omvang verschillen.

26. Het betreft enerzijds de afbraak van het pand (gelegen op het perceel te v) en de heropbouw tot een appartementsblok en anderzijds de quasi volledige afbraak van het industrieel pand (gelegen op het perceel te w) en de heropbouw tot een appartementsblok.

27. De af te breken gebouwen hebben genoeg significante omvang, ook in verhouding tot het te realiseren vastgoedproject.

III.B.5. Formaliteiten en timing

28. De aanvrager maakt zich sterk dat de in voornoemde rubriek XXXVII, tweede lid, punten 4° tot en met 6° bepaalde formaliteiten en timing zullen worden nageleefd bij de commercialisatie van dit project. Dit betreft in het bijzonder het voorafgaand indienen van de (elektronische) verklaring 111/4 via het portaal van MyMinfin met de omgevingsvergunning als enige bijlage.

IV. Conclusie

29. In de gegeven feitelijke omstandigheden is het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, in uitvoering van artikel 37 W.BTW, van toepassing op het werk in onroerende staat en de overige handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° die zullen worden verricht ten behoeve van de nog op te richten projectvennootschappen en die betrekking hebben op de residentiële wooneenheden (bèta aantal wooneenheden, met name gamma aantal studio’s en delta aantal appartementen) in projecten A en B (onder de in rubriek XXXVII gestelde voorwaarden en met uitsluiting uiteraard van de handelingen vermeld in het derde lid, punten 1°, 2° en 3° van rubriek XXXVII) tot realisatie van het project ’P’ gelegen te J.

30. Deze permanente regeling voor afbraak van gebouwen en heropbouw van woningen die van toepassing is in de 32 centrumsteden en hun fusiegemeenten overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII zou door de wetgever kunnen worden vervangen door een nieuwe permanente regeling voor de bedoelde afbraak en heropbouw onder andere toepassingsvoorwaarden, in welk geval de wetgever eventueel zou kunnen voorzien in een overgangsmaatregel waardoor bepaalde lopende projecten desgevallend in aanmerking zouden kunnen blijven komen voor de bestaande permanente regeling overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII gedurende een bepaalde periode onder bepaalde (temporele) voorwaarden.

31. Het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII geldt niet en het standaardtarief van 21% is dus van toepassing voor de bouw van de commerciële ruimte in project A en de bouw van de ruimte voor collectieve voorzieningen in project B.

32. Voor de werken aan de gemene delen van de gebouwen in kwestie zal een uitsplitsing worden gemaakt op basis van een verdeelsleutel berekend op basis van oppervlakte om het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% enkel toe te passen op de quotiteit die toebehoort aan de bedoelde residentiële wooneenheden.

33. Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig voor de werken, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 22, § 1 en 22bis W.BTW op datum van deze beslissing.

34. Met deze beslissing doet het College van de DVB geen uitspraak over artikel 26 WIB92 inzake abnormale of goedgunstige voordelen of artikel 79 WIB92, met betrekking tot de doorgerekende kosten tussen ondernemingen die zich in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevinden.

Textes cités

3
CTVA art. 372 occurrences
CTVA art. 221 occurrence
CTVA art. 381 occurrence

Doctrine administrative

1

Voir le document