Logement dans le cadre de la politique sociale · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2020.0107 31 mars 2020

Rechercher
Texte en néerlandais

Logement dans le cadre de la politique socialeTVA - Taux - Logement dans le cadre de la politique sociale - Articles 37 et 38 du C.TVA - Rubrique X (§ 1er, A), d), 4°) du tableau B de l’annexe de l’AR no 20

https://juriel.be/fr/rulings/2020-0107-taux-logement-cadre-politique-sociale-9f76

Numéro
2020.0107
Date
31 mars 2020

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

87 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2020.0107 du 31.03.2020

TVA · Taux · Logement dans le cadre de la politique sociale · Articles 37 et 38 du C.TVA · Rubrique X (§ 1er, A), d), 4°) du tableau B de l’annexe de l’AR n° 20

Résumé

La demande d’une décision anticipée est introduite par X, une institution à caractère social qui est reconnue par l'autorité compétente. L'offre d'assistance de X s'adresse aux clients vulnérables qui se trouvent dans des situations de vie problématiques. À cette fin, X fournit une gamme modulaire d'assistance (résidentielle, semi-résidentielle et mobile) adaptée au client en question et à ses figures contextuelles impliquées.

X a l'intention de construire un nouveau bâtiment plus adapté à la réalisation de son offre d'assistance. L'objectif principal du bâtiment est un établissement résidentiel qui fournit des soins de jour et de nuit aux résidents de manière durable et qui est reconnu par l'autorité compétente en vertu de la législation applicable à X.

Le SDA peut accepter, dans les circonstances de fait données, que l'application en l'espèce du régime d'avantages prévu au titre X du tableau B de l'annexe de l'arrêté royal n° 20 du 20.7.1970 relatif à la TVA ne soit pas compromise par le fait que le complexe de logements est essentiellement, et donc pas entièrement, destiné à la garde de jour et de nuit desdits clients.

Dans les circonstances de fait données, le taux réduit de TVA de 12% en vertu de la section X du tableau B de l'annexe au Code de la TVA n° 20 du 20.07.1970, conformément à l'article 37 du Code de la TVA, est applicable aux travaux dans les biens immeubles (en vertu de l'article 19, § 2, deuxième alinéa, du Code de la TVA) et aux opérations énumérées à la section XXXI, § 3, 3°-6° du tableau A de l'annexe au Code de la TVA n° 20 du 20.07.1970 (à l'exclusion du nettoyage total ou partiel de l'immeuble d'habitation et des opérations visées à la section X, § 2 1° et 2° précités), le taux réduit de TVA de 12% précité s'applique notamment aux travaux immobiliers matériels (nouvelle construction) fournis et facturés à l'asbl privée X mentionnée ci-dessous et à réaliser sur le site du projet en question :

• les travaux matériels dans les biens immobiliers relatifs aux espaces exclusivement destinés et utilisés pour l'exploitation résidentielle de X ;

• les travaux matériels corporels relatifs aux espaces communs à usage mixte desservant à la fois l'exploitation résidentielle et semi-résidentielle de X et destinés et utilisés principalement pour l'exploitation résidentielle de X (accueil de jour et de nuit de ces clients).

Les travaux matériels dans les biens immobiliers relatifs à des locaux exclusivement destinés et utilisés pour l'exploitation semi-résidentielle de X sont soumis au taux normal de TVA de 21%.

Les travaux matériels en état d'immeuble qui ne concernent pas le complexe résidentiel proprement dit, tels que les travaux de construction, le jardinage ou la création de clôtures entre les jardins ou les parcelles, sont soumis au taux normal de TVA de 21 % et il en va de même pour la construction de places de stationnement sur le nouveau site de construction susmentionné.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend door X, een instelling met sociaal karakter die is erkend door de bevoegde overheid.

Het hulpverleningsaanbod van X is gericht op kwetsbare cliënten die zich in problematische leefsituaties bevinden. X voorziet hiervoor in een modulair hulpverleningsaanbod (residentieel, semi-residentieel en mobiel) op maat van de cliënt in kwestie en zijn betrokken contextfiguren.

2. X is voornemens een nieuwbouw op te richten die meer aangepast is om haar hulpverleningsaanbod te realiseren.

3. De hoofdzakelijke bestemming van het gebouw is een residentiële voorziening die op duurzame wijze in dag- en nachtopvang voorziet van residenten en die erkend is door de bevoegde overheid in het kader van de op X toepasselijke wetgeving.

II. Vraagstelling

4. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 van toepassing is op de volgende werken in onroerende staat tot realisatie van het nieuwbouwproject:

i. de materiële werken in onroerende staat die betrekking hebben op de ruimtes die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X, en;

ii. de materiële werken in onroerende staat die betrekking hebben op de gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes die ten dienste staan van zowel de residentiële werking als de semi-residentiële werking van X.

III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

5. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Algemeen: huisvesting in het kader van het sociaal beleid

III.A.1. Toepassingsvoorwaarden

6. Het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 is van toepassing op de volgende handelingen:

• de leveringen van nieuwe gebouwen (in de zin van artikel 1, § 9, van het Btw-Wetboek) alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op nieuwe gebouwen die niet van btw zijn vrijgesteld op grond van artikel 44, § 3, 1°, van het Btw-Wetboek, wanneer die gebouwen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid.

Onder die gebouwen worden onder meer verstaan, woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheerder zijn van onder meer jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand (zie ook Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 5, punt 10, rubriek B, subrubriek a, (1) 108 (132)).

• het eigenlijk en oneigenlijk werk in onroerende staat (op grond van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek en de handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° -6° van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970), met uitsluiting van het reinigen, met betrekking tot de hiervoor bedoelde woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen die voor dit verlaagd tarief in aanmerking komen.

Het gaat hierbij zowel om nieuwbouw, fundamentele vernieuwbouw als om renovatie- en onderhoudswerken;

• de in artikel 44, § 3, 2°, b) bedoelde btw-lease zoals voorzien in Btw-KB nr. 30 van 29.12.1992 en de in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Btw-Wetboek bedoelde onroerende verhuur (optionele belastingheffing).

III.A.2. Uitsluitingen van de toepassing van het verlaagde btw-tarief

7. Overeenkomstig paragraaf 2, 1° en 2° van voornoemde rubriek X is dit 12% voordeeltarief in geen geval van toepassing op:

• werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op het eigenlijke wooncomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen;

• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

III.B. Toepassing op onderhavige situatie

8. In casu zal X een nieuw gebouw oprichten op een perceel gelegen op de projectsite. X zal daartoe de volle eigendom verwerven op het perceel mits toekenning van een omgevingsvergunning en een subsidiebelofte vanwege de bevoegde overheid. Dit werd als dusdanig gestipuleerd in de aankoopbelofte met de huidige eigenaar.

9. De vraag is of het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 toepasselijk is op de bedoelde materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) uitgevoerd door de aanvrager.

III.B.1. Beoogde inrichting

10. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% komen overeenkomstig § 1, d), 3° van voornoemde rubriek X de publiek- of privaatrechtelijke personen in aanmerking die instaan voor het beheer van jeugdbeschermingstehuizen en van residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand (zie ook Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 5, punt 10, rubriek B, subrubriek a, (1) 108 (132)).

11. Om dit verlaagd tarief te kunnen inroepen, moet de inrichting gezamenlijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

• (verlengd) minderjarigen onderdak bieden overeenkomstig de wetgeving op de jeugdbescherming;

• personen duurzaam opvangen in het kader van een internaatstelsel (verstrekken van een duurzaam verblijf in tegenstelling tot een kortstondig of een tijdelijk verblijf);

• met het oog op die opvang door een bevoegde overheid erkend zijn.

12. X voldoet aan al deze voorwaarden. X is een private residentiële voorziening die erkend is door de bevoegde overheid.

III.B.2. Begrip ‘wooncomplex’ en bepaling van de door het verlaagde btw-tarief beoogde lokalen

13. Het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12% kan enkel toegepast worden op de hiervoor bedoelde onroerende handelingen die betrekking hebben op wooncomplexen die gebruikt worden of gebruikt zullen worden voor de huisvesting van de betrokken personen, in casu de cliënten in kwestie die zich in problematische leefsituaties bevinden.

14. Onder wooncomplexen wordt verstaan al de lokalen die bestemd zijn of bestemd worden voor de huisvesting van deze personen om te voldoen aan de vereisten van hun verblijf en van hun gemeenschappelijk leven.

15. Niet alleen de lokalen bestemd voor de eigenlijke huisvesting (appartementen, privé- of gemeenschappelijke kamers, slaapzalen, e.a.) zijn bedoeld, maar ook de andere plaatsen die worden gebruikt door de beoogde personen (restaurants, lees- of recreatiezalen, salons met bar of tv, studiezalen, bibliotheken voorbehouden aan de beoogde personen), alsmede de lokalen bestemd voor het personeel ten dienste van de huisvesting (monitors, toezichters, verpleegkundigen, dienstpersoneel) en de technische lokalen (keukens, wasplaatsen, kelders, opslagplaatsen, bergplaatsen, e.a.) (Aanschrijving nr. 12 van 10.10.1984, punt 16, www.fisconetplus.be).

16. Uit de omschrijving van de activiteiten blijkt dat X een residentiële voorziening runt die op duurzame wijze, in hoofdzaak in dag- en nachtverblijf, de bedoelde cliënten huisvest en erkend is door de bevoegde overheid.

X heeft een erkenning voor de intensieve begeleiding van een totale capaciteit van een bepaald aantal cliënten in kwestie, met gezin en familiale omgeving, waarvan de overgrote meerderheid residenten zijn.

III.B.3. Omgevingsaanleg

Toegangswegen

17. Onder een toegangsweg die het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12% kan genieten, wordt verstaan elke weg die een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond, rechtstreeks verbindt met de openbare weg en die wordt gebruikt, al dan niet uitsluitend, door de bewoners en bezoekers van dat gebouw (Beslissing nr. E.T. 80.398 van 01.10.1996, www.fisconetplus.be).

Het onmiddellijke nut voor de privéwoonfunctie is dus bepalend voor het administratief standpunt dat de aanleg van toegangswegen wordt beschouwd als de uitvoering van verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten, eerder dan als bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of de oprichting van afsluitingen die uitgesloten zijn van de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig voornoemde rubriek X (Aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986, punt 52 in fine, www.fisconetplus.be; Parl. Vr. nr. 17 SAUWENS 24.10.1986, Vr. en Antw. Kamer, 1986-1987, nr. 2, blz. 94-95).

18. Rekening houdend met deze administratieve richtlijnen kan de aanleg van de toegangswegen die de residentiële afdelingen rechtstreeks verbinden met de openbare weg, het verlaagde btw-tarief van 12% genieten overeenkomstig voornoemde rubriek X.

Buitenterrassen

19. De terrassen aangelegd op het perceel van een gebouw worden slechts beschouwd als deel uitmakend van de woning wanneer ze grenzen aan een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond.

Het onmiddellijke nut voor de privéwoonfunctie is dus ook bepalend voor het administratief standpunt dat de aanleg van aangrenzende buitenterrassen wordt beschouwd als de uitvoering van verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten, eerder dan als bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of de oprichting van afsluitingen die uitgesloten zijn van de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig voornoemde rubriek X (Aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986, punt 52 in fine, www.fisconetplus.be; Parl. Vr. nr. 17 SAUWENS 24.10.1986, Vr. en Antw. Kamer, 1986-1987, nr. 2, blz. 94-95).

20. Rekening houdend met deze administratieve richtlijnen kan de aanleg van de terrassen die onmiddellijk fysisch verbonden zijn met de residentiële afdelingen, het verlaagde btw-tarief van 12% genieten overeenkomstig voornoemde rubriek X

Parkings (open lucht parkeerplaatsen)

21. Aangezien een parking niet beantwoordt aan het hiervoor omschreven begrip ‘terras’, zijn de onroerende werkzaamheden die er betrekking op hebben, zonder onderscheid onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21% (Beslissing nr. E.T. 80.398 van 01.10.1996, www.fisconetplus.be).

III.B.4. Conclusie

22. De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de ruimtes die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X, zijn onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970. Bedoeld worden:

• de lokalen bestemd voor de eigenlijke huisvesting van de residenten;

• de lokalen die worden gebruikt voor de residenten;

• de lokalen die bestemd zijn voor medewerkers van de residentiële afdeling;

• de technische lokalen bestemd voor de residentiële werking;

• de overdekte fietsenstallingen voor de residentiële afdelingen;

• de MS-cabine in functie van de industriële wasmachines;

• de overdekte afvalcontainers;

• de terrassen die onmiddellijk fysisch verbonden zijn met de residentiële afdelingen (Beslissing nr. E.T. 80.398 van 01.10.1996, www.fisconetplus.be);

• de toegangswegen die de verbinding maken tussen de openbare weg en de residentiële afdelingen (ibidem).

23. De DVB refereert aan de website van X voor een beschrijving van haar activiteiten en om aan te tonen dat het om daadwerkelijke bewoning gaat door leefgroepen van bedoelde cliënten in problematische opvoedingssituaties.

24. De DVB stelt ook vast dat de hoofdzakelijke bestemming van het gebouw duidelijk het aanbieden van dag- en nachtopvang voor residenten betreft (en dat de semi-residentiële werking en mobiele werking dus bijkomstig zijn). Dit gegeven wordt onderbouwd op basis van door de DVB in overweging genomen beoordelingscriteria zoals het aantal punten dat wordt verdeeld over de verschillende hulpverleningsmodules (i.c. loutere dagbegeleiding versus de andere hulpverleningsmodules) en het aantal bedoelde cliënten dat wordt begeleid in residentiële dan wel semi-residentiële afdelingen.

De aanvrager verklaart bovendien dat de gemeenschappelijke ruimtes bestemd voor de semi-residentiële werking door X ook worden gebruikt voor doeleinden van de residentiële werking (cf. Circulaire nr. 12 van 10.10.1984, punten 18, 67 lid 2, 68 en 76, www.fisconetplus.be.).

25. De DVB kan in die omstandigheden aanvaarden dat de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op die gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes (i.e. polyvalente zaal, gemeenschappelijke toiletten, inkomhal, centrale traphal, secretariaat, teller en technische lokalen, server en printerlokaal, centraal brandalarmsysteem en gemeenschappelijk stooklokaal) die ten dienste staan van zowel de residentiële werking als de semi-residentiële werking van X, voor het geheel onderworpen zijn aan het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970.

26. De omstandigheid dat de bedoelde voorziening naast een residentiële werking ook een semi-residentiële werking (dagbegeleiding) en een mobiele werking kent, vormt in de gegeven omstandigheden geen beletsel voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% op deze gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes.

Als de door de bedoelde regeling beoogde huisvesting (residentiële werking) in de toekomst echter bijkomstig is geworden, dient voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% een uitsplitsing te worden gemaakt volgens het aantal beoogde personen in verhouding tot het totaal aantal gehuisveste personen (residentiële werking) in de voorziening.

27. De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de lokalen die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de semi-residentiële werking evenals op de overdekte fietsenstalling voor de semi-residentiële werking, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

28. Het spreekt voor zich dat materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die geen betrekking hebben op het eigenlijke wooncomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of het oprichten van afsluitingen tussen tuinen of percelen, niet in aanmerking komen voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12%, in welk geval het standaard btw-tarief van 21% van toepassing is. Dit geldt ook voor de aanleg van de parkeerplaatsen.

Textes cités

5
CTVA art. 192 occurrences
CTVA art. 372 occurrences
CTVA art. 442 occurrences
CTVA art. 11 occurrence
CTVA art. 381 occurrence