Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2020.1773 du 17.11.2020
IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale
DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport de biens mobiliers · Branche d’activité
Résumé
La scission partielle de la SARL X, par laquelle l'activité d'exploitation est transférée à une nouvelle société à créer et le bien immobilier utilisé à des fins commerciales est conservé par la société partiellement scindée, afin de régler le transfert vers la génération suivante, répond aux dispositions de l'article 183bis, CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l'article 211, § 1, CIR 92.
La scission partielle planifiée relève du champ d'application de l'article 115 C. enr. Féd.
Le transfert de la division commerciale doit avoir lieu conformément aux articles 11 et 18, § 3, C.TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:
12.1. de partiële splitsing van de BV X waarbij zij haar operationele activiteit overdraagt aan een nieuw op te richten vennootschap (Newco), beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;
12.2. de partiële splitsing onder de toepassing valt van artikel 115, W.Reg.;
12.3. de partiële splitsing onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.
II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers
2. De BV X is een exploitatievennootschap, die tevens het bedrijfsmatig onroerend goed bezit waarin ze haar activiteiten uitoefent. De aandelen worden quasi volledig aangehouden door de heer P; zijn kinderen bezitten elk één aandeel.
3. De heer P wenst een regeling te treffen voor zijn opvolging door de volgende generatie. In het kader hiervan zal de BV X partieel gesplitst worden waarbij de exploitatieactiviteit en alle activa en passiva die ermee verband houden, alsook een deel van de liquide middelen, worden overgedragen aan een nieuwe vennootschap (Newco) tegen uitgifte van aandelen in de newco. Het vastgoed en alle ermee samenhangende activa en passiva, alsook een deel van de liquide middelen blijven behouden in de BV X. Deze verrichting laat toe om nadien de exploitatievennootschap te schenken aan enkel de kinderen die actief zijn binnen de onderneming, terwijl de vastgoedvennootschap kan geschonken worden aan alle kinderen.
4. Na de partiële splitsing zullen de onroerende goederen van de BV X verhuurd worden aan Newco tegen marktconforme voorwaarden.
III. Beslissing
III.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92
5. De aanvrager heeft bevestigd dat de voorgenomen verrichting geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling. De werknemers die de BV X tewerk stelt, zullen mee overgaan naar de nieuw opgerichte vennootschap.
6. De voorgenomen partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.
7. De BV X is winstgevend en heeft een belastbare basis. Zij beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen.
8. De aanvrager heeft bevestigd dat de BV X niet over vrijgestelde reserves beschikt waarop nog een herbeleggingsverplichting rust.
9. De aanvrager heeft tevens bevestigd dat de verdeling van de eigenvermogensbestanddelen zal gebeuren met toepassing van artikel 213, WIB 92 en de bepalingen vermeld in randnummer 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92.
10. De heer P zal op korte termijn (binnen de 6 tot 12 maanden) zijn aandelen in de nieuw opgerichte exploitatievennootschap (Newco) schenken aan zijn kinderen die actief zijn in de vennootschap. De aandelen van de BV X, die na de partiële splitsing een vastgoedvennootschap zal zijn, zullen op middellange termijn (1 tot 3 jaar) ook geschonken worden aan de kinderen. Het kind dat niet actief is in de exploitatievennootschap kan eventueel aandeelhouder blijven van de vastgoedvennootschap. De aanvrager heeft bevestigd dat behoudens de in de aanvraag beschreven schenkingen aan de kinderen, er geen intentie is om de aandelen van de BV X of Newco over te dragen aan derden.
11. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de voorgenomen partiële splitsing van de BV X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
12. De overnemende vennootschap, Newco (nieuw opgerichte vennootschap), zal een binnenlandse vennootschap zijn.
13. Derhalve kan de voorgenomen partiële splitsing belastingneutraal worden doorgevoerd in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.
III.B. Betreffende de toepassing van artikel 115, W.Reg.
14. Uit de door de aanvragers voorgelegde splitsingsstaat blijkt dat alle activa en passiva die verbonden zijn aan de exploitatieactiviteit, met uitzondering van het onroerend goed, door de BV X naar Newco zullen worden afgesplitst.
15. Artikel 115, Fed.W.Reg. bepaalt dat aan een recht van 0 pct. wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in vennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. Het recht wordt vereffend op het totaalbedrag van de inbrengen. Aangezien Newco als Belgische handelsvennootschap voldoet aan de nationaliteitsvereiste, is er een zuivere toepassing van artikel 115, Fed.W.Reg.
16. Er wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals bepaald in artikel 115, Fed.W.Reg.
17. Er worden geen onroerende goederen afgesplitst en ingebracht in Newco.
18. Er is geen sprake van de inbreng van een algemeenheid van goederen en ook niet van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat in casu om de zuivere partiële splitsing van een vennootschap waarbij uitsluitend roerende goederen zullen worden overgedragen.
19. De overeenkomsten onder bezwarende titel die uitsluitend roerende goederen tot voorwerp hebben, worden in het Belgisch registratierecht niet onderworpen aan het verkooprecht.
20. Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.
21. De akte van de beschreven partiële splitsing zal verleden worden door een in België gevestigd notaris.
III.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W. Btw.
22. Overeenkomstig artikel 11, W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
23. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
24. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
25. De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
26. Met verwijzing naar de randnummers 2 tot en met 5 in combinatie met het feit dat de partiële splitsing betrekking heeft op alle bestanddelen behorend tot de exploitatieactiviteit, dient geconcludeerd dat alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen (o.m. voorraden, installaties en machines, vorderingen, klantenportefeuille, personeel en know-how) verbonden aan de operationele activiteit worden overgedragen aan de verkrijgende vennootschap (Newco) teneinde haar in staat te stellen de exploitatieactiviteit verder te zetten en zelfstandig te exploiteren.
27. Dat daarentegen de activa die onroerend uit hun aard zijn dan wel door bestemming bij de partieel te splitsen vennootschap blijven, hetgeen betekent dat de gebouwen, terreinen, installatie en ander door bestemming onroerende bedrijfsmaterialen niet mee overgaan, maar door de bestaande partieel gesplitste vennootschap verhuurd zullen worden aan de newco, niet van die aard is dat de overgedragen bestanddelen niet als een bedrijfsafdeling aangemerkt moeten worden.
28. De overgedragen bestanddelen stellen Newco in staat om zowel op technisch als op organisatorisch vlak een autonome economische activiteit voort te zetten.
29. De door Newco uit te oefenen activiteit leidt ertoe dat zij een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.
30. De hierboven beschreven overdracht van bestanddelen ingevolge de partiële splitsing dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw te gebeuren.
31. Vaststellende dat de partieel te splitsen vennootschap de onroerende goederen uit hun aard en deze door bestemming behoudt, met het engagement ze te verhuren aan Newco, bij toepassing van artikel 44, § 3, 2 van het btw-wetboek, dit principieel in hoofde van de partieel te splitsen vennootschap leidt tot een btw-herziening van de door haar voorheen in aftrek gebrachte btw bij toepassing van artikel 48, § 2 van het btw-wetboek.
32. De aanvrager deelde mede dat zodra de partiële splitsing doorgevoerd is, er een BTW eenheid zal worden opgericht waaraan de BV X en Newco toegevoegd zullen worden. Zij engageerden zich ertoe de BTW herzieningen ontstaan naar aanleiding van de splitsing, op te zullen nemen in de BTW aangifte van de BTW eenheid om voorfinanciering te vermijden (compensatiemaatregel) en dit geheel volgens de voorwaarden zoals bepaald in de circulaire AIOF 42/2007 (E.T. 111.702).
33. Verder stelt de aanvrager dat zij het administratief standpunt c.q. tolerantie met betrekking tot een partiële splitsing vóór het oprichten van een btw-eenheid, zullen toepassen en de erin opgenomen bijkomende voorwaarden zullen voldoen, met name:
• de partiële splitsing van de vennootschap en de inwerkingtreding van de huurovereenkomst dienen gelijktijdig te gebeuren;
• er dient onverwijld na de partiële splitsing (en het sluiten van de huurovereenkomst) een geldige aanvraag tot identificatie van de btw-eenheid te worden ingediend; en
• de partiële splitsing en de effectieve oprichting van de btw-eenheid dienen in hetzelfde kalenderjaar plaats te vinden.
34. Daar de DVB zich niet kan uitspreken omtrent het vervullen van de daartoe (1) vereiste voorwaarden, werd de principieel verschuldigde btw-herziening in een overzicht door de aanvrager opgemaakt en gehecht aan de beslissing. Zodat in de mate de btw eenheid niet aanvaard wordt door de btw-administratie of de tolerantie niet toegestaan wordt door de administratie, de aanvrager gehouden is de btw-herziening op te nemen in de eerst volgende btw-aangifte in te dienen, volgend op het tijdstip waarop de btw-administratie de aanvrager ingelicht heeft omtrent haar weigering dan wel omtrent de niet toepasbaarheid van de tolerantie.
[(1) Noch omtrent het vervullen van de voorwaarden tot oprichting en toetreding tot de btw-eenheid, noch omtrent het vervullen van de bijzondere voorwaarden vereist om van de compensatie te kunnen genieten bij de oprichting van een btw-eenheid volgend op de partiële splitsing.]
35. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 10, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1 WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van de BV X of Newco. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing zoals vermeld in randnummer 13 niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.