Revenu mobilier, Droits d’auteurs, Frais professionnels, Mesure anti-abus · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2020.0203 28 avril 2020

Rechercher
Texte en néerlandais

Revenu mobilier, Droits d’auteurs, Frais professionnels, Mesure anti-abusImpôts des revenus - Revenu mobilier - Droits d’auteurs - Frais professionnels - Mesure anti-abus - TVA - Cession ou concession de droits d’auteurs - Faculté de se faire identifier à la TVA pour gérants-personnes physiques ou administrateurs-personnes physiques - Article 18, § 1, deuxième alinéa, 7° du C.TVA - Prestations de service publicitaires - Article 18, § 1, deuxième alinéa, 1° du C.TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2020-0203-impots-revenus-revenu-mobilier-droits-5cd2

Numéro
2020.0203
Date
28 avril 2020

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

142 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2020.0203 du 28.04.2020

Impôts des revenus · Revenu mobilier · Droits d’auteurs · Frais professionnels · Mesure anti-abus

TVA · Cession ou concession de droits d’auteurs - Faculté de se faire identifier à la TVA pour gérants-personnes physiques ou administrateurs-personnes physiques · Article 18, § 1, deuxième alinéa, 7° du C.TVA · Prestations de service publicitaires · Article 18, § 1, deuxième alinéa, 1° du C.TVA

Résumé

Le pourcentage de l’enveloppe financière (la rémunération brute comprenant les droits d'auteur) que la société souhaite attribuer aux travailleurs actuels et futurs, qui dans le cadre de leur contrat de travail avec la société en question développent des œuvres protégées et cèdent contractuellement à la société en question les droits d’auteur, peut être considéré comme un revenu mobilier au sens de l’article 17, §1er, 5°, CIR92 et est en principe imposable distinctement au taux de 15% de précompte mobilier.

L’indemnité, sous la forme d’un pourcentage de l’enveloppe financière octroyée aux gérants d’entreprise, et en plus de la rémunération de dirigeant d'entreprise brute que la société de management souhaite octroyer aux gérants qui développent des œuvres protégées dans le cadre du contrat conclu avec la société et qui cède contractuellement les droits d’auteur sur ces œuvres à la société, peut être qualifiée de revenu mobilier au sens de l’article 17, § 1er, 5° du CIR 92.

Les gérants - personnes physiques qui, en plus de leur mandat statutaire, cèdent leurs droits d'auteur à leur société et leur facturent une indemnité à ce titre, ne sont pas tenus de s'identifier aux fins de la TVA pour la cession ou la concession de leurs droits d'auteur à cette société.

Les prestations de publicité fournies par ladite société pour son client-commanditaire sont visées par l'article 18, § 1, deuxième alinéa, 1°, du Code de la TVA et sont en tout cas soumises à la TVA sur la base de cette disposition légale et sont soumises au taux normal de TVA de 21% conformément à l'article 1, premier alinéa, de l'AR TVA n°20 du 20.07.1970.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat:

1.1. de vergoedingen die vennootschap X betaalt aan de huidige en toekomstige werknemers onder de vorm van een percentage van de financiële enveloppe (bruto-bezoldiging inclusief auteursrechten) voor de overdracht van auteursrechtelijk beschermde werken, in hun naam als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 5º WIB 92 kunnen worden aangemerkt;

1.2. de vergoedingen die vennootschap X zal betalen aan de huidige zaakvoerders, de heren Y en Z, onder de vorm van een percentage van de financiële enveloppe voor de concessie van auteursrechtelijk beschermde werken, in hun naam als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 5º, WIB 92 kunnen worden aangemerkt;

1.3. de voormelde vergoedingen aftrekbare beroepskosten uitmaken ten name van de vennootschap overeenkomstig de toepassing van artikel 49 WIB 92;

1.4. de vergoedingen als marktconform worden aangemerkt;

1.5. de voorgenomen verrichtingen geen misbruik vormen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92;

1.6. de zaakvoerders-natuurlijke personen van vennootschap X zich in de hierna omschreven omstandigheden niet moeten laten identificeren voor de btw voor de cessie of concessie van de betreffende auteursrechten aan vennootschap X waarvoor hen de hiervoor bedoelde vergoedingen wordt betaald en de betreffende dienstprestaties die worden verricht door vennootschap X voor haar klant-opdrachtgever, voor het geheel met btw te belasten zijn en onderworpen zijn aan het standaard btw-tarief van 21%.

II. Beschrijving van de verrichting

2. Vennootschap X is actief in het creëren en uitdenken van marketingcampagnes.

3. Vennootschap X wenst haar werknemers en zaakvoerders een bijkomende vergoeding te betalen voor de overdracht van auteursrechten die rusten op de door hen gecreëerde werken in het kader van hun dienstbetrekking.

III. Beslissing

III.1. Inkomstenbelastingen

III.1.A. Algemeen

4. Overeenkomstig artikel 17, §1, 5° WIB 92 zijn inkomsten uit roerende goederen en kapitalen alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in boek XI van het Wetboek van economisch recht (hierna: “WER”) of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht.

5. Overeenkomstig artikel 37, eerste lid WIB 92 worden, onverminderd de toepassing van de voorheffingen, inkomsten van onroerende goederen en van roerende goederen en kapitalen als beroepsinkomsten aangemerkt, wanneer die goederen en kapitalen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten.

6. Overeenkomstig artikel 37, tweede lid WIB 92 behouden, in afwijking van het eerste lid van hetzelfde artikel, de inkomsten bedoeld in artikel 17, §1, 5° WIB 92, hun hoedanigheid van roerende inkomsten, behalve indien en in zover zij hoger liggen dan 37.500 EUR (niet geïndexeerd).

7. Overeenkomstig nummer 5 van de administratieve circulaire Ci.RH.231/631.675 van 4 september 2014 heeft de Minister van Financiën op praktisch vlak verklaard dat er een beredenering in twee fases nodig is om te bepalen of de inkomsten die aan een auteur of kunstenaar worden toegekend door voormelde wet van 16 juli 2008 worden bedoeld:

- is het werk waarmee hij inkomsten kon behalen een beschermd werk, d.w.z. een werk zoals bedoeld door de wet van 30.06.1994;

- vloeien deze inkomsten voort uit een cessie of concessie van zijn geldelijke rechten op het werk?

8. Overeenkomstig nummer 7 van voormelde administratieve circulaire moeten op het algemene vlak, om te beoordelen of de bepalingen van artikel 17, §1, 5° WIB 92, van toepassing zijn, vooraf de volgende elementen worden onderzocht:

- heeft de geleverde prestatie aanleiding gegeven tot de productie van een "werk van letterkunde of kunst"?

- zo ja, hebben de auteursrechten met betrekking tot dat werk het voorwerp uitgemaakt van een cessie of een concessie aan een derde ingevolge een (schriftelijk) contract?

- tenslotte, wordt de vergoeding voor de voormelde cessie of de concessie van auteursrechten duidelijk gespecificeerd in het contract?

9. Vennootschap X verzorgt de PR-campagnes van haar cliënten, hiervoor bedenkt en creëert zij marketingcampagnes.

10. De creatieve bijdrage van de kwalificerende werknemers en zaakvoerders is cruciaal voor de uitoefening van de activiteiten van de vennootschap.

11. Vennootschap X wenst aan haar huidige en toekomstige werknemers met bepaalde functieprofielen een vergoeding voor de overdracht van auteursrechten toe te kennen voor hun creatieve bijdragen in de ontwikkeling van de werken.

12. De vergoeding voor de overdracht van auteursrechten zal worden toegekend als een percentage van de financiële enveloppe (bruto-bezoldiging inclusief auteursrechten), dat gediversifieerd wordt in functie van de tijdsbesteding verbonden aan het creëren van nieuw auteursrechtelijk beschermd werk.

13. Ook wenst vennootschap X aan haar zaakvoerders, de heer Y en de heer Z, een vergoeding voor de overdracht van auteursrechten toe te kennen onder de vorm van een percentage van hun financiële enveloppe (en toegekend bovenop de bestaande bedrijfsleidersbezoldiging) voor hun creatieve bijdragen aan de totstandkoming van de werken van vennootschap X.

III.1.B. Beschermd werk

14. Overeenkomstig artikel XI.172, § 1, WER wordt onder werken van letterkunde verstaan de geschriften van welke aard ook, alsmede lessen, voordrachten, redevoeringen, preken of andere mondelinge uitingen van de gedachte. Redevoeringen uitgesproken in vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen, in openbare terechtzittingen van rechtscolleges of in politieke bijeenkomsten mogen evenwel vrijelijk worden gereproduceerd en aan het publiek medegedeeld; alleen de auteur heeft echter het recht om ze afzonderlijk uit te geven.

15. Overeenkomstig artikel 2.1. van de Conventie van Bern van 9 september 1886 voor de bescherming van letterkundige en kunstwerken, omvat de uitdrukking “letterkundige en kunstwerken” alle voortbrengselen op het gebied der letterkunde, wetenschap en kunst, welke ook de wijze of de vorm van uitdrukken zij, zoals boeken, brochures en andere geschriften; voordrachten, toespraken, preken en andere werken van die aard; toneelwerken of dramatisch-muzikale werken, choreografische werken en pantomimes, waarvan de wijze van opvoering in schrift of op andere wijze is nedergelegd; muzikale composities met of zonder woorden; cinematographische werken en werken verkregen door een met de cinematographie overeenstemmend procédé; werken van teken-, schilder-, bouw-, beeldhouw-, graveer- en lithographeerkunst; photographische werken en werken verkregen door een met de photographie overeenstemmend procédé; werken van toegepaste kunsten; illustraties en aardrijkskundige kaarten; tekeningen, schetsen en plastische werken met betrekking tot de aardrijkskunde, de topographie, de bouwkunde of de wetenschappen.

16. Overeenkomstig artikel XI.165, § 1, eerste lid, WER, heeft alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk te reproduceren of te laten reproduceren.

17. Overeenkomstig het tweede lid van hetzelfde artikel omvat dat recht onder meer het exclusieve recht om toestemming te geven tot het bewerken of het vertalen van het werk.

18. Overeenkomstig het vijfde lid van hetzelfde artikel heeft alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht de distributie van het origineel van het werk of van kopieën ervan aan het publiek, door verkoop of anderszins, toe te staan.

19. Overeenkomstig artikel XI.167, §1, tweede tot en met vierde lid, WER, worden ten aanzien van de auteur alle contracten schriftelijk bewezen. De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren; met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang tot zijn werk behouden. Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht uitdrukkelijk worden bepaald.

20. Overeenkomstig artikel XI.167, §3, eerste lid, WER kunnen wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, de vermogensrechten worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.

21. Overeenkomstig artikel XI.170, eerste lid, WER is de oorspronkelijke auteursrechthebbende de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd.

22. Gelet op wat voorafgaat kan gesteld worden dat de werken, gecreëerd door de huidige en toekomstige kwalificerende werknemers en zaakvoerders van vennootschap X, kunnen worden aangemerkt als auteursrechtelijk beschermd werk. De werken vallen bijgevolg onder de bescherming van Boek XI, Titel 5 en 6, van het Wetboek van Economisch Recht.

III.1.C. Inkomsten uit de cessie of concessie van het werk

23. Overeenkomstig het bericht aan de schuldenaars van auteursrechten en naburige rechten in de loop van het jaar 2008 (B.S. 9.12.2008, err. 18.12.2008) zijn, daar de wet van 30 juni 1994 voortaan integraal geldt voor fiscale aangelegenheden, “alle inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten voortaan bedoeld in de wet van 16 juli 2008. De auteursrechten en naburige rechten worden door de belastingplichtige geïnd naar aanleiding van de exploitatie van zijn intellectuele of artistieke productie (…).”.

Werknemers

24. Vennootschap X heeft de auteursrechten van haar werknemers tewerkgesteld in de creatieve profielen nodig teneinde aan haar contractuele verplichtingen ten aanzien van haar klanten te kunnen voldoen. Hierbij is de creatieve bijdrage van alle betrokkenen cruciaal voor de uitoefening van de activiteiten van de vennootschap.

25. Uit de aanvraag blijkt dat vennootschap X een vergoeding wenst toe te kennen aan haar werknemers die de werken creëren, voor de overdracht van de intellectuele rechten op de door deze werknemers geleverde werken.

26. Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager meer bepaald een vergoeding onder vorm van een percentage van de financiële enveloppe (bruto-bezoldigingen inclusief auteursrechten) als roerend inkomen in de zin van artikel 17, §1, 5°, WIB 92 wenst toe te kennen.

27. De aanvrager heeft bevestigd dat de vennootschap tot op heden geen vergoedingen voor de overdracht van vermogensrechten op auteursrechtelijk beschermde werken heeft toegekend.

28. Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager meer bepaald een vergoeding van een percentage variërend tussen 15% en 16,25% van de financiële enveloppe (bruto-bezoldiging inclusief auteursrechten) wenst toe te kennen.

29. De totale financiële enveloppe (1) (bruto-bezoldiging inclusief auteursrechten) van de werknemers zal niet gewijzigd worden ingevolge de toekenning van voormelde roerende inkomsten voor overdracht van auteursrechten. De vergoeding wordt bijgevolg geacht inbegrepen te zijn in het huidige bruto-loonpakket.


[(1) Bestaande uit bruto-bezoldiging vóór RSZ bijdragen werknemers enerzijds en auteursrechten anderzijds. Bijgevolg zijn de niet belaste elementen zoals sociale voordelen, kosten eigen aan de werkgever … uitgesloten van de berekeningsbasis.]


Voorbeeld met toekenning 15% auteursrecht.
Huidige situatie
Bruto-bezoldiging vóór RSZ werknemersNiet belaste elementenAuteursrechtenFinanciële enveloppePercentage auteursrechten
10 000,00 €1 000,00 €0,00 €10 000,00 €0%
Toekomstige situatie
Bruto-bezoldiging vóór RSZ werknemersNiet belaste elementenAuteursrechtenFinanciële enveloppePercentage auteursrechten
8.500,00 €1 000,00 €1.500,00 €10 000,00 €15%

30. De huidige contracten met de werknemers zijn voor bepaalde duur. De aanvrager bevestigt dat de contracten na het bekomen van een positieve voorafgaande beslissing zullen worden vervangen door contracten voor onbepaalde duur waarbij voorzien wordt in de overdracht van het auteursrechtelijk werk. Het vergoedingspercentage inzake de auteursrechten zal geïntegreerd worden in deze arbeidsovereenkomsten. Bij nieuwe contracten, afgesloten na het verkrijgen van de voorafgaande beslissing, zullen de percentages onmiddellijk worden opgenomen in de overeenkomst in kwestie.

Zaakvoerders

31. Uit de aanvraag blijkt eveneens dat vennootschap X een vergoeding voor overdracht van auteursrechten wenst toe te kennen aan haar zaakvoerders, de heren Y en Z. Deze vergoeding bestaat uit 12,50% van de door de vennootschap aan haar zaakvoerders toegekende financiële enveloppe (en toegekend bovenop de bestaande bruto- bedrijfsleidersbezoldiging). In het verleden werden geen vergoedingen voor de overdracht van vermogensrechten op auteursrechtelijk beschermde werken toegekend.

32. Onder “financiële enveloppe” dient te worden begrepen de bruto-bedrijfsleidersbezoldiging met inbegrip van alle recurrente belaste voordelen van alle aard (exclusief sociale voordelen, niet-recurrente bonussen, tantièmes, enzovoort), enerzijds, en de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten anderzijds. De vergoeding zal worden toegekend bovenop de bestaande bedrijfsleidersbezoldiging, waarvan de hoogte niet zal worden aangetast ten gevolge van de toekenning van de vergoeding voor overdracht van auteursrechten.

33. Cijfervoorbeeld ter illustratie:

Bruto bedrijfsleiders-bezoldiging (2)% ARFormule bruteringBedrijfsleiders-bezoldiging inclusief ARToe te kennen AR
60.000 EUR12,50%60.000 EUR * (100/87,5)68.571,43 EUR8.571,43 EUR

[(2) Bruto bedrijfsleidersbezoldiging met inbegrip van alle recurrente belaste voordelen van alle aard (exclusief sociale voordelen, niet-recurrente bonussen, tantièmes, enzovoort).]


34. Er kan gesteld worden dat de aan de zaakvoerders en aan de werknemers toegekende vergoedingen inzake de overdracht van auteursrechten als roerende inkomsten als bedoeld in artikel 17, §1, 5°, WIB 92 kunnen worden aangemerkt indien en in zover het bedrag van 37.500 EUR op jaarbasis (te indexeren bedrag) zoals bepaald in artikel 37, tweede lid, WIB 92 niet overschreden wordt.

III.1.D. Inzake artikel 49 WIB 92

35. Artikel 49 WIB 92 bepaalt het volgende:

“Als beroepskosten zijn aftrekbaar, de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.”

36. Wanneer een vennootschap auteursrechten verwerft, worden deze op het actief van de balans opgenomen indien zij bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsactiviteit te worden gebruikt. Uit de samenlezing van de richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013, de IAS 16 norm en het CBN-advies 2012/13 van 10 oktober 2012 volgt dat in onderhavig geval onder het begrip “duurzaam” wordt begrepen, het verwerven van auteursrechten waarvan de vennootschap verwacht dat ze langer dan één periode zullen worden gebruikt.

37. Onverminderd de toepassing van artikel 49 WIB 92 worden de afschrijvingen als beroepskosten overeenkomstig artikel 61 WIB 92 aangemerkt in de mate dat:

- ze gegrond zijn op de aanschaffings- of beleggingswaarde;

- en voor zover ze noodzakelijk zijn;

- en samengaan met een waardevermindering die zich in het belastbaar tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.

38. Daarenboven moeten de immateriële vaste activa, met uitzondering van investeringen in audiovisuele werken, overeenkomstig artikel 63 WIB 92 worden afgeschreven met vaste annuïteiten waarvan het aantal niet minder dan 3 mag bedragen wanneer het investeringen in onderzoek en ontwikkeling betreft en niet minder dan 5 in de andere gevallen.

39. De toepassing van de bepalingen van artikel 63 WIB 92 houdt inzonderheid het volgende in:

- de verworven auteursrechten in de rubriek van de immateriële vaste activa mogen niet in éénmaal of degressief worden afgeschreven. Alleen de afschrijving met vaste annuïteiten (of lineaire afschrijving) is toegestaan;

- de afschrijvingsperiode bedraagt voor die activa ten minste 5 jaar.

40. Aanvragers stellen dat de auteursrechtelijk beschermde werken, in casu gecreëerd door de betrokken werknemers en zaakvoerders, geen “duurzaam” karakter vertegenwoordigen aangezien iedere campagne origineel is en van scratch opnieuw tot stand komt.

41. Rekening houdend met het voorgaande en met de door de aanvragers meegedeelde elementen kan besloten worden dat de door vennootschap X verworven auteursrechten niet bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsactiviteit van de vennootschap te worden bestemd. De vergoedingen voor overdracht van auteursrechten vormen bijgevolg een aftrekbare beroepskost van het boekjaar waarin zij het karakter van zekere en vaststaande schulden hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.

III.1.E. Inzake artikel 344, §1 WIB 92

42. Artikel 344, §1 WIB 92 bepaalt het volgende:

“§ 1. Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens of andere in artikel 340 van hetzelfde wetboek vermelde bewijsmiddelen aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt:

1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of

2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen.

Indien de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de belastbare grondslag en de belastingberekening zodanig hersteld dat de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

43. Wat betreft de toepassing van artikel 344, §1 WIB 92 kan gesteld worden dat artikel 344, §1 WIB 92 een algemene antimisbruikbepaling betreft die slechts wordt toegepast als de gewone interpretatiemethode, de technische bepalingen van het Wetboek, de speciale anti-ontwijkingsbepalingen en de simulatieleer geen hulp bieden (Circ. AFZ nr. 3/2012 d.d. 4.5.2012 inzake de antimisbruikbepaling, rubriek C.2.3.).

44. Randnr. 3 van Ci. RH. 231/605.842 van 21.05.2012 bepaalt dat, indien is aangetoond dat men zich bevindt in het geval van een overeenkomst die een clausule bevat met betrekking tot de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten, en indien daarvoor uitdrukkelijk een specifieke vergoeding is voorzien, die verschillend is van de bezoldiging als werknemer (hetgeen betekent dat de auteursrechten of naburige rechten niet gratis zijn overgedragen), deze vergoeding op het principiële vlak belastbaar is op basis van art. 17, §1, 5° WIB 92.

45. Met het oog op rechtszekerheid wenst de aanvrager de vergoeding voor de overdracht van de rechten te bepalen, door middel van een clausule in een addendum ter aanvulling op de overeenkomsten De totale financiële enveloppe (bruto-bezoldiging inclusief auteursrechten) van de werknemers zal niet gewijzigd worden ingevolge de toekenning van voormelde roerende inkomsten voor overdracht van auteursrechten. De vergoeding wordt bijgevolg geacht inbegrepen te zijn in het huidige bruto-loonpakket. Voor de zaakvoerders wordt de vergoeding bovenop de bestaande bedrijfsleidersbezoldiging toegekend.

46. Gelet op wat voorafgaat is de DVB van oordeel dat de voorgenomen verrichting niet als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, §1 WIB 92 kan worden aangemerkt.

III.2. Btw

III.2.A. Relatie tussen zaakvoerders en vennootschap

47. De cessie of concessie van auteursrechten wordt beschouwd als een dienst zoals beoogd door artikel 18, § 1, tweede lid, 7°, van het Btw-Wetboek. Deze dienstprestatie wordt in de regel met btw belast met toepassing van het tarief overeenkomstig rubriek XXIX, cijfer 1, van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, als zij wordt verricht onder de voorwaarden gesteld in artikel 2 van het Btw-Wetboek.

48. In dit verband wordt er aan herinnerd dat de btw-administratie aanneemt dat bestuurders of zaakvoerders die in hun hoedanigheid van natuurlijke persoon handelen in de gewone uitoefening van hun statutaire opdracht en optreden als een orgaan van de rechtspersoon die zij vertegenwoordigen, omwille van de bijzondere aard van hun opdracht als lasthebber, niet zelfstandig handelen in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dienen de door deze bestuurders of zaakvoerders in die hoedanigheid verrichte handelingen in het kader van de uitoefening van hun statutair mandaat, niet aan de btw te worden onderworpen (Beslissing nr. E.T. 79.581 van 27.01.1994, www.fisconetplus.be).

49. Onder deze omstandigheden kan ook worden aangenomen dat de natuurlijke personen die naast de uitoefening van hun statutair mandaat hun auteursrechten overdragen aan de rechtspersoon waarvan zij bestuurder of zaakvoerder zijn of er licentierechten inzake hun auteursrechten aan verlenen, in de feitelijke omstandigheden zoals omschreven in deze voorafgaande beslissing, niet verplicht zijn om zich te laten identificeren voor de btw als belastingplichtige voor de cessie of concessie van deze auteursrechten.

III.2.B. Relatie tussen vennootschap en klant-opdrachtgever

50. De aanvrager realiseert werkzaamheden van reclame/marketing. De dienstprestaties die tegen vergoeding worden verricht door vennootschap X ten behoeve van haar klant-opdrachtgever, worden voor de btw aangemerkt als reclamediensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek.

51. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft te kennen gegeven wat het verstaat onder reclame. Het is voldoende dat een promotieactiviteit neerkomt op een boodschap om het publiek in te lichten over het bestaan en de kwaliteiten van het aangeprezen product of de aangeprezen dienst met het doel de verkoop ervan te doen toenemen, om deze promotieactiviteit te kunnen aanmerken als een dienst op het gebied van de reclame (H.v.J. 17.11.1993, C-69/92, Commissie v. Luxemburg; H.v.J. 17.11.1993, C-68/92, Commissie v. Frankrijk; H.v.J. 17.11.1993, C-73/92, Commissie vs. Spanje, http://curia.europa.eu en H.v.J. 15.03.2001, C-108/00, SPI, http://curia.europa.eu).

52. De betreffende opdracht is duidelijk een typische reclameopdracht of commercial. Het reclamewerk wordt gecreëerd om de verkoop van een welbepaald product of welbepaalde dienst te bevorderen of om de getrouwheid aan een handelsmerk te versterken.

53. In casu zijn de reclamedienstverrichtingen van vennootschap X dus met btw te belasten op grond van artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek en onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Textes cités

7

Doctrine administrative

1

« … en l’espèce. e) Concernant la TVA 38. Le SDA a déjà admis qu’une personne physique ne doit pas demander de numéro de TVA lorsqu'elle perçoit une rémunération pour les droits d'auteur qu'elle a (con)cédés à la société dans laquelle elle est administrateur ( décisions anticipées n° 2020.0203 du 28 avril 2020 et n° 2020.0235 du 5 mai 2020). 39. La raison en est que l’administrateur n’est pas indépendant de la société au niveau de la TVA lorsqu’il agit dans le cadre de sa mission statutaire et que l’administrateur agit toujours dans l'exercice de son mandat … »

Impôt des personnes physiquesDécision anticipée21.06.2022

Voir le document