Prestation de services complexe soumise à la TVA · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.1229 26 février 2019

Rechercher
Texte en néerlandais

Prestation de services complexe soumise à la TVAPrestation de services complexe soumise à la TVA - Notion de prestation unique comprenant des prestations indissociables - Mise à disposition de salle polyvalentes et de salles de réunion - Prestation de services soumise à la TVA - Fourniture de logements meublés dans les hôtels, motels et établissements où sont hébergés des hôtes payants - Droit de déduction de la TVA en amont – Taux - Rubrique XXX du tableau A de l’annexe de l’AR no 20

https://juriel.be/fr/rulings/2018-1229-prestation-services-complexe-soumise-tva-bac6

Numéro
2018.1229
Date
26 février 2019

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

118 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.1229 du 26.02.2019

TVA · Prestation de services complexe soumise à la TVA · Notion de prestation unique comprenant des prestations indissociables · Article 18, § 1, premier alinéa du C.TVA jo. article 44, § 3, 2° du C.TVA · Mise à disposition de salle polyvalentes et de salles de réunion · Prestation de services soumise à la TVA · Article 18, § 1, deuxième alinéa, 10° du C.TVA jo. article 44, § 3, 2°, a), troisième tiret du C.TVA · Fourniture de logements meublés dans les hôtels, motels et établissements où sont hébergés des hôtes payants · Droit de déduction de la TVA en amont · Article 45, § 1 du C.TVA · Taux · Rubrique XXX du tableau A de l’annexe de l’AR n° 20

Résumé

La demande de décision anticipée est introduite au nom de X, une société commerciale dont le siège social est établi en Flandre et qui est inscrite à la BCE.

X mettra à disposition dans un nouveau bâtiment à construire des salles multifonctionnelles, des salles de réunion et des espaces communs (sanitaires, couloirs, cuisine et salle à manger) meublés et prêts à l'emploi, pour de courtes périodes (matin, après-midi ou soir) à des tiers moyennant frais. X assurera la réception minimale requise par l'administration de la TVA pour les utilisateurs de ces locaux. En l’occurrence, cet accueil sera concrètement réalisé par X car un accueil personnel est assuré dans son propre établissement par le salarié, le gérant ou un délégué de X. Cette mise à disposition des locaux en question s'accompagnera et fera partie d'une grande offre complémentaire de services. Les clients paieront un prix par partie de journée (le matin, l’après-midi ou en soirée) par salle qui comprendra le coût d’utilisation de la salle, ainsi que tous les services supplémentaires concernés.

Ladite mise à disposition, par X, des salles concernées pour les courtes périodes visées à des utilisateurs changeants, et qui prévoit un accueil pour les utilisateurs de ces salles, qui va de pair avec et fait partie des prestations de services supplémentaires en question, doit être considérée comme service complexe soumis à la TVA non explicitement cité par l’article 18, § 1er, alinéa premier du Code de la TVA, soumis au taux de TVA standard de 21%, et pas comme une location immobilière exonérée sur la base de l’article 44, § 3, 2°, du Code de la TVA.

Dans le même nouveau bâtiment à construire, la société X mettra à la disposition de ses clients une maison de vacances entièrement équipée et meublée à un prix forfaitaire unique et leur proposera une large gamme de services complémentaires (selon la formule « vacances » (forfait « séjour jeunesse ») ou la formule « séjour en groupe » (forfait « écoles »)). Ces services supplémentaires doivent être obligatoirement pris. Cela ne revient donc pas à dire que ces services supplémentaires sont seulement fournis à la demande expresse des clients moyennant un supplément de prix. En outre, les services supplémentaires sont proposés aux clients à un prix forfaitaire sans que ces derniers puissent renoncer à un service moyennant une réduction de prix. Les frais de nettoyage sont inclus dans le forfait unique que X facture à ses clients, aussi bien dans la formule « vacances » (forfait « séjour jeunes ») que dans la formule « séjour groupe » (forfait « écoles »).

Les gérants de X ou leurs délégués assurent l'accueil numérique (par téléphone, e-mail, etc.) des hôtes payants pendant les heures de bureau et peuvent assurer un accueil personnalisé si les circonstances l'exigent. Ainsi, les gérants de X ou leurs délégués sont presque toujours accessibles et disponibles pour répondre aux questions de leurs clients et pour garantir une assistance continue en cas de problèmes, quels qu'ils soient, concernant l'accommodation de leurs clients.

La société X fournit donc un service qui est imposable au taux de TVA réduit de 6 %. Pour cette activité, elle a la qualité d'assujetti de plein droit à la déduction des taxes payées en amont sur la base de l’article 45 § 1er, du Code de la TVA selon les règles normales.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend door X, een commerciële vennootschap met maatschappelijke zetel in Vlaanderen en ingeschreven in de KBO.

2. X zal in een nieuw op te richten gebouw gemeubelde en gebruiksklaar ingerichte polyvalente zalen, vergaderzalen en gemeenschappelijke ruimtes (sanitaire installatie, gangen, keuken en eetruimte) tegen vergoeding ter beschikking stellen aan wisselende derde partijen voor korte perioden (meer bepaald dagdelen, i.e. voormiddag, namiddag of avond). X voorziet het door de btw-administratie vereiste minimaal onthaal voor de gebruikers van deze zalen. Dit onthaal wordt in casu concreet gerealiseerd door X doordat in haar inrichting zelf een persoonlijk onthaal wordt verzekerd door de medewerker in loondienst, de zaakvoerder of een afgevaardigde van X.

Deze terbeschikkingstelling van de betreffende zalen gaat gepaard met en hoort samen met een aanzienlijk bijkomend dienstenpakket.

De klanten betalen één prijs per dagdeel (voormiddag, namiddag of avond) per zaal die de kost van het gebruik van de zaal en daarenboven verplicht alle bijkomende diensten omvat.

Mogelijke klanten van X voor de terbeschikkingstelling van de betreffende zalen zijn natuurlijke personen die het onroerend goed niet aanwenden voor de uitoefening van hun economische activiteit, organisaties (al dan niet met rechtspersoonlijkheid) zonder winstoogmerk en bepaalde organisaties waarvan de sociaal-culturele activiteiten vrijgesteld zijn van btw op grond van artikel 44, § 2, van het Btw-Wetboek.

3. In ditzelfde op te richten gebouw zal vennootschap X tegen een enige, forfaitaire prijs een volledig ingericht en gemeubeld vakantieverblijf ter beschikking stellen van klanten en hen een aanzienlijk bijkomend dienstenpakket aanbieden (volgens de formule ‘vakantieverblijf’ (pakket ‘jeugdverblijf’) of de formule ‘groepsverblijf’ (pakket ‘scholen’)).

Deze bijkomende diensten zijn verplicht af te nemen. Het is dus niet zo dat die bijkomende diensten slechts worden verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klanten mits betaling van een prijstoeslag. De bijkomende diensten worden bovendien tegen één forfaitaire prijs aan de klanten aangeboden zonder dat deze laatsten van een dienst kunnen afzien onder toekenning van een prijsvermindering. De schoonmaakbijdrage is begrepen in de enige, forfaitaire prijs die X aanrekent aan zijn klanten, zowel in de formule ‘vakantieverblijf’ (pakket ‘jeugdverblijf’) als in de formule ‘groepsverblijf’ (pakket ‘scholen’).

De uitbaters van X of hun afgevaardigden zorgen voor een digitaal onthaal (telefonisch, per e-mail, e.a.) voor de betalende gasten tijdens de kantooruren en kunnen voor een persoonlijk onthaal zorgen als de omstandigheden dat vereisen. Als dusdanig zijn de uitbaters van X of hun afgevaardigden quasi permanent bereikbaar en beschikbaar voor vragen van hun klanten en continue bijstand bij problemen, welke ook, met de accommodatie van hun klanten.

II. Vraagstelling

4. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat:

• de betreffende terbeschikkingstelling van de gemeubelde en gebruiksklaar ingerichte polyvalente zalen, vergaderzalen en gemeenschappelijke ruimtes (sanitaire installatie, gangen, keuken en eetruimte) voor korte perioden (meer bepaald dagdelen, i.e. voormiddag, namiddag of avond) aan wisselende gebruikers door X die het door de btw-administratie vereiste minimaal onthaal voorziet voor de gebruikers van deze zalen, die gepaard gaat met en samenhoort met de betreffende bijkomende dienstverleningen, dient te worden aangemerkt als een onbenoemde btw-belaste complexe dienst beoogd door artikel 18, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek, die onderworpen is aan het standaard btw-tarief van 21%, en niet als een op grond van artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde onroerende verhuur;

• de handeling verricht door X die bestaat in het ter beschikking stellen van een volledig ingericht en gemeubeld vakantieverblijf en het aanbieden van het uitgebreid bijkomend dienstenpakket (volgens de formule ‘vakantieverblijf’ (pakket ‘jeugdverblijf’) of de formule ‘groepsverblijf’ (pakket ‘scholen’)), tegen een enige forfaitaire prijs, in het op te richten gebouw dat zal gelegen zijn op de betreffende locatie, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de uitgegeven beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999, zoals geëxpliciteerd in de in randnummers 30 en 31 infra aangehaalde btw-bronnen en dat deze handeling bijgevolg kwalificeert als een btw-belaste dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Btw-Wetboek jo. artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het Btw-Wetboek (en dus niet als een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek);

• dit impliceert dat laatstbedoelde handeling verricht door X btw-belast is tegen het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXX van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 van 20.07.1970;

• X onder voornoemde omstandigheden en voorwaarden op grond van artikel 45, § 1, van het Btw-Wetboek de hoedanigheid bezit van belastingplichtige met volledig recht op aftrek van voorbelasting volgens de gangbare regels.

III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

5. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Terbeschikkingstelling van polyvalente zalen en vergaderzalen

III.A.1. Algemeen

6. Volgens de leer van de complexe handeling is het mogelijk dat de verhuur van een onroerend goed die gepaard gaat met en samenhoort met een andere handeling, wordt beschouwd als één enkele complexe handeling waarvan de fiscale behandeling wordt bepaald op basis van haar wezenlijke (essentiële) voorwerp of overwegende prestatie.

7. Als het wezenlijke voorwerp van de overeenkomst overwegend samengesteld is uit een andere dienst dan onroerende verhuur, heeft de kwalificatie als complexe handeling tot gevolg dat de vrijstelling voor onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek niet van toepassing is en dat de complexe handeling in de zin van artikel 18, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek onderworpen is aan btw, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd (H.v.J. 18.11.2004, Temco Europe, C-284/03, http://curia.europa.eu).

III.A.2. Toepassing in casu

8. Zoals hiervoor al werd toegelicht, streeft X er naar om de gebruikers van de bedoelde polyvalente zalen en vergaderzalen een flexibele kant-en-klare oplossing aan te bieden voor hun activiteiten of events.

9. Het nieuw gebouw wordt een moderne, multifunctionele accommodatie, die voorziet in de behoefte aan ruimte en faciliteiten voor de plaatselijke inwoners en andere particulieren, de plaatselijke verenigingen en deze uit omstreken en andere (rechts)personen en instellingen.

10. X voorziet in de omkadering en ontzorgt op dit vlak de gebruikers van de bedoelde zalen en die dan ten volle kunnen focussen op hun activiteiten of events.

11. Om dit te bereiken, stelt X niet enkel deze zalen ter beschikking van de gebruikers ervan maar verricht zij voor hen in hoofdzaak een geheel van diensten om hen in staat te stellen hun voorgenomen activiteiten of events uit te oefenen.

12. Het door de btw-administratie nodig geachte minimaal onthaal wordt in casu concreet gerealiseerd door X doordat in haar inrichting zelf een persoonlijk onthaal wordt verzekerd door de medewerker in loondienst, de zaakvoerder of een afgevaardigde van X.

De medewerker in loondienst en zaakvoerder van X zorgen voor een persoonlijk onthaal op elk moment van de dag of de week en voor een permanentie gedurende het gebruik van de bedoelde zalen in dagdeelverhuur. De medewerker van X is voor vragen en continue bijstand permanent bereikbaar en beschikbaar ter plaatse in het bureau gelegen op de betreffende locatie.

Elke groep wordt ontvangen bij aankomst en krijgt daarbij de nodige uitleg. De gebruikers van de bedoelde zalen mogen op gelijk welk moment van de dag de medewerker of zaakvoerder van X persoonlijk contacteren voor enigerlei informatie of bij problemen, welke ook, met hun accommodatie. De ‘afsluit’ gebeurt, ongeacht het moment, altijd persoonlijk.

13. De hiervoor bedoelde zalen zijn grote, uitgeruste zalen met onder meer het nodige meubilair en materiaal, lokaalaankleding, een flipchart met stiften en ICT-infrastructuur (onder meer wifi, bekabeling en internetaansluiting).

De medewerker in loondienst van X die iedere werkdag gedurende de kantooruren de permanentie zal verzekeren in het nieuwe gebouw, zal ter plaatse beschikbaar zijn voor vragen over het gebruik van de accommodatie of bij problemen, welke ook, met de accommodatie en zal stand-by staan voor technische support bij de werking van de multimediaprojector, het scherm en de nodige IT-voorzieningen (wifi).

14. Volgens de DVB wijzen in het geheel van de beoordelingscriteria onder meer de volgende aanwijzende elementen in de richting van een btw-belaste terbeschikkingstelling.

• Zonder de voorbereiding en medewerking van de medewerker in loondienst of de zaakvoerder van X voorafgaandelijk aan, tijdens en na de activiteiten of events, kunnen de zalen niet gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor ze zijn voorzien. Zonder deze essentiële tussenkomsten, die het louter toewijzen van een geschikte accommodatie overstijgen, zijn de zalen zo goed als onbruikbaar.

De medewerker in loondienst of de zaakvoerder van X staan in voor proactieve ondersteuning tijdens de activiteiten of events georganiseerd door de gebruikers van de zalen. Zij staan onder meer ter plaatse klaar voor al hun vragen en staan tijdens de hele duur van de events stand-by voor technische support in de zalen.

• De medewerker in loondienst of zaakvoerder van X zijn te allen tijde en ongeacht de omstandigheden gerechtigd om zich in de ter beschikking gestelde zalen te begeven om er controle uit te oefenen op de organisatie van de bedoelde activiteiten of events, iets wat niet verenigbaar zou zijn met het aan de huurder toegezegd vreedzaam genot en gebruik.

15. Voor de door X voorgenomen terbeschikkingstelling voor korte perioden (dagdelen) van onderdelen van het betreffende gebouw, i.e. polyvalente zalen voor groepsactiviteiten en vergaderzalen en gemeenschappelijke ruimtes, wordt er slechts één contract gesloten, namelijk tussen de gebruikers van de zalen en X. Dit contract met X heeft zowel de terbeschikkingstelling van de zalen als het verstrekken van de hiervoor bedoelde verplichte bijkomende diensten tot voorwerp.

16. De klanten betalen één prijs per dagdeel (voormiddag, namiddag of avond) per zaal, die de kost van het gebruik van de zaal en alle laatstbedoelde diensten omvat. Deze prijs is een enige, forfaitaire prijs. De klant heeft niet de mogelijkheid om af te zien van één of meerdere van die diensten tegen een prijsvermindering.

17. De door X gevraagde terbeschikkingstellingsvergoeding houdt verband met een geheel van diensten die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en de gebruikers van de zalen in staat stellen hun activiteiten of events in de meest optimale omstandigheden te laten verlopen en met gebruik van alle moderne materialen en technieken te organiseren.

Te denken valt aan het onthaal van de gebruikers van de zalen, het klaarzetten van de zalen, het ter beschikking stellen van technisch en ander materieel voor het organiseren van de activiteiten of events van de gebruikers van de zalen, het voorzien in technische support in het geval van technische problemen die gerelateerd zijn aan de accommodatie en de geluids- en lichtinstallaties, e.a..

18. X beheert de zalen actief, houdt toezicht op het gebruik en de goede staat van de accommodatie die zij ter beschikking stelt en houdt controle over de organisatie van de activiteiten of events (zie onder meer H.v.J. 22.01.2015, Régie Communale Autonome du Stade Luc Varenne, C-55/14, http://curia.europa.eu; Bergen 07.10.2016, rolnr. 2011/RG/946, www.monKEY, nr. 300098419; zie ook Luik, 16.06.2016, rolnr. 2015/RG/398, Autonome Gemeinderegie Sankt Vith (Triangel Zentrum)), en voorziet in tal van diensten die in hoofde van de gebruikers van primordiaal belang zijn om gebruik te maken van de betreffende zalen.

19. Wat de gebruikers van de zalen voor ogen hebben is dat de terbeschikkingstelling ervan voor hen niet meer is dan een onderdeel van de handeling waarin het dienstenaanbod van X de bovenhand heeft.

Deze terbeschikkingstelling kan uiteraard onmogelijk gebeuren zonder dat het gebouw zelf wordt gebruikt. Dit doet echter niets af aan het feit dat het voorwerp van de overeenkomst geen onroerende verhuur uitmaakt. Het gebruik van het betreffende onroerend goed moet niet automatisch als onroerende verhuur worden aangemerkt, voor zover het onroerend goed enkel het middel uitmaakt voor het verlenen van de betreffende (technische) diensten (zie onder meer Luik, 16.06.2016, rolnr. 2015/RG/398, Autonome Gemeinderegie Sankt Vith (Triangel Zentrum), www.fisconetplus.be: “Durch die Feststellung, dass die durch die Berufungsbeklagte erbrachten Dienstleistungen von Räumlichkeiten aufweisen, ist das Vordergericht zu Recht zu der Schlussfolgerung gelangt, dass die Zurverfügungstellung der Säle und Räumlichkeiten nicht einer Vermietung im Sinne des Artikels 44, § 3, 2st des MWSTGB, sondern einer Dienstleistung im Sinne des Artikels 18, § 1 dieses Gesetzbuches entsprechen.“, met verwijzing naar de aldaar aangehaalde rechtspraak waaronder Luik, 02.03.2016, Régie sportive andennaise, rolnr. 2013/RG/1625, www.monKEY.be, nr. 300101227).

III.A.3. Conclusie

20. Gelet op de werkelijke feitelijke context en op voorgaande analyse, hebben de dienstverleningen en faciliteiten die naast de terbeschikkingstelling van het hiervoor bedoelde gebouw gelegen op de betreffende locatie, zullen worden verstrekt door X, niet de aard van een louter of overwegend passieve terbeschikkingstelling van de accommodatie.

21. Deze diensten zijn evenmin louter bijkomstig aan de terbeschikkingstelling van de accommodatie waarmee zij gepaard gaan. Het gaat dus zeker niet om bepaalde kleine, bijkomende diensten met een bijkomstig karakter zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het passieve karakter van onroerende verhuur.

22. De duur van de terbeschikkingstelling door X is overigens altijd beperkt tot één dagdeel (voormiddag, namiddag of avond).

23. De DVB is dan ook van oordeel dat de terbeschikkingstelling van de bedoelde zalen voor de bedoelde korte perioden (dagdelen) door X, die het door de btw-administratie vereiste minimaal onthaal voorziet voor de gebruikers van deze zalen, die gepaard gaat met en samenhoort met de betreffende bijkomende dienstverleningen, dient te worden aangemerkt als een onbenoemde btw-belaste complexe dienst beoogd door artikel 18, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek, die onderworpen is aan het standaard btw-tarief van 21%, en niet als een op grond van artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde onroerende verhuur.

III.B. Uitbating van vakantie- en groepsverblijf

III.B.1. Algemeen

24. Het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend is een met btw te belasten dienst (art. 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW jo. art. 44, § 3, 2°, a), derde streepje, W.BTW).

25. Deze bepaling is het internrechtelijk pendant van artikel 135, lid 2, littera a van de btw-richtlijn 2006/112/EG van 28.11.2006 dat luidt als volgt: "het verstrekken van accommodatie, als omschreven in de wetgeving der Lidstaten in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de verhuuraccommodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen".

26. Uit de btw-richtlijn blijkt dus de mogelijkheid voor de lidstaten van de Europese Unie om de definitie van deze hoteldiensten zelf te preciseren. Voor de hoteldiensten bepaalt de btw-richtlijn immers dat het moet gaan om accommodatie “zoals omschreven in de wetgeving der lidstaten”. Deze nationaalrechtelijke invulling mag uiteraard geen afbreuk doen aan het doel van deze uitdrukkelijke uitsluiting van de vrijstelling die ertoe strekt de verstrekkingen van accommodatie in het hotelbedrijf en soortgelijke sectoren te onderscheiden van onroerende verhuur (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 22).

27. De uitdrukking ‘sectoren met een soortgelijke functie’ moet ruim worden uitgelegd, aangezien zij beoogt te verzekeren dat het tijdelijk verstrekken van accommodatie op overeenkomstige wijze als in het hotelbedrijf, dat potentieel met dit laatste concurreert, aan belasting wordt onderworpen (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 20). Voorts geeft het Hof aan dat de lidstaten over een beoordelingsmarge beschikken om te beoordelen of accommodatieverstrekking onder de uitzonderingen op de vrijstelling valt. Deze beoordelingsmarge wordt begrensd door het doel van deze bepaling, die, wat het ter beschikking stellen van woonruimten betreft, ertoe strekt de belastbare verstrekkingen van accommodatie in het hotelbedrijf of in sectoren met soortgelijke functies te onderscheiden van vrijgestelde handelingen (ibidem, r.o. 21).

28. Het Hof staat dus een ruime uitleg voor van het begrip ‘sectoren met een soortgelijke functie’ om verstoring van de markt voor het hotelwezen te voorkomen. Een dergelijke uitleg komt ook voor in de zaak CO.GE.P. (H.v.J. 25.10.2007, C-174/06, CO.GE.P.), waarbij een beroep wordt gedaan op de neutraliteit van de btw en coherentie bij de toepassing van de bepalingen van de btw-richtlijn.

De btw-administratie heeft in dit verband een en ander verduidelijkt in haar administratieve onderrichtingen waarin wordt toegelicht wanneer er volgens haar sprake is van aan de btw onderworpen hoteldiensten.

De vraag rijst naar de precieze draagwijdte van deze uitsluiting van de vrijstelling voor onroerende verhuur.

29. De btw-administratie vereist voor de uitsluiting van de vrijstelling dat het gaat om instellingen die worden uitgebaat onder de in de wetgeving op de hotelinrichtingen gestelde voorwaarden dan wel onder een ander statuut en die worden gekenmerkt door een permanente organisatie die alle materiële en menselijke factoren verenigt die het mogelijk maken aan gasten aan wie onderdak wordt verleend, diensten te verlenen zoals de ontvangst van de gasten, de terbeschikkingstelling van een gemeubelde kamer en huishoudlinnen, het onderhoud en het schoonmaken van de kamers, met inbegrip van het verschaffen en verversen van huishoudelijk linnen en eventueel het verschaffen van ontbijt (Aanschrijving nr. 17 van 08.08.1994, www.fisconetplus.be).

30. De inrichtingen die niet dit geheel van diensten verschaffen, komen echter toch voor het belasten van hun handelingen in aanmerking als uit de concrete feiten blijkt dat systematisch aan alle klanten, voor een globale prijs (enige forfaitaire prijs), een dienst wordt aangeboden en verstrekt die zowel bestaat in:

• het ter beschikking stellen van gemeubeld logies van welke aard ook (kamer, appartement, chalet in een vakantiepark, enzovoort);

• het onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag (Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005, Vr. en Antw., Kamer, 2004-05, nr. 083, 14248-14250), en;

• volgens de door de uitbater vastgestelde formule, minstens één van de volgende bijkomende diensten:

- het regelmatig onderhoud en schoonmaken van gemeubelde kamers tijdens het verblijf, of;

- het verschaffen en het verversen van het huishoudlinnen tijdens het verblijf, of;

- het verschaffen van een ontbijt op de kamers of in de eetzaal van de inrichting (eigen onderlijningen) (Beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999; zie ook: Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005, Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 083, 14248-14250; Parl. Vr. nr. 1865 NYSSENS van 04.02.2002, Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-56, 3083-3084; Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk I, Hoofdstuk 3, (1) 48-49 (157), Afdeling 3, punt 10, A., b., vierde alinea).

31. Gelet op de technologische evolutie is de DVB van oordeel dat de voorwaarde van onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag, vervuld is van zodra de uitbaters of hun afgevaardigden zorgen voor een digitaal onthaal (telefonisch, per e-mail, e.a.) voor de betalende gasten tijdens de kantooruren en voor een persoonlijk onthaal kunnen zorgen als de omstandigheden dat vereisen (zie ook al Voorafg. Besliss. nr. 2016.119 van 29.06.2016; Voorafg. Besliss. nr. 2016.397 van 05.07.2016; Voorafg. Besliss. nr. 2016.775 van 13.12.2016; Voorafg. Besliss. nr. 2017.513 van 05.09.2017; Voorafg. Besliss. nr. 2017.906 van 09.01.2018).

32. Er zal sprake zijn van een door artikel 44, § 3, 2° W.BTW vrijgestelde onroerende verhuur, als:

• de uitbater geen enkele van de hiervoor (zie randnr. 30) bedoelde bijkomende diensten aanbiedt, of;

• de uitbater die bijkomende diensten slechts verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klant mits betaling van een prijstoeslag, of nog;

• de diensten onder de hiervoor bedoelde voorwaarden worden verstrekt maar de klant de mogelijkheid heeft om af te zien van één of meerdere van die bijkomende diensten tegen een prijsvermindering, of;

• de inrichting niet over de nodige organisatie beschikt om, zoals hotels, de persoonlijke ontvangst en het onthaal van klanten, zoals hiervoor bedoeld (zie randnr. 31) te kunnen verzekeren.

III.B.2. Toepassing in casu

33. De activiteiten van X zullen bestaan in enerzijds de terbeschikkingstelling van gemeubeld logies en anderzijds in een uitgebreid bijkomend dienstenpakket en worden aangeboden in een gebouw dat nieuw zal worden gebouwd op de betreffende locatie, onder de hiervoor vermelde omstandigheden en voorwaarden.

In dit opzicht wordt verwezen naar de hiervoor toegelichte administratieve richtlijnen (zie spec. randnr. 30).

De bedoelde bijkomende diensten zijn verplicht af te nemen. Het is dus niet zo dat die bijkomende diensten slechts worden verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klanten mits betaling van een prijstoeslag. Voor dit bijkomend dienstenpakket wordt er door X een enige forfaitaire prijs gevraagd aan de klant. De klant heeft niet de mogelijkheid om af te zien van één of meerdere van die bijkomende diensten tegen een prijsvermindering.

Vakantieverblijf (pakket ‘jeugdverblijf’)

34. X heeft de intentie om een vakantieverblijf uit te baten. Haar activiteiten zullen immers bestaan in de terbeschikkingstelling van een gemeubeld en volledig ingericht vakantieverblijf (i.e. ingerichte en gemeubelde slaapkamers, polyvalente ruimtes en vergaderlokalen en gemeenschappelijke ruimtes, hierna “lokalen” genoemd) daaronder begrepen het bedoeld bijkomend dienstenpakket. Dit globaal dienstenpakket wordt aangeboden in het gebouw gelegen op de betreffende locatie.

35. X rekent de klant een enige, forfaitaire prijs aan per groep per dag voor het bedoeld geheel van de diensten, ongeacht het aantal gebruikers. De klant heeft niet de mogelijkheid om af te zien van één of meerdere van die diensten tegen een prijsvermindering.

Groepsverblijf (pakket ‘scholen’)

36. Een alternatief op het voorgaande is het gemeubeld en volledig ingericht groepsverblijf, in welk geval de gebruikers kiezen voor het pakket ‘scholen’ dat een nog uitgebreider bijkomend dienstenpakket behelst dan datgene bedoeld in het pakket ‘jeugdverblijf’.

37. In het betreffende gebouw zal X dan ingerichte en gemeubelde lokalen ter beschikking stellen van zijn klanten en hen voornoemd uitgebreid bijkomend dienstenpakket, dat inbegrepen is in de prijs, aanbieden.

38. X rekent de klant in dat geval een enige, forfaitaire prijs aan per persoon per dag voor het bedoeld geheel van de diensten. De klant heeft niet de mogelijkheid om af te zien van één of meerdere van die diensten tegen een prijsvermindering.

39. De schoonmaakbijdrage is begrepen in de enige, forfaitaire prijs die X aanrekent aan zijn klanten, zowel in de formule ‘vakantieverblijf’ (pakket ‘jeugdverblijf’) als in de formule ‘groepsverblijf’ (pakket ‘scholen’).

Alleen bij bewezen gebruik dat de normaal voorzienbare en initieel vooropgestelde gebruiksnorm overschrijdt, kan de onderhouds- en schoonmaakdienst het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke facturatie met btw. Te denken valt onder meer aan de afvoer van de douches die verstopt geraakt door het afspoelen van voetbalschoenen in de douches of aan toiletten die verstopt geraken.

40. Kosten opgelopen wegens schade aan het gebouw (e.g. muren beschilderd met spuitverf, gaten in binnendeuren, vernielde bedden, afgerukte douchekranen, gebroken ramen wegens baldadigheden) worden door X altijd apart aangerekend.

41. De DVB is van oordeel dat de voorwaarde van onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag, vervuld is van zodra de uitbaters of hun afgevaardigden zorgen voor een digitaal onthaal (telefonisch, per e-mail, e.a.) voor de betalende gasten tijdens de kantooruren en voor een persoonlijk onthaal kunnen zorgen als de omstandigheden dat vereisen (zie randnr. 31).

Aan deze voorwaarde is in casu voldaan, zowel in de formule ‘vakantieverblijf’ (pakket ‘jeugdverblijf’) als in de formule ‘groepsverblijf’ (pakket ‘scholen’).

III.B.3. Conclusie

42. Uit al wat voorafgaat blijkt dat het ter beschikking stellen van het volledig ingerichte en gemeubelde vakantie- of groepsverblijf waarvan sprake en het aanbieden van het hiervoor toegelicht uitgebreid bijkomend dienstenpakket door X in het op te richten gebouw dat zal gelegen zijn op de betreffende locatie, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de uitgegeven beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999, zoals geëxpliciteerd in de in randnummers 30 en 31 aangehaalde btw-bronnen en dat deze handeling bijgevolg kwalificeert als een btw-belaste dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Btw-Wetboek jo. artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het Btw-Wetboek (en dus niet als een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek).

In dit verband wijst de DVB er bovendien op dat een vrijgestelde onroerende verhuur toch eerder een betrekkelijk passieve activiteit is, die enkel verband houdt met het tijdsverloop en geen toegevoegde waarde van betekenis oplevert, terwijl de hiervoor toegelichte activiteit van X toch een commercieel karakter vertoont en vergelijkbaar is met de tijdelijke verstrekking van accommodatie op gelijksoortige wijze als in hotelbedrijven.

43. Dit impliceert dat deze handeling verricht door X btw-belast is tegen het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXX van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 van 20.07.1970.

III.C. Recht op BTW-aftrek voor X

44. X heeft onder voornoemde omstandigheden en voorwaarden de hoedanigheid van belastingplichtige met volledig recht op aftrek van voorbelasting volgens de normale regels.

45. Overeenkomstig artikel 45, § 1, van het Btw-Wetboek, mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

46. Zoals hiervoor omschreven, zal de dienstverlening van X kwalificeren als een onbenoemde btw-belaste complexe dienst beoogd door artikel 18, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek (zie randnr. 23) of als een dienst bedoeld in artikel art. 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Btw-Wetboek jo. artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het Btw-Wetboek (zie randnr. 42) die met btw te belasten is.

47. X geniet hierdoor op grond van artikel 45, § 1 van het Btw-Wetboek volgens de gangbare regels recht op aftrek van de btw die verschuldigd is bij de oprichting van het betreffende onroerend goed dat zal uitgebaat worden als vakantieverblijf volgens de formule ‘vakantieverblijf’ (pakket ‘jeugdverblijf’) of de formule ‘groepsverblijf’ (pakket ‘scholen’).

Textes cités

7